Bij Beerschot zijn ze er nog altijd mee aan het lachen, met het spandoek waarop 'TELUG VLIEND?' stond. "Schitterend, hé", zegt Danny Geerts, 53 jaar, supporter sinds zijn achtste en persverantwoordelijke en huisjournalist van de club vanaf 2005 tot 2011. Zo'n drie weken geleden toonden enkele supporters dat spandoek bij de thuismatch tegen Lierse. De vraag was gericht aan de bezoekende doelman, de Japanner Eiji Kawashima. Die had op 19 augustus 2011, tijdens Lierse-Beerschot, een spreekkoor over zich gekregen. "Fukushima!", tierden toen enkele mensen vanuit het vak met Beerschotsupporters, verwijzend naar de kernramp die eerder vorig jaar zijn thuisland trof. Het spreekkoor ging de wereld rond. Patrick Vanoppen, managing director van Beerschot, trok naar de Japanse ambassadeur om excuses aan te bieden. En op tweede kerstdag toonden dus ook de Beerschotfans berouw, met de ludieke kwinkslag die hen typeert. "Op zo'n moment denk ik: het oude Beerschot is terug", aldus Geerts.

"Diegene die dat spandoek bedacht heeft," zegt Eric Verhoeven, "verdient een pluim." Verhoeven was tien jaar jeugdspeler van Beerschot en bekleedde vanaf 1993 tot 2008 verschillende functies binnen de club. "Maar je moet zo'n spandoek niet linken aan de vernieuwing in de club," zegt hij, "het past veeleer in de Antwerpse mentaliteit in het algemeen. Op dat vlak komen we altijd goed uit de hoek. Ik herinner me zo ook een match tegen Beveren, toen die club nog met Afrikaantjes speelde. Ineens begonnen onze fans te roepen: 'Wij willen de sint terug!'"

Spuwen op Germinal

Eén spandoek maakt de lente niet, weten ook de Beerschotaanhangers. De vraag blijft of de bruisende Beerschotziel effectief weer opleeft. Buiten kijf staat alvast dat Vanoppen er alles aan doet om het enthousiasme uit vervlogen glorieperiodes nieuw leven in te blazen. Zo liet hij voor zijn ploeg truitjes ontwerpen op basis van de Beerschotoutfit van het seizoen 1972/73. Daarnaast schrapte hij het woord 'Germinal' uit de clubnaam, waardoor het in de volksmond weer gewoon Beerschot is. Germinal verwees naar Germinal Ekeren, de club waarmee Beerschot in 1999 een verstandshuwelijk aanging om van de ondergang gered te worden. Maar tussen de nuchtere Ekerenratio en het flamboyante Beerschotgevoel ontstond er de afgelopen twaalf jaar nooit een echte wisselwerking, wat de beleving doorgaans niet ten goede kwam. Gaandeweg begon een deel van de fanatieke Beerschotaanhang zelfs te spuwen op de Germinalmensen, onder wie ex-voorzitter Jos Verhaegen. En dus kieperde Vanoppen alles overboord wat geel-rood was. Dat leidde ook tot een nieuw logo, waarin er evenzeer aandacht is voor het roemrijke verleden van de club. Om dat nieuwe logo te gaan afgeven aan Patrick Janssens, de burgemeester van Antwerpen, hees Vanoppen zich in een berenpak. De beer is een oud symbool van Beerschot dat de vastgoedmakelaar uit Herent graag gebruikt. Al meer dan één keer kwam hij brullend een café binnen: " The bear is back!" Ook het getal dertien is een van zijn stokpaardjes, het stamnummer van het oude Beerschot. De club moest dat in 1999 door zijn financiële problemen loslaten om een doorstart te kunnen maken, maar de symboliek die aan dat getal kleeft, ligt nog heel gevoelig bij veel mensen op het Kiel. "Vanoppen informeerde zich over al die zaken heel goed," zegt Danny Geerts, "dat heb ik altijd aan hem geapprecieerd. Vanoppen heeft geen Beerschotroots, maar verdiepte zich wel in de psyche van de Beerschotsupporter. Hij ontdekte wat er leeft onder de fans en speelde daar goed op in."

