Vier jaar geleden op de Spelen van Londen verraste Mexico vriend en vijand door in de olympische finale Brazilië te verslaan met 1-2, twee doelpunten van cultheld Oribe Peralta. Nochtans hadden de Brazilianen een behoorlijk sterke ploeg in stelling gebracht: met onder meer Neymar (toen nog bij Santos), Oscar (die net bij Chelsea getekend had) en Hulk. Het was de derde olympische finale voor de Gouden Kanaries en voor de derde keer ging het fout. Eerder werd er ook al in 1984 (met Carlos Dunga, 2-0 tegen Frankrijk) en in 1988 (met Romário, 2-1 tegen de Sovjet-Unie) verloren. Dat de Spelen in ...

Vier jaar geleden op de Spelen van Londen verraste Mexico vriend en vijand door in de olympische finale Brazilië te verslaan met 1-2, twee doelpunten van cultheld Oribe Peralta. Nochtans hadden de Brazilianen een behoorlijk sterke ploeg in stelling gebracht: met onder meer Neymar (toen nog bij Santos), Oscar (die net bij Chelsea getekend had) en Hulk. Het was de derde olympische finale voor de Gouden Kanaries en voor de derde keer ging het fout. Eerder werd er ook al in 1984 (met Carlos Dunga, 2-0 tegen Frankrijk) en in 1988 (met Romário, 2-1 tegen de Sovjet-Unie) verloren. Dat de Spelen in eigen land plaatsvinden, verhoogt de druk alleen nog maar. En wat dat met spelers kan doen, zagen we op het WK van 2014. Omgaan met die stress is meteen de grootste uitdaging voor de 47-jarige trainer Rogério Micale. Talent is er in overvloed: Neymar, Marquinhos (PSG), Rafinha (Barcelona), Felipe Anderson (Lazio) en Fred (Sjachtar Donetsk) zijn van de partij. De concurrentie in de poulefase is miniem: Zuid-Afrika, Irak en Denemarken kunnen normaal gezien geen bedreiging vormen. Daarna wachten er nog drie wedstrijden: een kwartfinale, halve finale en finale. De eindstrijd wordt beslecht in het mythische Maracanã in Rio de Janeiro. De Europese vertegenwoordigers zijn - naast Denemarken - Zweden, Portugal en Duitsland, de vier halvefinalisten op het EK U21 in 2015. Dat werd verrassend gewonnen door Zweden. Met Victor Lindelöf (22, Benfica) en Ludwig Augustinsson (22, FC Kopenhagen) telt het twee EK-gangers. Er wordt echter vooral veel verwacht van de Duitse selectie, die gecoacht wordt door de 66-jarige Horst Hrubesch, de beul van België in de EK-finale van 1980. De Duitse voetbalbond maakte al vroeg op het jaar duidelijk dat het EK in Frankrijk voorrang genoot op de Spelen. Dat maakt dat voetballers als Leroy Sane, Joshua Kimmich, Julian Draxler, Julian Weigl, Emre Can en Marc-Andre ter Stegen niet selecteerbaar zijn voor Rio. Toch is Hrubesch met niets minder dan een medaille tevreden. Het zou het eerste eremetaal moeten worden sinds het brons van West-Duitsland in 1988. Bayer Leverkusen stelde met kapitein Lars Bender (27) en Julian Brandt (20) alvast twee kleppers ter beschikking van de olympische voetbalploeg, die voor de rest bestaat uit Bundesligatalenten. Ook titelverdediger Mexico wordt bij de kanshebbers gerekend, hoewel coach Raúl Gutiérrez alleen spelers geselecteerd heeft uit de Mexicaanse competitie en onder meer Javier 'Chicharito' Hernández (Bayer Leverkusen) en Andrés Guardado (PSV) thuis liet. Voor de doelpunten kijkt Mexico opnieuw naar de intussen 32-jarige Peralta. Een speciale vermelding gaat ten slotte naar debutant Fiji. De trainer is een oude bekende: ex-Clubspits Frank Farina. De 51-jarige Australiër weet dat het voor zijn ploeg een ideale gelegenheid is om toernooi-ervaring op te doen. In een loodzware poule met Mexico, Duitsland en Zuid-Korea (bronzen medaille in 2012) lijkt dat ook het hoogst haalbare. DOOR STEVE VAN HERPE