Het was ergens in het begin van de jaren zeventig. Dromend van een carrière als sportjournalist deden we in het kader van onze opleiding stage bij het dagblad Het Volk. De eerste wedstrijd die we mochten verslaan was AA Gent tegen Eupen. De Buffalo's speelden toen in tweede klasse, met de Hongaarse technicus István Sztany als speler-trainer. AA Gent, als favoriet aan het seizoen begonnen, verloor met 1-2. Na afloop verbaasden we ons in de perszaal over het bijtend cynisme van de plaatselijke journalisten. Het was alsof de ploeg er niets van zou bakken.

Vele jaren later, in september 1980, mochten we mee voor het weekblad Sport '80 aanschuiven voor een interview met de toenmalige voorzitter Albert De Meester. De corpulente betonboer leidde de club acht jaar lang met strakke hand en luide stem. Voor een belangrijke wedstrijd kwam hij ooit de kleedkamer binnen en stak vier vingers in de lucht. Hij zei dat de spelers bij winst vierduizend frank extra zouden krijgen. Dat begreep aanvoerder Aad Koudijzer niet goed. Hij vroeg de voorzitter of die een kramp had in zijn duim. Waarop De Meester vijf vingers in de lucht stak. Vijfduizend frank dus, Koudijzer lachte tevreden.

Voor de pers was De Meester altijd bereikbaar. Ook toen, in september 1980. De club verkeerde nochtans in een diepe crisis, de positie van trainer Léon Nollet wankelde, maar dat was voor De Meester geen enkel probleem om met de media te praten. Een ontslag van Nollet? Onmogelijk zei De Meester. Hij zweerde op het hoofd van zijn zoon dat Nollet niet ontslagen zou worden. Het stond als titel boven het stuk dat op maandagavond naar de drukkerij moest en op woensdag verscheen. Alleen: op dinsdag, de dag voor publicatie dus, werd Nollet alsnog de laan uitgestuurd. Dat was op zijn minst ongelukkig. Het weekend daarop wenkte De Meester ons. Om te klagen over de titel, dachten we. Maar nee, De Meester gaf ons een compliment omdat hij de foto die bij het verhaal stond zeer schoon vond.

De tijden zijn veranderd, maar de Gentse folklore is ergens gebleven. Nog altijd is het voor de plaatselijke Gentse pers niet snel goed genoeg, nog steeds zit er een stuk sarcasme in hun reacties. En de voorzitter? Ivan De Witte is altijd beschikbaar voor de media, ook in moeilijke momenten. Maar dat is dan wel de enige overeenkomst met Albert De Meester. Werelden van verschil liggen er tussen het niveau van beiden.

Het was ergens in het begin van de jaren zeventig. Dromend van een carrière als sportjournalist deden we in het kader van onze opleiding stage bij het dagblad Het Volk. De eerste wedstrijd die we mochten verslaan was AA Gent tegen Eupen. De Buffalo's speelden toen in tweede klasse, met de Hongaarse technicus István Sztany als speler-trainer. AA Gent, als favoriet aan het seizoen begonnen, verloor met 1-2. Na afloop verbaasden we ons in de perszaal over het bijtend cynisme van de plaatselijke journalisten. Het was alsof de ploeg er niets van zou bakken. Vele jaren later, in september 1980, mochten we mee voor het weekblad Sport '80 aanschuiven voor een interview met de toenmalige voorzitter Albert De Meester. De corpulente betonboer leidde de club acht jaar lang met strakke hand en luide stem. Voor een belangrijke wedstrijd kwam hij ooit de kleedkamer binnen en stak vier vingers in de lucht. Hij zei dat de spelers bij winst vierduizend frank extra zouden krijgen. Dat begreep aanvoerder Aad Koudijzer niet goed. Hij vroeg de voorzitter of die een kramp had in zijn duim. Waarop De Meester vijf vingers in de lucht stak. Vijfduizend frank dus, Koudijzer lachte tevreden. Voor de pers was De Meester altijd bereikbaar. Ook toen, in september 1980. De club verkeerde nochtans in een diepe crisis, de positie van trainer Léon Nollet wankelde, maar dat was voor De Meester geen enkel probleem om met de media te praten. Een ontslag van Nollet? Onmogelijk zei De Meester. Hij zweerde op het hoofd van zijn zoon dat Nollet niet ontslagen zou worden. Het stond als titel boven het stuk dat op maandagavond naar de drukkerij moest en op woensdag verscheen. Alleen: op dinsdag, de dag voor publicatie dus, werd Nollet alsnog de laan uitgestuurd. Dat was op zijn minst ongelukkig. Het weekend daarop wenkte De Meester ons. Om te klagen over de titel, dachten we. Maar nee, De Meester gaf ons een compliment omdat hij de foto die bij het verhaal stond zeer schoon vond. De tijden zijn veranderd, maar de Gentse folklore is ergens gebleven. Nog altijd is het voor de plaatselijke Gentse pers niet snel goed genoeg, nog steeds zit er een stuk sarcasme in hun reacties. En de voorzitter? Ivan De Witte is altijd beschikbaar voor de media, ook in moeilijke momenten. Maar dat is dan wel de enige overeenkomst met Albert De Meester. Werelden van verschil liggen er tussen het niveau van beiden.