N icolás Frutos in de lappenmand, Cyril Théréau onvoldoende, Mbo Mpenza niet in vorm, Dieumerci Mbokani weg : Anderlecht zit dit seizoen niet dik in de spitsen. Daarom is het opvallend dat de Brusselaars Mémé Tchité, vorig seizoen goed voor 20 goals in 29 wedstrijden, vlak na de uitschakeling in de Champions League lieten vertrekken naar Racing Santander. Een transfer uit financiële overwegingen, of zat er meer achter ?
...

N icolás Frutos in de lappenmand, Cyril Théréau onvoldoende, Mbo Mpenza niet in vorm, Dieumerci Mbokani weg : Anderlecht zit dit seizoen niet dik in de spitsen. Daarom is het opvallend dat de Brusselaars Mémé Tchité, vorig seizoen goed voor 20 goals in 29 wedstrijden, vlak na de uitschakeling in de Champions League lieten vertrekken naar Racing Santander. Een transfer uit financiële overwegingen, of zat er meer achter ? Mémé Tchité viel Anderlecht vorig seizoen eigenlijk zomaar in de schoot. De Congolese aanvaller van Standard wilde ondanks een forse contractverbetering niet bijtekenen en meteen kwam het zakeninstinct van Luciano D'Onofrio boven : de grote man van Standard bood de spits bij Anderlecht aan voor een bedrag van 1,5 miljoen euro. Een correcte prijs voor een speler wiens contract in de zomer van 2007 sowieso zou aflopen en die dan gratis zou kunnen vertrekken. Bij Anderlecht vroeg een aantal topmensen van het bestuur zich af of het wel aangewezen was om op het aanbod van Standard in te gaan, maar ze schikten zich uiteindelijk naar het advies van Frank Vercauteren, die zich van bij het begin heel positief uitliet over de wat eigenzinnige spits. De coach kreeg dadelijk het gelijk aan zijn kant, want Tchité bewees al op de eerste speeldag zijn waarde door op het veld van Sint-Truiden in de slotminuten twee goals aan te tekenen. Bij de volgende verplaatsing ging Tchité op zijn elan door : hij scoorde er twee op Westerlo en een week later maakte hij de enige goal in de topper tegen Club Brugge. Met vijf doelpunten in vier wedstrijden gaf Tchité duidelijk zijn visitekaartje af én stuurde hij het kampioenschap in een duidelijke richting. Standard haalde na een rampzalige start amper 2 op 12 en Club Brugge keek na vier partijen ook al tegen een achterstand van zes punten aan. De enige schaduwzijde was dat het kanon van Tchité in de Champions League zweeg, al moet je dat nuanceren. Ook de andere jongens in het offensieve compartiment, Mbark Boussoufa en Ahmed Hassan, ondervonden dat het hoogste Europese niveau andere koek is. Ondertussen deed Tchité ook naast het veld geregeld van zich spreken, zeker niet altijd in positieve zin. Het begon al toen hij niet opdaagde op een persconferentie. Toen het bestuur daarvoor met een zware boete dreigde, ging hij in op het voorstel om alsnog een interview te geven. Maar dan wel enkel om doodleuk aan de verbaasde scribenten mee te delen ... dat hij niets te zeggen had. De rare vogel was opgedaagd zoals hem gevraagd/verplicht was, maar vertrok zonder boe of ba. Op het einde van het seizoen, nadat hij de Ebbenhouten Schoen had gekregen en verkozen was tot Profvoetballer van het Jaar, flikte hij het kunstje opnieuw door persattaché Pierre Desmet op te dragen in zijn plaats te antwoorden. 