door Loes Geuens
...

door Loes GeuensIn augustus 2006, vlak na het Landisfiasco in de Ronde van Frankrijk, gaf UCI-voorzitter Pat McQuaid aan twee onderzoeksteams de opdracht tot een diepgaande studie over dopinggebruik in de wielersport. Na goed twee jaar zijn de studies afgerond en de eerste algemene resultaten en conclusies vrijgegeven. Professor Sturbois van de universiteit van Louvain-la-Neuve verzamelde zijn informatie in en rond het profpeloton. Hij vroeg (ex-)renners, ploegleiders, managers, dokters, verzorgers en federaties hoe er over doping gedacht werd. Sturbois kwam tot de conclusie dat doping een veelzijdig beestje is en daardoor moeilijk te bestrijden. De verleidingen om doping te gebruiken zijn veelzijdig en krachtig. Renners nemen doping omdat ze op die manier toegang krijgen tot een ploeg en rijkdom kunnen vergaren, om sociaal prestige op te bouwen, maar ook als een vluchtweg uit de realiteit en een manier om de soms ondraaglijke druk aan te kunnen. Bepaalde soorten van doping worden ook gebruikt om te ontspannen en te feesten. In het profpeloton hebben velen hun twijfels bij de effectiviteit van de dopingcontroles. Nog steeds leeft sterk het gevoel dat 'de valsspelers altijd winnen'. Verder voelen velen zich machteloos omdat enkel de individuele renner gestraft wordt en de ploegleiding vrijuit gaat. Ook het feit dat de dopingleveranciers straffeloos hun praktijken kunnen voortzetten, geeft aanleiding tot behoorlijk wat frustratie. De meeste renners hebben geen enkel benul van de schadelijke effecten van dopingproducten. Ze geloven heilig in de prestatiebevorderende effecten ervan. Er is bovendien een groot gebrek aan neutrale informatie die ploegleiders en verzorgers kan helpen om het maximale uit hun renners te halen door middel van professionele trainingsbegeleiding. Doping duikt vaak al heel vroeg in de carrière van een renner op. Daarom drukt Sturbois erop dat goede omkadering en structuren voor de jeugd een topprioriteit zijn. Het risico op dopinggebruik verhoogt naarmate de renner mentaal minder sterk is en naarmate zijn begeleiders overdreven nadruk leggen op het behalen van succes. Op dat aspect gaat het tweede onderzoek van consultancybedrijf AlteRHego dieper in. Zij deden onderzoek bij toprenners uit alle disciplines van de wielersport en stelden psychologische en sociologische profielen op. Ze kwamen tot de conclusie dat topsporters sowieso gevoeliger zijn voor doping en verslaving, net omwille van bepaalde karaktertrekken die ervoor zorgen dat ze aan de top komen: op zoek gaan naar uitdagingen, afhankelijkheid van beloning, risico's niet schuwen ... Ook renners die niet graag samenwerken met anderen en niet goed overweg kunnen met hun emoties hebben meer kans om doping te nemen dan anderen, evenals renners die op jonge leeftijd al erg veel wedstrijden moeten afwerken of sterk onder druk gezet worden om te presteren. Renners die naast hun sportieve carrière ook nog studeren of werken of die al zicht hebben op een carrière na de fiets, zijn minder geneigd om hun toevlucht te zoeken in verboden middelen.