Voor de Muur op 9 november 1989 viel, was BFC Dynamo Berlin een van de toonaangevende voetbalverenigingen in de DDR. Een club die werd beschouwd als het uithangbord van de communistische partij, verstrikt in de netten van de geheime politie Stasi. Erich Mielke, de minister van de veiligheidsdienst die miljoenen mensen terroriseerde en ze in gevangenissen aan gruwelijke mentale folteringen onderwierp,zat tijdens iedere thuiswedstrijd op de tribune en zorgde er via chantage en manipulaties voor dat de club op tal van manieren werd bevoordeeld. Dan wilde er bij een gelijkspel in de laatste minuut weleens een strafschop vallen. Niemand die daar openlijk kanttekeningen bij durfde plaatsen.
...

Voor de Muur op 9 november 1989 viel, was BFC Dynamo Berlin een van de toonaangevende voetbalverenigingen in de DDR. Een club die werd beschouwd als het uithangbord van de communistische partij, verstrikt in de netten van de geheime politie Stasi. Erich Mielke, de minister van de veiligheidsdienst die miljoenen mensen terroriseerde en ze in gevangenissen aan gruwelijke mentale folteringen onderwierp,zat tijdens iedere thuiswedstrijd op de tribune en zorgde er via chantage en manipulaties voor dat de club op tal van manieren werd bevoordeeld. Dan wilde er bij een gelijkspel in de laatste minuut weleens een strafschop vallen. Niemand die daar openlijk kanttekeningen bij durfde plaatsen. Erich Mielke bemoeide zich ook met het technisch beleid. Het gebeurde vaak dat hij de trainer naar zijn hoofdkwartier liet komen om hem instructies te geven. Dat er meer over de vleugels gespeeld moest worden bijvoorbeeld. Toen Dynamo Berlin eens voor de Europacup op het veld van het West-Duitse Werder Bremen moest aantreden, reisde Mielke mee. In een 30 minuten lange speech hield hij de spelers voor dat ze voor het heil van het socialisme moesten zegevieren. Vervolgens verloor Dynamo met 5-0. De dag nadien mocht de trainer het komen uitleggen bij Mielke. Omdat hij na de 3-0 nauwelijks nog uit de dug-out was geweest, kreeg hij een blaam wegens inactiviteit op de bank. Een aantal spelers werkte voor Mielke, ze werden op een dusdanige manier gevormd dat ze niet meer hoefden na te denken. Het waren machines die een bepaald programma afdraaiden. Hun leven bestond uit trainen, voetballen en spioneren. Met de steun van Mielke - die in 2000 op 92-jarige leeftijd overleed - leverde dat tussen 1979 en 1988 tien opeenvolgende titels op, een absoluut record. Plots werd de dominantie van traditierijke verenigingen als Dynamo Dresden en FC Magdeburg doorbroken. In een land dat kreunde onder een socialistische dictatuur bepaalden externe factoren de krachtsverhoudingen. Toen Duitsland werd herenigd, borrelde het enthousiasme op en kwam het tot vreugde-uitbarstingen. De beelden van uitgelaten mensen die zich rond de Brandenburger Tor in Berlijn verzamelden, gingen de hele wereld rond. Plots leek er zich een leven aan te kondigen vol perspectieven. Maar toen de rook van de euforie was weggewaaid, stak bij sommigen ook angst en onzekerheid op. Ze wisten niet wat er hen te gebeuren stond. Zelfs een gelouterde voetballer als Matthias Sammer kreeg psychische problemen toen hij de overstap maakte van Dynamo Dresden naar VfB Stuttgart. Hij zat mentaal in een dal. Matthias Sammer verkeerde dan nog in een bevoorrechte positie. Velen verloren hun job omdat sleutelposities bezet werden door mensen uit het Westen. Zo werden bijvoorbeeld militairen die deel uitmaakten van het DDR-leger meteen twee graden gedegradeerd en dienden politiecommissarissen administratief werk te verrichten. De burgers ondergingen het. Er was hen niet geleerd te denken, ze waren opgegroeid in een oerconservatieve staat. Nooit was dit land erin geslaagd zichzelf te hervormen. Een bizarre paradox, stelden historici later herhaaldelijk vast. Was het niet zo dat het marxisme dat overal werd gepredikt constant vernieuwingen voorschrijft? De schaduwkanten bepaalden steeds nadrukkelijker het leven. Het had zijn weerslag op het voetbal. Dynamo Berlin tuimelde in een bodemloze put. En stond met die vrije val symbool voor dat wat de meeste clubs meemaakten: ze vonden hun weg niet in een voor hen nieuwe sportcultuur. Clubs werden vroeger niet geleid, maar gewoon beheerd. Functionarissen hoefden nooit te piekeren over de manier waarop ze hun begroting rond zouden krijgen. Als er geld nodig was, dan werd er door de partij een geldkraan opengedraaid. Of door het leger of de politie. Vele clubs verzopen toen ze vanuit het strakke socialistische systeem de sprong naar het vrije kapitalisme moesten maken. Ze dienden zich