In Königstein, een slaperig provinciestadje in de buurt van Frankfurt, is het gewone leven even stilgevallen. De komst van de Braziliaanse nationale ploeg zorgt voor opwinding in dit in het Taunusgebergte verscholen plaatsje, alles staat in het teken van de aanwezigheid van de vijfvoudige wereldkampioen. In de straten hangen Braziliaanse vlaggen, in de winkels worden Braziliaanse attributen verkocht, geel en groen zijn de overheersende kleuren en in de weken voor het WK kon je er zowaar een sambacursus volgen. Zelfs de examens op school zijn afgestemd op de aanwezigheid van de Zuid-Amerikaanse balartiesten. Ze werden vervroegd en dat is ongewoon in een land dat van een strakke reglementering houdt.
...

In Königstein, een slaperig provinciestadje in de buurt van Frankfurt, is het gewone leven even stilgevallen. De komst van de Braziliaanse nationale ploeg zorgt voor opwinding in dit in het Taunusgebergte verscholen plaatsje, alles staat in het teken van de aanwezigheid van de vijfvoudige wereldkampioen. In de straten hangen Braziliaanse vlaggen, in de winkels worden Braziliaanse attributen verkocht, geel en groen zijn de overheersende kleuren en in de weken voor het WK kon je er zowaar een sambacursus volgen. Zelfs de examens op school zijn afgestemd op de aanwezigheid van de Zuid-Amerikaanse balartiesten. Ze werden vervroegd en dat is ongewoon in een land dat van een strakke reglementering houdt. Sinds de voorzitter van de plaatselijke voetbalclub erin slaagde Brazilië naar dit kuuroord te lokken, geldt hij als de plaatselijke held. De winkels doen gouden zaken, er stromen dagelijks meer dan 10.000 mensen naar deze 18.000 inwoners tellende stad en enkele absoluut niet in voetbal geïnteresseerde mensen hebben een andere manier gevonden om tijdens die periode geld te verdienen : ze zijn op vakantie vertrokken en verhuren hun huizen aan fans en journalisten. Toch blijkt na een week niet iedereen even tevreden met de attitude van de Brazilianen. De spelers hebben zich nog niet laten zien in het stadje waar er voor hen nochtans speciaal een Braziliaanse markt in elkaar werd getimmerd. Daarentegen zou Ronaldinho wel al ergens anders in een discotheek zijn gesignaleerd. Toch lijkt het erop dat de Brazilianen in een cocon leven. Voor hun hermetisch afgesloten hotel verdringen zich dagelijks de voornamelijk Braziliaanse supporters om een glimp op te vangen van hun vedetten. Op de asfaltweg naar het hotel zijn de namen van de sterren op de straat geschilderd. Het lijkt wel een bergrit in de Ronde van Frankrijk. Die goden zijn echter onbereikbaar voor het gewone volk. Alleen journalisten mogen voor de persconferenties het peperdure Kempinskihotel betreden. Wie geen Portugees spreekt, kan er eigenlijk niets gaan doen, voor een (simultane) vertaling wordt niet gezorgd. De Brazilianen houden het allemaal graag onder elkaar. Ze genieten van de rust en van de luxe. In dit statige hotel, dat de Duitse keizer Wilhelm II negentig jaar geleden liet optrekken, zie je vanaf de bovenste verdieping de skyline van Frankfurt. In die stad, zo staat het in de agenda's aangekruist, zal Brazilië op 1 juli zijn kwartfinale spelen. Tegen dan moeten er al vier tegenstanders uit de weg zijn geruimd. Het lijkt wel een schoolvakantie, het verblijf van de Brazilianen in Duitsland. Niemand valt op een teken van stress te betrappen. Ook Ronaldo niet, die tijdens de eerste week nochtans onderwerp was van een opgeklopte polemiek toen de Braziliaanse president Lula da Silva, een voormalige schoenmaker, informeerde naar het gewicht van de spits. Braziliaanse kranten vervormden de quote en maakten ervan dat de president vond dat Ronaldo te zwaar was. Na wat heen-en-weergekibbel bleef er Lula da Silva niet veel anders over dan zich te verontschuldigen. Zo gaat dat als je de sportpagina's moet vullen terwijl er eigenlijk geen nieuws is. Omdat de pers maar bleef doorgaan, veegde Ronaldo de discussie op de vooravond van de wedstrijd tegen Kroatië lachend van tafel. Vijfenveertig televisiecamera's registreerden het. Alles wat de internationals zeggen, is van