Een way of life

"Vanoppen is een man met de Beerschotmentaliteit", zegt Davide D'Angello (29), ex-jeugdspeler van Beerschot en een van de oprichters van de sfeergroep Armata Viola. "Veel supporters herkennen zich in hem. Hij is niet alleen een voorzitter, maar ook een echte mens. In het Germinal Beerschottijdperk waren wij 'het crapuul van de overkant', van de groep rond Verhaegen kregen wij nooit respect. Bij Vanoppen is dat heel anders. Hij voelt zich niet te goed om met ons te praten."

Filip Boen (40) knikt begripvol als hij de uitleg van D'Angello hoort. Boen is professor sport- en bewegingspsychologie aan de KU Leuven én Beerschotsupporter. "Bij mijn eerste communie liep ik rond in Beerschottenue en schminkte ik mij zwart", lacht hij, "Ik was bezeten van Manu Sanon."

Boen, die opgroeide in Hoevenen, vindt dat Vanoppen daar scoort waar Verhaegen faalde. "Vanoppen is een identity manager", zegt hij. "Uitgerekend op dat vlak beging Verhaegen strategische blunders. Als leider moet je achter de waarden van je organisatie staan en die verpersoonlijken. In die zin is dat ludieke van Vanoppen passend, dat kolerieke, dat uitdagende, dat grootsprakerige. Hij is authentiek in het symboliseren van waarden van de Beerschotsupporter; hij is extreem, zowel in de hoogte als in de laagte." Eric Verhoeven plaatst daar een kanttekening bij: "De Antwerpse humor heeft Vanoppen niet onder de knie. Maar dat is geen schande, want hij is niet van Antwerpen."

Boen heeft op Vanoppen heel wat aan te merken, zegt hij. "Zeker qua financiën heb ik er niet honderd procent vertrouwen in," zegt hij, "maar af en toe hoor ik hem weleens een marketingterm zoals ' branding' in de mond nemen. Hij houdt zich met zulke dingen bezig. Dat is het positieve aan hem, en misschien ook het manipulatieve. Verhaegen was blind voor wat er leefde. In 2010 ging hij op de Bosuil een derby spelen terwijl daar totaal geen draagvlak voor was. Hij schoot ook de mogelijkheid van een fusie met Antwerp nooit expliciet af. Over zijn visie communiceerde hij altijd ambigu of niet naar de supporters toe. Hij stond ver van hen. Verhaegen leek het voetbal te zien als een spelletje waarmee hij zich amuseerde, hij leek nooit echt begrepen te hebben hoe belangrijk veel Beerschotsupporters de club vinden. Voor hen is Beerschot een way of life."

Vanoppen acht de fans wél belangrijk, zegt Boen. "Soms misschien zelfs te belangrijk. Je kunt hen ook te veel naar de mond praten. Toen ik hem eerst schamper zag doen over een overeenkomst die hem verplichtte ook vorig jaar een derby tegen Antwerp te spelen en later hoorde dat hij een zware boete kreeg omdat dat contract er echt blijkt te zijn, ging er bij mij een rood lampje branden. Maar dynamiek creëert hij intussen wel."

Aangetrouwde familie

Over de mate waarin Vanoppen opnieuw vuur kreeg in Beerschot, lopen de meningen evenwel uiteen. "Ik zie net minder ambiance dan enkele jaren geleden", zegt Eric Verhoeven. "Dat heeft volgens mij ook te maken met de resultaten. Het nieuwe retrotruitje is in de fanshop een succes - en terecht - maar over een echt enthousiasme zou ik niet spreken. We kunnen moeilijk stellen dat Beerschot op dit moment een hype is."

