Als er in de gangen van het Oostendse trainingscentrum al enige opwinding te bespeuren valt, is die veeleer te wijten aan de coronatests die de Pro League uitvoert dan aan de euforie over het naderende seizoenseinde. De kustploeg bereidt zich relaxed voor op haar eindsprint, zo blijkt uit het geluid van stuiterende pingpongballetjes en zoevende dartpijltjes.
...

Als er in de gangen van het Oostendse trainingscentrum al enige opwinding te bespeuren valt, is die veeleer te wijten aan de coronatests die de Pro League uitvoert dan aan de euforie over het naderende seizoenseinde. De kustploeg bereidt zich relaxed voor op haar eindsprint, zo blijkt uit het geluid van stuiterende pingpongballetjes en zoevende dartpijltjes. Andrew Hjulsager ontvangt ons in de gamekamer, waar de eerste lentewarmte nog hangt en de koffietafel bezaaid ligt met nummers van Sport/Voetbalmagazine. Zodra de deur dichtvalt, steekt de 26-jarige Deen van wal over het knotsgekke seizoen van KVO en zijn status als spelverdeler, maar ook over het verloop van zijn carrière. Die begon op de speelplaatsen van Kopenhagen, waar een verre voetbaldroom veranderde in een levensdoel. Hoe leert men voetballen in Denemarken? ANDREWHJULSAGER: 'Op mijn negende ben ik naar Brøndby gekomen, daar maakte ik ook mijn debuut bij de profs. Ik ben opgeleid om een zeer tactisch spel te spelen: een rigide blok, zonevoetbal op elke positie, heel weinig één tegen één. Teams wachten af, kijken naar elkaar en de favoriet krijgt gemakkelijk 65 procent balbezit. Heel anders dan in België, waar er veel meer duels zijn. Eigenlijk kan het in Denemarken nogal eens uitdraaien op oersaai voetbal.' Het contrast moet enorm geweest zijn toen je als 22-jarige in La Liga gedropt werd. Hoe ben je bij Celta de Vigo terechtgekomen? HJULSAGER: 'Ik had al enkele goede seizoenen achter de rug, zat in het laatste jaar van mijn contract en speelde mijn beste voetbal. Aan de winterstop stond ik op acht doelpunten en zeven assists. Ik was van plan om de club aan het einde van het seizoen te verlaten, maar half januari klopte Celta aan. Ik had nog andere opties, maar het was de enige Spaanse club die me een concreet aanbod deed. Ik keek veel naar buitenlandse competities en op dat moment ( januari 2017, nvdr) was de Spaanse competitie de beste ter wereld.' Van Brøndby naar Vigo, was dat niet een beetje een hoogmoedige overgang? HJULSAGER: 'Ik was niet de eerste Deense speler bij de club. Bovendien ben ik me gaan informeren bij Pione Sisto en vooral Daniel Wass, die er toen nog speelden. Ze spraken zeer lovend over de club. Het was normaal gesproken een ploeg uit de middenmoot, niet het soort club dat spelers koopt voor 20 miljoen euro.' Wat was het moeilijkste in Spanje: je aanpassen aan het dagelijkse leven of aan het voetbal? HJULSAGER: 'Beide. De cultuur is totaal verschillend. In Vigo spreekt bijna niemand Engels. De mensen hebben er ook een heel andere manier van leven. Denen zijn heel stipt. Als je een afspraak hebt om twaalf uur, dan is het twaalf uur. In Spanje is dat wat losser. Op voetbalgebied is de speelstijl heel anders. Door de hitte is het onmogelijk om de hele tijd met een hoog tempo te spelen, om voortdurend te lopen. Soms gaat het spel heel traag, tot op dertig meter van het doel. Daar kan het dan ineens exploderen en gaat het met honderd kilometer per uur.'Waarom kon je niet doorbreken in het team? HJULSAGER: 'Het was een samenloop van omstandigheden. In het begin stond de ploeg in de middenmoot, we kwamen nooit echt in de problemen en dus stelde de coach altijd