levensbelang. Ook in de aanloop naar het WK werd het televisiejournaal geopend met het gegeven dat Roberto Carlos een verkoudheid had of dat Dida last ondervond van zijn kleine teen. Pas nadien kwam het andere nieuws. Alles bij Brazilië ontrolt zich in een speelse sfeer. Je merkt het ook bij iedere trainingssessie opnieuw. Zo ook in het stadion van Königstein, voor de gelegenheid omgetoverd in Zagallo Arena, naar de voormalige trainer van de nationale ploeg en huidige technisch raadgever. De opwarming beperkt zich tot een minimum en Ronaldinho laat dat zelfs helemaal aan zich voorbijgaan. Tegen de hoekschopvlag jongleert hij met een bal en showt zijn subtiele balbehandeling. Als een tovenaar die rijp is voor het circus. Bondscoach Carlos Alberto Parreira kijkt er lachend naar. Hij heeft zich voorgenomen met zijn sterrenensemble op dit WK de perfectie te bereiken, maar tijdens de trainingssessies wordt daar niet echt aan gewerkt. Als Parreira na een kwartier het sein geeft voor een trainingspartijtje, spurt Ronaldinho als allereerste naar het midden van het veld. De kinderlijke blijdschap staat op zijn gezicht. Een uur vermaakt hij zich en trekt samen met zijn ploegmaats de trukendoos open. De schoonheid van het spel staat voorop. Zo komt het dat de Braziliaanse ploeg al eens verliest van het B-team, één enkele keer zelfs met 3-0. Parreira vindt dat niet erg. Tijdens de trainingen sloft hij lachend tussen zijn vrolijke bende en maakt af en toe een grapje. Voor het WK riep Parreira nochtans dat het verschil in Duitsland zou gemaakt worden door de fysieke paraatheid. Daaraan is vooraf gewerkt. Tijdens een ultiem trainingskamp in Zwitserland. Zo hoeft Parreira zich nu niet meer op te winden. Hij weet dat de samenhorigheid in zijn ploeg groot is en hij doet alles om het zijn manschappen naar hun zin te maken. Met verbazing zag het personeel van het Kempinskihotel in Königstein dat er een indrukwekkende verzameling instrumenten werd binnengebracht. Ze werden zelfs meegenomen op de bus. Zo kunnen de spelers zich ontspannen in plaats van zich zorgen te maken over de komende tegenstander. Carlos Albero Parreira fladdert al even zorgeloos door dit WK als zijn spelers. De bondscoach, ooit versleten als een apostel van de zekerheid, zet alles op zijn magisch kwartet Ronaldinho- Kaká- Ronaldo-Adriano. Hij praat niet graag over tactiek, gaf zijn spelers na het kampioenschap geen speciaal programma mee omdat hij rekent op eenieders zelfdiscipline en heeft eigenlijk maar één credo : een wedstrijd mag nooit met een solo begonnen worden. "Harmonie is het sleutelwoord", zei Parreira tijdens de persbijeenkomsten. Hij herhaalde het graag. Alsof zijn spelers het nog eens zouden horen. Zo dook de 63-jarige bondscoach vorige week het toernooi in. Eerst tegen Kroatië dat niet echt met sprankelend voetbal werd opzijgezet, dan tegen Australië. En woensdag tegen Japan. Telkens weer met het 4-4-2-systeem dat door Parreira wordt gecultiveerd, met offensieve vleugelverdedigers, met twee defensieve en twee offensieve middenvelders, met twee doortastende spitsen, met allemaal spelers die stuk voor stuk esthetiek koppelen aan efficiency. Iedereen doet er zijn zegje over, iedere beweging wordt door de media geanalyseerd. Tijdens elke training is er een platform gebouwd. Daarop zitten vier analisten. Ze leggen wat er op de trainingen gebeurt onder de loupe. Tal van ex-internationals zijn door kranten als columnist ingehuurd en geven graag hun mening. Zoals de voormalige middenvelder Tostão, ooit een rechterspits die voor de aanvoer naar Pelé zorgde. Vandaag geeft hij commentaar voor de Folha de São Paulo en valt hij met zijn verwilderde grijze haardos niet meer te herkennen. Desgevraagd zegt hij graag wat hij van de huidige lichting vindt : "Deze ploeg is op zijn minst even sterk als die van 1970. Alleen ben ik benieuwd hoe ze met de favorietenrol omgaan. Grote ploegen worden doorgaans tijdens een toernooi gevormd. Terwijl Brazilië eigenlijk al voor het WK een grote ploeg is." Tussen de jolende bende en van pret krijsende spelers valt één man op door zijn rust