B oca mi vida, Boca mi pasión. Bienvenido en la República de Boca. Op een paar honderd meter van La Bombonera, de thuisbasis van de Boca Juniors, heb je Caminito, een calle museo, een museumstraat, met in felle kleuren geschilderde huizen. Volgens de overlevering was de verf een overschotje van de nabijgelegen scheepswerf La Boca, "de mond" van de Rio de la Plata. Nu is Caminito een trekpleister voor toeristen, met tangodansers die zweven over kasseitjes en veel te dure prullaria in de winkeltjes. Destijds was het de armenwijk. Zondag vierde Boca hier een nieuwe titel, die van de Apertura 2011. Drie jaar na de laatste, die van 2008. Met de titel kwam een einde aan veel miserie, waarin ook heel even het spook van de degradatie wenkte. Een degradatie gebaseerd op gemiddeldes van de voorbije drie seizoenen, wat River in mei nog de kop kostte. Boca ontsnapte en glorieert nu.

Architect van het feest is Julio César Falcioni. Toen op het einde van de vorige competitie, de Clausura 2011, boegbeeld Martin Palermo begeleid werd naar zijn afscheid - de topschutter stopte op zijn 37e - onderbraken de fans van Boca even het applaus om Falcioni van het veld te schreeuwen. Boca was pas als zevende geëindigd en Falcioni was kop van Jut. De ex-doelman die zijn sporen verdiende in de Colombiaanse competitie, had het bij Boca niet makkelijk. Net zoals zijn voorgangers overigens. Oorzaak? De twee sportieve boegbeelden van de club, naast Palermo ook Juan Román Riquelme, konden elkaars bloed drinken. Een oude vete. Palermo en Riquelme kruisten elkaars pad al in een vorig leven bij Boca, op het einde van de jaren negentig. Daarna weken ze allebei uit naar Europa. Palermo ging het drie jaar in Spanje proberen, maar bij Villarreal, Betis en Alavés kon hij niet bekoren. In 2004 keerde hij terug naar Boca. Riquelme, spelmaker, deed het iets beter. Niet bij Barcelona, waar hij eerst terechtkwam, daarna wel bij Villarreal, waar hij vier jaar lang de lijnen uitzette. In 2007 keerde hij naar Boca terug en kreeg hij een 'Europees' salaris. Die ongelijkheid zou Palermo nooit hebben verdragen. Palermo was dan wel superpopulair bij de barra brava - de ultra's - van Boca. Toen hun leider RafaelDi Zeo achter de tralies verdween (zie verder) ging hij hem nog in de gevangenis bezoeken, maar tegen Riquelme moest hij het afleggen. Die twee op het veld verzoenen bleek sinds 2008 voor elke trainer de kwadratuur van de cirkel berekenen.

Defensie

Falcioni kreeg evenwel geen ontslag, voorzitter Jorge Ameal geloofde in zijn coach. Boca bereidde ver van alle drukte deze zomer de nieuwe competitie voor in Europa. Dat werd qua resultaten geen succes. Een nederlaag bij Espanyol (3-1), een gelijkspel tegen Arsenal (2-2) en een nederlaag tegen PSG (3-0). "We staan ver van het Europese niveau", moest Pablo Mouche, een van de aanvallende sterkhouders van de ploeg, toegeven.

Offensief moest Falcioni naar een opvolger voor Palermo zoeken. Hij zette in op Lucas Viatri, die het nummer negen van Palermo erfde. Die deed het behoorlijk, tot hij begin oktober, in een poging om de reclameborden rond het veld te vermijden, zich zwaar blesseerde aan de kruisbanden van de knie. Acht maanden out. Falcioni moest bovendien ook een manier vinden om Riquelme te vervangen. De middenvelder mag dan wel zéér belangrijk zijn naast het veld en erop nog altijd geniale flitsen laten zien, bij balverlies is hij een ramp en bovendien is zijn lichaam op. Riquelme wedde met zijn broer dat hij tot zijn 40e door zal gaan, maar de man is er nu 33 en vijftien jaar topvoetbal hebben hun lichamelijke tol geëist. Voor de wedstrijd van zondag werd hij nog klaar gespoten. Ongeveer een match op twee kon hij de laatste drie jaar spelen. Ook in deze Apertura miste hij behoorlijk wat minuten.

Falcioni zocht en vond een manier om de problemen van vorig seizoen op te lossen. Er kwam een nieuwe doelman, Agustin Orión. De verdediging kreeg er een paar krijgers bij en de 25-jarige Cristian Chávez kreeg een belangrijkere rol in de wedstrijden die Riquelme niet kon spelen. Chávez, een jeugdproduct, deed dat tot eenieders tevredenheid.

