Pieter Aspe : Ik zag nog nooit een voetbalwedstrijd in het echt, moet ik hier bekennen. Als ex-inwoner van Brugge hoorde je er in de stad wel veel over. De rellen, maar ook de grote overwinningen. Vraag me nu niet welke, want ook daarop moet ik het antwoord schuldig blijven, maar ik herinner me wel nog feestvreugde. Uit mijn kindertijd weet ik ook nog dat Cercle en Club aan elkaar gewaagd waren. Ik heb de indruk dat die tweestrijd intussen wel verdwenen is.Dany Verlinden : Mmm, die is er nog wel, hoor. Mijn indruk is dat echte Bruggelingen veelal supporter van Cercle zijn. Daarom heeft die ploeg gemiddeld niet zo veel volk, omdat ze weinig supporters van buiten de stad aantrekt. Wij rekruteren overal, tot in Limburg en Luik.Aspe : Zit Cercle nu in tweede ? Ah. (barst in lachen uit) Zo goed volg ik het. Kan u mij zeggen welke rol Michel Van Maele in het beleid van Club speelde ?Verlinden : Toen hij burgemeester was, hadden ze op een gegeven moment allebei schulden. Onder zijn bewind kwam er een nieuw stadion en werden de meeste problemen opgelost. Hij is daarna bij Club gekomen en via zijn relaties heeft hij geld in de club binnengebracht. De facto was hij de sterke man achter de schermen.Aspe : Ik stel de vraag omdat ik ooit in een vorig leven op een lijst stond tegen Van Maele. In 1976 was er een protestbeweging in de stad en startte iemand een politieke partij. Die heette toen de Christen-democraten, we waren met tien onbekende kandidaten, maar haalden drie zetels, op dat moment voldoende om de absolute meerderheid van de partij van Van Maele te breken. Die heeft zijn sjerp moeten afgeven aan Van Acker. Eigenlijk ben ik dus de man die mee de macht van Van Maele brak (lacht).Verlinden : Vier jaar geleden werd hij voorzitter, voordien zagen we hem niet veel. Eigenlijk is dat een traditie in Brugge, het moet hier al heel slecht gaan, willen wij iemand van het bestuur zien. Ooit beloofden ze ons een extra premie toen we op een wedstrijd of vijf van het einde Europees voetbal dreigden mis te lopen, en intussen wezen ze ons onrechtstreeks op onze plichten, maar we hebben het toch niet gehaald. Bestaat er zoiets als een Brugse mentaliteit ?Aspe : Ik denk dat ze hier de West-Vlaamse mentaliteit hebben. Een echte Bruggeling is niet zo gemoedelijk, maar een keer ze je kennen, zijn ze het wel.Verlinden : Ik denk dat ook. Voor ons is dat anders, wij zijn sneller bekend en gekend, de mensen spreken ons zelf aan, maar ik denk dat het zéér moeilijk is voor een onbekende uit het binnenland om hier aanvaard te worden.Aspe : Waarom ? West-Vlaanderen is lang een achtergestelde provincie geweest, wat ouderwets, katholiek, misschien heeft het daar mee te maken. Geen industrie, dingen die in de negentiende eeuw in Antwerpen of Gent gebeurden, werden hier afgestopt. Nu gebeurt hetzelfde een beetje met Limburg, waar ze tegen dat behoudsgezin...

Pieter Aspe : Ik zag nog nooit een voetbalwedstrijd in het echt, moet ik hier bekennen. Als ex-inwoner van Brugge hoorde je er in de stad wel veel over. De rellen, maar ook de grote overwinningen. Vraag me nu niet welke, want ook daarop moet ik het antwoord schuldig blijven, maar ik herinner me wel nog feestvreugde. Uit mijn kindertijd weet ik ook nog dat Cercle en Club aan elkaar gewaagd waren. Ik heb de indruk dat die tweestrijd intussen wel verdwenen is.Dany Verlinden : Mmm, die is er nog wel, hoor. Mijn indruk is dat echte Bruggelingen veelal supporter van Cercle