Eddy Vergeylen,van 1987 tot 2006 voorzitter en nu erevoorzitter van KV Oostende, promoveerde in het verleden vier keer met KVO naar eerste klasse. Ooit deed hij het gebrek aan publieke belangstelling voor de kustploeg af met een paar boutades als 'er is nog nooit een kabeljauw uit zee naar het voetbal komen kijken' en 'de meeste inwoners van Oostende gaan voor tien uur naar bed nadat ze hun gebit in een glas water hebben gelegd'.
...

Eddy Vergeylen,van 1987 tot 2006 voorzitter en nu erevoorzitter van KV Oostende, promoveerde in het verleden vier keer met KVO naar eerste klasse. Ooit deed hij het gebrek aan publieke belangstelling voor de kustploeg af met een paar boutades als 'er is nog nooit een kabeljauw uit zee naar het voetbal komen kijken' en 'de meeste inwoners van Oostende gaan voor tien uur naar bed nadat ze hun gebit in een glas water hebben gelegd'. Vandaag herhaalt hij die uitspraken niet meer. "Feit is: iedere keer kwam ik op het eind van het seizoen iets te kort op financieel vlak, door te weinig inkomsten", zegt hij. "Wanneer Marc Coucke zijn ambities uit het wielrennen in het voetbal waarmaakt, is zo'n nieuw stadion dat volloopt een optie. Nu hebben we 8400 plaatsen, maar op dit moment onderhandelt Marc met de stad over een stadion van 10.000 plaatsen. Ik heb ook al met Johan Vande Lanotte gepraat, die is daar evenmin tegen als de Open VLD. Op de stadsbegroting is 8 miljoen euro voorzien voor de verbouwing, dus zijn plan is geen utopie. Nu hebben we gemiddeld 6000 man, maar als Marc zich daar de komende jaren zo achter blijft zetten als nu, geloof ik daarin. Toen we in 1994 als zevende eindigden, haalden we gemiddeld tussen 5000 en 6000 toeschouwers." "Het verschil is: ik kon heel Oostende mobiliseren," gaat Vergeylen verder, "maar Marc Coucke kan heel Vlaanderen mobiliseren. Voor mij is Marc Coucke de Messias die in Oostende is neergestreken. Er zijn wel een paar voorwaarden die vervuld moeten worden opdat zijn voornemen slaagt. Als hij het over een paar jaar voor bekeken houdt, lukt het niet. Blijft hij wél, dan is het mogelijk, op voorwaarde dat we het sportief goed blijven doen én dat de overheid erachter blijft staan." Vergeylen onderhandelde in 1989 al eens met de stad over de bouw van een nieuw stadion aan de oefenvelden op De Schorre: "Coucke wil dat we aan zee blijven, omdat 'voetbal aan zee' een aantrekkingspool is volgens hem. Ooit haalden we voor een beslissende match in derde klasse tegen Harelbeke 9200 betalenden. Als alles goed gaat, zouden de verbouwingen na het seizoen al kunnen beginnen. Utopisch is het cijfer 10.000 niet. Je bent in eerste klasse verplicht minstens 8400 zitplaatsen te hebben." Is Oostende qua economische en geografische mogelijkheden niet te klein om een rol van betekenis te spelen in eerste klasse? Jean-Marie Dedecker,LDD-politicus en zelf Oostendenaar, vindt van niet: "Als Zulte Waregem groot genoeg is om een volwaardige eersteklasser te herbergen, waarom zou Oostende dan te klein zijn?" Ziet hij Oostende ooit voor een gemiddelde van 10.000 toeschouwers spelen? "Het is wel zo dat je hier binnen een straal van 20 kilometer drie eersteklassers hebt. Alles is mogelijk. Alleen moet je kwaliteit brengen. Winnaars hebben altijd een publiek. Als je verliest, heb je niemand. De sportieve waarde hangt af van de financiële inbreng. Oostende leeft volop, maar dat heeft vooral met winnen te maken. Dat heeft met de inbreng van Marc Coucke te maken, maar ook met de beleving van Fred Vanderbiest, een man naar mijn hart."Alleen meent Dedecker dat het beter zou zijn als KV Oostende met zijn stadion zou verhuizen: "Richting het sportcomplex op de Schorre of naar het industrieterrein. Als ze op dezelfde plaats blijven, heb je een enorm parkeerprobleem. Als er 10.000 man komt kijken, moet je de auto's bij laag water op het strand zetten, anders lukt het niet." Hij diende zelf ooit een revolutionair plan in bij Yves Lejaeghere:"Een idee uit Nederland, om van de bovenste verdieping van de tribunes appartementen te maken, met uitzicht op zee of op het veld. De ligging, hier vlak aan zee, is ideaal, daar zijn zeker vastgoedbedrijven voor te vinden." Sporteconoom Trudo Dejonghe,zelf afkomstig uit de kuststreek, vreest dat Coucke zijn 10.000 man niet haalt: "Op dit moment komen slechts zes ploegen aan dat gemiddelde: Club, Anderlecht, Standard, Genk, Gent en KV Mechelen. Lokeren, dat al een paar decennia een eersteklasser is en nu al jaren sterk presteert, kreeg nu pas zijn gemiddelde omhoog van 6000 naar 7000. Eigenlijk wil Coucke dus de op zes na grootste club in het Belgische voetbal hebben. Vandaag lokt Oostende 7382 man tegen Club en Anderlecht. Als ze 10.000 plaatsen hebben en die voor die topmatchen vol krijgen, stijgt hun gemiddelde met 500 man en komen ze aan gemiddeld 6000 kijkers. Nu is dat 5500. Dat is al een succes. Nu wil iedereen erbij zijn, maar dat nieuwigheidseffect verdwijnt straks: kijk maar naar Lierse en zelfs Mechelen. Je moet opletten dat je niet te hoog mikt. Misschien vindt Coucke dat the sky the limit is, maar bij Zulte Waregem hebben ze in een recent verleden ook zo iemand gehad. De dag dat Coucke weggaat en er komt niemand in zijn plaats, kan het gedaan zijn met KV Oostende. Op speeldag één was Oostende, zonder hem, een vogel voor de kat. "Je moet als club kijken naar je potentieel. Oostende is net als een ploeg die aan een landsgrens ligt, waardoor de helft van het rekruteringsgebied wegvalt. De kust zelf is dichtbevolkt, maar in de polders woont bijna niemand. Aan de ene kant raakt Oostende aan Brugge, aan de andere kant doemt Roeselare al op, dat zelf moeite heeft om een stevige basis in het voetbal te krijgen. Ik ben zelf van Blankenberge, dat ligt 24 kilometer van Oostende, maar in mijn jeugd kwamen wij nooit in Oostende, wij waren voor alles op Brugge gericht. "De meeste clubs - op de topclubs na - halen hun aanhang uit een straal van 15 kilometer rond hun bebouwde kom. De rest is goed voor twee tot vijf procent. Het enige wat Oostende kan doen, is wat Gent en Zulte Waregem hebben gedaan: de jeugd in eigen stad opleiden en uitnodigen op de club, om kennis te maken. Dat zijn blijvende indrukken. In je leven kun je wel van job of lief veranderen, maar niet van club." DOOR GEERT FOUTRÉ"Voor mij is Marc Coucke de Messias die in Oostende is neergestreken." Eddy Vergeylen