De paars-witte mallemolen, het went blijkbaar snel. Na enkele maanden draait Lucas Biglia er vlotjes en rustig in mee. Ietwat te laat verschijnt hij bij het onthaal. Daar geeft hij eerst alle dames die zich bekommeren over de versiering van de kerstboom, een vriendelijke kus, om vervolgens samen met tolk José Garcia enkele krantenknipsels vluchtig door te nemen. Nadien even een truitje signeren hier, een handje schudden daar en dan stelt Biglia zich ter beschikking voor een korte babbel. Kort, zoals dat bij de landskampioen wel vaker moet. Meer dan twintig minuutjes is er niet. En het is bandwerk. De volgende journalist staat buiten ongeduldig te ijsberen, wachtend op zijn beurt.
...

De paars-witte mallemolen, het went blijkbaar snel. Na enkele maanden draait Lucas Biglia er vlotjes en rustig in mee. Ietwat te laat verschijnt hij bij het onthaal. Daar geeft hij eerst alle dames die zich bekommeren over de versiering van de kerstboom, een vriendelijke kus, om vervolgens samen met tolk José Garcia enkele krantenknipsels vluchtig door te nemen. Nadien even een truitje signeren hier, een handje schudden daar en dan stelt Biglia zich ter beschikking voor een korte babbel. Kort, zoals dat bij de landskampioen wel vaker moet. Meer dan twintig minuutjes is er niet. En het is bandwerk. De volgende journalist staat buiten ongeduldig te ijsberen, wachtend op zijn beurt. Ook bij het repliceren op de vragen, blijkt al snel dat Biglia intussen goed geroutineerd is. Hij lijkt perfect te weten wat hij wel en niet mag zeggen. Het ene voetbalcorrecte antwoord na het andere rolt over zijn lippen. Op een sneer naar iemand laat hij zich niet betrappen en herhaaldelijk trekt hij de kast met clichés open. Ook Garcia kruipt graag in die kast om er een en ander uit op te diepen. Bij het vertalen van de antwoorden van Biglia - wiens Spaans volstrekt onverstaanbaar klinkt omdat hij net een beugel in zijn mond heeft - lijkt het bij momenten alsof Garcia al zo gewend is aan zijn taak dat hij niet eens meer luistert naar wat Biglia exact zegt. Antwoorden van vijf à zes zinnen zijn na de vertaling plots maar twee zinnen lang. Lucas Biglia : "Het was zonder twijfel een voordeel dat hier op Anderlecht drie andere Argentijnen spelen, dat vergemakkelijkte de communicatie en de integratie." "Het gaat er vaak om dat je de kans moet krijgen om verscheidene matchen op rij te spelen. Als jongens als Leiva en Pareja - die bovendien af te rekenen kreeg met blessureleed - dat hadden kunnen doen, hadden zij hetzelfde kunnen tonen als ik, hadden ook zij kunnen bewijzen waarom ze naar België gekomen zijn." "Ja, maar we hebben zes grote wedstrijden gespeeld, zelfs tegen Milan. In het algemeen hebben we goed gespeeld in de Champions League, maar we zouden daar nog meer maturiteit aan de dag moeten kunnen leggen.""Ik ben naar België gekomen om alle wedstrijden met Anderlecht te spelen. Belangrijk is om met deze club kampioen te worden en de beker te winnen. "Veel is afhankelijk van de denkwijze over voetbal, en in België is die anders dan in Argentinië. Ik heb het hier nog niet zo lang kunnen bekijken, maar maakte wel al de bedenking : laat jonge gasten tijdens hun opleiding toch wat meer contact hebben met de bal, neem wat meer technische fasen met hen door. Hier wordt aan die zaken niet genoeg aandacht besteed.""Ja, hier gaan we in het begin van de week al stevig door en vermindert dat geleidelijk naarmate de week vordert, om fris aan de aftrap te verschijnen. Ik heb er geen probleem mee om hard te werken. Ik wil progressie maken.""De nummer negen van Genk ( Kevin Vandenbergh, nvdr) en de nummer elf van Standard ( Milan Rapaic, nvdr). Maar ik vind niet dat je in België spelers hebt die een superhoog of een superlaag niveau halen, eerder veel jongens die regelmatig presteren." "Nee, helemaal niet. Dat heeft niets te maken met de tegenstanders, en ook niet met de scheidsrechters. Ik moet kalmer worden in dat soort situaties, ben dan te nerveus. Dat gaat over de mate waarin je in een wedstrijd opgaat. Ik dien op dat vlak naar mezelf te kijken. "Ik voel bij het protesteren gelukkig wel waar de grenzen liggen, weet wanneer ik moet ophouden om geen kaart te krijgen. Maar de beste oplossing is : nooit iets tegen de scheidsrechter zeggen.""Ik ben hier gekomen om mijn collega's hier te helpen, om voor een ploeg te spelen, niet alleen voor mezelf. Ik wil altijd winnen. Daarbij hoort : je ploegmakkers aanmoedigen.""Nee. Ik heb er tijdens de wedstrijd nooit aan gedacht dat ik tegen Real Madrid aan het spelen was. Het enige wat ik wil, is : aan de trainer en aan de staf tonen dat ik goed kan voetballen. Tegen welke ploeg we spelen, maakt niet uit.""Vóór ik hier wegga, wil ik een titel op zak. Ik ben nog maar twintig, te jong om nu al naar een grotere ploeg te gaan. Ik moet hier nog veel leren."KRISTOF DE RYCK