plots andere structuren eigen te maken. Dat lukte niet. Het ontbrak de bestuurders aan markteconomisch denken, ze waren aangewezen op hulp uit het Westen. Sommige clubs leverden zich in hun onwetendheid over aan malafide personen en werden helemaal leeggezogen. Het was de tragiek van het vroegere DDR-voetbal. Ook bij Dynamo Berlin dat na de transfers van topspelers als Andreas Thom en Thomas Doll in het geld baadde. Dat belandde bij de verkeerde mensen. Ook clubs als Magdeburg en Dynamo Dresden lieten zich genadeloos uitbuiten. Na de hereniging promoveerde Hansa Rostock, de laatste DDR-kampioen, in 1991 samen met Dynamo Dresden naar de Bundesliga. De inmiddels naar derde klasse afgegleden vereniging zou er twaalf jaar spelen, een record voor een club uit de voormalige DDR. Ex-international Uwe Reinders was de eerste West-Duitse trainer in Oost-Duitse loondienst. Hij verbaasde zich over de attitude van de spelers: het waren net bedienden. Ze kwamen 's ochtends om acht uur aan in de club en gingen om vijf uur 's avonds naar huis. Het te volgen programma was hen tot op de minuut voorgekauwd: ontbijten, trainen, middageten, slapen en weer trainen. Iedere dag hetzelfde. En iedere week kregen ze één uur onderricht en werd de werking van de SED, de socialistische partij, haarfijn uitgelegd. Uwe Reinders schafte dat meteen af, verlangde zelfdiscipline, maar constateerde wel dat sommigen vrije tijd verwarden met vrijheid. Het omschakelingsproces was moeilijk. Reinders zette de groep niettemin meteen naar zijn hand. En greep resoluut in toen de voorzitter eens de kleedkamer binnenstapte. Ook dat was een restant uit het verleden. Het drukte een stempel op iedereen. Ook op de voetballers die zichzelf nooit verder konden ontwikkelen. Omdat het land, dat koketteerde met zijn jeugdopleiding, zich afsloot van buitenlandse trainers en zo ook van nieuwe tendensen. Slechts vier Oost-Duitse clubs zouden de afgelopen 25 jaar naar de Bundesliga doorstoten. Vfb Leipzig degradeerde na één jaar, Dynamo Dresden hield het vier seizoenen vol en Energie Cottbus zes jaar. Op dit moment telt de Bundesliga geen enkele club uit de voormalige DDR, in de Tweede Bundesliga spelen met RB Leipzig, Erzgebirge Aue en Union Berlin drie verenigingen uit Oost-Duitsland. Dynamo Dresden voetbalt in derde klasse, FC Magdeburg (in 1974 winnaar van de Europacup voor bekerwinnaars na 2-0-winst tegen AC Milan) komt uit in de vierde afdeling, net zoals het vorige zomer naar deze reeks gepromoveerde Dynamo Berlin en het Carl-Zeiss Jena (in 1981 finalist in de Europacup II) van Roland Duchâtelet. Nog dieper is een andere voormalige Europese finalist, Lokomotiv Leipzig, gevallen: zij spelen op een niveau dat overeenkomt met eerste provinciale in België en toefden nog niet zo lang geleden in de elfde klasse. Juist in Leipzig moet het voetbal niettemin weer van de grond komen. In 2009 nam RB Leipzig de licentie van vijfdeklasser Markranstädt over. De club wordt gesteund door frisdrankengigant Red Bull en draait mee in de top van de Tweede Bundesliga. Toch dreigde RasenBallsport Leipzig - de naam van de sponsor is in de clubnaam verboden - vorige zomer zijn licentie kwijt te raken omdat het clubembleem te veel verwees naar het logo van Red Bull en de vereniging ook zondigde tegen de zogenaamde 51 %-regel die voorschrijft dat een investeerder nooit de meerderheid kan hebben. Er werden meteen structurele aanpassingen gedaan. De successen van RB Leipzig zijn uitzonderlijk in een economisch nog altijd ontwrichte regio. De club draait voor een gemiddelde van 25.000 toeschouwers en pakt uit met een opmerkelijk offensieve stijl. Die filosofie wordt bewaakt door technisch directeur Ralf Rangnick, de voormalige trainer van onder meer Schalke 04 die later in beeld kwam bij Anderlecht en de Rode Duivels. Zeker in het oostelijk deel van Duitsland worden investeerders zeer kritisch bekeken. In die zin werd ook de komst van Roland Duchâtelet bij Carl Zeiss Jena niet op applaus onthaald. Dat heeft op dit moment nog niet voor een opleving gezorgd: na een slechte start staat de club in de Regionalliga Nordost (vierde klasse) derde. Het is, 25 jaar na de eenmaking, een realiteit dat die veertien clubs die tijdens het laatste seizoen in de DDR-Liga uitkwamen, geen rol van betekenis meer vervullen. De tijd heeft niet alle wonden geheeld: de meeste clubs spelen in een regio die economische problemen kent, waar veel mensen werkloos zijn en waar bedrijven over de kop gaan. En er zijn nog altijd weinig ondernemingen die met clubs uit het voormalige Oost-Duitsland in zee willen gaan, alsof ze een