hetzelfde team op. De kansen kwamen pas toen de club begon te vechten voor het behoud, maar uiteindelijk heb ik een uitleenbeurt afgedwongen in de tweede divisie bij Granada om wat speeltijd te krijgen. Daarbij komt nog bij dat ik op de flank speelde, wat een groot deel van mijn kwaliteiten verborg.' Speelde je vroeger altijd in het centrum? HJULSAGER: 'Ik was altijd al meer een box-to-box, een middenvelder die veel liep en die wist hoe hij druk moest zetten of het spel kon opbouwen. Ik speelde alleen op de flank toen ik bij de profs debuteerde, omdat de coach me eerst wilde laten groeien voordat hij me verantwoordelijkheden op het middenveld gaf. Maar in Spanje werd ik op de kant gezet. Ik wist hoe het moest omdat ik kan lopen en voorzetten, en ik moest me aanpassen om te gaan dribbelen. Maar ik denk dat je aan mijn prestaties dit jaar kunt zien dat ik beter ben als ik in het midden sta.' Hoe ben je in Oostende terecht gekomen? HJULSAGER: 'Omdat ik me tweeënhalf jaar lang niet echt in een team had kunnen settelen, voelde ik dat ik een club nodig had waar ik in de ploeg zou blijven staan, zelfs na een minder goede wedstrijd. Denemarken had in die tijd een Noorse bondscoach ( Åge Hareide, nvdr). Toen we elkaar zagen in de zomer, raadde hij me aan één of twee jaar naar België of Nederland te trekken om mijn beste niveau terug te vinden. Omdat de coach van Oostende ook Noors was, en hij me vertelde dat ik in het centrum zou spelen, heb ik de sprong gewaagd.' En dan kom je bij een team terecht dat vooral speelde om geen doelpunten tegen te krijgen... HJULSAGER: 'Dat was niet de manier waarop de coach graag speelde. Jongens die vroeger met hem werkten, hadden me dat verteld. Maar met de spelers die we hadden, was het moeilijk om iets anders te doen. Dat is waarschijnlijk een van de redenen waarom hij in het midden van de winter vertrok.' Hij vertrok zelfs in het midden van een match. HJULSAGER: 'Ik herinner me dat we een van de laatste wedstrijden van het jaar speelden, in Charleroi. Tijdens de rust vertelde hij me dat het zijn laatste wedstrijd was. Het was echt een gek jaar...' Had je spijt van je keuze? HJULSAGER: 'Toen ik ten slotte op de flank moest spelen, we alleen maar verloren en niet aan voetballen toekwamen, zei ik tegen mezelf dat ik daarvoor niet naar hier gekomen was. Achteraf bekeken was het misschien een goede zaak dat de club op dat punt kwam, omdat het ons in staat stelde om met een schone lei te herbeginnen.' Gedurende de lockdown vorig jaar moet je je toch afgevraagd hebben wat er ging gebeuren? Kopers die treuzelden, geen proflicentie... HJULSAGER: 'Ik was er zeker van dat de club een koper zou vinden. Als je de situatie objectief bekijkt, dan zijn er nieuwe faciliteiten, een goede infrastructuur en slechts acht spelers onder contract. Deze club was de perfecte kans voor iemand die een team wilde heropbouwen.' Geloofde je al snel dat alles goed zou komen? Want toen de transferperiode begon, zag je vooral spelers binnenkomen die niet veel ervaring hadden. Sommigen waren nog nooit prof geweest. HJULSAGER: 'We begonnen met een ploeg van spelers die niemand wilde, maar na onze laatste vriendschappelijke wedstrijd tegen Cercle voelde ik dat we niet voor het behoud zouden spelen. Toen we KV Mechelen versloegen, was dat niet onze beste wedstrijd van het seizoen, maar het zorgde voor een déclic, de goede flow kwam op gang.' Wanneer besefte je dat het team op de top van het klassement kon mikken? HJULSAGER: 'Het exacte moment herinner ik me niet meer, maar vrij vroeg in het seizoen gaf ik een