'De oude generatie vrijwilligers kan niet eeuwig doorgaan en de nieuwe komt zijn beloftes niet na. Vele spelers waren te lui om een talloor te verzetten tijdens een eetfestijn. Of ze zeiden een week van tevoren af omdat ze liever naar een festival gingen. Vaak stond ik alleen met familieleden of enkelingen uit het bestuur de zaal te dweilen.'
...

'De oude generatie vrijwilligers kan niet eeuwig doorgaan en de nieuwe komt zijn beloftes niet na. Vele spelers waren te lui om een talloor te verzetten tijdens een eetfestijn. Of ze zeiden een week van tevoren af omdat ze liever naar een festival gingen. Vaak stond ik alleen met familieleden of enkelingen uit het bestuur de zaal te dweilen.' Aan het woord is Koen Van de Maele, voormalig preses van Racing Overboelare, een ter ziele gegane vierdeprovincialer uit het Oost-Vlaamse Geraardsbergen. 'We boerden lang niet slecht, stonden zelfs eens derde, maar in combinatie met mijn zaak was dat voorzitterschap niet vol te houden. Temeer omdat de spelers alsmaar meer geld eisten. We trokken de premie voor een gewonnen wedstrijd op van 70 naar 90 euro, maar dat volstond niet. Voor vijf euro meer gingen ze elders spelen. In vierde provinciale, hé, het allerlaagste niveau. We speelden voor 20 à 30 fans, bij topmatchen misschien 50. Aan 4 euro inkom per man. Tel maar uit, daar betaal je de premies niet van. Zelf verdiende ik er geen cent aan. Integendeel, mijn drukkerij deed al het drukwerk voor de ploeg kosteloos en vervolgens zocht ik zelf sponsors.' Racing Overboelare praat over een fusie met Eendracht Moerbeke en KSV Geraardsbergen. Maar het water van de Dender blijkt te diep, de animositeit tussen de clubs te intens. De oude garde is tegen en blokkeert de fusie. 'Sommige ego's waren te groot', sakkert de voorzitter. 'Terwijl het kleinste kind weet dat 7, 8 of 9 clubs te veel is voor een stad als Geraardsbergen.' Van der Maele kapt ermee in 2016. Een nieuwe voorzitter komt al na drie weken op zijn stappen terug. Na 75 jaar bloedt Racing Overboelare dood. 'Ik heb dit zo niet gewild', zucht Van de Maele. 'Racing Overboelare bezorgde me veel mooie momenten. Negen jaar lang zette ik me met veel plezier in. Ex-spelers begroeten me nog steeds met voorzitter. Achteraf vroegen drie clubs uit de buurt me om voorzitter te worden, maar het is genoeg geweest. Nu bekijk ik het vanaf de zijlijn en supporter ik voor mijn dochter bij de dames van KSV Geraardsbergen.' Racing Overboelare is geen uniek geval. In tien jaar daalde het aantal bij Voetbal Vlaanderen aangesloten amateurclubs van een 1000-tal naar ongeveer 900 (zie kader 'vergane glorie, nieuw begin'). 'Dat zijn de klassieke voetbalploegen die op grasvelden spelen. De dorpsclubs, zeg maar', aldus secretaris-generaal Benny Mazur van Voetbal Vlaanderen. Diep in de provincies liggen de funderingen van de voetbalpiramide. Op zompige velden in charmante stadionnetjes, waar de verf niet zelden van de kantinemuren bladdert, spelen duizenden liefhebbers elke week de match van hun leven. Niet langer voor een boterham met hesp en twee drankbonnetjes, wel voor de meerdere eer en glorie van het dorp. Om die van 'over het water' minstens een halfjaar te kunnen treiteren. Zonder funderingen geen dak, zonder Racing Overboelare geen Club, Standard of Anderlecht. Elk van die provincialers schrijft zijn eigen verhaal, maar allen kampen met dezelfde uitdagingen: te weinig en te oude vrijwilligers, toegenomen kosten, dalende recettes en scherpe concurrentie van voetbal op tv. Mazur pleit ervoor profvoetbal op zondagnamiddag van de buis te weren. 'Zo'n solidariteit zorgt voor meer supporters in het amateurvoetbal, voor meer inkomsten en geeft vele clubs onder de kerktoren hun rol als ontmoetingsplaats terug', staat in een open brief die Voetbal Vlaanderen deze maand publiceerde. Breek er secretaris Philip Verslyppe van de West-Vlaamse derdeprovincialer VV Koekelare de bek niet over open. 