"Het vuur is er wel weer," zegt Danny Geerts, "maar het moet toch nog verder aangewakkerd worden. Ik vind het vooral jammer dat er nu veel minder toeschouwers zijn dan ik verwacht had, en zeker ook dan Patrick verwacht had." De evolutie van het gemiddelde aantal toeschouwers (zie grafiek) toont dat er niet meer volk naar de thuismatchen komt. De tactiek van Vanoppen zorgde er kennelijk niet voor dat de Beerschotdiehards die afhaakten in het Germinal Beerschottijdperk weer verleid worden. Siegfried van Doren (48) bijvoorbeeld, die zo'n zestien jaar de fanshop van het oude Beerschot uitbaatte, raakte nooit in de ban van Germinal Beerschot en springt ook nu niet weer op de kar. Op het oude Beerschot was hij zo verliefd dat hij de gevel van zijn huis paars-wit schilderde. En zo ziet die gevel er vandaag nog altijd uit. "Ik ben supporter van een club die niet meer bestaat", zegt Van Doren. "Een van de redenen waarom ik afhaakte, is dat we ons stamnummer kwijt waren. Dat stamnummer is je verleden." Het nieuwe Beerschot noemt Van Doren fake. "Er wordt gedaan alsof het oude Beerschot herleeft, maar dat is niet zo. Als je madam dood is, mag je voor haar zo veel nieuwe kleedjes kopen als je wilt, dat brengt haar niet terug."

Het gevoel dat het oude Beerschot opwekte bij mensen die de club in de jaren tachtig als volwassenen volgden, is niet iets wat zomaar uit een kast te halen valt. Dat blijkt ook uit de uitleg van Geerts, die evenwel niet afhaakte. "Al meer dan 45 jaar doe ik bij elke thuismatch hetzelfde traject", vertelt Geerts. "Nu met de auto, vroeger met de tram. Tram twee. Afstappen aan frituur Richard, honderd meter wandelen, tot aan het Chinees restaurant, en daar naar rechts, de Atletenstraat in, waar je dan de grote tempel ziet. ( lacht) Ik herinner mij nog mijn eerste match, in het seizoen 1966/67, tegen Anderlecht. Ik weet nog hoe alle supporters rond mij stampten op de houten planken. Ik werd bevangen door de sfeer. Beerschot won, ik was verkocht. Het is zoals trouwen. En die andere supporters, dat is dan je aangetrouwde familie. Het voetbal blijft het belangrijkste, maar je bouwt ook een vriendenkring op van mensen die allemaal even zot worden als Beerschot scoort. Samen met die mensen opleven omdat je wint tegen Anderlecht en samen met die mensen vloeken omdat je - ook typisch voor Beerschot - een week later in Diest met 3-0 de boot ingaat, dát is het Beerschotgevoel. En dat echte Beerschotgevoel is voor mij gestorven op 9 mei 1999, na de laatste match van het oude Beerschot, tegen Rita Berlaar. En ik ben wel katholiek opgevoed, maar ik geloof niet in een leven na de dood." Toch heeft Geerts er niks op tegen dat Vanoppen het oude vuur weer probeert aan te wakkeren. "Integendeel", zegt hij. "Ergens ben ik trots omdat de club weer Beerschot heet, anderzijds komt het mij nu allemaal wat te geforceerd over."

Tegendraadse Antwerpenaren

Eric Verhoeven slaat dezelfde toon aan. Net als Geerts mist Verhoeven, 53 jaar intussen, weinig wedstrijden, hoewel ook hij zegt: "Beerschot komt niet meer terug. Genk is ook niet meer Waterschei of Winterslag, je stiefzoon is ook je echte zoon niet. Dat bedoel ik niet slecht, dat is nu eenmaal zo. Als je eens gereanimeerd bent, heb je toch wat van je pluimen verloren."

Verhoeven houdt er niet zo van dat Vanoppen altijd maar focust op dat oude Beerschot. "Hij moet dat niet altijd naar voren schuiven. Dat komt voor mij niet geloofwaardig over, ook al omdat de mensen die nu voor de club werken geen locals zijn. Die kennen het dus niet. Indertijd waren wij een arme club, maar hadden we een échte identiteit, geen gecreëerde. Zo'n gevoel komt automatisch, je kunt dat niet kunstmatig opwekken."

Psycholoog Boen is het daar niet helemaal mee eens. "Je kunt zoiets wel een klein beetje maken", zegt hij. "Beter het wat forceren dan niks te doen, zoals Verhaegen." Maar Verhoeven blijft bij zijn stelling: "Je moet iemand geen muts opzetten als hij daar de behoefte niet toe voelt. Die zal die zelf wel opzetten als hij daar klaar voor is. Als je dat forceert, krijg je het omgekeerde effect. Dat is het tegendraadse dat Antwerpenaren in zich hebben. Er moet een betrokkenheid vanuit de buik komen en dat heeft wat tijd nodig." Verhoeven viel dan ook niet van zijn stoel toen hij merkte dat de naamsverandering nog geen effect heeft op de toeschouwersaantallen.

