Twee dagen na diens wissel tegen PSG had John van den Brom 'een goed gesprek' met Matías Suárez. Woorden van de coach zelf, die klakkeloos door de kranten werden opgeschreven maar bij ingewijden op ongeloof werden onthaald. Want in welke taal zou dat dan zijn gebeurd? Suárez spreekt alleen Spaans en wat Frans, Van den Brom geen van beide. Dat praat lastig. Hun voorgeschiedenis was er ook al een van weinig woorden. Van den Brom is geen coach die zich veel inlaat met spelers die niet tot zijn eerste keus behoren of op wie hij om een of andere reden niet kan rekenen. Bij zijn aantreden op Anderlecht herstelde Suárez nog volop van een knieoperatie. Contact hadden ze nauwelijks. Ook daarna groeiden aanvaller en coach niet naar elkaar toe. Al anderhalf jaar dringt Van den Brom niet door tot zijn sterspeler - of hoe noem je de Gouden Schoen van een elftal?
...

Twee dagen na diens wissel tegen PSG had John van den Brom 'een goed gesprek' met Matías Suárez. Woorden van de coach zelf, die klakkeloos door de kranten werden opgeschreven maar bij ingewijden op ongeloof werden onthaald. Want in welke taal zou dat dan zijn gebeurd? Suárez spreekt alleen Spaans en wat Frans, Van den Brom geen van beide. Dat praat lastig. Hun voorgeschiedenis was er ook al een van weinig woorden. Van den Brom is geen coach die zich veel inlaat met spelers die niet tot zijn eerste keus behoren of op wie hij om een of andere reden niet kan rekenen. Bij zijn aantreden op Anderlecht herstelde Suárez nog volop van een knieoperatie. Contact hadden ze nauwelijks. Ook daarna groeiden aanvaller en coach niet naar elkaar toe. Al anderhalf jaar dringt Van den Brom niet door tot zijn sterspeler - of hoe noem je de Gouden Schoen van een elftal? Van den Brom wisselde Suárez al tijdens de rust tegen PSG. Naar hij achteraf verklaarde omdat hij onvoldoende mee verdedigde waardoor FabriceN'Sakala te vaak tegen een overmacht aan Parijzenaren was komen te staan. Gevolg: 0-2 na dik twintig minuten. Suárez zou naar verluidt stevig van zich af hebben gebeten in de kleedkamer. Van zijn gewoonte is dat niet, veelbetekenend wel. Wie al langer goed toekeek, zag een speler die slecht in zijn vel zat. In de Suárezwissel zit de hele dieperliggende problematiek van de aanslepende paars-witte malaise vervat. Op zaterdag, een dag na het 'goed gesprek', blesseerde Suárez zich op de laatste training voor de topper tegen Standard aan de kruisbanden van dezelfde rechterknie. Verdict: nieuwe operatie en seizoen afgelopen. Pech. Of toch niet? De wissel tegen PSG was Suárez op een publieke uitbrander van Herman Van Holsbeeck komen te staan. Net als na de kritiek van Demy de Zeeuw op Van den Broms falende tactiek tegen Benfica koos de clubmanager opvallend snel de kant van de trainer. Ook Suárez' zaakwaarnemer, de vorige week in België aanwezige Jorge Czysterpiler, werd bij Van Holsbeeck ontboden. Het maakte allemaal toch wat indruk op de als gevoelig en timide bekendstaande Argentijn. In een poging zijn trainer te behagen ging hij zich forceren op de doorgaans ontspannen slottraining. Geweten is dat het risico op blessures dan toeneemt, bij uitstek bij iemand die al niet goed in zijn vel zit. Soms wordt het noodlot ook in de hand gewerkt. Van den Brom en vooral Van Holsbeeck hadden beter moeten weten. Nadat hij in 2008 in Brussel was neergestreken, duurde het ruim een jaar voor de pas twintig geworden Suárez ontdooide. Een jongeman met grote behoefte aan veel warmte was hij. Die kreeg hij ook. Van zijn Argentijnse ploegmaat Lucas Biglia, van teammanager en halve Spanjaard José Garcia, van Peter Smeets en tweede moeder Louiza de Melo van de sociale cel, en van clubdokter en vertrouweling Kris Vollon. Van dit vijftal is er sinds afgelopen zomer niet één nog op Anderlecht. Allemaal ontslagen of zelf vertrokken. De vaak geroemde spelersbegeleiding van Anderlecht is ontmanteld en Suárez is er mee het slachtoffer van. Hem na PSG de levieten lezen was een foute prikkel. Knieperikelen achtervolgen Suárez nu al bijna twee jaar, afgezien van de meniscusoperatie die hij al in zijn eerste seizoen onderging. Het begon met een ontstoken patellapees die maar niet genas. Hij verbeet de pijn op vraag van de club, die hem onmisbaar achtte in de race naar de titel. Anderlecht werd landskampioen, maar Suárez betaalde een hoge prijs. Toen bleek dat een stuk van de kniepees was afgestorven als gevolg van een intern omstreden behandeling met cortisone, was een operatie onvermijdelijk geworden. Zó kwaad was de aanvaller dat hij niet in België wilde worden geopereerd, maar alleen door een landgenoot in Argentinië in wie hij wel vertrouwen had. Anderlecht bond in, maar van harte was het niet. Suárez bleef in Argentinië om er te revalideren. Het contact met Anderlecht was minimaal. Toen hij 's winters medisch werd afgekeurd in München, waardoor zijn transfer naar CSKA Moskou definitief in het water viel en hij naar België terugkeerde, was duidelijk dat de problemen niet voorbij waren. In Anderlecht stonden de gezichten op zwaar onweer door de misgelopen Russische miljoenen. Het zwartepieten kon beginnen. Het