zijn. Daarom heeft die ploeg gemiddeld niet zo veel volk, omdat ze weinig supporters van buiten de stad aantrekt. Wij rekruteren overal, tot in Limburg en Luik.Aspe : Zit Cercle nu in tweede ? Ah. (barst in lachen uit) Zo goed volg ik het. Kan u mij zeggen welke rol Michel Van Maele in het beleid van Club speelde ?Verlinden : Toen hij burgemeester was, hadden ze op een gegeven moment allebei schulden. Onder zijn bewind kwam er een nieuw stadion en werden de meeste problemen opgelost. Hij is daarna bij Club gekomen en via zijn relaties heeft hij geld in de club binnengebracht. De facto was hij de sterke man achter de schermen.Aspe : Ik stel de vraag omdat ik ooit in een vorig leven op een lijst stond tegen Van Maele. In 1976 was er een protestbeweging in de stad en startte iemand een politieke partij. Die heette toen de Christen-democraten, we waren met tien onbekende kandidaten, maar haalden drie zetels, op dat moment voldoende om de absolute meerderheid van de partij van Van Maele te breken. Die heeft zijn sjerp moeten afgeven aan Van Acker. Eigenlijk ben ik dus de man die mee de macht van Van Maele brak (lacht).Verlinden : Vier jaar geleden werd hij voorzitter, voordien zagen we hem niet veel. Eigenlijk is dat een traditie in Brugge, het moet hier al heel slecht gaan, willen wij iemand van het bestuur zien. Ooit beloofden ze ons een extra premie toen we op een wedstrijd of vijf van het einde Europees voetbal dreigden mis te lopen, en intussen wezen ze ons onrechtstreeks op onze plichten, maar we hebben het toch niet gehaald. Bestaat er zoiets als een Brugse mentaliteit ?Aspe : Ik denk dat ze hier de West-Vlaamse mentaliteit hebben. Een echte Bruggeling is niet zo gemoedelijk, maar een keer ze je kennen, zijn ze het wel.Verlinden : Ik denk dat ook. Voor ons is dat anders, wij zijn sneller bekend en gekend, de mensen spreken ons zelf aan, maar ik denk dat het zéér moeilijk is voor een onbekende uit het binnenland om hier aanvaard te worden.Aspe : Waarom ? West-Vlaanderen is lang een achtergestelde provincie geweest, wat ouderwets, katholiek, misschien heeft het daar mee te maken. Geen industrie, dingen die in de negentiende eeuw in Antwerpen of Gent gebeurden, werden hier afgestopt. Nu gebeurt hetzelfde een beetje met Limburg, waar ze tegen dat behoudsgezinde ingaan.Verlinden : Club behoudsgezind ? Wat je van deze club kunt zeggen op dat vlak is dat ze houdt aan haar principes en geen risico's nam die ze niet aankon. Het zijn ook al die tijd dezelfde mensen gebleven, mensen van hier, geen buitenstaanders. Die mogelijkheden werden afgeblokt. Maar is behoudsgezindheid zoveel slechter ? De club is kampioen en financieel gezond. Dan mag je zeggen dat je goed hebt gewerkt.Welk beeld heb jij van topvoetbal ?Aspe : Dat is in de loop der tijden veranderd. Ik vond het vroeger onnozel dat mensen daar zoveel belang aan hechtten, terwijl ze slechts keken naar mannen die wat tegen een bal schopten. Op school hoorde ik van vriendjes dat ze op zondag met papa naar het voetbal gingen. Op dat moment kon ik me niks erger voorstellen. Mijn papa knutselde op zijn zolder en na het eten gingen we meestal met de auto ergens heen, vaak naar de kust.Verlinden : Heel herkenbaar. Papa die naar het voetbal gaat en mama die zegt : Neem de kinderen maar mee. Is zij wat geruster en papa sneller thuis.Aspe : Intussen is het wel veranderd. Af en toe kijk ik nu zelf ook, WK, EK, een aantal topwedstrijden. Mét