De grote successen van Standard, zo hoor je af en toe uit de nostalgische mond van Wilfried Van Moer of Erik Gerets, kwamen er in een tijd dat Limburgers er de plak zwaaiden.
...

De grote successen van Standard, zo hoor je af en toe uit de nostalgische mond van Wilfried Van Moer of Erik Gerets, kwamen er in een tijd dat Limburgers er de plak zwaaiden. Moeskroen beleefde de voorbije seizoenen zijn bloei met Yves Vanderhaeghe als stuwdam en Hugo Broos als trainer. Anderlecht, zo zei vorige maand nog een speler, zou er beter aan doen wat meer Vlamingen aan te trekken ter vervanging van Staelens, Dheedene en Goor, want zij zijn het die in de hoofdstad de kar trekken. Domenico Olivieri had zijn aandeel in de succesvolle strijd om het behoud van La Louvière, dat er straks een andere mentaal kloeke Limburger, Manu Karagiannis, bij krijgt. Raymond Mommens was jarenlang een steunbeer in Charleroi, één van de weinige Vlamingen die er ook effectief ging wonen omdat hij de afstand naar Lokeren te groot vond, iets waar het Limburgse duo van La Louvière straks niet tegenop ziet. Vlamingen zijn gegeerd over de taalgrens, zoals destijds al in de mijn- en de landbouw. In het voetbal nemen ze vaak sleutelposities in. Hoe anders is het voetballen ten zuiden van de as Kortrijk-Brussel-Sint-Truiden ? Vijf spelers en een ex-speler getuigen : Danny Boffin (ex-Club Luik), Domenico Olivieri (La Louvière, ex-Seraing), Nico Boone (AEC Bergen), Yves Buelinckx (La Louvière), Franck Vandendriessche (Moeskroen) en Raymond Mommens (ex-Charleroi). Danny Boffin voetbalde vier jaar bij Club Luik en stond deze zomer héél even op het verlanglijstje van Standardtrainer Michel Preud'homme. "Soms is het er veel warmer, maar als het eenmaal minder draait, zijn ze er ook veel sneller agressief", ervoer hij in de Vurige Stede. "Op het veld komen, boel maken, niet content zijn. Ze leven graag mee, maar als het slecht gaat zijn ze niet te houden." Negatief tegenover de spelers ook ? "Niet tegen iedereen, maar als ze het niet hebben voor een speler, moet die het toch ontgelden. Als de ploeg daarentegen goed draait, is het er fijn en aangenaam. De Limburgse mentaliteit neigt wat naar het warme van de mensen in Wallonië. In de Kempen is dat al veel minder. De bekerfinale Lommel-Westerlo was qua sfeer niks, vond ik. Als ik dat vergelijk met de bekerfinale die wij met Club Luik wonnen... Vooral de terugkeer in de stad toen was fenomenaal. Dat enthousiasme krijg je alleen in het zuiden van het land. Helaas is het in Luik gedaan en hou je alleen nog Standard over." Franck Vandendriessche beaamt : "Passioneler, ja, en veel minder kritisch. Moeskroen kende na twee goeie jaren een minder seizoen, maar toch was er niet zoveel kritiek, terwijl de mensen de voorbije jaren toch echt verwend werden. Als ik dat vergelijk met de sfeer bij Waregem... Misschien dat de piste daar rond het veld er iets mee te maken had, maar toch, qua ambiance is er een enorm verschil." Nico Boone : "Frappante verschillen ? Niet echt. Ze hebben er het voetbal niet uitgevonden, hé. Ik vond het een heel aangename verrassing, een beetje een avontuur dat heel positief is uitgevallen. Intensere beleving, ja, toch wel. Dat zie je ook aan de toeschouwersaantallen : je speelt er snel voor 3 à 5000 man, wat in Vlaanderen voor tweede klasse bijna een utopie is. De mensen zijn er ook altijd heel positief, zelfs al speel je een rotslechte match. Dat is voor mij hét grote verschil met Vlaanderen, waar je al een reuzenmatch moet spelen, voor ze je een complimentje geven. Het enige negatieve feit vind ik de accommodaties. Dan spreek ik niet over het eerste veld, want dat valt nog mee, maar de oefenterreinen waren een ramp vorig jaar."Kan een voetballer meer verdienen in Wallonië ? Nico Boone : "Toch wel, dit is tot nu het beste contract dat ik had. Voor 5000 frank méér per maand rijd je niet naar Bergen."Raymond Mommens : "Financieel was er in mijn tijd meer mogelijk over de taalgrens. Ik kreeg er een mooier contract én, niet onbelangrijk, Charleroi was toen als enige club wél bereid om de hoge transferprijs te betalen. Nu is er financieel niet zo'n groot verschil meer. Elke