Spektakelstukken waren de wedstrijden van Boca niet. De club werd zondag kampioen met het laagste aantal tegengoals en het minste aantal gemaakte doelpunten uit de Argentijnse voetbalgeschiedenis. De kracht: teamgeest. Nog nooit was het aantal gemaakte goals in een competitie bij Boca zo verspreid over zo veel spelers, in totaal tien. Nog nooit ook was het zo rustig in de kleedkamer, gewoonlijk un kilombo, Argentijns voor 'grote chaos'. En bij Boca is alles groot, zowel het feest als de chaos.

Politiek spel

De rust op het veld en in de kleedkamer staat in schril contrast met het woelige najaar dat Boca naast het veld kende. Op de tribunes en in de kleedkamer. Afgelopen zondag werd niet alleen de titel gevierd, op 4 december moest ook een nieuwe voorzitter worden verkozen. En net als in Spanje wordt daarvoor een heuse campagne gevoerd en worden stemmen gekocht. Nu is Boca de belangrijkste ploeg van het land, met het grootste aantal supporters. En is in Argentinië voetbal onlosmakelijk verbonden met politiek. Fútbol para todos, voetbal is voor iedereen, op de openbare zender. De voorzittersverkiezing was een strijd tussen de zittende president Jorge Ameal en zijn uitdager Daniel Angelici.

So what?, zal u zeggen. Maar interessanter wordt het als u weet dat Angelici, als ex-boekhouder, kritiek had op het dikke contract dat Riquelme bij de ploeg mocht tekenen. En dat Martin Palermo tot het kamp van de uitdager behoort. U ziet: opnieuw die strijd Riquelme-Palermo. Nog interessanter wordt het als we kijken naar de mannetjes die achter de poppetjes op de stoel aan de touwtjes trekken. Dat zijn niet de minsten. Ameal wordt gesteund door ... Cristina Fernández Kirchner, la presidenta.

En waarom trad die in de dans? Omdat Angelici, die zijn geld verdient met kansspelen, werd gesteund door ... Mauricio Macri, de burgemeester van Buenos Aires, een staat binnen de staat. Ex-voorzitter van Boca trouwens. Cristina wilde hem deze verkiezingen niet laten winnen, want Macri situeert zij in het kamp van haar tegenstanders. Dat maakte van de voorzittersverkiezing eigenlijk ook een politiek duel. Een duel dat afgelopen zondag in het voordeel uitviel van uitdager Daniel Angelici.

Is dat duel winnen meer dan prestige? Zeer zeker. De uitdagers van de top van Boca zitten niet alleen in kansspelen, maar ook in de energie- en de transportsector. Steun hebben van de fans betekent dat je ze - met een kleine vergoeding - kan inzetten bij betogingen. Voor of tegen het regime. Zo weeg je op het openbare debat.

Barra brava

En dan was er nog een laatste bron van onrust: de fans. Of liever, dat stukje harde kern binnen die fans. Sla er Youtube maar op na: een van de attractieve kanten van het Argentijnse voetbal is de sfeer tijdens de match. De keerzijde van de medaille is: geweld, afpersing, illegale verkoop van tickets, van drugs, het parkeerbeheer van de omliggende straten, illegale merchandising, ... Wie de barra controleert, zit op een berg geld, zeker bij een ploeg als Boca.

En wat wil nu dit najaar? Dat er een strijd is losgebarsten om die barra. Rafael Di Zeo was daarvan sinds de jaren negentig de baas, tot hij in 2007 voor geweldpleging in de gevangenis verdween. De man werd recent vrijgelaten en eiste prompt zijn sociokaart terug. Hij kreeg die ook, geen voorzitter zal hem dat weigeren, maar voorlopig heeft hij nog een stadionverbod van rechtswege. Zijn bedoeling is duidelijk: zijn gewezen rechterhand en opvolger Mauro Martín van de troon stoten. Di Zeo heeft naar eigen zeggen "een heel leger" achter zich om dat te doen. Velen vrezen een nakende oorlog, op een bepaald moment was er zelfs sprake van een thuismatch achter gesloten deuren en een uitwedstrijd zonder bezoekende fans. Zo ver kwam het (nog) niet. Maar de politie-inzet bij elke Bocawedstrijd is gigantisch. U ziet: voetbal in Buenos Aires is niet alleen voetbal, maar ook een beetje politiek en een beetje oorlog ...

DOOR PETER T'KINT

Met de titel kwam een einde aan veel miserie.