interview waarin ik sprak over play-off 1. De journalist zette grote ogen op, zo van: wow, er staan toch nog een paar stevige ploegen voor jullie. Eerlijk gezegd dacht ik op dat ogenblik dat de play-offs nog steeds met zes ploegen gespeeld werden... ( lacht) Maar zelfs toen kon ik geen ploeg bedenken die we niet konden verslaan, behalve Club Brugge misschien. Achteraf moet je ook toegeven dat alle teams veel punten hebben verspeeld. Met ons huidige puntentotaal zouden we normaal niet zo hoog in het klassement staan.' Heeft het team zichzelf een beetje onder druk om voor de top vier te gaan? HJULSAGER: 'Dat hangt van speler tot speler af. Ik heb altijd de ambitie om in de top te spelen, maar sommigen zijn wat meer ontspannen, al tevreden met wat we tot nu toe hebben gedaan. De coach is daar goed in, hij zorgt ervoor dat we onze appetijt behouden.' Hij heeft jullie in hongerige dieren veranderd... HJULSAGER: 'We gebruiken vaak het beeld van een leeuw. Van een groep leeuwen. En dat is waarom we zo goed zijn dit jaar. Met onze agressiviteit dwingen we onze tegenstanders in de fout.' Helpt het spelen zonder publiek je team, dat vrij jong is? HJULSAGER: 'Zeker weten. Ik herinner me dat we in Denemarken behoorlijk fanatieke supporters hadden. Ze konden veel invloed uitoefenen op de tegenstander, maar ook op ons, wanneer ze begonnen te fluiten na een slechte pass. Hier hebben we die druk momenteel niet. Als je bijvoorbeeld op Standard speelt, weegt het publiek zo zwaar door dat je het gevoel hebt dat de tijd eens zo snel gaat zodra je de bal aanraakt. Dat gevoel is weg nu we zonder fans spelen.' Beleef je persoonlijk het beste seizoen uit je carrière? HJULSAGER: 'Dat denk ik wel. Ik zou nog beslissender kunnen zijn, met een beetje geluk en door soms betere keuzes te maken, maar ik krijg het vertrouwen van de coach. Hij gaf me veel verantwoordelijkheid en die neem ik.' Hou je van die status? HJULSAGER: 'Ik weet dat ik een belangrijke speler ben. Dat kun je zien in de statistieken. Maar ik vind het leuk.' Stel je je aan het begin van het seizoen een doel qua statistieken? HJULSAGER: 'Ik zeg altijd tegen mezelf dat ik vijftien beslissende acties wil maken, goals en assists samen. Een coach vertelde me ooit dat een goede middenvelder die cijfers zou moeten halen.' Dat is dit seizoen gemakkelijker dan vorig jaar. HJULSAGER: 'Het is vooral gemakkelijker omdat we geen tachtig meter moeten lopen wanneer we de bal recupereren! ( lacht) Je kunt het aantal ballen dat ik per wedstrijd krijg, en de posities waarin ik ze krijg, niet vergelijken met vorig jaar. Toen speelden we niet echt voetbal. We zaten in onze rechthoek te wachten en hoopten dat Fashion Sakala iets zou doen.' Je zei dat je oorspronkelijk van plan was om één of twee seizoenen in België te spelen om terug op het goede spoor te komen. Dit is dus je laatste seizoen in Oostende? HJULSAGER: 'Ik wil het seizoen zo goed mogelijk afmaken en zien waar we eindigen. Over het volgende seizoen praat ik als het huidige voorbij is. Als je goed speelt, is er altijd belangstelling, maar ik probeer daar niet te veel aandacht aan te besteden. Trouwens, in het voetbal is er altijd een groot verschil tussen interesse en wat er werkelijk op tafel komt. Ik heb er altijd voor gekozen om pas te gaan nadenken als ik iets voor me zie. Toen ik jonger was, maakte ik veel plannen. In de loop der jaren heb ik echter geleerd dat je sneller vooruit komt als je je concentreert op je prestatie in de volgende wedstrijd. Dat klinkt misschien cliché, maar op die manier krijg je kansen.'