club wil spelers die vrij zijn, en zo kwam er een andere loonnorm. Ik vind er de aanpak over het algemeen veel losser. Wat sneller champagne na een doodgewone overwinning, ja. Een mentaliteit van : is het morgen niet, dan overmorgen. Rap in euforie, rap in hogere sferen." Domenico Olivieri : "Gekke passie, ja. In Vlaanderen blijven we makkelijker met de beide voetjes op de grond. We zijn nuchter, reageren realistischer. In Genk zijn er ook veel buitenlanders en ik heb zelf Italiaanse roots, maar toch blijf ik nuchter, relativeer ik meer en reageer ik niet euforisch. Daar zijn zij héél anders in : na één goeie match is het al van : heb je dit gezien, heb je dat gezien ? Het team is ook wel belangrijk, maar ze hebben toch graag aandacht voor het individu. Wat me ook opvalt is dat de discipline en het respect in Vlaanderen groter zijn. Geef een gebouw tien jaar in handen van een Vlaamse club en eenzelfde gebouw in handen van een Waalse club, en je zal het verschil in netheid wel zien. Het respect voor materiaal is veel groter in Vlaanderen. Dat vind je overal terug, ook in de kleedkamers. Het zijn warme mensen, mensen die hun best proberen te doen, maar hun mentaliteit is anders, daar kun je niet buiten. Niet béter, maar gewoon anders. "Je màg genieten, maar je moet ook realistisch blijven. Het is er gemakkelijker feest. Samba. De zon schijnt er rapper, maar het regent er ook rapper. Bij mij is het vaak wisselvallig, bewolkt met zon ( lacht). Neem nu de redding en het grote feest bij de thuiswedstrijd tegen Moeskroen. Ballonnen, medailles voor de spelers, terwijl we ons gewoon gered hadden ! Als we nu iets gewonnen hadden, Europees voetbal of zo, oké. Ik vínd het ook prachtig wat ze gedaan hebben, maar op het plein geroepen worden en een medaille krijgen omdat de ploeg zich redde ?" Yves Buelinckx : "De Waalse mentaliteit is inderdaad veel losser, maar La Louvière is nog iets specialer met zijn vele Italiaanse invloeden. Ik denk dat die club de enige is waar al een uur voor de aftrap veel volk in het stadion aanwezig is. Voor hen is dat hét evenement van de week. De mensen zijn zeer emotioneel ook, ik heb er voor het eerst in mijn carrière weten wenen op de tribune. En die medaille, dat maak je inderdaad elders niet mee. Ook het ontslag van Grosjean was bijzonder emotioneel." En het verhaal van de Jaguar ? Buelinckx : "Op een dag stond er een Jaguar aan het trainingsveld. Daar moet een hele geschiedenis aan vooraf gegaan zijn. Leclercq had een Mercedes geërfd van Grosjean, maar daar scheelde vanalles aan. Gaone, onze voorzitter, moet hem dan iets beloofd hebben als we ons zouden redden. En plots stond daar een Jaguar. Kijk, Aimé Anthuenis werd twee jaar na elkaar kampioen met Anderlecht, maar ik denk niet dat hij daarvoor van Michel zo'n auto kreeg. Voor de rest hebben ze inderdaad de mentaliteit van : is 't vandaag niet, dan zal het morgen wel zijn. Maar onze club boekt vooruitgang. Ik voetbalde er in tweede klasse ook tegen en dan vond ik het afbrokkelen. Maar toen ik er terugkeerde, zag je dat er een andere wind waaide. Dat zag ik aan domme details, zoals gangen die geschilderd waren. Ik denk dat Grosjean een goeie invloed had. Leclercq zal ook wel wat veranderen, ik verwacht veel nieuws op 7 juli." Is er een verschil in beroepsernst bij de spelers uit het noorden en die uit het zuiden van België ?Boone : "Ik vind niet dat ze zo snel zweven. In de derde periode hebben wij één wedstrijd verloren en twee keer gelijk gespeeld, negen gewonnen. Wie rap gaat zweven, zet nooit zo'n reeks neer. Zeker in onze spelersgroep is daar weinig van te merken. We hebben drie, vier jeugdproducten die samen met de Vlamingen de kar trokken." Olivieri sputtert tegen : "Bij ons zijn het toch de Vlamingen die de boel wat moeten opzwepen. Zij houden van spelen, van iemand passeren, door de benen spelen. Dat kan, er moet worden gelachen op training, maar ze moeten ook terugkeren bij balverlies en daar moet je ze af en toe attent op maken. Discipline is heel belangrijk. Als je tijdens de week te aanvallend speelt en je verdedigende werk verwaarloost, dreigt dat ook in de wedstrijd te gebeuren. Daar