Ik heb een rosse bomma
...

Ik heb een rosse bomma Die komt uit Mexicooo Ik heb ze leren sjotten In Kempen-Westerloooo Zo galmt het op een vrijdagmiddag door het Kuipke. Het koor bestaat uit uitgelaten streekjongetjes, aan de laatste dag van hun voetbalkamp toe. Voor ze een rondleiding door het stadion krijgen, mogen ze nog een keer hun kamplied kelen. De jongens van acht tot tien jaar volgen wat verderop les in basisschool De Beeltjens en trekken dan ook geen grote ogen. Ze weten niet anders dan dat hun dorpje een eersteklasser huisvest, alsof dat de normaalste zaak ter wereld is. Dat is het natuurlijk niet: gerankt naar bevolking moet Westerlo in België 107 gemeentes laten voorgaan. Met nog geen 24.000 inwoners staat het tussen plaatsjes als Willebroek, Beersel en Merelbeke. Westel is geen kleintje, het is een dreumes. Zelfs een station hebben ze er niet. En toch zingt het kleine Kempense clubje het al veertien jaar uit in de hoogste klasse, zonder ooit in de problemen te komen. "Nee," zegt Fons Verhellen, al sinds 1956 vrijwilliger op Westerlo, "natuurlijk hadden wij destijds nooit gedacht dat we in eerste zouden belanden. Zoals zo veel ploegjes overleefden we van prijskampen en spaghettiavonden. We gingen op en neer tussen provinciale en nationale reeksen. In 1984 zaten we nog in bevordering, maar van dan af is het snel beginnen te gaan. Fernand Vermeer was de eerste voorzitter die durfde te dromen. Dat ging goed, tot hij narigheid kreeg met het gerecht, over koppelverkoop. Hij zou mensen die voor een kachel kwamen kijken bij wijze van spreken een nieuwe slaapkamer aangesmeerd hebben. Daarna kwam René Gijbels, die ook veel betekend heeft." Heel veel is er in al die jaren niet veranderd, vult supporter SwaAdriaans aan. Alleen is het veld twintig meter opgeschoven. "Zie je dat veld daar, dicht bij de steenweg? Daar speelde de eerste ploeg vroeger. Die kantines waren nogal schabouwelijk gezet, met van die kiekenvloeren in. Nu liggen hier veldjes met kunstgras en sinds twee jaar is er veldverwarming, als derde club van het land was dat." Over het Kuipke wordt in Westerlo met gepaste trots gesproken. Ze hebben het dan ook zelf gezet. "Er is twee jaar dag na dag aan gewerkt, met tien man stonden we stenen en mortel aan te voeren", herinnert Fons Verhellen zich. "Elk stadion heeft zijn charme, maar de gezelligheid van het Kuipke heb ik elders nog niet teruggevonden", zegt Jos Willems, die voor Sporza Radio zowat de vaste verslaggever op Westerlo is. "Het mooie eraan is dat je geen verrekijker nodig hebt om iets van de wedstrijd te zien. Je zit er met je neus bovenop en je ruikt het gras, nog altijd de mooiste manier om het spelletje te beleven." Wat die wedstrijdbeleving nog apart maakt, is het ontbreken van dranghekken. Burgemeester Guy Van Hirtum verklaart: "Toen Westerlo pas in eerste zat, was alles nieuw voor ons en moesten we nadenken over een uitgebreid veiligheidsplan. Voor we het wisten, waren er bij de wedstrijden tegen Anderlecht en Standard honderd politiemensen in het getouw, compleet met patrouilles te paard. Waar zijn wij in godsnaam mee bezig, dacht ik. Onze mensen zijn brave supporters, geen hooligans. We hebben onze nek toen uitgestoken door de politiemacht af te bouwen en de dranghekken achterwege te laten. Dat heeft ons veel kritiek opgeleverd - het Heizeldrama lag nog vers in het geheugen - maar ik denk dat we toch voor een mentaliteitswijziging in ons land hebben kunnen zorgen. Voetbal is hier nog een feest, zoals het hoort." Vroeger ging het er nochtans minder gemoedelijk aan toe, zeker als er een Kempense stammentwist geprogrammeerd stond. "Het was altijd oorlog als Geel op bezoek kwam. Geel en Westerlo, dat is kat en hond. Als we hen op hun doos konden geven, was ons jaar geslaagd", weet ex-speler Leo Van Looy. Dat was in de tijd dat naast elke kerk in de Kempen een nog veel drukker bezocht voetbalveld lag. Die tijd is voorgoed voorbij, zegt Jos Willems. "De supporter is mobieler