Er wordt wel eens gezegd dat interlandvoetbal niet meer van deze tijd is. Om historische redenen heeft het concept natie inderdaad een negatieve connotatie gekregen in Europa. Maar het kan ook een vorm van identificatie tot stand brengen. Een competitie tussen verschillende naties, met de speelsheid van voetbal als middelpunt, kan het Europese gedachtegoed alleen maar versterken.
...

Er wordt wel eens gezegd dat interlandvoetbal niet meer van deze tijd is. Om historische redenen heeft het concept natie inderdaad een negatieve connotatie gekregen in Europa. Maar het kan ook een vorm van identificatie tot stand brengen. Een competitie tussen verschillende naties, met de speelsheid van voetbal als middelpunt, kan het Europese gedachtegoed alleen maar versterken. Het verleden heeft aangetoond dat een EK, en sport in de breedste zin van het woord, een verbindend effect kan hebben op naties. Het is om te beginnen een ontmoetingsplaats tussen Oost en West. Het eerste EK in 1960, ten tijde van de Koude Oorlog, werd gewonnen door de Sovjet-Unie. In 1976 klaarde de nachthemel boven Belgrado op door de winst van Tsjecho-Slowakije. In 1996, op een moment dat het ledental bij de UEFA gestaag groeide dankzij de val van het IJzeren Gordijn, zagen we zelfverzekerde teams van nieuwe naties als Kroatië en Tsjechië aan het werk. En in het midden van de jaren 2000 volgde UEFA de uitbreidingsdrang van de EU naar het oosten en werd EURO 2012 aan Polen en Oekraïne toegekend. Paradoxaal genoeg vloeit de charme van een EK of een WK voort uit het feit dat het tactische niveau lager ligt dan in de clubcompetities. Simpelweg omdat bondscoaches minder tijd hebben met de spelers én het is niet mogelijk om te investeren in een nationale ploeg. Het is niet verwonderlijk dat sommige posities niet door specialisten worden ingevuld. Je moet het doen met wat het land te bieden heeft, waardoor kleinere ploegen die boven zichzelf uitstijgen heel ver kunnen komen; in een tornooi gaan teamgeest, discipline en passie de doorslag geven. Neem nu EURO 2016 in Frankrijk, waar de toehoorders geïnspireerd werden door een klein eiland met slechts 350.000 inwoners. De groepsdynamiek en de teamspirit van IJsland werkten aanstekelijk. Met de steun van tienduizenden als Vikings en trollen verklede fans die met opgeheven armen hun oerkreet joelden, waren de spelers van IJsland bij machte om vulkanen te doven. Dit was sport in zijn meest rauwe vorm. Maar een EK doet ook denken aan de boeken van Asterix, waar er gretig wordt ingespeeld op stereotypen van de Britten, de Zwitsers en de Goten ( Oost-Germaans volk, nvdr). Soms is het gevoel van samenhorigheid zo sterk dat het omslaat naar vooringenomenheid over anderen. Toch is het de diversiteit die een EK zo bijzonder maakt. En het mooie aan voetbal is dat niemand zijn afkomst moet loslaten. Anders zijn wordt erkend, ook en vooral omdat de voetbalregels voor iedereen dezelfde zijn. Ik heb op het veld 113 keer mijn volkslied gehoord en ik heb het altijd ervaren als een ontroerend moment. Geld en individuele contracten zijn bij nationale teams minder van tel dan in het dagelijkse leven op de club. Het gaat om waarden als samenwerking, vriendschap en gemeenzaamheid. Je schrijft geschiedenis op een EK of WK. En dat brengt mij bij de Finnen, die dankzij de uitbreiding naar 24 landen, voor het eerst deelnemen. Of neem Noord-Macedonië, dat in maart met 2-1 ging winnen in Duitsland, en nu ook zijn debuut maakt. Het zal er voor hen op neerkomen om te laten zien wie ze zijn en wie ze willen zijn. Ik vind dat geen verkeerde motivatie in zo'n sterk bezet tornooi. Covid vaardigde geen team af. Het is intussen wel een wereldmacht geworden die de komende weken zal laten zien wat naties zo sterk maken: solidariteit en rechtvaardigheid. Natuurlijk zal het virus dit Europese tornooi aantasten. Maar ondanks alles moeten we in staat zijn erin te slagen om dit EK te onthalen als een ongedwongen en vreedzame krachtmeting tussen naties.