kan ik niet tegen, dat ze alleen oog hebben voor de actie en niet terugkeren. Dan maak ik soms wel een opmerking. Vlamingen hebben dat meer in zich, en zeker Limburgers. Ik hoorde toch dat mijn karakter en persoonlijkheid meespeelden in de beslissing om mij aan te trekken." Buelinckx : "Domenico kan echt niet verliezen, zelfs geen dom matchke op training." Boffin : "Ook bij ons in Luik waren ze veel rapper content, was mijn indruk. Iets bereiken was al voldoende. Dat er misschien méér had ingezeten, beseften ze niet. In Anderlecht had je dat ook, dat verschil in mentaliteit tussen de Vlamingen en de Walen. Op het eind was er ook veel kliekjesvorming : de Limburgers, de Afrikanen en de francophones. Dat zag je ook op het veld, de prestaties waren toen véél minder." Vandendriessche : "Onze grote leider is weg, Yves Vanderhaeghe. Met Feys, Van Durme, Verspaille en Tanghe zijn er plots vijf Vlamingen vertrokken. Er zijn er nog maar vier over. Terwijl de Vlamingen toch de mensen zijn die aan de kar duwen, ook al zijn we in de minderheid. Dat valt me op : dat de Walen in de meerderheid zijn, maar dat het de Vlamingen zijn die voorop gaan. Een Vlaming geeft niet op. Wij hebben ook allemaal stuk voor stuk al wat meegemaakt, vandaar dat wij ons niet zo rap laten gaan. Casto, om er ééntje te noemen, kende alleen maar goeie periodes in eerste klasse. Hoe ouder ik word, hoe meer ik me laat gelden; dat mag je van een jongere speler niet verwachten. Dat is toch een verschil met vroeger : toen René Verheyen me bij de kern nam, scheet ik nog in mijn broek. Nu hebben de jonge mannen veel meer praat. Op dat vlak is er minder respect, de jongeren zijn iets nonchalanter en worden in Moeskroen misschien iets te veel in de watten gelegd. Ze trekken het zich minder hard aan dan wij vroeger of ze bij de zeventien zijn of niet. Dat ze snel een langdurig contract krijgen, werkt zo'n gemakzucht in de hand." Lopen Waalse jeugdtalenten sneller naast hun schoenen ?Olivieri : "Ik had in Genk nooit problemen met jongeren : als ze in de kleedkamer kwamen, waren ze rustig en kregen ze hun kans. Bij La Louvière springt er eentje uit, Silvio Proto. Toen ik als 17-jarige bij de A-kern kwam, moest ik zwijgen, knikken en trainen. Proto is héél anders : hij profileert zich en heeft een grote mond. Zegt van zichzelf : ik was de beste keeper op dat toernooi. Terwijl hij dat niet moet zeggen, want dat weten wij ook wel. Dan antwoorden wij dat hij nog wat moet zwijgen, eerst onze schoenen poetsen en presteren. BenoîtThans of ik presenteren hem dan achteraf wel de rekening, geen probleem. Niet alleen voor ons, ook voor hem doen we dat, want het kan rap gedaan zijn. Veel hangt ook af van de omgeving van zo'n speler. Turaci, bijvoorbeeld, is heel anders, misschien omdat hij een andere opvoeding kreeg. Een rustige jongen, heel beleefd en behulpzaam. Net als Bryssinck. Het is een feit dat de jeugd het makkelijker heeft dan wij in onze tijd. Vroeger moesten wij werken, vechten; nu krijgen ze snel een schoon contract, een auto. Hebben ze wat talent en stoot je ze heel even tegen de kop, dan zijn ze weg. Vroeger was er meer respect voor de collega's, nu telt het ik, praten ze over auto's en over wat ze kunnen verdienen. Toen ik twintig was, dacht ik ook wel aan een auto, maar niet aan de dikke BMW's en Mercedessen, of een CLK Cabriolet waar ze het nu over hebben. Terwijl ze pas komen kijken ! De voetbalwereld is van een collectieve naar een egocentrische wereld geëvolueerd. Maar goed, ik vermoed dat dat opgaat voor alle sectoren in de samenleving." Buelinckx : "Turaci wordt een hele goeie. Ik speelde vroeger nog tegen Valgaeren en Turaci kan dezelfde weg opgaan. Het is een goede zaak voor hem dat hij bij La Louvière bleef. Hij kon voor het volle geld naar Turkije gaan, maar verkoos in België te blijven. Dat is een goed teken. Een goed voorbeeld ook van een Waals talent dat het niét te gemakkelijk opneemt. Proto is heel anders opgevoed : van de eerste tot de laatste stap die hij zet op de club, is zijn papa erbij. Speciale entourage ook, maar die jongen barst wel van het talent. Ik maakte Tom Meyers mee op Molenbeek en dat was al