Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder! Er zijn mensen die me er steeds voor uitgelachen hebben, er zijn er die me bekeken met een blik van zolang-dat-maar-het-enige-is-wat-er-aan-hem-scheelt. Maar er zijn er ook een paar die even hard als ik kunnen genieten van een gezonde portie zogenaamde kleinkunst. Sommige zinnen fladderen, andere snijden je de keel af, nog andere springen op de meest onverwachte momenten door je hoofd om er keet te schoppen. Neem nu de openingszin van dit schrijfsel. "Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en ...

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder! Er zijn mensen die me er steeds voor uitgelachen hebben, er zijn er die me bekeken met een blik van zolang-dat-maar-het-enige-is-wat-er-aan-hem-scheelt. Maar er zijn er ook een paar die even hard als ik kunnen genieten van een gezonde portie zogenaamde kleinkunst. Sommige zinnen fladderen, andere snijden je de keel af, nog andere springen op de meest onverwachte momenten door je hoofd om er keet te schoppen. Neem nu de openingszin van dit schrijfsel. "Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder!" van Ramses Shaffy. Zijn in kleinkunstland geboren zinsconstructie schoot me zomaar door het hoofd toen ik op zondagmiddag van een voetbalwedstrijd aan het genieten was. Nu ja, genieten. Ik ben namelijk een regelmatig bezoeker van het Aalsterse Pierre Cornelisstadion, als uiting van enig masochistisch gedrag kan dat tellen. Mijn punt is echter dat ik de échte voetballers op onze velden begin te missen. Vroeger - o neen, weer eentje die het vroeger beter vond - had je Clijstersen, Ceulemansen, Van Der Elsten, Wilmotsen, Geretsen en te vlug gesloten Coeckendozen, mannen die met de botte beitel uit puur voetbalgraniet gehouwen waren, kerels die eerst tweemaal doodgingen voor ze neervielen, brekers die meer gras tussen hun tenen dan tussen hun tanden hadden na de match, bonken met ruwe koppen en onverzorgde kapsels. Ik mis die Oude Belgen die, net als hij, na de match schuimloze pinten dronken uit slecht gespoelde glazen en daarna in geblutste of nog te blutsen auto's naar huis reden. Maar nu, wat hebben we nu? Handtassen dragende, bubbels drinkende, goed gecoiffeerde en dagcrème smerende reclame-uithangborden die zich voortbewegen en -planten in veel te dure wagens. Strandjeanetten die schreeuwend neervallen bij ongemeen smerige of opvallend imaginaire tackles, B-filmfiguranten die hun armen eisend in de lucht zwieren als de bal opvallend zichtbaar langs hun eigen been is buitengegaan. Ik begin zo langzamerhand genoeg van hen te krijgen, voor amateurtoneel hebben we hier al een vereniging en hún prestaties liggen vaak beduidend hoger van niveau. Misschien overdrijf ik het allemaal wel een beetje. Misschien is het makkelijk om het op "de tijdgeest" te steken, of op de macht van het kapitaal of als ik heel persoonlijk wil worden op de iconische invloed van oppertrutten als Beckham en zijn platgeknepen paspop met hun relatie die zo naar gebakken lucht ruikt dat ze zelfs de Hel oosheid Der Dingen overleeft. Uiteindelijk weet ik het ook helemaal niet en eigenlijk wil ik het ook niet weten. Het enige wat ik wil is gewoon weer een beetje meer "Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder!" in onze stadions! Dimitri Verbelen, Lede