en discretie : Kaká, de gracieuze middenvelder van AC Milan. Meer dan Ronaldinho is hij een leider binnen de ploeg, een voetballer met gezag en persoonlijkheid. Op de vraag wie zijn voorbeelden zijn, antwoordde Adriano, de bonkige spits : "Ik heb er twee. Jezus van Nazareth en Kaká van AC Milan." En Carlos Alberto Parreira deed er zelfs nog een schep bovenop : "Voetballers als Kaká worden maar om de vijftig jaar geboren." Samen met verdediger Lúcio en middenvelder Zé Roberto waakt Kaká over religieuze rituelen binnen de ploeg. Toen Brazilië vorig jaar de Confederations Cup won, na een wervelende voorstelling tegen Argentinië, sommeerde hij zijn ploegmaats na de overwinning naar de middenstip te stappen en daar God te danken. Die godsdienstige invloed is vreemd want Kaká is protestant in een land waar 79 procent van de mensen katholiek is. De diepgelovigheid van Kaká heeft een achtergrond : bij een bezoek aan zijn grootouders sloeg hij vier jaar geleden met zijn hoofd tegen de grond toen hij in een zwembad van een glijbaan schoof. Zijn halswervel was gebroken, het scheelde niet veel of Kaká was voor de rest van zijn leven verlamd geweest. In de WK-ouverture tegen Kroatië was Kaká de redder van de ploeg. Met een prachtig schot zorgde hij net voor de rust voor de 1-0-overwinning. De dag nadien, als de ploeg na een trip naar Berlijn weer is neergestreken in de rust van Königstein, blijft hij er onbewogen onder. Je merkt aan alles dat Kaká karakterieel een buitenbeetje is. Hij werkte zich niet vanuit de desolaatheid van de sloppenwijken op tot voetbalster, maar komt uit een welgesteld gezin : zijn vader is ingenieur, zijn moeder lerares. Dat is een heel andere sociale context dan zijn ploegmaats, die vroeger veelal aan de rand van de maatschappij leefden en die wortels nog altijd in zich meedragen. Zo stierf bijvoorbeeld de vader van Adriano een paar jaar geleden in de armste wijk van Rio na een wilde schietpartij onder drugskoeriers. Kaká voelt zich niet verheven boven zijn ploegmaats. Maar hij kijkt heel anders tegen het leven aan. Kaká houdt niet van samba en carnaval, hij bestempelt zich als de slechtste danser van Brazilië. Maar hij houdt van voetbal. Kaká speelt ook anders dan zijn ploegmaats, hij verkiest eenvoud boven show, nuchterheid boven franjes. En hij verdiept zich graag in de bijbel die op zijn nachtkastje ligt. "Je kan met hem even gemakkelijk daarover spreken als over het voetbal", weten Braziliaanse journalisten. En, voegt een van hen eraan toe, "hij staat 10 procent van zijn inkomen af aan de kerk. Dat is iets waarmee hij absoluut niet uitpakt. Hij zegt dat God hem de mogelijkheden heeft gegeven veel geld te verdienen. Dus vindt hij dat hij daarvoor iets moet terugdoen." Kaká engageert zich ook voor tal van andere sociale projecten en sluit de ogen niet voor de problemen in zijn land. Hij oogt meer als een student dan als een voetballer. Felle contrasten zijn er dus ook in de Braziliaanse ploeg. Net zoals in de samenleving waar 20 procent van de bevolking onder het bestaansminimum zit. Maar niemand doet moeilijk als er over de gigantische salarissen van de spelers wordt gesproken, iedereen kruipt voor de televisie als Brazilië het WK tegen Kroatië opent. Dat het allemaal moeizaam liep, is geen ramp zolang ze maar winnen. Toch maken de Braziliaanse media zich na de weinig sprankelende voorstelling ongerust. Moet er een psycholoog worden bijgehaald ? Weegt de favorietenrol te zwaar door, ook al geeft de ploeg misschien niet die indruk ? Is Ronaldo over zijn hoogtepunt heen ? En hoe komt het dat Adriano nog maar een schim is van zichzelf ? De kranten moeten worden gevuld. In Königstein zijn de spelers allerminst in paniek. Ze lachen en dollen alweer over het veld. Als Parreira affluit, wil de tegen Kroatië ook niet bepaald overtuigende Ronaldinho nog eens testen of hij niets van zijn magie heeft ingeboet. Hij knalt de bal vier keer tegen de paal. Vervolgens stapt Ronaldinho lachend naar de kleedkamer. Buiten scanderen jongeren onophoudelijk en haast irritant zijn naam. Hij wuift ze vriendelijk toe. JACQUES SYS