redelijk neig, maar Proto is nog wat anders. Een toffe gast, bereid om te leren, maar zijn omgeving... Leclercq is ook al eens uit zijn krammen geschoten tegen hem wegens zijn houding." Hoe zit het met de omkadering in de Waalse clubs ?Buelinckx : "La Louvière heeft leergeld betaald. Het was weliswaar verdiend naar eerste klasse gegaan, maar dreef aanvankelijk te veel op euforie. Een beetje te veel jongens waren aanvankelijk tevreden met het feit dat ze in eerste klasse speelden. Winnen of verliezen maakte eigenlijk niet zoveel uit. Was dat er niet vrij vlug uitgegaan, zou het faliekant afgelopen zijn. De beste transfers zijn tijdens het seizoen gebeurd. De jongens die in het begin kwamen, waren misschien wel goeie krachten, maar ze hadden niet zoveel ervaring en konden dus niet direct de kar trekken. Daar had het bestuur zich wat op verkeken." Mommens : "In Charleroi ging het er bijzonder woelig aan toe. Ik was technisch directeur, maar werd plots ook nog eens aangesteld als trainer. Drie voorzitters in drie maanden, een drama. Het was er één grote puinhoop, waarin het onmogelijk werken was. Geen topsportklimaat, neen, dat vond ik ook al toen ik er nog speelde. Snel zweven, altijd sterk thuis, maar uit een drama. Alsof de spelers zich daar niet voor konden opladen. Omdat ze dan niet die 15.000 fans achter zich voelden, die er in die dagen thuis wel opdaagden. En dan kon er plots héél veel." Olivieri : "Het zijn allemaal mensen die zich honderd procent inzetten. Alleen moet je soms kunnen wachten op iets wat in Genk, bijvoorbeeld, sneller geregeld is. Ik kom van een topclub, maak op dat vlak geen vergelijking tussen Wallonië en Vlaanderen, maar eentje tussen La Louvière en Genk. Dan staat Genk uiteraard stukken verder. Daar hadden we elke dag een dokter, drie kinesisten en een masseur; in La Louvière hebben ze twee dokters, maar de ene komt op maandag, de andere op donderdag, en eentje komt naar de wedstrijd. Maar iedereen doet wél zijn best, en daarom ben ik ongelooflijk blij dat we in eerste klasse bleven. Deze club heeft een toekomst. Ze hebben het dit jaar wat onderschat, maar ze hebben kunnen leren uit hun fouten. De stad schaart zich er nu ook achter. Het synthetisch veld waarvan de plannen lang in de koelkast lagen, komt er." Vandendriessche : "Ik zit bij een club waar alles goed verzorgd is; we moeten ons alleen concentreren op het voetbal. Voordien, in Waregem, maakte ik heel andere dingen mee. Maar heeft dat te maken met cultuurverschillen, of gewoon met mogelijkheden ? Ik stel vast dat de overheid, zeker het Waalse Gewest en de lokale gemeenschap, veel meer doet voor Moeskroen dan ooit gebeurde aan deze kant van de taalgrens. Waregem kreeg niks van de overheid. Medisch gezien had ik de pech dat ik geblesseerd raakte, maar anderzijds het geluk dat het in Moeskroen gebeurde : die mensen zijn zelfs tot bij mij thuis gekomen om me te verzorgen. Die begeleiding was perfect, al was dat ook in Waregem top." Olivieri : "Het probleem is dat het gaat om profvoetbal. Dan moet je niet praten als supporter, maar als bestuurder. Dan is een zekere vorm van discipline en visie noodzakelijk. La Louvière is per ongeluk in eerste klasse gekomen. De bestuursploeg is klein, maar je moet die mensen de kans geven om zich aan te passen aan een andere wereld. Ze weten dat ze zaken verkeerd hebben aangepakt. Promoveren met de kern van tweede klasse, die jongens een kans geven : allemaal mooi, maar het gaat om prófvoetbal. En dan moet je realistisch zijn en al eens op een mooie manier afscheid nemen. Er komt hier ook nog veel te veel naar buiten, vind ik. De premie die we voor onze bekerwedstrijd tegen Club Brugge kregen, bijvoorbeeld : we kregen 100.000 frank en dat kwam in de pers. Dan moet je die premie ook officieel aangeven en kost 100.000 frank netto je het dubbele. Elders doen ze het ook, maar zwijgen ze erover." Het laatste woord is voor taalgrenzer Buelinckx : "Is het omdat ik heel mijn leven tussen de twee taalgemeenschappen leefde, maar ik begrijp al die taalkwesties - zoals onlangs ook weer in Voeren - toch niet goed. Echt, ik kan er soms met mijn hoofd niet bij." door Peter T'Kint