Hans Cornelis (13 februari 1982, in '92 weggehaald bij VK Knesselare, tot 2005 onder contract) was vorig seizoen al in de A-kern geschoven, mocht in Tallin al een keer proeven van het grote werk, en debuteerde in de Belgische competitie op de openingsspeeldag van het nieuwe seizoen 2001/2002. Birger Maertens (28 juni 1980, in '94 weggehaald bij Varsenare, tot 2006 onder contract), ook rechtsachter, is sedert dit seizoen A-kernspeler en speelde al Europees mee tegen Akranes. Hun conclusie : "Hans heeft alvast zijn aandeel in de landstitel van Club, en Birger in het winnen van de Uefacup."
...

Hans Cornelis (13 februari 1982, in '92 weggehaald bij VK Knesselare, tot 2005 onder contract) was vorig seizoen al in de A-kern geschoven, mocht in Tallin al een keer proeven van het grote werk, en debuteerde in de Belgische competitie op de openingsspeeldag van het nieuwe seizoen 2001/2002. Birger Maertens (28 juni 1980, in '94 weggehaald bij Varsenare, tot 2006 onder contract), ook rechtsachter, is sedert dit seizoen A-kernspeler en speelde al Europees mee tegen Akranes. Hun conclusie : "Hans heeft alvast zijn aandeel in de landstitel van Club, en Birger in het winnen van de Uefacup." Het nuchtere, West-Vlaams boerenverstand van het nieuwe, jonge èn Brugse geweld van Club.De eerste keerCornelis : "Ik was hier vroeger ballenraper, liep vaak te dromen : stel je voor dat ik ooit op dat veld mag staan. Toen het zover was, tegen Westerlo, tolde het door mijn hoofd : wie had dat gedacht, toen ik op mijn vijfde bij Knesselare, derde provinciale, begon ? Mijn hartje bonkte nogal, moet ik zeggen. Eenmaal de wedstrijd op gang was vielen die zenuwen gelukkig weg. Het is ook wat... Ik geloof dat onze buurman, die mij al van mijn vijfde volgt, gewoon zat te wenen van contentement." Maertens : "Al zitten hier 15.000 man, je denkt toch vooral aan die mensen uit je omgeving. Bij mijn debuut op de Brugse Metten werd mijn vader zòt, hoorde ik. Hij is 51, gaat al van zijn tiende elke match kijken en als hij niet moet werken mist hij geen training. ( Lachend) Toen ik hem zei dat ik waarschijnlijk zou starten, smeekte hij alstublieft niet te blunderen, hij zou zich anders doodschamen. En ik scoorde nog ook !" De opleidingCornelis : "We vormden een heel talentvolle lichting, met Sam Ysebaert en Nicola Wellens, allebei vertrokken. Ik ben hier gekomen als eerstejaarsminiem en we werden meteen kampioen van België. Vanaf de knapen ben ik iedere keer meegeschoven met de ouderen. Ik was maar één jaar scholier, één jaar junior, één jaar belofte. En elke keer landskampioen. Er is het goede werk van Hans Galjé ook natuurlijk, die vorig jaar heeft aangedrongen om mij op te nemen in de A-kern." Maertens : "Zijn aanpak is die van de Ajax-school : veel techniek en alle jeugdploegen laten spelen in hetzelfde 4-4-2 systeem, met vier op een lijn achterin." Cornelis : "Het enige wat ik wat mis, zijn aparte trainingen voor verdedigers, middenvelders en aanvallers." Maertens : "Er wordt ook nauwelijks individueel getraind, behalve in de looptrainingen dan, waar men je loopstijl probeert te corrigeren. Terwijl ik me heel goed kan voorstellen dat je snel vooruitgang kan boeken op een onderdeel van je spel, als je er één of twee uur per week individueel op traint." Cornelis : "Je zou kunnen zeggen dat je daar op je eentje thuis