Nooit eerder werden er op de Belgische velden zoveel kussen uitgedeeld. Bij Anderlecht doen ze het nu zelfs bij het begin van elke speelhelft. Nieuw is het fenomeen niet. In de Jupiler League werd de voetbalzoen vorig seizoen onder de aandacht gebracht door de toenmalige spitsbroeders Jurgen Cavens en François Sterchele. Zij gaven het fenomeen een nieuwe dimensie door met een originele variant op de proppen te komen : het luchtkussen. Achter het folietje van vrolijke François zat een heuse communautaire filosofie. Sterchele : "Vlamingen mogen jaren samen spelen, ze zullen altijd handjes blijven schudden. Walen zullen sneller een kus geven. Daarom kwam ik met Jurgen tot een compromis. Ik gaf hem drie kussen, maar zonder hem te raken."
...

Nooit eerder werden er op de Belgische velden zoveel kussen uitgedeeld. Bij Anderlecht doen ze het nu zelfs bij het begin van elke speelhelft. Nieuw is het fenomeen niet. In de Jupiler League werd de voetbalzoen vorig seizoen onder de aandacht gebracht door de toenmalige spitsbroeders Jurgen Cavens en François Sterchele. Zij gaven het fenomeen een nieuwe dimensie door met een originele variant op de proppen te komen : het luchtkussen. Achter het folietje van vrolijke François zat een heuse communautaire filosofie. Sterchele : "Vlamingen mogen jaren samen spelen, ze zullen altijd handjes blijven schudden. Walen zullen sneller een kus geven. Daarom kwam ik met Jurgen tot een compromis. Ik gaf hem drie kussen, maar zonder hem te raken." Ook Cavens herinnert zich het voorval. "Voor mij was kussen geven toen nieuw. Binnen mijn vriendenkring deed ik het nooit. Nu nog niet trouwens. Toch denk ik dat de mannelijke kus ook in Vlaanderen aan een opmars bezig is. Dat zie je toch in het Antwerpse straatbeeld. Ik denk dat het oorspronkelijk vooral een zuiders fenomeen is. In België gebeurt het in Wallonië en bij mijn ploegmaats stel ik vast dat het vooral bij Brazilianen en Argentijnen in zwang is." Dat is het inderdaad, maar ook in het Verre Oosten is de kus de gewezen methode om een ploegmaat te feliciteren. Dat bleek op het WK '66 in Engeland. Hoewel niet helemaal nieuw kwam de voetbalzoen toen voor het eerst echt onder de internationale aandacht. Noord-Korea behaalde op dat WK tot veler verbazing een plaatsje in de kwartfinale. Daarin werd met 5-3 verloren van het Portugal van Eusebio, maar dat belette de Koreanen niet om elkaar tot drie keer toe uitvoerig te kussen. De allerbekendste voetbalzoen werd uitgewisseld op 15 juli 1996. Die dag gaven niemand minder dan Diego Maradona en Claudio Caniggia elkaar geen kuise kus op de wang, maar een weinig aan de verbeelding overlatende klapzoen op de lippen. Aanleiding was de 1-4-overwinning van Boca Juniors op stadsgenoot River Plate. Er ging een hele geschiedenis vooraf aan die ongebruikelijke 'liefdesdaad'. Eerst en vooral : Maradona en Caniggia zijn boezemvrienden, een dodelijk duo op het veld, partners in crime erbuiten. Beiden zaten ze eerder een schorsing uit voor druggebruik. Hun kus kwam ook voor niemand echt onverwacht. Al voor de start van dat bewuste seizoen had Maradona in een interview aangegeven dat hij en Cani al hun gezamenlijke doelpunten zo zouden vieren. Dat deed el Diego als reactie op een uitspraak van DanielPassarella, op dat moment de bondscoach van Argentinië. Die had te kennen gegeven dat homoseksuele spelers bij voorbaat niet in aanmerking kwamen voor een nationale selectie. Een kus voor het goede doel zou je dus denken, maar of Maradona louter uit sympathie voor de homoseksuele gemeenschap handelde, valt te betwijfelen. Als spelers waren hij en Passarella aartsrivalen. De een de defensieve leider van River Plate, de ander de aanvallende sterkhouder van Boca Juniors. Passa- rella was aanvoerder bij de wereldbekerzege van Argentinië in 1978, Maradona was dat in 