geworden, hij zwermt tegenwoordig uit naar Mechelen of Standard. Daardoor is de hoogconjunctuur in de Kempen onherroepelijk weg. Herentals, Geel, Turnhout, Poeder- lee, ... vroeger was het daar een ongekende ambiance, nu zijn ze allemaal afgezakt." "Geel is dan nog een stad, wij zijn maar een boerendorpje", vult Swa Adriaans aan. "Maar die dorpsmentaliteit is net onze kracht. Het gevoel van: wij zijn de beste!" Dachten alle dorpjes in de buurt dat dan niet? "Jawel, maar wij hebben gelijk gekregen!" Jos Willems ziet in het succes van Westerlo ook het falen van de grotere streekrivalen. "Geel had alles: een goede coach, fantastische supporters, commerciële mogelijkheden, ... behalve voetbalverstand. Zet Westerlomanager Herman Wijnants in Geel en zij spelen nu hun 14e jaar in eerste. Daar komt bij dat hij zich omringd heeft met bekwame mensen." Mensen van de streek bovendien, die er bijna zonder uitzondering al jaren rondlopen. De beleidslijn valt in twee woorden te omschrijven: rustige vastheid. Het bekendste gezicht is uiteraard Jan Ceulemans, aan zijn tiende seizoen toe en er in al die tijd nog niet op betrapt drie woorden te gebruiken als het met twee kan. Het zijn Bart Deelkens en Jefke Delen, die er bij de bekerwinst in 2001 al waren. Nog zo iemand is Ann Maerten, die al tien jaar op haar eentje het secretariaat in goede banen leidt. "Ik ben er eigenlijk ingerold: ik moest een secretaresse vervangen toen die zwanger werd. Daarna ging ook de andere collega in zwangerschapsverlof. Ze zijn allebei niet teruggekomen, dus heb ik mezelf die twee jobs maar aangeleerd." Pas sinds een maand is er opnieuw een tweede voltijdse kracht. Wat haar takenpakket omvat? "Loonadministratie, wedstrijdorganisatie, correspondentie met de voetbalbond, het licentiedossier, boekhouding, ticketverkoop, ... en de buitenlandse spelers opvangen, van hun arbeidskaarten tot een appartement." Een van de grote verdiensten van Wijnants is dat hij erin geslaagd is om de club te professionaliseren, zonder de vrijwilligers af te stoten. Uiteindelijk zijn zij het vaste kapitaal van Westel. Fons Verhellen wil de verdienste van die belangeloze arbeid niet overdrijven: "We zijn harde werkers, maar elke club heeft er zo. Ik heb nog gehoord dat een fanatieke supporter geld uit zijn eigen kas had gestolen om in zijn favoriete ploeg te steken. Tot zijn vrouw erachter kwam, natuurlijk. Zover zijn wij gelukkig nooit gegaan. Alhoewel: toen we nog in provinciale speelden, wilden we een keer een nieuwe toog metsen in de kantine. Bleek op de duur dat we nog 45 stenen te kort kwamen. Toen is er iemand thuis nog een muurtje gaan uitbreken met stenen die er van ver toch wat op leken. ( lacht) We hebben met z'n drieën jarenlang het stadion gepoetst na elke wedstrijd. En elke keer gegaan, vaak met tegenzin. Uit de redenering: als ik een keer niet ga, moeten die anderen mijn werk er nog eens bijdoen en dan zijn zij het die de volgende keer in hun bed blijven liggen. Ik doe het voor de vriendschap, dat is een microbe die je niet meer kwijtraakt, zeker? Ik ben nu 82, maar ik zie mezelf nog wel een tijdje doorgaan. Veel keus heb ik niet: Wijnants wil mij niet afdanken." Meer nog dan alle stunts in eerste, meer nog dan de bekerwinst, blijft de dramatische promotiewedstrijd van 1997 het mooiste moment voor de anciens van Westel. Op de slotdag van de eindronde moest het toen gaan winnen van rechtstreekse concurrent SV Waregem, dat zelf genoeg had aan een gelijkspel. Westerlo won, met 2-3, nadat het in de slotfase een paar keer ontsnapte. "Ik heb nooit zenuwen gehad, maar die dag heb ik mij een paar keer goed moeten vasthouden. Het wedstrijdblad heb ik nog altijd ingekaderd hangen", zegt voormalig sponsor Karel Geens. Fons Verhellen ging nog een stapje verder: "De middenstip van de Heilige Grond van Waregem heb ik thuis in mijn gazon geplant. Niet dat ik die nu nog zou terugvinden, maar ik heb er toch lang plezier van gehad." ( lacht) Ook in eerste klasse bleef het feest verder duren. Het meest legendarisch blijft voor Jos Willems de grandioze 6-6 tegen Racing Genk, die hij mocht verslaan. "Ik werd te elfder ure opgebeld door Peter Vandenbempt: 'Jos, ik voel me niet goed. Kan jij overnemen?' Ik ben die avond niet uit de ether geweest. De ene goal na de andere, ref Ancion die de teugels verloor en met gele en rode kaarten smeet ... Normaal kom je erin na een doelpunt of een rode kaart, nu was het eenrichtingsverkeer Brussel-Westerlo." 