Met de flair die hem eigen is, bewoog Steven Martens zich vorige week donderdag in Monaco binnen de internationale voetbalgemeenschap. Hij had er geluisterd naar het discours dat UEFA-voorzitter Michel Platini gaf over de redenen waarom hij zich geen kandidaat zal stellen om volgend jaar voorzitter van de FIFA te worden en de strijd met Sepp Blatter aan te binden. En samen met onder meer Alain Courtois was er door Martens ook wat lobbywerk verricht om de openingswedstrijd van het EK 2020 naar Brussel te halen. Op 19 september beslist de UEFA welke steden voor de organisatie van dit evenement in aanmerking komen en het heette aanvankelijk dat alle stadiondossiers er tegen dan moesten zijn. Of er voor Brussel, als hoofdstad van de Europese Unie, een uitzondering wordt gemaakt, zal moeten blijken.
...

Met de flair die hem eigen is, bewoog Steven Martens zich vorige week donderdag in Monaco binnen de internationale voetbalgemeenschap. Hij had er geluisterd naar het discours dat UEFA-voorzitter Michel Platini gaf over de redenen waarom hij zich geen kandidaat zal stellen om volgend jaar voorzitter van de FIFA te worden en de strijd met Sepp Blatter aan te binden. En samen met onder meer Alain Courtois was er door Martens ook wat lobbywerk verricht om de openingswedstrijd van het EK 2020 naar Brussel te halen. Op 19 september beslist de UEFA welke steden voor de organisatie van dit evenement in aanmerking komen en het heette aanvankelijk dat alle stadiondossiers er tegen dan moesten zijn. Of er voor Brussel, als hoofdstad van de Europese Unie, een uitzondering wordt gemaakt, zal moeten blijken. De trip naar Monaco was voor Steven Martens een korte vlucht uit de werkelijkheid. Voor de speciale vergadering van de raad van bestuur van de voetbalbond die afgelopen maandag geprogrammeerd stond. Tijdens het gala dat op de loting van de Champions League volgde, zei Martens langzamerhand gek te worden van alle verhalen die er de afgelopen dagen circuleerden. Hij benadrukte ook dat er op die vergadering geen belangrijke beslissingen genomen zouden worden. Het klonk overtuigend. Het valt af te wachten of de storm die nu door de Belgische Voetbalbond raast zo snel zal gaan liggen. De loyale teammanager Nicolas Cornu is ontslagen omdat hij het hotel van de spelersvrouwen vergat te annuleren, een factuur van 300.000 euro. Het moet wel een paleis zijn waarin de dames van de Rode Duivels ondergebracht moesten worden. Niet sterk is het van de topmensen om Cornu, uiteindelijk een bediende, daarvoor te laten opdraaien en zelf geen enkele verantwoordelijkheid op te nemen. Je zou op zijn minst mogen verwachten dat er van hogerhand wordt toegekeken als het om zulke bedragen gaat. Steven Martens is door de voetbalbond met veel egards binnengehaald. Tal van lofzangen werden aangeheven over de manier waarop hij de bond moderniseerde en middeleeuwse structuren aanpakte. Dat de CEO en zijn medewerkers daarvoor, boven op hun riante salaris, bonussen kregen, stuit nu op kritiek. Maar veel fundamenteler is de vraag wie die bonussen toekende. Een comité waarin ook Steven Martens zetelde? Als dat klopt, moet iemand voor deze vreemde constructie zijn zegen hebben gegeven. Sterker zelfs: als Martens zelf mee de doelen mocht opstellen die de bonussen bepaalden, zoals wordt gefluisterd, dan moet iemand ook daarvoor het licht op groen hebben gezet. Het is inherent aan herschikkingen dat de macht van bepaalde mensen of instanties wordt ingekrompen. Bizar is dat het directiecomité nu op alles beter zal toekijken en ook wil waken over de te royale uitgaven. Alsof zij eerder geen zeggenschap hadden. Maar wie dan wel? Met het afsluiten van de transfermarkt, met een vloedgolf aan nieuwe buitenlanders, kan er nu werk worden gemaakt van een zoektocht naar de juiste patronen. Bij de ene club gebeurt dat al wat ingrijpender dan bij de andere. Club Brugge bijvoorbeeld krijgt een Latijnse injectie, die naar een kwalitatieve verhoging moet leiden. Noodzakelijk, want Club boog tegen Anderlecht veel meer met powerplay dan met combinatievoetbal een 0-2-achterstand om. De vraag is wel hoeveel tijd die Zuid-Amerikanen nodig zullen hebben om zich bij Club aan te passen. En vooral welk niveau ze halen. Zeldzaam zijn de witte merels die in deze periode nog te vinden zijn. Dan is er bij Anderlecht meer sportieve continuïteit, én in de eerste helft op Club Brugge ook eindelijk goed voetbal. De manier waarop Steven Defour voor de rust regisseerde, belooft voor de toekomst. En de zwier waarmee Dennis Praet in een centrale rol voetbalde en ook ballen recupereerde, was bij momenten een streling voor het oog. De middenvelder moet geduldig verder timmeren aan zijn carrière en de voeten stevig op de grond houden. Niet gemakkelijk in een spelersgroep die weleens neigt naar zelfoverschatting. DOOR JACQUES SYSTot wat leidt de Latijnse injectie bij Club Brugge?