Palermo en Riquelme kunnen elkaars bloed drinken.

B oca mi vida, Boca mi pasión. Bienvenido en la República de Boca. Op een paar honderd meter van La Bombonera, de thuisbasis van de Boca Juniors, heb je Caminito, een calle museo, een museumstraat, met in felle kleuren geschilderde huizen. Volgens de overlevering was de verf een overschotje van de nabijgelegen scheepswerf La Boca, "de mond" van de Rio de la Plata. Nu is Caminito een trekpleister voor toeristen, met tangodansers die zweven over kasseitjes en veel te dure prullaria in de winkeltjes. Destijds was het de armenwijk. Zondag vierde Boca hier een nieuwe titel, die van de Apertura 2011. Drie jaar na de laatste, die van 2008. Met de titel kwam een einde aan veel miserie, waarin ook heel even het spook van de degradatie wenkte. Een degradatie gebaseerd op gemiddeldes van de voorbije drie seizoenen, wat River in mei nog de kop kostte. Boca ontsnapte en glorieert nu. Architect van het feest is Julio César Falcioni. Toen op het einde van de vorige competitie, de Clausura 2011, boegbeeld Martin Palermo begeleid werd naar zijn afscheid - de topschutter stopte op zijn 37e - onderbraken de fans van Boca even het applaus om Falcioni van het veld te schreeuwen. Boca was pas als zevende geëindigd en Falcioni was kop van Jut. De ex-doelman die zijn sporen verdiende in de Colombiaanse competitie, had het bij Boca niet makkelijk. Net zoals zijn voorgangers overigens. Oorzaak? De twee sportieve boegbeelden van de club, naast Palermo ook Juan Román Riquelme, konden elkaars bloed drinken. Een oude vete. Palermo en Riquelme kruisten elkaars pad al in een vorig leven bij Boca, op het einde van de jaren negentig. Daarna weken ze allebei uit naar Europa. Palermo ging het drie jaar in Spanje proberen, maar bij Villarreal, Betis en Alavés kon hij niet bekoren. In 2004 keerde hij terug naar Boca. Riquelme, spelmaker, deed het iets beter. Niet bij Barcelona, waar hij eerst terechtkwam, daarna wel bij Villarreal, waar hij vier jaar lang de lijnen uitzette. In 2007 keerde hij naar Boca terug en kreeg hij een 'Europees' salaris. Die ongelijkheid zou Palermo nooit hebben verdragen. Palermo was dan wel superpopulair bij de barra brava - de ultra's - van Boca. Toen hun leider RafaelDi Zeo achter de tralies verdween (zie verder) ging hij hem nog in de gevangenis bezoeken, maar tegen Riquelme moest hij het afleggen. Die twee op het veld verzoenen bleek sinds 2008 voor elke trainer de kwadratuur van de cirkel berekenen. Falcioni kreeg evenwel geen ontslag, voorzitter Jorge Ameal geloofde in zijn coach. Boca bereidde ver van alle drukte deze zomer de nieuwe competitie voor in Europa. Dat werd qua resultaten geen succes. Een nederlaag bij Espanyol (3-1), een gelijkspel tegen Arsenal (2-2) en een nederlaag tegen PSG (3-0). "We staan ver van het Europese niveau", moest Pablo Mouche, een van de aanvallende sterkhouders van de ploeg, toegeven. Offensief moest Falcioni naar een opvolger voor Palermo zoeken. Hij zette in op Lucas Viatri, die het nummer negen van Palermo erfde. Die deed het behoorlijk, tot hij begin oktober, in een poging om de reclameborden rond het veld te vermijden, zich zwaar blesseerde aan de kruisbanden van de knie. Acht maanden out. Falcioni moest bovendien ook een manier vinden om Riquelme te vervangen. De middenvelder mag dan wel zéér belangrijk zijn naast het veld en erop nog altijd geniale flitsen laten zien, bij balverlies is hij een ramp en bovendien is zijn lichaam op. Riquelme wedde met zijn broer dat hij tot zijn 40e door zal gaan, maar de man is er nu 33 en vijftien jaar topvoetbal hebben hun lichamelijke tol geëist. Voor de wedstrijd van zondag werd hij nog klaar gespoten. Ongeveer een match op twee kon hij de laatste drie jaar spelen. Ook in deze Apertura miste hij behoorlijk wat minuten. Falcioni zocht en vond een manier om de problemen van vorig seizoen op te lossen. Er kwam een nieuwe doelman, Agustin Orión. De verdediging kreeg er een paar krijgers bij en de 25-jarige Cristian Chávez kreeg een belangrijkere rol in de wedstrijden die Riquelme niet kon