'Zeker in de winter voelen we het effect. Er komt een pak minder volk wanneer Club Brugge op hetzelfde moment speelt.' Ook de toegenomen regelneverij is nefast voor de provinciale reeksen. 'Op het voetbal mag je nergens roken en de alcoholcontroles ontnemen de mensen hun pintje. Terwijl de meesten naar het voetbal komen om zich te amuseren. Dat uit zich ook in de afgenomen inkomsten van de kantine.' Gemiddeld trekt de club 50 toeschouwers, met uitschieters tot 150 tegen Sporting Keiem, Diksmuide en Ichtegem.VV Koekelare is het resultaat van een fusie tussen SV en VK. Tweedeprovincialer SV komt in 2015 in zwaar weer nadat het zijn spelers niet meer kan betalen. Het doet al een tijd mee in het opbod aan premies, maar met slechts 8000 inwoners heeft Koekelare niet de sponsors om forse lonen te financieren. Het kleinere VK werpt een reddingsboei. 'Eerst hielden we hun voorstel tot fusie af', vertelt Verslyppe, in 2000 mee aan de wieg van VK. 'Wij vermoedden dat ze enkel uit waren op vers kapitaal. Pas toen SV in vereffening ging, namen we hun jeugd, stamnummer en schulden over.' VV Koekelare start in tweede provinciale met spelers van het niveau van vierde provinciale. De spelers van SV zijn op het moment van de fusie al uitgezwermd naar andere clubs. De degradatie neemt Koekelare er voor lief bij. 'Wij spelen liever een reeks lager om het betaalbaar te houden. Daarom zetten we fel in op de jeugdwerking. Na de fusie gingen we van 13 naar 19 jeugdploegen. Elk jaar schuiven we spelers door naar de eerste ploeg. Die vullen we aan met spelers van Torhout die net te kort komen voor nationaal niveau. Ze kunnen zich hier ontwikkelen en later opnieuw een stap hogerop zetten.' Voorlopig heeft VV Koekelare nog voldoende vrijwilligers. 'Al raken die mensen op leeftijd. De jonge generatie doet niets meer belangeloos. Maar wij kunnen onmogelijk onze medewerkers betalen. Iedereen werkt op vrijwillige basis.' Zelf geeft de secretaris het goede voorbeeld. Spelers aansluiten, boetes opvolgen, wedstrijdbladen aan de bond bezorgen: Verslyppe is er elke dag tot anderhalf uur mee in de weer. 'Voor een hobby is dat inderdaad veel werk', geeft hij toe, 'Gelukkig kan ik het combineren met mijn job. Als zelfstandige maak ik soep. Die moet 's ochtends een hele tijd pruttelen en dan haal ik mijn paperassen boven.' Of hoe je een provinciale voetbalclub runt tussen soep en patatten door. Volgens Mazur zijn de grote provinciale clubs - lees: die met een hoog ledenaantal - het best gewapend om te overleven. 'Bij sommige clubs is één gek 24 uur op 24 bezig. Logisch dat het dan breekt. Slimme clubs verdelen de taken. Daarom beschouwen we de daling van het aantal clubs niet als een probleem. Uit een fusie komt meestal een club voort die steviger op zijn poten staat. Dilsen VV en Stokkem VV hadden elk drie of vier trekkers, nu hebben ze er samen zeven of acht. Een wereld van verschil.' (zie kader 'liever leuke meisjes dan oude mannen') Voetbal Vlaanderen moedigt clubs aan een fichebak aan te leggen. Met daarin alle ouders van aangesloten voetballers. Is er drukwerk nodig, dan kijken ze of er een grafisch ontwerper voorhanden is. Of een kok die spaghetti kan maken voor het eetfestijn. Geen mens wil al zijn weekends opofferen voor de lokale voetbalclub, maar vele ouders blijken wel aan te porren om eenmalig de handen uit de mouwen te steken. Guy Beckers, jeugdcoördinator van de Limburgse fusieclub Eendracht Mechelen a/d Maas, beseft dat maar al te goed. 'Vroeger was engagement logisch. Moeder stond achter de toog, vader zat in het bestuur. Nu staan mensen huiverachtig tegenover een zitje in het bestuur. Daarom werken we vaak in werkgroepen rond toernooien, eetavonden of Sinterklaas. Zo'n eenmalige participatie verlaagt de drempel. Al proberen we die mensen daarna wel op lange termijn aan de club te verbinden.' Een wegebbend vrijwilligerskorps is zes jaar geleden de reden voor een fusie. Nu telt Eendracht meer manskracht dan de twee oorspronkelijke clubs opgeteld. 