Ook Chris Goossens (54), de clubdokter sinds 1991, werd niet wild toen hij hoorde dat de club opnieuw Beerschot zou heten. "Als de clubnaam veranderd was in FC Vanoppen, had ik geen ander gevoel gehad dan nu," zegt hij, "al kan ik mij wel voorstellen dat heel wat supporters euforisch zijn omdat we weer Beerschot heten." Dat beaamt Davide D'Angello van Armata Viola. "De terugkeer naar de naam Beerschot betekent voor ons heel veel", zegt hij. "Beerschot is meer dan een naam."

Het frappante is dus dat mensen die rond de dertig jaar zijn of jonger, zoals de 29-jarige D'Angello, meer belang hechten aan de terugkeer naar de oude waarden dan mensen als Geerts, Verhoeven of Goossens, die het oude Beerschot veel bewuster meemaakten. "Die jonge dertigers", aldus Goossens, "herinneren zich dat ze aan de hand van papa naar het oude Beerschot gingen kijken. Die nostalgie is voor hen heel belangrijk. Maar iemand als ik maakte de zwanenzang van dat oude Beerschot als volwassene mee. Ik zag donkere hoekjes van de club, die supporters nooit zagen. Dan bekijk je het anders." Danny Geerts zegt: "Die jonge dertigers hebben het origineel niet of onvoldoende gekend. Als zij over Beerschot praten, hebben ze het over iets anders dan wij. Ik begrijp dat, dat is geen probleem. Maar het gevolg is dat die jonge dertigers vandaag wat sneller overtuigd zijn door het nieuwe project dan iemand als ik."

DOOR KRISTOF DE RYCK - BEELDEN: IMAGEGLOBE

"Het echte Beerschotgevoel, dat is voor mij gestorven op 9 mei 1999."

Danny Geerts "We kunnen moeilijk stellen dat Beerschot op dit moment een hype is."

