Zaterdag viert de Europese gemeenschap de 60e verjaardag van het verdrag van Rome. In maart 1957 verbonden de zes eerste lidstaten (België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk, West-Duitsland en Italië) zich om binnen de grenzen van de Europese Gemeenschap vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal toe te laten en het beginsel van non-discriminatie op basis van nationaliteit in te voeren. Toen in 1992 de Europese eengemaakte markt een feit werd, was Europa nog maar een paar keer tussenbeide gekomen bij sportieve rechtszaken. De teneur was dat, wanneer sport een economische dimensie kreeg, de vie...

Zaterdag viert de Europese gemeenschap de 60e verjaardag van het verdrag van Rome. In maart 1957 verbonden de zes eerste lidstaten (België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk, West-Duitsland en Italië) zich om binnen de grenzen van de Europese Gemeenschap vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal toe te laten en het beginsel van non-discriminatie op basis van nationaliteit in te voeren. Toen in 1992 de Europese eengemaakte markt een feit werd, was Europa nog maar een paar keer tussenbeide gekomen bij sportieve rechtszaken. De teneur was dat, wanneer sport een economische dimensie kreeg, de vier vrijheden boven de reglementen van de federaties stonden, met een uitzondering voor aspecten die puur met het sportieve te maken hadden. De eerste Belg die voor een voetbalitem naar het Europees Hof stapte, was Georges Heylens in juli 1986.Hij mocht als trainer niet aan de slag bij het Franse Lille omdat hij geen Frans trainersdiploma had. Zijn Belgisch trainersdiploma vond de Franse trainersvakbond onvoldoende. Heylens won in oktober 1987 moeiteloos zijn zaak. Jean-Marc Bosman stapte op 8 augustus 1990 naar de Luikse rechtbank omdat Club Luik hem geen nieuw contract wilde aanbieden en hem evenmin naar een geïnteresseerde (Franse) club wilde laten gaan zo- lang die niet de gevraagde transfersom wilde betalen (350.000 euro), waardoor hij verplicht werd van het minimumloon te leven (750 euro per maand). De advocaat van Bosman meende dat er twee Europese grondbeginselen geschonden werden: de vrijheid om na afloop van een arbeidscontract vrij van werkgever te veranderen, en het niet-discriminatiebeginsel op basis van nationaliteit. De juristen van UEFA, bond en clubs negeerden daarop hun cursus Europees recht, ervan uitgaande dat politieke lobbying het zou halen. Daardoor stond de voetbalwereld perplex toen in december 1995 Bosman over gans de lijn won. Vandaag kunnen profspelers zich niet meer voorstellen dat ze na afloop van hun contract niet vrij naar een werknemer naar keuze kunnen overstappen en dat hun vroegere werkgever over hun lot beslist en een prijs op hun hoofd zet. Ook amateurs of jeugdvoetballers bleven eigendom van hun eerste club tot een andere club een transfersom betaalde. Wel liet de vrije markt de transfersommen en de verloningen helemaal ontsporen. Dankzij Bosman en het Europees recht zwemmen topvoetballers nu in het geld. 'Als Bosman gelijk krijgt, is dat het einde van het voetbal', zuchtte Clubverantwoordelijke Antoine Vanhove medio 1995. 'In de toekomst moeten we onze gegeerde spelers zomaar naar het buitenland laten gaan, tenzij we hen langdurige contracten aanbieden.' Vandaag voetballen in de vijf Europese topcompetities 48 Belgen. Alleen Frankrijk, Brazilië, Argentinië en Spanje hebben in die competities meer profs. Sinds 1995 is er in EU-landen geen beperking meer qua voetballers uit andere EU-landen, enkel nog voor spelers uit niet-EU-lidstaten. Het is afwachten of straks na de Brexit spelers uit EU-landen nog automatisch in het Engelse profvoetbal aan de slag kunnen. GEERT FOUTRÉ