grote boog maken rond deze agglomeratie. Dat het oosten van het land slechts twee beursgenoteerde bedrijven heeft, zegt veel over de verwoestende crisis die door deze regio raasde. Los daarvan besmeurde een opdoemend hooliganisme bij vele clubs het imago. Sponsors wensten zich er niet mee te identificeren. Het viel voor de meeste verenigingen niet mee om zich in die sinistere realiteit te schikken. Te veel clubs hebben in het verleden op economisch vlak harakiri gepleegd en sloegen op drift. Er was te weinig voetbalverstand en te veel narcisme. Dynamo Dresden bijvoorbeeld begon ooit aan een seizoen in de Bundesliga met vier strafpunten na geknoei met de licentie en allerhande gesjoemel. Bij de traditierijke club, acht keer kampioen in de DDR, kwam de bezonnenheid pas later. Vandaag draait het vorige zomer naar derde klasse gedegradeerde Dynamo Dresden voor een gemiddelde van 24.000 toeschouwers. Dromen hebben daar allang plaatsgemaakt voor realiteit. Ieder op hun manier proberen clubs uit Oost-Duitsland zich een plaats te geven op de voetbalkaart. Met continuïteit en stabiliteit en zonder te jammeren over de gebrekkige infrastructuur. Ze kiezen voor regionale verankering en een realistische economische basis. Union Berlin geldt op dat vlak als een voorbeeld. Toen de club in 2004 in handen kwam van een nieuwe voorzitter hadden de schulden zich opgestapeld. Union speelde op dat moment in vierde klasse en probeerde innovatief te denken. Omdat de concurrentie moordend is in een stad als Berlijn pakte Union uit met een sponsorpool, waarin veel kleinere bedrijven werden gegroepeerd. Tien jaar geleden waren het er 30, nu 280. Intussen heeft Union Berlin zich een nieuwe identiteit eigen gemaakt. Het drijft op een groot samenhorigheidsgevoel. Meer dan 2000 supporters hielpen destijds mee aan de renovatie van het stadion, die noodzakelijk was toen de club in 2008 naar tweede klasse promoveerde. Dat versterkte nog meer de eendracht. Die kent jaarlijks een hoogtepunt als net voor het in Duitsland heilige kerstfeest in het stadion kerstliederen worden gezongen. Aanhangers van het in de Tweede Bundesliga uitkomende Union Berlin horen bij de meest fanatieke uit de vroegere DDR: ze gaan voor geen geld ter wereld naar het Westen om het in de Bundesliga spelende Hertha BSC aan het werk te zien. Het is tekenend voor de tweespalt die er zeker in de ook politiek verdeelde Duitse hoofdstad is. De sporen uit het verleden zijn nog voelbaar. Er is in Duitsland nog steeds sprake van Ossis en Wessis, in de hoofden van vele mensen bevindt zich nog altijd een Muur. Het zal voor clubs uit Oost-Duitsland moeilijk blijven om te overleven. De vroegere DDR mag dan aan de buitenkant een facelift hebben ondergaan en zich bevrijd hebben van de grauwsluier die over vele steden hing, de littekens zijn niet helemaal verdwenen. In vele stadions hangt nog de muffe sfeer uit vroegere dagen. Sommige verenigingen proberen met het verbeteren van de jeugdwerking zichzelf een toekomst te geven. Het is bizar dat het vroeger zo gehate Dynamo Berlin hier als een lichtend voorbeeld geldt. De club, die na de hereniging vaak in het nieuws kwam door supportersgeweld, is een kweekvijver van talent. De voormalige grootmacht heeft zich daarmee tevredengesteld. Ook al sijpelen de beste spelers niet naar de eerste ploeg door: stadsgenoot Hertha BSC haalt ze in een vroeg stadium weg. Ook bij Dynamo zijn de raakpunten met het verleden niet weg: het speelt in het district Hohenschönhausen, daar waar zich vroeger de gevangenis van de Stasi bevond. Zo blijft het voetbal in de voormalige DDR wat het eigenlijk al was toen de Muur viel: een niemandsland. Zoals al tijdens het WK van 2006 bleek toen er zich met Leipzig slechts een van de twaalf speelsteden in het oosten bevond en alleen Oekraïne als enige WK-deelnemer in de ex-DDR verbleef. Dat het voor 120 miljoen euro gerenoveerde Zentralstadion van Leipzig tijdens dit WK als allereerste stadion zijn poorten sloot, was geen toeval. Juist in dit decor moet er in de toekomst weer Bundesligavoetbal worden gespeeld. Door RB Leipzig, dat nu al heeft aangekondigd geld vrij te maken om de ploeg in januari te versterken. Het wil ten koste van alles promoveren. Maar als de sponsor zich terugtrekt, is het ook daar afgelopen. Zoals het de voorbije 25 jaar met clubs uit de voormalige DDR is gegaan: ze komen soms aan de oppervlakte en worden vervolgens weer weggespoeld. DOOR JACQUES SYSTe veel clubs uit de voormalige DDR pleegden harakiri. In vele stadions hangt nog de muffe sfeer uit vroegere dagen. RB Leipzig wil ten koste van alles promoveren.