interesse hoor, ik heb er mezelf al op betrapt dat ik supporter. Ik begin zelfs meer en meer te weten waarover het gaat.Verlinden : Je kan ook het spel uit de jaren zestig en zeventig niet meer vergelijken met het profvoetbal van nu, dat veel commerciëler werd. De televisie heeft ook een veel grotere impact.Kan je onder de indruk komen van de hero[{squ}]ek in de sport en zijn competitiegeest ?Aspe : Ik ben altijd wat tegen competitie in het algemeen geweest. Waar eindigt dat en wat hebben mensen ervoor over om eerste te worden ? Want het gaat altijd om die eerste plaats, niemand spreekt over de anderen. Jammer, want zij presteren ook, alleen ietsje minder. En het jammere is ook, vind ik, dat er van een vriendschappelijke sfeer waarin je samen aan sport doet, niet veel meer over schiet.Verlinden : Neen, zeker niet. En dat wordt nog erger. Mijn oudste zoon wordt zes en traint hier al een jaar mee. Ik kon destijds niet beginnen voor mijn tiende. En het is altijd willen winnen. Ze zijn hier ook heel hard voor de jongens, na elk jaar is er een evaluatie en wordt er beslist of iemand voldoet. Is dat niet het geval, dan krijgt zo'n jongentje dat te horen. Op die leeftijd komt dat hard over. Anderzijds begrijp ik ook wel dat de club geen liefdadigheidsinstelling is.De ploeg gebruikt wel terreinen van de gemeenschap. Moet of mag ze dan alles in functie zetten van competitiegeest, zonder iets voor de gemeenschap terug te doen ? Verlinden : En in plaats van tien dertig jeugdploegen financierenà Een club moet gezond blijven, denk ik. Waar ga je dan als eerste saneren ? Op jongens die het niveau niet aankunnen. Vroeger stopten die op veertien of zestien zelf, omdat ze voelden dat ze het niet aankonden of andere interesses kregen, nu is dat gedwongen op hun achtste. Dat is een keuze die je maakt. Of ik een competitiebeest ben ? Ik win graag, maar als we verliezen, ben ik niet slechter gezind. Leeftijd speelt daarin misschien mee, vroeger wilde ik ook graag winnen. Dat wil ik wel mijn kinderen meegeven, de eerste van de klas zijn, hoeft niet. Altijd winnen hoeft niet. Als ze maar hun best doen.Aspe : Het heeft te maken met een maatschappij die harder werd, veel staat in het teken van geld verdienen. Ergens bijhoren, de beste zijn. Zij die uit de boot vallen, komen hard terecht. Vroeger had je een vangnet van troost het is allemaal zo erg niet, maar nu word je afgeschreven, in dit geval al op je achtste.Stimuleer je je kinderen om te lezen ?Verlinden (lacht) : Ze zijn zes en vier, dat moeten ze eerst nog leren, vrees ik. Mijn vrouw leest voor, dat wel. Ik ben zelf laat beginnen te lezen, tot tien jaar geleden nooit een boek. Nu wel. Een mens evolueert, wordt rustiger, ouder, krijgt meer vrije tijd. In de kleedkamer wordt het leeftijdsverschil ook groter, ik ben bijna 40, sommige jongens zijn prille twintigersà Afzonderingen, verplaatsingen, je hebt in een seizoen veel dode momenten. Nu lees ik elke dag, meestal 's avonds in bed.Aspe : Ik was een groot lezer, maar het is minder sinds ik begon te schrijven. Laat, op mijn veertigste. En nu lees ik minder, omdat ik er al een hele dag mee bezig ben. Ik kan me niet voorstellen, Dany, dat jij thuis nog voetbalt.Verlinden : Niet uit vrije wil, alleen als de kinderen zagen. En zeker geen uren.Aspe : Bij mij werd dat ook minder, in die mate zelfs dat ik mezelf moet dwingen om nog een boek te lezen. Ik lees ook bewust geen misdaadromans. Of heel zelden. Ik kijk wel