Eric Verhoeven

Bij Beerschot zijn ze er nog altijd mee aan het lachen, met het spandoek waarop 'TELUG VLIEND?' stond. "Schitterend, hé", zegt Danny Geerts, 53 jaar, supporter sinds zijn achtste en persverantwoordelijke en huisjournalist van de club vanaf 2005 tot 2011. Zo'n drie weken geleden toonden enkele supporters dat spandoek bij de thuismatch tegen Lierse. De vraag was gericht aan de bezoekende doelman, de Japanner Eiji Kawashima. Die had op 19 augustus 2011, tijdens Lierse-Beerschot, een spreekkoor over zich gekregen. "Fukushima!", tierden toen enkele mensen vanuit het vak met Beerschotsupporters, verwijzend naar de kernramp die eerder vorig jaar zijn thuisland trof. Het spreekkoor ging de wereld rond. Patrick Vanoppen, managing director van Beerschot, trok naar de Japanse ambassadeur om excuses aan te bieden. En op tweede kerstdag toonden dus ook de Beerschotfans berouw, met de ludieke kwinkslag die hen typeert. "Op zo'n moment denk ik: het oude Beerschot is terug", aldus Geerts. "Diegene die dat spandoek bedacht heeft," zegt Eric Verhoeven, "verdient een pluim." Verhoeven was tien jaar jeugdspeler van Beerschot en bekleedde vanaf 1993 tot 2008 verschillende functies binnen de club. "Maar je moet zo'n spandoek niet linken aan de vernieuwing in de club," zegt hij, "het past veeleer in de Antwerpse mentaliteit in het algemeen. Op dat vlak komen we altijd goed uit de hoek. Ik herinner me zo ook een match tegen Beveren, toen die club nog met Afrikaantjes speelde. Ineens begonnen onze fans te roepen: 'Wij willen de sint terug!'" Eén spandoek maakt de lente niet, weten ook de Beerschotaanhangers. De vraag blijft of de bruisende Beerschotziel effectief weer opleeft. Buiten kijf staat alvast dat Vanoppen er alles aan doet om het enthousiasme uit vervlogen glorieperiodes nieuw leven in te blazen. Zo liet hij voor zijn ploeg truitjes ontwerpen op basis van de Beerschotoutfit van het seizoen 1972/73. Daarnaast schrapte hij het woord 'Germinal' uit de clubnaam, waardoor het in de volksmond weer gewoon Beerschot is. Germinal verwees naar Germinal Ekeren, de club waarmee Beerschot in 1999 een verstandshuwelijk aanging om van de ondergang gered te worden. Maar tussen de nuchtere Ekerenratio en het flamboyante Beerschotgevoel ontstond er de afgelopen twaalf jaar nooit een echte wisselwerking, wat de beleving doorgaans niet ten goede kwam. Gaandeweg begon een deel van de fanatieke Beerschotaanhang zelfs te spuwen op de Germinalmensen, onder wie ex-voorzitter Jos Verhaegen. En dus kieperde Vanoppen alles overboord wat geel-rood was. Dat leidde ook tot een nieuw logo, waarin er evenzeer aandacht is voor het roemrijke verleden van de club. Om dat nieuwe logo te gaan afgeven aan Patrick Janssens, de burgemeester van Antwerpen, hees Vanoppen zich in een berenpak. De beer is een oud symbool van Beerschot dat de vastgoedmakelaar uit Herent graag gebruikt. Al meer dan één keer kwam hij brullend een café binnen: " The bear is back!" Ook het getal dertien is een van zijn stokpaardjes, het stamnummer van het oude Beerschot. De club moest dat in 1999 door zijn financiële problemen loslaten om een doorstart te kunnen maken, maar de symboliek die aan dat getal kleeft, ligt nog heel gevoelig bij veel mensen op het Kiel. "Vanoppen informeerde zich over al die zaken heel goed," zegt Danny Geerts, "dat heb ik altijd aan hem geapprecieerd. Vanoppen heeft geen Beerschotroots, maar verdiepte zich wel in de psyche van de Beerschotsupporter. Hij ontdekte wat er leeft onder de fans en speelde daar goed op in." "Vanoppen is een man met de Beerschotmentaliteit", zegt Davide D'Angello (29), ex-jeugdspeler van Beerschot en een van de oprichters van de sfeergroep Armata Viola. "Veel supporters herkennen zich in hem. Hij is niet alleen een voorzitter, maar ook een echte mens. In het Germinal Beerschottijdperk waren wij 'het crapuul van de overkant', van de groep rond Verhaegen kregen wij nooit respect. Bij Vanoppen is dat heel anders. Hij voelt zich niet te goed om met ons te praten." Filip Boen (40) knikt begripvol als hij de uitleg van D'Angello hoort. Boen is professor sport- en bewegingspsychologie aan de KU Leuven én Beerschotsupporter. "Bij mijn eerste communie