Een poging om Onur Kaya te laten poseren aan de drukke Guldenvlieslaan in hartje Brussel loopt op een sisser af. De dertiger van KV Mechelen loopt niet graag in de kijker en de koopjesjagers die op hem lijken af te stormen zijn er net iets te veel aan. De schroom bij Kaya valt pas weg wanneer hij plaatsneemt in een brasserie aan de achterzijde van het luxueuze The Hotel Brussels, de opvolger van het Hiltonhotel. De zoon van twee Turkse arbeiders kent de buurt als zijn broekzak - zijn jeugd speelde zich af in een straal van maximaal vijf kilometer van de chique winkelzone. De Brusselse ket groeide op aan de Beurs, in Vorst en Sint-Gillis en woont al enkele jaren in Anderlecht. 'Ik hou van Brussel', zegt Onur Kaya. 'Ik heb er dus moeite mee wanneer ik de zoveelste minachtende opmerking krijg over mijn stad. Ze zeggen dan: 'Jij woont dus in Brussel.' Alsof het over Afghanistan of the Bronx gaat. Mensen zitten vol vooroordelen. Is Brussel de mooiste stad ter wereld? Helemaal niet! Maar het is niet zo lelijk als sommigen beweren. Ik zou in België nergens anders kunnen wonen. Bij alle clubs waar ik gespeeld heb, pendelde ik altijd vanuit Brussel. Bij Charleroi deed ik aan carpooling met Hervé Kage, bij Lokeren met Gregory Mertens en bij Zulte Waregem met Bryan Verboom en Bruno Godeau.'
...

Een poging om Onur Kaya te laten poseren aan de drukke Guldenvlieslaan in hartje Brussel loopt op een sisser af. De dertiger van KV Mechelen loopt niet graag in de kijker en de koopjesjagers die op hem lijken af te stormen zijn er net iets te veel aan. De schroom bij Kaya valt pas weg wanneer hij plaatsneemt in een brasserie aan de achterzijde van het luxueuze The Hotel Brussels, de opvolger van het Hiltonhotel. De zoon van twee Turkse arbeiders kent de buurt als zijn broekzak - zijn jeugd speelde zich af in een straal van maximaal vijf kilometer van de chique winkelzone. De Brusselse ket groeide op aan de Beurs, in Vorst en Sint-Gillis en woont al enkele jaren in Anderlecht. 'Ik hou van Brussel', zegt Onur Kaya. 'Ik heb er dus moeite mee wanneer ik de zoveelste minachtende opmerking krijg over mijn stad. Ze zeggen dan: 'Jij woont dus in Brussel.' Alsof het over Afghanistan of the Bronx gaat. Mensen zitten vol vooroordelen. Is Brussel de mooiste stad ter wereld? Helemaal niet! Maar het is niet zo lelijk als sommigen beweren. Ik zou in België nergens anders kunnen wonen. Bij alle clubs waar ik gespeeld heb, pendelde ik altijd vanuit Brussel. Bij Charleroi deed ik aan carpooling met Hervé Kage, bij Lokeren met Gregory Mertens en bij Zulte Waregem met Bryan Verboom en Bruno Godeau.' In april wordt Kaya 34. Hij is op een leeftijd gekomen waar hij enkel nog kan dromen van een mooi afscheid. 'Hoe meer het einde nadert, hoe langer je het wil rekken. Als ik Igor de Camargo bezig zie, dan wil ik nog enkele jaren spelen. Ik zal 35 jaar zijn wanneer mijn contract bij KV Mechelen afloopt en ik hoop daarna nog een jaar te voetballen. Ik kan nog even mee, maar ik ben geen Timmy Simons die het tot zijn 41e heeft volgehouden. De dag dat mijn lichaam niet meer mee wil, stop ik ermee.' Enkel een zware blessure kan je van je doel afhouden? ONUR KAYA: 'Om blessurevrij te blijven, moet je geluk hebben en je lichaam goed verzorgen. In Nederland kon ik gemakkelijk twee tot drie keer per week uitgaan zonder daar de gevolgen van te ondervinden. Mijn lichaam kon dat toen aan. Nu leg ik mezelf al een aantal jaar een bepaalde discipline op: twee dagen voor een match kom ik niet meer buiten, zelfs niet om op restaurant te gaan, en na elke training ga ik een uur tot anderhalf uur slapen. Het lichaam van een voetballer heeft dat nodig. Vijftien jaar geleden kreeg ik in Nederland te horen dat ik dankzij mijn stramme spieren nooit last zou hebben van een scheur. De man in kwestie, die ik al lachend Merlijn de Tovenaar noem, had gelijk. Ik ben één week out geweest met een verrekking aan de hamstrings, voor de rest heb ik nooit last gehad van een spierblessure.' Moet een voetballer niet lenig zijn zoals vaak wordt gezegd? KAYA: 