eens nieuwsgierig naar wat de concurrentie er van maakt, maar dan heel snel, om te weten of iets goed is of niet.Je verhalen spelen zich af in groot-Brugge. Is die geografische context niet ergens een beperking voor een auteur ?Aspe : In principe kan ik met deze serie weinig anders. Je kan iemand van de gemeentepolitie moeilijk uit zijn stad wegrukken, tenzij je hem een andere functie geeft. Hij kan wel eens een uitstapje maken, naar Blankenberge, veel verder niet. De beperking maakt je anderzijds creatief, je moet de stad telkens opnieuw gebruiken. Soms komt die er veel in voor, een andere keer heel weinig. Locaties worden soms een probleem, vandaar dat ik in een volgend boek iets ga doen met voetbal. Er zijn veel mensen die het me vroegen en misschien is dat wel een goed idee, omdat ik er niks van ken. Het wordt zeker geen voetbalboek, wel iets over het milieu. Daarom ben ik blij met die rondleiding van daarnet, ik was hier nog nooit en een aantal dingen zijn me zeker bijgebleven. Misschien leest burgemeester Moenaert straks wel iets over het feit dat ze hier op zaterdag het gras niet afrijden.Verlinden : Omdat het stadspersoneel die dag niet werkt !Kijken auteurs neer op sport ?Aspe : Ik alvast niet. Nooit gedaan, ik vond alleen de inspanningen nutteloos. Nu is het omgekeerd, zegt iedereen dat ze niet veel doen en te veel verdienen. Sport wordt weinig als onderwerp gebruikt, omdat het heel moeilijk is. Er is een Engelsman die misdaadverhalen schreef over paarden, Dick Francis, maar hij is de enige die ik ken. Misschien is er te weinig misdaad in de sport. Of is de misdaad niet voldoende interessant voor een boek.Verlinden : Er gebeurt in elke sport wel iets, maar er komt weinig naar buiten, denk ik. In het wielrennen is het ook pas de laatste jaren dat de dopingtrafiek en problematiek naar buitenkomen. Dat las toen wel als thrillers, vond ik.Aspe : Het probleem van voetbal is dat er ook al zoveel in de kranten staat. Dat ook nog een keer gaan gebruikenà Ik zal weer de eerste zijnà (luid gelach)Benaderen Bruggelingen je om reclame te maken voor hun zaak ?Aspe : Eigenlijk gebeurde dat nog nooit. Of liever, één keer. Een concurrerend biermerk vroeg me hoeveel het moest kosten om mijn hoofdpersonage van merk te doen veranderen. Ik heb gezegd dat vanaf 250.000 euro per boek alles bespreekbaar was. De discussie was snel gesloten.Verlinden : Wij worden individueel ook veel minder aangesproken dan vroeger. In de aanloop naar een groot toernooi kan dat wel eens gebeuren, maar de tijd dat sportclubs of cafés aan je mouw hingen om je uit te nodigen, is voorbij. Alleen tv vraagt je nog, maar dat doe je niet voor het geld.Is schrijven een eenzaam beroep ?Aspe : Ja. Daarom schrijf ik niet te lang, vier uur per dag, zes dagen per week. Dat vind ik voldoende, want na vier uur is het voor mij goed geweest. Tot voor kort was dat van twee tot zes in de namiddag, maar ik ga dat veranderen en van acht tot twaalf schrijven, om iets meer van de dag te kunnen genieten.Verlinden : Kan jij op elk moment presteren ?Aspe : Dat leer je. Je moet gewoon beginnen tikken. Een Zweedse schrijfster zei ooit : al moet je gewoon het telefoonboek overtikken, ga achter je computer zitten en doe iets. Soms lukt het niet direct, maar na vijf of tien minuten komt het wel. Je hebt in die vier uur goeie en slechte momenten, soms vliegt er een bladzijde uit, andere keren doe je een uur over één zin. Er moet bij mij ook resultaat