Toen hij een jaar geleden Albert Cartier als coach in dienst nam, drukte voorzitter Johan Vermeersch zich duidelijk uit over de ambities van FC Brussels op middellange termijn : elk seizoen drie plaatsen stijgen in de rangschikking. De Brusselaars liggen vóór op het schema : ze eindigden vorig seizoen tiende, vijf plaatsen beter dan de vijftiende stek op het einde van de rit 2004/05. In mei 2007 op diezelfde tiende plaats uitkomen zou een onverhoopte meevaller zijn, want met Ibrahim Kargbo verloor de club een sterkhouder en een andere drager van het team, Alan Haydock, heeft nog enkele maanden revalidatie voor de boeg na zijn blessure. Bovendien is het gat nog altijd niet opgevuld dat geslagen werd door het vertrek van Igor De Camargo tijdens de winterstop van de vorige editie. Hoeveel leegte De Camargo achter- liet, was nochtans de hele terugronde door duidelijk. Tot overmaat van ramp heeft ook Mickaël Niçoise, die in de slotfase begon te renderen als a...

Toen hij een jaar geleden Albert Cartier als coach in dienst nam, drukte voorzitter Johan Vermeersch zich duidelijk uit over de ambities van FC Brussels op middellange termijn : elk seizoen drie plaatsen stijgen in de rangschikking. De Brusselaars liggen vóór op het schema : ze eindigden vorig seizoen tiende, vijf plaatsen beter dan de vijftiende stek op het einde van de rit 2004/05. In mei 2007 op diezelfde tiende plaats uitkomen zou een onverhoopte meevaller zijn, want met Ibrahim Kargbo verloor de club een sterkhouder en een andere drager van het team, Alan Haydock, heeft nog enkele maanden revalidatie voor de boeg na zijn blessure. Bovendien is het gat nog altijd niet opgevuld dat geslagen werd door het vertrek van Igor De Camargo tijdens de winterstop van de vorige editie. Hoeveel leegte De Camargo achter- liet, was nochtans de hele terugronde door duidelijk. Tot overmaat van ramp heeft ook Mickaël Niçoise, die in de slotfase begon te renderen als aanvaller, afscheid genomen. Patrick Nys gold vorig seizoen als een van de beste spelers en manifesteert zich nu als een actieve gepensioneerde. Hij behoort nog altijd tot de spelerskern maar mikt niet meer op het statuut van nummer één. Voor paniek is er echter geen enkele reden. Met Michaël Cordier realiseerde Brussels een van de beste kopen van de voorbije transferperiode. De kloon van Silvio Proto etaleerde vorig seizoen bij La Louvière zijn status van belofte. De verdediging van Brussels kwam vorig seizoen goed uit de verf : ze slikte slechts 30 doelpunten - alleen Anderlecht (27 tegengoals) en Standard (28) deden beter. Drie van de vier defensieve titularissen zijn gebleven : Zoltan Petö (die van de linkerflank naar het centrum glijdt), Steve Colpaert (centraal) en Christ Bruno (op rechts). Maar wie vangt de aderlating op die valt door het vertrek van Kargbo ? Dat wordt een van de cruciale vragen. De club zoog Mohama Atte-Oudeyi 'Zanzan' aan. Die is gretig na zijn povere terugronde bij Lokeren (althans afgemeten aan aantal minuten speelgelegenheid dat hem in het Waasland werd gegund) en de verwijdering, in extremis, uit de selectie van Togo voor het WK. Een alternatief vormt Michael Nadji, maar die heeft er bij Lierse een ultralang seizoen op zitten en er mag gevreesd worden voor zijn staat van paraatheid. Andere wisseloplossingen : Michaël Jonckheere en de beloftevolle Quantin Durieux die destijds bij La Louvière door Cartier in de eerste klasse werd gepompt. Brussels begint in die sector gehandicapt aan het seizoen : het zal een tijdlang de diensten moeten ontberen van Haydock, de kapitein en defensieve motor van het team. Tijdens zijn afwezigheid krijgt Fabrice Omonga de kans om zich te tonen. Hij opereert in de rug van Richard Culek, een van de weinige spelers van respectabele gestalte bij Brussels. Culek infiltreert graag en veel en meldt zich bij elke stilstaande fase aan het front. Waarschijnlijk wijkt Cartier niet af van zijn formule met één verdedigende middenvelder en één offensieve. Hij experimenteerde vorig seizoen met andere schema's, namelijk met Mario Espartero, maar die tests draaiden niet uit op succes en bovendien is de speler in kwestie vertrokken. Op rechts is de linksvoetige Julien Pinelli (ook van La Louvière) vrijwel zeker van een basisplaats. Op links lopen we een oude bekende tegen het lijf : Ebou Sillah (vroeger bij Club Brugge), een pure linkse buitenspeler met een groot offensief bereik. In de oefenmatchen stak Kristoffer Andersen de neus aan het venster, maar wellicht is hij nog niet rijp genoeg voor een stamplaats. Musaba Selemani verkeert in hetzelfde geval, al speelde hij vorig seizoen zeer frequent. Veel verandering in de aanvalslinie van Brussels. Cartier stapt vermoedelijk in het kampioenschap met een centrumspits (Moussa Sanogo), gesteund door een zwervende aanvaller (Julien Gorius). Voor de Fransman is dit een nieuwe rol, maar in de vriendschappelijk wedstrijden bleek het systeem wel te werken. Definitief is deze formule nog niet. Als er de volgende weken op de transfermarkt nog een koopje te versieren valt, haalt Brussels mogelijk nog iemand binnen waardoor er met twee echte aanvallers kan worden gevoetbald. Of misschien reikt Jonathan Tehoué, de van Virton overgekomen prijsschutter, wel een oplossing aan. Het is met andere woorden niet uitgesloten dat de huidige missie van Gorius slechts een tijdelijk karakter heeft. De excellente heenronde van Brussels tijdens vorig seizoen berustte vooral op de ruggengraat van het team : Nys-Kargbo-Haydock-De Camargo. De doelman werd waardig vervangen, de derde is nog een tijd out en bij de vervanging van de tweede en de vierde kreeg de club allesbehalve een kwaliteitsgarantie. Hoe Brussels straks door het seizoen trekt, zal afhangen van de oplossingen die Cartier verzint voor deze verantwoordelijke posities. PIERRE DANVOYE