'Als iets beweegt, dan willen mensen erbij horen. Wij spelen met veel jeugd en daardoor blijven de meeste mensen ons trouw. Zonder vrijwilligers lukt het niet.' Eendracht Mechelen a/d Maas is wat ze bij Voetbal Vlaanderen een 'all-in' club noemen. Iedereen is er welkom om tegen een bal te trappen, ook G-voetballers, veteranen en vrouwen. Méér dan een voetbalclub, zo staat te lezen op de website, een knipoog naar FC Barcelona. 'Dat sociale is belangrijk. In scholen doen we inzamelacties om kleren te verzamelen voor Gambia. Onze Gambiaanse speler Jerrey Banya Manneh brengt die naar ginder.' Ook in de Kempense gemeente Retie werkt de fusie louterend. Aan de oevers van de Wamp en de zeven Neten liggen eeuwige rivalen SK Retie en Branddonk sinds dit seizoen onder één deken. BSK Retie beleeft wittebroodsweken. 'Achter de schermen werken we al tien jaar samen rond de jeugd', zegt Rob Van Reusel, pr-verantwoordelijke bij de fusieclub, 'Branddonk had een kleinere jeugd, maar wel meer velden. We vulden elkaars noden dus aan. In het belang van de jeugd opteerden we voor een fusie. Ook omdat de voetbalbond alsmaar hogere eisen stelt. Voor een dorpsploeg is het niet evident om genoeg gediplomeerde jeugdtrainers te vinden.' Van Reusel maakt zich sterk dat Retie nu zijn ware potentieel kan aanboren. Hij droomt van de derby's die ooit duizenden Retienaren op de been brachten. Of de kampioenstitel in 1998 voor 2000 mensen. 'Dit seizoen speelden we een oefenmatch tegen rivaal Witgoor voor 230 betalende bezoekers. Een aantal dat geen van beide clubs de laatste jaren haalde.' Met Dessel Sport, Witgoor KSK, KSK Kasterlee en Lentezon Beerse verenigde Retie zich onder de noemer Kempense Voetbalacademie, een samenwerking ondersteund door Club Brugge. De clubs beloven om geen jeugdspelers bij elkaar weg te plukken. 'We concurreren niet, we maken elkaar sterker', zegt Van Reusel. Het staaft de focus op de jeugd van BSK Retie. 'Van de 15 spelers op het wedstrijdblad komen er 10 à 12 uit eigen dorp. De jongeren werken vanzelf harder als ze hun kameraden in de eerste ploeg zien spelen. We spiegelen ons aan KRC Genk, weliswaar op veel lager niveau. We willen een gezonde tweedeprovincialer zijn, met af en toe een uitschieter naar eerste. En we willen ons vooral niet vergalopperen, zoals de clubs uit de regio die mikten op de nationale reeksen. Oud-Turnhout bijvoorbeeld, een club zonder grote achterban die dreef op een paar mensen en nu in vierde provinciale zit.' Volgens Mazur zijn er niettemin weinig teams die enkel vanwege het financiële stoppen. 'Strombeek is een mooi voorbeeld: een club die nog in de nationale reeksen speelde, afgleed en in geldelijke moeilijkheden geraakte. Ze gingen in vereffening en starten dit seizoen opnieuw in vierde provinciale. Onder een nieuwe naam, FC Strombeek 1932. ' Hier en daar houden moedige zielen een pasgeboren voetbalploeg boven het doopvont. Inter Hasselt geeft sinds vorig seizoen onderdak aan jongeren die weinig kansen krijgen bij de andere Hasseltse clubs. En in het Vlaams-Brabantse Merchtem moet het lokale United de gouwe ouwe tijden doen herleven, toen Gilles De Bilde de rood-witte kleuren van Hogerop Merchtem aantrok. 'Er speelde geen enkele provinciale ploeg meer op grondgebied Merchtem. Wij wilden daar verandering in brengen', zegt Yentl Goossens, kersvers gerechtelijke correspondent van stamnummer 9718. 'We hebben enkel een eerste ploeg en de gemeente baat de kantine uit. Daardoor kunnen we het behappen met een kern van acht mensen. Sponsors vonden we vrij vlot en voor onze eerste match, de derby tegen de buren van VC Den Boskant Peizegem, daagden maar liefst 400 toeschouwers op.' En zo is het met provinciaal voetbal zoals met het leven: sommige ploegen sterven zodat anderen geboren kunnen worden.