zijn aan het einde van die vier uur, in mijn geval vijf bladzijden. Bruikbare pagina's. Dan weet je dat je na vijftig dagen 250 bladzijden hebt.Verlinden : Hoe lang werk je aan een boek ?Aspe : Meestal vier maanden. Er is een afspraak met de uitgever, een soort contract dat ieder jaar wordt vernieuwd. Voor 2003 heb ik twee boeken afgesproken. Ik schrijf vier maanden en dan neem ik een maand of twee rust. Al is dat relatief, je hebt nog een reeks verplichtingen. Het is geen echte vakantie, maar ik schrijf in die periode niet. Nu komt daar wel de tv-serie bij. VTM begint in mei met de opnames en ik heb vooraf de scenario's gelezen. Meer kan ik niet doen, want van regisseren of acteren weet ik niets.Verlinden : Ik lees liever, omdat ik lezen veel intenser vind dan tv-kijken.Verfilmingen van literatuur willen wel eens tegenvallen, omdat je eigen individuele interpretatie en verbeelding van een figuur plots verdrongen wordt door een door een regisseur opgedrongen beeld. Van In, Versavel of Hannelore Martens krijgen straks een gezicht. Ben je daar niet bang voor ?Aspe : Dat weet je op voorhand, maar ik heb ja gezegd. Het beeld dat in het hoofd van iedere lezer apart zit, wordt nu één acteur. Maar als dat aanslaat en je blijft in de sfeer van de boeken, kan het voor de mensen best meevallen.Verlinden : En komen de scenario's overeen met de boeken ?Aspe : Ze zijn bijgewerkt, omdat niet alles verfilmbaar is. Ze hebben dat zelf veranderd, ja. Ik mocht ze zelf herschrijven, maar daarvoor had ik geen zin. Dan moest ik de boeken laten vallen. Ik heb de scenario's wel gelezen en wat aanmerkingen gemaakt, omdat ik daar zelf nog een cursus voor volgde en vind dat in Vlaanderen nog steeds niet voldoende de dialoog aangepast is aan het beeld.Is keeper zijn een eenzaam beroep ?Verlinden : Tijdens wedstrijden wel, want in een topclub hoop je toch steeds dat de actie zich aan de overkant afspeelt, maar in de week leven wij in groep en ervaar ik dat niet zo. Negentig minuten op een week, daarmee heb ik geen problemen. En zoals Pieter moet er ook bij ons een zekere discipline zijn. Wie in groep werkt, moet respect hebben voor de maats en bepaalde afspraken nakomen. Als de training om twee uur begint, moet iedereen er in principe om kwart over één zijn. Dat is niet altijd het geval, helaas.Aspe : Ik heb liever zelf opgelegde discipline. Alle jobs met iemand boven me hebben nooit langer dan zes maanden of een jaar geduurd. Dat schrijven. Ik ben laat gedebuteerd, maar wilde het absoluut proberen. Als het niet lukte, kon ik me later niet verwijten dat ik het nooit probeerde.Verlinden : Ik word ook veertigà Mijn dromen ? Ik hoop zo lang mogelijk in dit wereldje te blijven. Ik zit van mijn achttiende in het voetbal, wat moet ik straks gaan doen ? Rentenieren kan ik niet. Ik heb nog één jaar contract als speler en daarna kom ik in principe in de technische staf.Aspe : Ik kan leven van mijn pen, wat in Vlaanderen niet evident is.Verlinden : Wat moet ik me daar bij voorstellen ?Aspe : De gemiddelde oplage van een boek in Vlaanderen is 3.000 exemplaren en in standaardcontracten krijg je tien procent van de verkoopprijs. Stel dat een boek in de winkel 700 frank kost, dan verdien je zo'n 210.000 frank bruto per jaar. Dat is het gemiddelde. Ik doe beter en heb het geluk dat de vorige boeken ook nog steeds goed verkopen. Alles samen valt dat mee, ik kan leven van mijn pen. Voor mij is dat voldoende. door Peter T'Kin