'Als ze vragen of die prijzen me plezier doen, zeg je gewoon ja', luidde zijn even korte als simpele opdracht. Bij de uitreiking van de Ebbenhouten Schoen, een organisatie van African Culture Promotion en RTL-Tvi, in het Brusselse Marriott Hotel kwam hij rijkelijk te laat. Aan de tafel van de genomineerden Ahmed Hassan, Marouane Fellaini en Adekanmi Olufade - Mbark Boussoufa had zich laten verontschuldigen omdat hij die dag op bezoek was in Amsterdam - was Tchité de enige die ongegeneerd witte wijn dronk. "Een lekker Zuid-Afrikaans wit wijntje, wie laat dat nu staan", lachte hij. Tchité mag dan wel een islamitische naam dragen - Mohamed, want Mémé is een verwijzing naar zijn grootmoeder die zich in zijn kinderjaren over hem ontfermde -, hij is katholiek opgevoed en trekt zich dus niets aan van strenge islamitische voorschriften. Hij lust een goed glas. In januari testte hij positief bij een alcoholcontrole in Halle, waar zijn zus woont en waar hij de verjaardag van een nicht was gaan vieren. In de Brusselse Afrikaanse wijk Matonge, meerbepaald in brasserie l'Archipel, wipte hij geregeld binnen. Zijn favoriete drank : een whisky-cola. Bij Anderlecht wist iedereen dat, maar men veegde er de spons over omdat Tchité in het seizoen 2006/07 uiteindelijk wel erg overtuigende cijfers kon voorleggen : 20 goals en 10 assists. Begin dit seizoen bleek echter dat de spits met drie paspoorten (Burundi, Rwanda en Congo) er in de zomermaanden nog meer met de pet naar gegooid had dan hij gewoon was. Nadat hij afgelopen winter zijn vader bezocht in Rwanda, trok hij in de zomer naar zijn moeder in Congo. Het individuele oefenschema dat hij van de staf van Anderlecht meekreeg, bleef diep in zijn koffers zitten. Bij het hervatten van de trainingen had hij dan ook een enorme conditionele achterstand. Vóór hij bij Santander tekende, was hij er nog niet in geslaagd die handicap weg te werken. De vinnigheid die hem vorig seizoen kenmerkte, was ver te zoeken, wat voorzitter Roger Vanden Stock de opmerking ontlokte dat hij de juiste naam had omdat hij over het veld sjokte als een mémé. Het was alsof Tchité het scoren verleerd was. Het mag dan ook een wonder heten dat Anderlecht alsnog een bod van bijna 8 miljoen euro voor hem kreeg. Zelf zal hij in Spanje zo'n miljoen euro per jaar gaan verdienen. Uit dankbaarheid dat hij onder de Spaanse zon zijn spaarpot behoorlijk kan aandikken, mag Tchité alvast een kaars branden voor Dominique D'Onofrio. Die heeft de ruwe diamant, die tests had afgelegd bij Charleroi en Anderlecht, uiteindelijk geslepen tot de speler die hij vandaag is. Standard was gecharmeerd door zijn snelheid en bracht hem tijdens het seizoen 2003/04 onder in de beloftekern. Onder leiding van Daniel Boccar deed Tchité behoorlijk zijn best om diverse aspecten van het voetbal, zoals positiespel, spelen zonder bal en individuele techniek, beter onder de knie te krijgen. Hij had eerder het geluk gehad dat hij in de armen werd gesloten door de familie Uhoda, een van de rijkste en invloedrijkste families van Luik. Wijlen Etienne Uhoda had het wel voor de speciale Afrikaan en ving hem op toen hij het moeilijk had. Hij had hem leren kennen via dokter Antoine Mboyo, die vroeger nog voor Daring speelde, bezorgde hem eten en een slaapplaats en ging hem dan voorstellen aan Luciano D'Onofrio en Michel Preud'homme, toen sportief directeur van de Rouches. Dominique D'Onofrio haalde hem uiteindelijk bij de A-kern en gaf hem wat speelkansen. "Dat hij geen schrik had van de concurrentie sprak me aan", zegt Dominique D'Onofrio. "Ik beschikte over spitsen als