Kenia is gek op voetbal. Vooral in de sloppenwijken leeft het enorm. Daar zijn ook de meeste voetbalclubs gelegen. Dol zijn ze er vooral op de Premier League. 'Als je in de slums een jongen van tien aanspreekt', zegt Dennis Obua, een vriend van de familie Origi, 'dan zal hij je alles weten te vertellen over Arsenal maar niets over onze eigen nationale ploeg.' Wie Kibera voorbijrijdt, de op één na grootste sloppenwijk van Afrika, valt het op dat er hier en daar tussen de krotten tv-antennes staan. 'Het is ook business', weet Dennis. 'Wie er zich een tv en een abonnement op SuperSport kan permitteren, vraagt bijvo...

Kenia is gek op voetbal. Vooral in de sloppenwijken leeft het enorm. Daar zijn ook de meeste voetbalclubs gelegen. Dol zijn ze er vooral op de Premier League. 'Als je in de slums een jongen van tien aanspreekt', zegt Dennis Obua, een vriend van de familie Origi, 'dan zal hij je alles weten te vertellen over Arsenal maar niets over onze eigen nationale ploeg.' Wie Kibera voorbijrijdt, de op één na grootste sloppenwijk van Afrika, valt het op dat er hier en daar tussen de krotten tv-antennes staan. 'Het is ook business', weet Dennis. 'Wie er zich een tv en een abonnement op SuperSport kan permitteren, vraagt bijvoorbeeld volwassenen 50 shilling en kinderen 20 shilling om mee te kijken. De prijs varieert naargelang van het belang van de wedstrijd. Liverpool tegen Manchester brengt zeker veel op.' Aan de basis is er in Kenia veel talent, maar er komt weinig van voort, stelt Austin Origi, de oom van Divock, vast. 'Zelfs de allerbesten geraken niet in Europa, omdat onze nationale ploeg laag gerangschikt staat en er daardoor weinig belangstelling is voor ons voetbal en onze voetballers', zegt hij. 'In mijn tijd konden we ons toch drie keer op rij plaatsen voor de Afrika Cup.' De voorbije 24 jaar kon Kenia dat nog slechts één keer. 'We verloren de focus. De mensen die hier in het voetbal kwamen, zoals de managers, wisten niet wat ze moesten doen of kwamen met andere motieven dan ons voetbal te ontwikkelen. Zo brokkelde het fundament dat de Engelsen hier creëerden af, ook het schoolsysteem waarin sport heel belangrijk was trouwens. Omdat er nog weinig goeds van het voetbal komt, verminderde ook de interesse van de ouders. Mijn zoon Arnold wou per se voetballer worden en is daar ook in geslaagd, maar hij had geluk.' Arnold speelde bij Mathare United, de club uit de gelijknamige sloppenwijk die Noorse steun geniet. 'Dankzij een sponsor kon hij na enkele tests in 2007 in Noorwegen terecht. Maar wie kon er nog met succes de stap zetten naar Europa?' Alleen Victor Wanyama, die in 2009 via het Zweedse Helsingborgs IF bij Germinal Beerschot terechtkwam en nu voor Southampton speelt. 'Voetbal in Kenia is een beetje freaky. Veel jongens die voor voetbal kiezen, geraken nergens en beginnen foute dingen te doen. Nog een andere broer van mij wou absoluut niet dat zijn zoon voetbalde. Het is hier niet zoals in Europa dat je, als je ziet dat je kind over potentieel beschikt, alles op voetbal kunt zetten om dat volledig te ontwikkelen tot op het hoogste niveau zoals Divock. De meeste Keniaanse voetballers komen uit arme families, omdat voetballen er de enige optie is.' Er is, besluit hij, in het Keniaanse voetbal een gebrek aan opleiding en aan management. 'En er is steun van buitenlandse clubs nodig om hier zoals in Europa vanaf de basis academies op te starten die spelers opleiden en verhuren of verkopen aan andere clubs.' Intussen begon hij samen met zijn zoon Arnold een eigen academie: Sports Talents Promotion. 'Misschien is er in België wel een club of een sponsor geïnteresseerd om in ons project te investeren.' Voor meer info: www.sports- talentsprom.com.