liep ik rond in Beerschottenue en schminkte ik mij zwart", lacht hij, "Ik was bezeten van Manu Sanon." Boen, die opgroeide in Hoevenen, vindt dat Vanoppen daar scoort waar Verhaegen faalde. "Vanoppen is een identity manager", zegt hij. "Uitgerekend op dat vlak beging Verhaegen strategische blunders. Als leider moet je achter de waarden van je organisatie staan en die verpersoonlijken. In die zin is dat ludieke van Vanoppen passend, dat kolerieke, dat uitdagende, dat grootsprakerige. Hij is authentiek in het symboliseren van waarden van de Beerschotsupporter; hij is extreem, zowel in de hoogte als in de laagte." Eric Verhoeven plaatst daar een kanttekening bij: "De Antwerpse humor heeft Vanoppen niet onder de knie. Maar dat is geen schande, want hij is niet van Antwerpen." Boen heeft op Vanoppen heel wat aan te merken, zegt hij. "Zeker qua financiën heb ik er niet honderd procent vertrouwen in," zegt hij, "maar af en toe hoor ik hem weleens een marketingterm zoals ' branding' in de mond nemen. Hij houdt zich met zulke dingen bezig. Dat is het positieve aan hem, en misschien ook het manipulatieve. Verhaegen was blind voor wat er leefde. In 2010 ging hij op de Bosuil een derby spelen terwijl daar totaal geen draagvlak voor was. Hij schoot ook de mogelijkheid van een fusie met Antwerp nooit expliciet af. Over zijn visie communiceerde hij altijd ambigu of niet naar de supporters toe. Hij stond ver van hen. Verhaegen leek het voetbal te zien als een spelletje waarmee hij zich amuseerde, hij leek nooit echt begrepen te hebben hoe belangrijk veel Beerschotsupporters de club vinden. Voor hen is Beerschot een way of life." Vanoppen acht de fans wél belangrijk, zegt Boen. "Soms misschien zelfs te belangrijk. Je kunt hen ook te veel naar de mond praten. Toen ik hem eerst schamper zag doen over een overeenkomst die hem verplichtte ook vorig jaar een derby tegen Antwerp te spelen en later hoorde dat hij een zware boete kreeg omdat dat contract er echt blijkt te zijn, ging er bij mij een rood lampje branden. Maar dynamiek creëert hij intussen wel." Over de mate waarin Vanoppen opnieuw vuur kreeg in Beerschot, lopen de meningen evenwel uiteen. "Ik zie net minder ambiance dan enkele jaren geleden", zegt Eric Verhoeven. "Dat heeft volgens mij ook te maken met de resultaten. Het nieuwe retrotruitje is in de fanshop een succes - en terecht - maar over een echt enthousiasme zou ik niet spreken. We kunnen moeilijk stellen dat Beerschot op dit moment een hype is." "Het vuur is er wel weer," zegt Danny Geerts, "maar het moet toch nog verder aangewakkerd worden. Ik vind het vooral jammer dat er nu veel minder toeschouwers zijn dan ik verwacht had, en zeker ook dan Patrick verwacht had." De evolutie van het gemiddelde aantal toeschouwers (zie grafiek) toont dat er niet meer volk naar de thuismatchen komt. De tactiek van Vanoppen zorgde er kennelijk niet voor dat de Beerschotdiehards die afhaakten in het Germinal Beerschottijdperk weer verleid worden. Siegfried van Doren (48) bijvoorbeeld, die zo'n zestien jaar de fanshop van het oude Beerschot uitbaatte, raakte nooit in de ban van Germinal Beerschot en springt ook nu niet weer op de kar. Op het oude Beerschot was hij zo verliefd dat hij de gevel van zijn huis paars-wit schilderde. En zo ziet die gevel er vandaag nog altijd uit. "Ik ben supporter van een club die niet meer bestaat", zegt Van Doren. "Een van de redenen waarom ik afhaakte, is dat we ons stamnummer kwijt waren. Dat stamnummer is je verleden." Het nieuwe Beerschot noemt Van Doren fake. "Er wordt gedaan alsof het oude Beerschot herleeft, maar dat is niet zo. Als je madam dood is, mag je voor haar zo veel nieuwe kleedjes kopen als je wilt, dat brengt haar niet terug." Het gevoel dat het oude Beerschot opwekte bij mensen die de club in de jaren tachtig als volwassenen volgden, is niet iets wat zomaar uit een kast te halen valt. Dat blijkt ook uit de uitleg van Geerts, die evenwel niet afhaakte. "Al meer dan 45 jaar doe ik bij elke thuismatch hetzelfde traject", vertelt Geerts. "Nu met de auto, vroeger met de tram. Tram twee. Afstappen aan frituur Richard, honderd meter wandelen, tot aan het Chinees restaurant, en daar naar rechts, de Atletenstraat