spelen. Chávez, een jeugdproduct, deed dat tot eenieders tevredenheid. Spektakelstukken waren de wedstrijden van Boca niet. De club werd zondag kampioen met het laagste aantal tegengoals en het minste aantal gemaakte doelpunten uit de Argentijnse voetbalgeschiedenis. De kracht: teamgeest. Nog nooit was het aantal gemaakte goals in een competitie bij Boca zo verspreid over zo veel spelers, in totaal tien. Nog nooit ook was het zo rustig in de kleedkamer, gewoonlijk un kilombo, Argentijns voor 'grote chaos'. En bij Boca is alles groot, zowel het feest als de chaos. De rust op het veld en in de kleedkamer staat in schril contrast met het woelige najaar dat Boca naast het veld kende. Op de tribunes en in de kleedkamer. Afgelopen zondag werd niet alleen de titel gevierd, op 4 december moest ook een nieuwe voorzitter worden verkozen. En net als in Spanje wordt daarvoor een heuse campagne gevoerd en worden stemmen gekocht. Nu is Boca de belangrijkste ploeg van het land, met het grootste aantal supporters. En is in Argentinië voetbal onlosmakelijk verbonden met politiek. Fútbol para todos, voetbal is voor iedereen, op de openbare zender. De voorzittersverkiezing was een strijd tussen de zittende president Jorge Ameal en zijn uitdager Daniel Angelici. So what?, zal u zeggen. Maar interessanter wordt het als u weet dat Angelici, als ex-boekhouder, kritiek had op het dikke contract dat Riquelme bij de ploeg mocht tekenen. En dat Martin Palermo tot het kamp van de uitdager behoort. U ziet: opnieuw die strijd Riquelme-Palermo. Nog interessanter wordt het als we kijken naar de mannetjes die achter de poppetjes op de stoel aan de touwtjes trekken. Dat zijn niet de minsten. Ameal wordt gesteund door ... Cristina Fernández Kirchner, la presidenta. En waarom trad die in de dans? Omdat Angelici, die zijn geld verdient met kansspelen, werd gesteund door ... Mauricio Macri, de burgemeester van Buenos Aires, een staat binnen de staat. Ex-voorzitter van Boca trouwens. Cristina wilde hem deze verkiezingen niet laten winnen, want Macri situeert zij in het kamp van haar tegenstanders. Dat maakte van de voorzittersverkiezing eigenlijk ook een politiek duel. Een duel dat afgelopen zondag in het voordeel uitviel van uitdager Daniel Angelici. Is dat duel winnen meer dan prestige? Zeer zeker. De uitdagers van de top van Boca zitten niet alleen in kansspelen, maar ook in de energie- en de transportsector. Steun hebben van de fans betekent dat je ze - met een kleine vergoeding - kan inzetten bij betogingen. Voor of tegen het regime. Zo weeg je op het openbare debat. En dan was er nog een laatste bron van onrust: de fans. Of liever, dat stukje harde kern binnen die fans. Sla er Youtube maar op na: een van de attractieve kanten van het Argentijnse voetbal is de sfeer tijdens de match. De keerzijde van de medaille is: geweld, afpersing, illegale verkoop van tickets, van drugs, het parkeerbeheer van de omliggende straten, illegale merchandising, ... Wie de barra controleert, zit op een berg geld, zeker bij een ploeg als Boca. En wat wil nu dit najaar? Dat er een strijd is losgebarsten om die barra. Rafael Di Zeo was daarvan sinds de jaren negentig de baas, tot hij in 2007 voor geweldpleging in de gevangenis verdween. De man werd recent vrijgelaten en eiste prompt zijn sociokaart terug. Hij kreeg die ook, geen voorzitter zal hem dat weigeren, maar voorlopig heeft hij nog een stadionverbod van rechtswege. Zijn bedoeling is duidelijk: zijn gewezen rechterhand en opvolger Mauro Martín van de troon stoten. Di Zeo heeft naar eigen zeggen "een heel leger" achter zich om dat te doen. Velen vrezen een nakende oorlog, op een bepaald moment was er zelfs sprake van een thuismatch achter gesloten deuren en een uitwedstrijd zonder bezoekende fans. Zo ver kwam het (nog) niet. Maar de politie-inzet bij elke Bocawedstrijd is gigantisch. U ziet: voetbal in Buenos Aires is niet alleen voetbal, maar ook een beetje politiek en een beetje oorlog ... DOOR PETER T'KINT Met de titel kwam een einde aan veel miserie. Palermo en Riquelme kunnen elkaars bloed drinken.