Alexandros Kaklamanos, Sambegou Bangoura, Jari Niemi en Wamberto, maar hij was daar totaal niet van onder de indruk. Ik probeerde vaak de spelers beter te maken door me kwaad op hen te maken. Ook met Tchité deed ik dat, maar het regende allemaal van hem af. Toch durf ik zeggen dat het grotendeels daardoor was dat hij een echte voetballer werd. In de eerste helft van het seizoen 2004/05 was hij de revelatie, maar vanaf januari 2005 kreeg hij het moeilijk. Hij had hard gewerkt en begon vermoeid te raken." Wat Dominique D'Onofrio er uit beleefdheid niet bij zegt, is dat ook in Luik iedereen wist dat Tchité niet weg te slaan was uit Matonge. En hij kwam daar echt niet alleen om naar de kapper te gaan of typisch Afrikaans voedsel te kopen, maar om er de feestelijke sfeer van Kinshasa terug te vinden en (overmatig) te genieten van eten, drank en mooie vrouwen. Op Sclessin was meermaals te horen dat hij "weliswaar het recht had om zich te ontspannen, maar dat hij niet moest denken dat hij daarna mocht komen uitrusten op de massagetafel." Hoe meer succes hij had op het veld, hoe minder aandacht hij begon te besteden aan zijn sport. Zijn entourage veranderde snel. Het is nu eenmaal zo dat geld heel wat mensen aantrekt. Dat was ook het geval voor Sambegou Bangoura, die heel veel succes had bij de meisjes. "Nog nooit zoiets gezien", klinkt het bij ingewijden die het over hem hebben. Tchité volgde zijn voorbeeld en pronkte al gauw met de ene verovering na de andere. Als vliegen op stroop kwamen de Luikse meisjes, de ene al aantrekkelijker dan de andere, op hem af. "Dat een gezonde jonge man de nodige seksuele appetijt heeft, is normaal", zeggen mensen in Luik die de handel en wandel van Tchité volgden, "maar het tempo waarin hij meisjes versleet, is echt nog nooit vertoond." Misschien ligt daar wel de verklaring voor het feit dat het met Tchité minder goed ging ... Hoe dan ook, Standard leek zijn conclusies te trekken en in juli 2005 wilden de Rouches hem eigenlijk uitlenen. Tchité weigerde. Hij bleef aan de boorden van de Maas en zette er vervolgens een dijk van een seizoen neer. Maar tegelijk kreeg hij ook steeds meer grillen. Onder invloed van slechte vrienden eiste hij steeds meer geld. Dat Standard uiteindelijk niet dezelfde inspanningen deed om hem te houden als later voor Marouane Fellaini en Milan Jova- novic, heeft vooral daarmee te maken. Toen Tchité vervolgens in de zomer van 2006 een contractverlenging weigerde te tekenen, was de maat vol. Nog dit : in het contract met Anderlecht liet Luciano D'Onofrio opnemen dat Standard recht had op 15 procent van een eventuele meerprijs bij een doorverkoop van Tchité. De overstap van de spits naar Santander brengt Standard dus een extraatje van zowat 1,2 miljoen euro op. Voor Dominique D'Onofrio is het allemaal duidelijk : "Wij hebben destijds het maximum uit Tchité gehaald en moeten niet treuren over zijn overstap naar Anderlecht. Hij had een andere uitdaging nodig. Anders was hij bij ons wellicht uitgedoofd als een kaars. Bij Anderlecht heeft hij die uitdaging gevonden, maar die club is na één jaar tot dezelfde bevindingen gekomen als wij. Vergeet niet dat hij na zijn bijzonder sterke start ook in het Astridpark gedurende een bepaalde periode in een dipje zat. Misschien is hij wel iemand die altijd nieuwe uitdagingen nodig heeft en nieuwe horizonten wil verkennen." SDoor Pierre Bilic en Bruno Govers