'Bullshit. We zijn geen gymnasten, maar zeker de helft van de spelers zijn zo stijf als een hark. Ik kan mij niet eens volledig bukken. Stretchoefeningen zijn een drama voor mij. Een voetballer die helemaal pijnvrij speelt, bestaat trouwens niet... Ik weet wat mijn zwakke punten zijn: de onderrug, de heupen en de adductoren. Ik ben op consultatie geweest bij een osteopaat en blijkbaar is de rechterzijde van mijn lichaam geblokkeerd door een aandoening aan mijn darmen. Daarom heb ik vaak last van mijn maag. Ik neem medicatie en sindsdien heb ik minder last van mijn rug. Ik ken mijn lichaam en ik weet dat mijn problemen mij niet beletten om te voetballen. Maar veel spelers weten niet wanneer ze moeten stoppen en op een bepaald moment knakt hun lichaam gewoon. Vooral jonge spelers moeten tegen zichzelf beschermd worden.' Slaag je erin om je kennis door te geven aan de jongere generatie? Wat zeg je bijvoorbeeld aan een Aster Vranckx? KAYA: 'Ik spreek vaak met Aster. Die jongen komt nu met roze schoenen aandraven, die hij weliswaar van Nike heeft gekregen. Ik zou hem dan willen zeggen: 'Man, je bent 17 jaar. Voor je eigen bestwil is het beter dat je die schoenen opbergt.' Na een paar slechte matchen zullen de mensen hem niet sparen. Zo gaat dat in België. Ik was al voorbij de 25 toen ik met gekleurde schoenen ben beginnen te spelen.' In welke mate luistert Vranckx naar jou? KAYA: 'We hebben dezelfde makelaar. Hij moet wel luisteren. ( lacht) Kijk: de tijden zijn veranderd. Toen ik als jongere de kleedkamer van Vitesse binnenkwam, was ik enorm onder de indruk van de dertigers. Vroeger zat je als youngster niet aan dezelfde tafel als de ouderen. Nu wordt dat getolereerd. Antwoorden tegen een oudere speler? Dat was not done. Je hield gewoon je mond. De jongeren van tegenwoordig zijn minder vertrouwd met het woord respect.' Op 11 februari 2006 kreeg je tegen Heerenveen je eerste basisplaats bij Vitesse. Welke herinneringen houd je daar veertien jaar later aan over? KAYA: 'Ik ben dat seizoen een paar keer titularis geweest en ik mocht regelmatig invallen. Het seizoen daarna volgde de doorbraak en op het eind was het AZ van Louis van Gaal geïnteresseerd. In mijn derde seizoen in de A-kern speelde ik plots niet meer. Aad de Mos zette mij toen buitenspel door een andere speler te halen voor mijn positie. De Mos zal ik nooit meer een hand geven en ik ben zeker niet de enige die er zo over denkt... Ik heb mijn carrière bij Vitesse aan twee mensen te danken: Theo Bos, die intussen overleden is, en Pascal Jansen, nu assistent bij AZ. Ze haalden mij op bij Anderlecht toen duidelijk werd dat ik geen profcontract zou krijgen. Niet veel later moest Dries Mertens daar ook weg. Hij heeft een echte hindernissenbaan moeten afleggen om er te geraken, maar het is hem toch gelukt.' Was dat traject niet voor jou weggelegd? KAYA: 'Ik sprak er onlangs nog over met Thibaut Peyre en Clément Tainmont. We zeiden tegen elkaar: wat hebben wij verkeerd gedaan? Zou ik bij Barcelona of Napoli gespeeld hebben? Natuurlijk niet. Maar het helpt wel om op het juiste moment op de juiste plek te zijn. Mijn geluksbrenger was Francky Dury, die mijn carrière opnieuw lanceerde toen ik in de put zat bij Lokeren. Mijn parcours had er beter kunnen uitzien, maar ik had ook dieper kunnen wegzakken.' Lokeren is de enige club waar je niet gescoord hebt. Is er iets dat je nu anders gedaan zou hebben? KAYA: 'De eerste zes maanden waren oké. Ik wisselde basisplaatsen af met korte invalbeurten. Waarom ik het seizoen daarop compleet genegeerd werd door Peter Maes weet ik niet. Ik kreeg zelfs geen minuten in een overbodige Europa Leaguewedstrijd. De sfeer was niet goed en ik ging met lood in de schoenen trainen. Op dat moment werden er spelletjes met mij gespeeld. Van een ding heb ik spijt: dat ik mijn mond toen niet heb opengetrokken. Ik dacht aan mijn toekomst en ik had schrik dat elk woord tegen mij gebruikt zou kunnen worden. Achteraf gezien heb ik spijt dat ik veel te braaf ben geweest... Mocht ik nu hetzelfde meemaken, dan zou