'Iedereen is bang van Westerlo', zongen ze tijdens die hoogtijdagen in het Kuipke, de jaren ook dat Anderlecht een 6-0 en een 5-0 om de oren kreeg. Tegenwoordig is dat omgeslagen: wie ligt nog wakker van Westerlo? Wanneer zijn wij nog eens de hype?, vroeg Herman Wijnants zich onlangs af in de kranten. Ze hebben in de Kempen het gevoel niet meer mee te tellen, vertelt Jos Willems. "Het ligt ook aan wat de media ervan maken. Anderlecht verloor hier dit jaar en daar is bijna niets over te doen geweest. Terwijl dat voor de mensen hier een hoogdag is! Het enige wat je las, was dat Lukaku zogezegd minder goed bezig was. De kleine ploegjes verdienen meer respect." Niettemin is ook bij de aanhang van de club de beleving van de beginjaren er al een tijdje uit. Van een mooie middenmoter werd het een fatsoenlijke, daarna een grijze, en dat grijs ging dan nog eens richting donkergrijs. De laatste jaren haalde Westerlo wel zijn punten, maar de schwung is er wat uit: het spookt niet meer in het Kuipke. Iets meer dan 2000 abonnees zijn er nog. Zelfs voor de halvefinalewedstrijd in de beker tegen Cercle was de respons bedroevend. Ook de spelersgroep hangt lang niet meer zo hecht aaneen als vroeger. De generatie van Brogno, Thans en Janssens had er een halve dagtaak aan om elkaar de duvel aan te doen. Dat ging van kousen afknippen en voetbalschoenen vastbinden tot die keer dat Marc Wagemakers zijn auto zonder wielen terugvond. Zijn ploegmaats hadden bakstenen in de plaats gezet. Zo doen er nog wel verhalen de ronde. Een niet nader genoemde radioreporter: "Ik kom hier aan in mijn nieuw kostuum en Toni Brogno roept mij binnen: 'Jos, ik heb nieuws voor u.' Ik doe de deur open, daar staat dus potverdikke een emmer water op, hé! Ik met mijn nat pak achter Brogno en de mannen aan, tot die slimmeriken hun broek uittrekken en in het bubbelbad springen." Die fratsen zijn er nu stilaan uit. De culturele barrières willen op dat vlak al eens hinderlijk zijn, in een spelersgroep die er steeds internationaler is gaan uitzien. Kempens kattenkwaad scoort niet overal. "Probeer nu van die toeren uit te halen en je krijgt op je bakkes", zegt een speler. Heeft het voetbal de Parel van de Kempen ingrijpend veranderd? Ja en nee, zegt burgemeester Van Hirtum. "Het is een positief verhaal dat voor samenhorigheid zorgt en afstraalt op onze gemeente. Gent en Antwerpen zetten zichzelf in de kijker door een feuilleton in hun stad te laten draaien, daar kunnen wij niet tegen op. Voor onze naamsbekendheid is het verblijf in eerste klasse een mooi alternatief. Anderzijds vertaalt dat zich niet in massale toeristische belangstelling. Dat is begrijpelijk: bezoekende supporters zijn vaak lang op pad met de bus en voetbal is al een dure hobby. Dan is het niet vanzelfsprekend om er meteen maar een weekendje Westerlo aan vast te knopen." Zonder het voetbal was Westerlo een slaapdorp waar je kan wandelen en fietsen, en verder niets. Nu kan je er wandelen, fietsen en om de twee weken naar het voetbal. Al zagen we tijdens ons bezoek dat toch een van de problemen van de grootstad doorgesijpeld is: hangjongeren. Plaats van het delict: het Kasteelpark achter het gemeentehuis. Hele dagen bezetten ze er de kegelbaan en houden ze zich onledig met jeu de boules. Gemiddelde leeftijd: 75. Topsport in Westerlo is meer dan alleen maar voetbal. DOOR JENS D'HONDT - BEELDEN KRISTOF VAN ACCOM (REPORTERS)"Elk stadion heeft zijn charme, maar de gezelligheid van het Kuipke heb ik elders nog niet teruggevonden." Jos Willems