in, waar je dan de grote tempel ziet. ( lacht) Ik herinner mij nog mijn eerste match, in het seizoen 1966/67, tegen Anderlecht. Ik weet nog hoe alle supporters rond mij stampten op de houten planken. Ik werd bevangen door de sfeer. Beerschot won, ik was verkocht. Het is zoals trouwen. En die andere supporters, dat is dan je aangetrouwde familie. Het voetbal blijft het belangrijkste, maar je bouwt ook een vriendenkring op van mensen die allemaal even zot worden als Beerschot scoort. Samen met die mensen opleven omdat je wint tegen Anderlecht en samen met die mensen vloeken omdat je - ook typisch voor Beerschot - een week later in Diest met 3-0 de boot ingaat, dát is het Beerschotgevoel. En dat echte Beerschotgevoel is voor mij gestorven op 9 mei 1999, na de laatste match van het oude Beerschot, tegen Rita Berlaar. En ik ben wel katholiek opgevoed, maar ik geloof niet in een leven na de dood." Toch heeft Geerts er niks op tegen dat Vanoppen het oude vuur weer probeert aan te wakkeren. "Integendeel", zegt hij. "Ergens ben ik trots omdat de club weer Beerschot heet, anderzijds komt het mij nu allemaal wat te geforceerd over." Eric Verhoeven slaat dezelfde toon aan. Net als Geerts mist Verhoeven, 53 jaar intussen, weinig wedstrijden, hoewel ook hij zegt: "Beerschot komt niet meer terug. Genk is ook niet meer Waterschei of Winterslag, je stiefzoon is ook je echte zoon niet. Dat bedoel ik niet slecht, dat is nu eenmaal zo. Als je eens gereanimeerd bent, heb je toch wat van je pluimen verloren." Verhoeven houdt er niet zo van dat Vanoppen altijd maar focust op dat oude Beerschot. "Hij moet dat niet altijd naar voren schuiven. Dat komt voor mij niet geloofwaardig over, ook al omdat de mensen die nu voor de club werken geen locals zijn. Die kennen het dus niet. Indertijd waren wij een arme club, maar hadden we een échte identiteit, geen gecreëerde. Zo'n gevoel komt automatisch, je kunt dat niet kunstmatig opwekken." Psycholoog Boen is het daar niet helemaal mee eens. "Je kunt zoiets wel een klein beetje maken", zegt hij. "Beter het wat forceren dan niks te doen, zoals Verhaegen." Maar Verhoeven blijft bij zijn stelling: "Je moet iemand geen muts opzetten als hij daar de behoefte niet toe voelt. Die zal die zelf wel opzetten als hij daar klaar voor is. Als je dat forceert, krijg je het omgekeerde effect. Dat is het tegendraadse dat Antwerpenaren in zich hebben. Er moet een betrokkenheid vanuit de buik komen en dat heeft wat tijd nodig." Verhoeven viel dan ook niet van zijn stoel toen hij merkte dat de naamsverandering nog geen effect heeft op de toeschouwersaantallen. Ook Chris Goossens (54), de clubdokter sinds 1991, werd niet wild toen hij hoorde dat de club opnieuw Beerschot zou heten. "Als de clubnaam veranderd was in FC Vanoppen, had ik geen ander gevoel gehad dan nu," zegt hij, "al kan ik mij wel voorstellen dat heel wat supporters euforisch zijn omdat we weer Beerschot heten." Dat beaamt Davide D'Angello van Armata Viola. "De terugkeer naar de naam Beerschot betekent voor ons heel veel", zegt hij. "Beerschot is meer dan een naam." Het frappante is dus dat mensen die rond de dertig jaar zijn of jonger, zoals de 29-jarige D'Angello, meer belang hechten aan de terugkeer naar de oude waarden dan mensen als Geerts, Verhoeven of Goossens, die het oude Beerschot veel bewuster meemaakten. "Die jonge dertigers", aldus Goossens, "herinneren zich dat ze aan de hand van papa naar het oude Beerschot gingen kijken. Die nostalgie is voor hen heel belangrijk. Maar iemand als ik maakte de zwanenzang van dat oude Beerschot als volwassene mee. Ik zag donkere hoekjes van de club, die supporters nooit zagen. Dan bekijk je het anders." Danny Geerts zegt: "Die jonge dertigers hebben het origineel niet of onvoldoende gekend. Als zij over Beerschot praten, hebben ze het over iets anders dan wij. Ik begrijp dat, dat is geen probleem. Maar het gevolg is dat die jonge dertigers vandaag wat sneller overtuigd zijn door het nieuwe project dan iemand als ik." DOOR KRISTOF DE RYCK - BEELDEN: IMAGEGLOBE"Het echte Beerschotgevoel, dat is voor mij gestorven op 9 mei 1999." Danny Geerts "We kunnen moeilijk stellen dat Beerschot op dit moment een hype is." Eric Verhoeven