verhaal werd rondgestrooid dat Suárez met een te hoog vetpercentage uit Argentinië was teruggekeerd en er zich te veel met de zangcarrière van zijn vrouw had ingelaten. De speler zelf was graag beter opgevolgd. Ondertussen kreeg de paars-witte staf hem maar niet klaargestoomd. Pas in de play-offs haalde de aanvaller weer een basisplaats, maar ondanks enkele flitsen van klasse bleef de twijfel over zijn fitheid bestaan. De lijdensweg van Suárez vertoont opmerkelijke gelijkenissen met die van enkele andere Anderlechtspelers. Ronald Vargas, Guillermo Molins en Gohi Bi Cyriac gingen met gelijkaardig zware knieblessures onder het mes bij de dokter in wie Suárez zijn vertrouwen opzegde. Geen enkele van het drietal keerde al terug op niveau. De timing van hun voorziene terugkeer werd nooit gehaald en de vragen over de revalidatieaanpak in Neerpede nemen hand over hand toe. Suárez is niet de enige die zijn heil al zocht buiten de club. Ook Vargas deed het. Hij trekt voor bijkomend herstelwerk naar Thomas Geschier, de revalidatiekine van Club Brugge. Faut le faire. Behalve op medisch vlak loopt het vooral ook op conditioneel vlak grondig mis bij de landskampioen. Een goede conditie is de basis van alles, maar het Anderlecht van John van den Brom heeft geen basis. De liquidatie van physical coachMario Innaurato in januari 2013 werd nooit opgevangen. Met een coach die het liever leuk houdt dan dat hij hard werkt, stond de terugval in de sterren geschreven. Zowel collectief als individueel gingen de spelers er zichtbaar op achteruit. Ze lopen nog wel, maar het versnellen is weg. Flitsen doet niemand meer. Ook de jonge talenten niet, waar Anderlecht dit seizoen zwaar op heeft ingezet. Erg confronterend allemaal, maar zonder basisfitheid zou het tegendeel hebben verbaasd. En wie niet fit is, is vatbaarder voor blessures. Het zou zomaar eens die wetmatigheid kunnen zijn waarvan Matías Suárez het slachtoffer is geworden. En toch was hij het die door Herman Van Holsbeeck na het debacle tegen PSG werd gekapitteld. De manager zou beter moeten weten. Hij wéét ook beter. In plaats van de spelers tot de orde te roepen had hij er moediger aan gedaan Van den Brom op zijn plichten te wijzen - of in alle eerlijkheid te zwijgen. Want waar niet hard wordt gewerkt en er geen basisconditie is, zijn tegenvallende resultaten en blessures onvermijdelijk. Van Holsbeeck weet heel goed dat Van den Brom geen werker is en te vrijblijvend traint - áls er al wordt getraind. Voor een coach is het lekker leuk zichzelf vrijaf te geven en ook voetballers zullen niet protesteren, maar aan de top is het niet de weg die leidt naar succes. Eén Rode Duivel heeft Anderlecht nog, maar wanneer Guillaume Gillet van zo'n dubbele interlandopdracht terugkeert zonder één seconde te hebben gespeeld, krijgt hij net zo goed als de anderen een weekendje vrij, wat hem toelaat wat zon te gaan halen op zijn vakantieadres in Marbella. Ze horen zijn naam niet graag meer in het Constant Vanden Stockstadion, maar als Frankie Vercauteren een handvol invallers 's ochtends voor wat extra werk naar de club liet komen, was hij steevast zelf als eerste ter plekke. Van den Brom - een bourgondiër, volgens zijn zaakwaarnemer - vindt een collectieve vrije dag net zo prettig. En excuses zijn altijd snel gevonden. Na de CL-nederlaag vorig seizoen in Sint-Petersburg gaf de coach zijn spelers om één uur 's nachts nog de toestemming een stapje in de wereld te zetten. Een viertal jongens maakte daarvan gebruik. Enkele dagen later in die zwarte oktobermaand van 2012 werd met 2-0 verloren bij Charleroi en heette het dat de spelers te vermoeid waren van de zware Europese verplaatsing. En tegenwoordig zijn ze te jong. Zou Van den Brom weten dat Standard in 2008 landskampioen werd met een middenveld dat bij aanvang van het seizoen achttien (Axel Witsel), negentien (Steven Defour) en twintig (Marouane Fellaini) lentes jong was? Dit Anderlecht verliest van iedereen. In het stadion vibreert het niet meer en is de gelatenheid binnengeslopen die voor de wedstrijden ook in de omliggende straten hangt. In de lichaamstaal van John van den Brom is het van langsom meer zoeken naar het vuur van de begeestering. Dat slaat over op de ploeg, ook afgelopen zondag tegen Standard toen ze in een onherkenbare formatie niet één vlotte actie - laat staan doelkans - bij elkaar kreeg gevoetbald tegen tien en later zelfs maar negen Luikenaren. Toen Van den Brom door Van Holsbeeck werd aangeworven omdat hij ooit van Dmitri Boelykin weer een voetballer had gemaakt bij ADO Den Haag, kwam uit Nederland overgewaaid dat Anderlecht een people manager had aangesteld. Zelf hield hij er niet van zo te worden genoemd. Naar hij toelichtte omdat het leek te impliceren dat hij geen trainerskwaliteiten heeft. People manager of man met trainerskwaliteiten: als Herman Van Holsbeeck John van den Brom niet snel aan het werken krijgt, zijn er geen zeven manieren meer om de steeds schever groeiende situatie nog recht te trekken. DOOR JAN HAUSPIE - BEELDEN: IMAGEGLOBEHerman Van Holsbeeck moet niet de spelers tot de orde roepen, maar zijn coach.