1986. Wie in ieder geval niet kon lachen met de kus was mevrouw Caniggia, voormalig model Mariana Nannis : "Mijn kinderen verdienen respect en dit is voor hen een slecht voorbeeld. Voortaan mogen ze mekaar enkel omhelzen, niet meer kussen." Francisco Gallardo, anno 2001 speler van FC Sevilla, ging nog een flinke stap verder. Hij gaf zijn scorende ploegmaat Antonio Reyes niet zozeer een kus, eerder een speelse beet. Het lichaamsdeel dat hij viseerde was ook niet de mond of de wang van Reyes, doch wel diens penis. Gallardo dacht de daad te kunnen voltrekken in de anonimiteit van het massale rollebollen na het doelpunt, maar de Spaanse camera's legden het ongebruikelijke tafereel voor de eeuwigheid vast. De voetbalbond vond het maar niks en dreigde met een schorsing, maar Gallardo was zich van geen kwaad bewust : "Het stelde niks voor, tegen het eind van de wedstrijd was ik het alweer vergeten. Het zou belachelijk zijn mocht ik daarvoor geschorst worden." Ook het slachtoffer kwam niet getraumatiseerd uit het voorval. "Het meest van al vrees ik nog de pesterijen van mijn ploegmaats", aldus Reyes. Dat het vieren van doelpunten uitgegroeid is tot een zelfstandige discipline, mag blijken uit het boek Het grote juichen, geschreven door de Nederlanders Henk-Jan Grotenhuis en Tim Duyff. In niet minder dan 285 pagina's vertellen de auteurs daarin de geschiedenis van wat ze zelf het 'triomfvertoon' in het voetbal noemen. Uiteraard komt in dat boek ook de voetbalzoen uitgebreid aan bod. Voetballers delen kussen uit tijdens de 'wij-viering' van een doelpunt, zo blijkt. Voor een goed begrip : Grotenhuis en Duyff onderscheiden drie verschillende componenten bij het juichen : de ikfase, de wij-viering en de aardse-realiteitfase. De allereerste treffer van Wesley Sonck voor Club Brugge illustreert dat mooi. Sonck kopt krachtig een hoekschop binnen, zijn teammakkers willen hem meteen omhelzen, maar Wesley geeft aan dat ze nog even geduld moeten hebben. Eerst is het tijd voor zijn traditionele salto : de ikfase. Zodra de Ninovieter geland is, staat het zijn ploegmaats vrij hem om de hals te vallen en indien gewenst ook te kussen. De wij-viering dus. Ten slotte onderbreekt de trainer of - in het geval van Sonck - de scheidsrechter de festiviteiten en maant hij de spelers aan het vieren te staken en de wedstrijd te hervatten. De aardse realiteit doet zo opnieuw haar intrede. Kussen kan dus tijdens de zogenaamde wij-viering. Dat zoiets niet zonder gevaar is, ondervond Kristof Snelders destijds bij Germinal Beerschot. Snellie wilde Marc Degryse feliciteren - wie weet zelfs kussen - maar Degryse zat nog volop in de ikfase. Hij huppelde voor de supporters en gooide daarbij zijn hoofd krachtig naar achteren. Resultaat : een gebroken neus voor Snelders. Voor wie per se wil kussen na een doelpunt, stelt het boek daarom een paar veiliger alternatieven ter beschikking : het kushandje bijvoorbeeld, of het kussen van het embleem op het shirt, al is ook dat laatste niet risicoloos. Dieumerci Mbokani verwarde het logo van de shirtfabricant met het embleem van Standard, wat een potsierlijk resultaat opleverde, en Andriy Shevchenko haalde zich vorig seizoen de woede van de Milanfans op de hals door bij zijn eerste goal voor Chelsea al meteen de blauwe leeuw te kussen. Raúl Gonzalez speelt helemaal op veilig. Hij kust bij iedere goal gewoon zijn trouwring. Nochtans kan een trouwring ook een gevaarlijk attribuut zijn bij het juichen. Daar kan de Zwitser Paulo Diogo van meespreken. Hij klom na een doelpunt op een ijzeren hek en toen hij daar even later weer afsprong, bleek een stuk van zijn ringvinger verdwenen. Een aanzienlijk deel daarvan was samen met de ring blijven hangen aan het hek. Uiteraard kreeg hij van de scheids ook nog geel wegens te uitvoerig juichen. S Door Jan-Pieter de Vlieger