kan aan werken, maar met begeleiding is het toch beter, denk ik. Het gebeurt wel voor het fysieke werk, jongens met een conditionele achterstand die 's namiddags moeten terugkeren voor een bosloopje. Een jong talent van Ajax vertelde mij dat hij twee à drie keer per week individueel traint. Dat zal het verschil zijn tussen Europese en Belgische top." De concurrentieCornelis : "Het grote voordeel van Ollie ( De Cock, nvdr) is zijn ervaring. Vooral in offensief opzicht. Hij weet beter wanneer hij kan gaan, heeft tactisch al meer inzicht. Wij moeten nog te veel nadenken, of de ruimte achter ons wel gedekt is, bijvoorbeeld." Maertens : "Ik ben er de man niet naar om drie man voorbij te gaan. Technisch ben ik wat minder, maar voor de rest ligt het heel dicht bij elkaar, geloof ik." Cornelis : "Dat vind ik ook. Mijn verre inworp is misschien een bijkomende troef, ja. Westerlo werd een paar keer serieus verrast. Ik denk dat ik toch voorbij de tweede paal kom. Ik heb er nooit speciaal op getraind, ik raakte bij de preminiemen al aan de kleine backlijn." Maertens : "Wij beschouwen Ollie niet echt als een concurrent. Al is het niet zo dat hij ons constant raad geeft, dat kunnen we ook niet verwachten." Cornelis : "Hij is mij na de wedstrijd tegen Westerlo wel meteen komen feliciteren. Laten we het zo zeggen : we beschouwen Ollie als eerste keuze, dat is logisch na zijn sterk seizoen van vorig jaar, maar we doen er alles aan om zelf te kunnen spelen. Het is echt niet zo dat ik hoop dat hij zich blesseert, maar ik steek niet weg dat ik, als hij voor een wedstrijd niet fit wordt bevonden, een beetje juich. Het klinkt niet leuk : de een zijn dood is de ander zijn brood, maar zo werkt het wel een beetje." Maertens : "In eerste instantie zijn we als rechtsachter puur concurrentie voor Ollie, maar we zijn ook vrij polyvalent. Ik maakte als spits bij Varsenare bij de miniemen twintig goals, werd pas bij Club verdediger, rechts en centraal achterin. De trainer zei al dat we ook centraal achterin wegkunnen." Cornelis : "Hij ziet in mij zelfs een aanvallende middenvelder, indien nodig. Maakt mij niet uit, hoor, als ik maar speel." De trainerMaertens : " Sollied zegt niet zoveel, maar wàt hij zegt..." Cornelis : "Ik heb vooral in tactisch opzicht al ontzettend veel geleerd van hem. Hij blijft het maar herhalen, en je moet in het begin constant geconcentreerd nadenken, tot het op de duur een gewoonte wordt. Er wordt nu wel eens gezegd dat dat repetitieve gaat vervelen, maar daar ondervinden we niks van. Op training worden bijna altijd partijtjes gespeeld, en dat blijft voor elke voetballer het plezantste. Alleen de dag voor de wedstrijd worden die partijtjes constant onderbroken." Maertens : "Er wordt ook veel op afwerking getraind. Shotten op goal, niks plezanter ( lacht)." De ambitiesCornelis : "Als je een paar keer hebt gespeeld bij Club Brugge, kan je altijd nog terecht bij een andere eersteklasser. Björn De Coninck bij Westerlo is een goed voorbeeld. Maar ik zal er alles aan doen om hier te slagen, dat is duidelijk. Al weet ik nu al dat ik niet zoveel geduld zal hebben als Ollie, die pas op zijn 21ste debuteerde en op zijn 24ste vaste waarde werd." Maertens : "Al ben ik al 21, ik geef mezelf toch nog een jaar of drie." Cornelis : "Ook Tjörven De Brul heeft lang moeten wachten. Ik ben 18 jaar, op