ik wel uitleg gaan vragen aan de trainer.' Had je niet beter Roger Lambrecht aangesproken over jouw situatie?KAYA: 'Ik zag Roger Lambrecht voor het eerst in maanden tijdens de transferonderhandelingen met Zulte Waregem op de winterstage in Spanje. Ik was verondersteld om naar Cercle te gaan. Ze wilden mij huren met een optie op een extra jaar als ze in eerste klasse bleven. Toen kwam mijn makelaar met het voorstel van Zulte Waregem en op financieel vlak kwamen we er snel uit. Lokeren deed moeilijk: aan Zulte Waregem vroegen ze een hogere prijs dan aan Cercle. Ik werd knettergek. Ik heb toen druk gezet op Roger Lambrecht en Willy Reynders: 'Jullie gaan nu het bod van Zulte Waregem accepteren of anders ontplof ik.'' Vijf jaar na je mislukt avontuur bij Lokeren ben je aanvoerder van KV Mechelen. KAYA: 'Na mijn eerste of tweede training vorig seizoen is Dennis van Wijk bij mij gekomen met de vraag of ik een van de aanvoerders wilde worden. Mijn eerste reflex was vragen aan de andere aanvoerders Seth De Witte en Tim Matthys of zij het oké vonden. Als nieuwkomer moet je vermijden om op de tenen te trappen van de anciens. En ik onthoud dat KV Mechelen mij meteen het gevoel gaf dat ik geliefd was en dat is altijd leuk als je bij een nieuwe club aankomt.' Bij het aanvoerderschap horen ook privileges. Na een slechte match zal je toch gemakkelijker blijven staan? KAYA: 'Er zijn wellicht spelers die denken: Onur wordt nooit vervangen omdat hij kapitein is. Wat mij betreft mag een trainer zijn aanvoerder op elk moment van het veld halen. Jongeren moeten hun plaats kennen, maar van mij mogen de ervaren spelers ook hun zegje doen. Als aanvoerder zou ik misschien minder emotioneel mogen reageren. Laatst, na de nederlaag tegen Standard, was ik nijdig. En ik kan dat niet verstoppen. Mijn voetbalschoenen zijn toen door de kleedkamer gevlogen... Ik kan op zo'n moment ook gemene dingen zeggen, maar ik als ik in de fout ben gegaan, kan ik dat gerust toegeven.' Marco Ilaimaharitra van Charleroi werd begin november in jullie stadion racistisch behandeld door een supporter. Is het jouw rol als aanvoerder om die supporter te interpelleren? KAYA: 'Ik zag dat er geduwd werd en ik hoorde dat er een supporter iets had geroepen. Meer kon ik uit dat incident niet opmaken. Je moest eens weten wat er allemaal naar mij wordt geroepen. Ik zal niet zeggen waar, maar het is altijd in hetzelfde stadion... ' Erdogan, ga terug naar je land.' Is dat niet racistisch? Alles wat met huidskleur te maken heeft, ligt gevoelig. Maar 'vuile Turk' roepen is van hetzelfde niveau als een donkere speler toeroepen dat hij bananen moet gaan eten. Nu lach ik daarmee. Soms moet je je daar gewoon voor afsluiten. Onnozelaars heb je overal en het is de verantwoordelijkheid van de club om actie te ondernemen. Geef dat soort mensen een stadionverbod en basta.' Overal waar je gespeeld hebt, was je een van de publiekslievelingen. Bij Zulte Waregem hadden de supporters zelfs een liedje voor jou. Leg eens uit hoe dat komt? KAYA: 'Het ligt wellicht aan mijn winnaarsmentaliteit. Ik vecht voor elke bal, ik ben heel expressief op een veld, maar soms kan ik over de rooie gaan. Ik zit aan acht gele kaarten en vijf daarvan waren voor reclameren. Mijn reputatie begint mij stilaan te achtervolgen. Voor de match krijg ik al een waarschuwing van de scheidsrechters: 'Onur, doe het vandaag een beetje rustig aan of anders krijg je geel.' Soms zeg ik al lachend aan mijn ploegmaats: als ik verbaal agressief ben tegen de scheidsrechter, dan zit ik in de match. Dat gaat er niet meer uit, hoor. Maar ik heb nog nooit rood gepakt en ik zal nooit een speler blesseren.' Je palmares mag er zijn: meer dan 300 wedstrijden in de Jupiler League en in de Eredivisie, drie keer de beker gewonnen en twee keer kampioen in tweede klasse. Voelt het als een gemis dat je nooit voor een Belgische topclub hebt kunnen spelen? KAYA: ( denkt na) 'Ik heb trofeeën gewonnen, Europa League gespeeld met Zulte Waregem, gescoord tegen mijn ex-club Vitesse... De factor geluk is belangrijk. Ik