Als ik dezer dagen aan de zijlijn sta bij een jeugdvoetbalwedstrijd - en dat pleegt weleens te gebeuren aangezien mijn zoontjes van negen en zes voetballen - dan kan ik me niet van de indruk ontdoen dat sommige jeugdtrainers zich Diego Simeone wanen. Ze roepen dan naar die kleintjes: 'Ni...

Als ik dezer dagen aan de zijlijn sta bij een jeugdvoetbalwedstrijd - en dat pleegt weleens te gebeuren aangezien mijn zoontjes van negen en zes voetballen - dan kan ik me niet van de indruk ontdoen dat sommige jeugdtrainers zich Diego Simeone wanen. Ze roepen dan naar die kleintjes: 'Niet bang zijn!', 'Geen schrik hebben van die grote jongen!', 'Komaan, stevig zijn, hé!', 'Laat je niet wegzetten!',... Om vervolgens te keer te gaan tegen de scheidsrechter, die in de meeste gevallen een Chinese vrijwilliger is die nog liever thuis had gezeten met het coronavirus dan dat hij op dat veld had gestaan. De graad van opgenaaidheid in het jeugdvoetbal is soms te vergelijken met dat van het lappendeken dat op het bed van mijn grootmoeder ligt. Terwijl - en zeker op die leeftijd - voetbal een feest zou moeten zijn. Het moet fun zijn, een plezierige bezigheid met de vriendjes, geen oorlog waarbij elke morzel grond met hand en tand verdedigd moet worden. Daarom dit pleidooi voor wat meer vrijheid en blijheid, niet alleen op het veld maar ook langs de zijlijn. Als je je wil afreageren, koop dan een boksbal en plak het gezicht van Simeone erop.