mijn 20ste, 21ste ten laatste wil ik hier basisspeler zijn. Ollie is nu 25, vertrekt net als Eric Deflandre misschien ook wel eens naar het buitenland. Voorlopig blijf ik elke dag keihard werken, ik wil klaarstaan als ik Ollie moet vervangen. Door blessures zijn mijn verwachtingen vorig seizoen niet ingelost, ik had toch gehoopt iets meer te spelen. Dit jaar mik ik op een vaste plaats bij de 18. Je moet elk jaar progressie maken, vind ik, anders houdt het op." Maertens : "Nationale selecties kunnen ook helpen. Ik was erbij bij de -16, -17 en -18-jarigen." Cornelis : "Ik ben er al van mijn dertiende bij, speelde vorig jaar in Finland het EK onder 19. Club blijft het belangrijkste natuurlijk. Als ik moet kiezen tussen een selectie voor de beloften of de landstitel met Club, dan weet ik het wel." Maertens : "Kampioen met Club, natuurlijk. Of we nu geen of één of twee matchen hebben gespeeld, we maken toch deel uit van de kern. Die hangt ongelooflijk goed samen, de jongeren worden perfect opgevangen. Zoals de ervaren mannen als Dany Verlinden en Gert Verheyen ons van de eerste dag begeleidden, dat is schitterend." Het Club-gevoelMaertens : "Wat denk je ? Al bij Varsenare speelde ik in blauw-zwart ( lacht). Mijn ouders zijn al hun hele leven Clubsupporter, mijn voornaam is heus geen toeval. Ze houden nu ook alle knipsels bij. Als kind al liep ik met sjaals en shirts van Club rond. Het zal een heerlijk gevoel geven, de dag dat supporters met Maertens op hun rug rondlopen." Cornelis ( lachend) : "De enigen, behalve ikzelf, die rondlopen met een Cornelis-shirt, zijn diegenen aan wie ik een shirt schonk. Ik heb toch al een supportersclub, samen met Ollie, in Knesselare. Er hebben op mijn kamer lang posters van Paul Okon gehangen. Dat was mijn idool en voorbeeld. Later werd dat Nesta van Lazio. Als rechtsachter zal ik nu een ander voorbeeld moeten zoeken, zeker ? Ik ben nu toch meer speler dan supporter. Ik kan nu toch nog moeilijk een poster ophangen van Gert Verheyen?" Maertens : "Maar misschien wel van Birger Maertens ?" De glamourCornelis : "In Aalter herkent men mij al. Ik ben er vorige week samen met Ollie nog op een sportkamp voor jongeren geweest. Een praatje slaan, handtekeningen uitdelen. Ik doe dat met plezier, ik hoefde daar geen fles champagne voor. Er is in elk geval geen gevaar dat ik ga zweven." Maertens ( schrikt) : "Oh, neen. Voetjes op de grond ! We hebben nog niks bewezen. Hoeveel zijn er niet even komen piepen, om dan weer weg te zakken ? Mijn pa zal er wel voor zorgen dat ik nuchter blijf." Cornelis : "Ik rijd nog maar met een kleine Peugeot 306, een grote bak zegt mij niets. Ik spaar liever wat." Maertens : "Ik heb nog geen rijbewijs, kom met de fiets trainen." Cornelis : "We zijn ook niet zo'n stappers, nooit geweest." Maertens : "Je kan je dat ook niet permitteren in Brugge. Er heeft altijd wel iemand je gezien." Cornelis : "Een keer met mijn vriendin naar de bioscoop, dat wel." Maertens : "Ik heb ook een vaste vriendin die van voetbal houdt, ik vind dat nogal belangrijk. Sarah komt kijken, ze steunt me." Cornelis : " Sofie komt ook altijd mee. Veel kans om kennis te maken met leuke supporteresjes is er dus niet ( lacht). Al interesseert mij dat niet hoor, dat zeg ik er beter bij, zeker ?" Maertens : "Mij ook niet, wil je dat ook noteren ?" door Frank Buyse