zal geen namen noemen, maar bepaalde spelers die in de kern van onze topclubs zitten, zijn daar niet op hun plaats. Voel ik mij miskend? Een beetje. Maar ik ben zeker niet de enige speler die onderschat wordt. Ik denk aan Selim Amallah, die bij Mouscron een gewone speler was en het nu uitstekend doet bij Standard.' Je bent een Turkse Belg van de derde generatie. Wat weet jij over de omstandigheden waarin je grootouders in België zijn aangekomen? KAYA: 'Mijn vader was dertien toen hij eind jaren zestig met zijn ouders België is binnengekomen. Ze sliepen met zeven, acht of zelfs negen personen in een ruimte van vijftien vierkante meter. Mijn ouders waren 19 en 18 toen ze elkaar ontmoetten en ze zijn helemaal onderaan de ladder moeten beginnen. Ik ben een typisch arbeiderskind. Misschien had het anders kunnen lopen als mijn vader voetballer was geworden. Hij had er sowieso aanleg voor, maar voor mijn grootvader telde maar één ding: werken. Van wat ik gehoord heb was mijn grootvader, die ik niet persoonlijk heb gekend, niet de meest joviale man. Hij heeft zijn kinderen met harde hand opgevoed... Laten we zeggen dat mijn vader geen gelukkige jeugd heeft gekend.' Hoe sterk is je band met Turkije? KAYA: 'Turkije zit in mijn genen. Maar ik zal nooit de bruggen opblazen met België. Ik ben hier opgegroeid en mijn moedertaal is Frans. Niet Turks. Ik zou bijvoorbeeld niet kunnen aarden in Istanbul. Ik word moe van al die chaos.' Je gaat binnen dit en twee jaar dus niet gewoon rentenieren in Turkije? KAYA: 'Nee! Met twee vrienden die ervaring hebben met het runnen van een horeca- en handelszaak ben ik een ijssalon aan het opstarten in Schaarbeek. De opening is voorzien voor begin april - we willen klaar zijn tegen de start van het zomerseizoen - en daarna is het de bedoeling om meerdere zaken te lanceren onder dezelfde naam. In het begin zal mijn rol beperkt blijven tot het bijwonen van de vergaderingen, maar ik weet dus dat ik na mijn carrière iets omhanden zal hebben.' Ben je een geboren zakenman? KAYA: 'Dat niet, maar ik wist al heel vroeg dat ik mijn geld niet zomaar aan van alles wilde uitgeven. Daarom heb ik op mijn 22e mijn eerste appartement gekocht in Nederland, dat ik ondertussen alweer verkocht heb. Als ik de komende jaren dezelfde levensstandaard wil behouden, dan moet ik nu investeren. De bedragen die ik nu verdien, zal ik op mijn zestigste niet meer krijgen. En ik wil niet de zoveelste voetballer zijn die berooid achterblijft. Ben ik nog op zoek naar een laatste dik contract? Als het komt, komt het. Maar ik amuseer mij bij KV Mechelen en ik heb mijn familie dicht bij. Ik sluit niets uit, maar een vertrek zit er niet meteen aan te komen.' Je bent een fanatieke supporter van Besiktas. Is het niet je ultieme droom om ooit het shirt te dragen van die club? KAYA: 'Ik kijk als supporter naar de matchen van Besiktas zoals een fan van Malinwa naar onze matchen kijkt. Geef mij een invalbeurt van één minuut bij Besiktas en ik ben de gelukkigste voetballer. Maar dat lijkt mij geen realistische droom. En mijn vader kennende zal hij mij afraden om naar Besiktas te gaan. Ik weet al wat hij zou zeggen: wat ga jij uitrichten in Turkije? Geld is een issue in het Turkse voetbal. Van mijn vader heb ik geleerd dat het beter is om minder te verdienen en 's nachts goed te slapen dan elke dag achter je geld te moeten lopen.' Je ouders kunnen dus leven met het feit dat je enkel carrière hebt gemaakt in België? KAYA: 'Mijn ouders zijn trots op wat ik bereikt heb. Ik zal nooit vergeten dat mijn vader heeft staan huilen na een gewonnen bekerfinale. Het was de enige keer dat ik hem zag wenen. Ik was blij voor hem: alle opofferingen die hij gemaakt had, waren niet voor niets geweest. Hij heeft ooit 800 kilometer op en af gereden om een match van mij te zien in Groningen... Daarom is mijn bewondering voor mijn ouders eindeloos. Ik ben hen alles verschuldigd. Ik ben een rancuneus persoon - als je mij een keer bedrogen hebt, ben je lucht voor mij - maar de mooie dingen zal ik ook nooit vergeten.'