"Onlangs las ik een studie over hoelang trainers gemiddeld in dienst blijven : een jaar en zeven maanden. Met tweeënhalf jaar zat ik daar ver boven." Ariël Jacobs vertelt het op een mild cynische toon. Diep in het vorige seizoen, op 10 april 2001, ontsloeg RWDM, op dat moment een tweedeklasser, hem. Zes maanden zat hij zonder club. Prettig is anders, maar boosheid en ontgoocheling kregen hem niet in hun greep. "Dat helpt geen mens vooruit." Hij kluste in huis en tuin, verdiepte zich in voetballectuur. Jacobs maakte van de nood een deugd en herbronde zich.
...

"Onlangs las ik een studie over hoelang trainers gemiddeld in dienst blijven : een jaar en zeven maanden. Met tweeënhalf jaar zat ik daar ver boven." Ariël Jacobs vertelt het op een mild cynische toon. Diep in het vorige seizoen, op 10 april 2001, ontsloeg RWDM, op dat moment een tweedeklasser, hem. Zes maanden zat hij zonder club. Prettig is anders, maar boosheid en ontgoocheling kregen hem niet in hun greep. "Dat helpt geen mens vooruit." Hij kluste in huis en tuin, verdiepte zich in voetballectuur. Jacobs maakte van de nood een deugd en herbronde zich. "Het is een wonder dat er al die tijd zo weinig is uitgelekt", zegt hij over zijn wedervaren bij Molenbeek, maar tot opheldering van het wonder valt hij niet te porren. Dat heeft een goede reden. Jacobs ontving in het laatste jaar van zijn Brussels dienstverband slechts dertig procent van zijn loon en hoopt het resterende bedrag via een rechtsgang alsnog te recuperen. Hij riep daarvoor de hulp in van Sporta en advocaat Johnny Maeschalck. Toen de zaak vorige maand werd ingeleid, gebeurde dat tot ieders verbazing in afwezigheid van de advocaat van Molenbeek. Bleek dat de man, die als sympathiek en uiterst loyaal tegenover zijn armlastige club wordt omschreven, nergens van wist. De club bezorgde hem de dagvaarding domweg pas daags na de zitting. Jacobs glimlacht. Verbazen doet het hém al lang niet meer, maar er garen van spinnen is niet zijn stijl. "Dat het niet goed gaat in Molenbeek, betekent niet mijn grote gelijk. Anders kunnen zij met evenveel recht zeggen dat mijn ontslag terecht was, want nadien wonnen ze de eindronde. Dat had ik ook voorspeld, ik ben er met mijn vader nog een weddenschap over aangegaan. Volgens mij had Molenbeek de compleetste ploeg. Waarom ik dan twee keer de eindronde niet bereikt heb ? Tja, daar heb ik geen verklaring voor. Daar sta ik in het ongelijk. Alleen : op het moment dat ze me ontslaan, staan we vierde en kan de eindronde ons bijna niet meer ontglippen. Het seizoen ervoor scheelde het trouwens maar een punt. Daarom was ik zo blij voor de spelers dat het hun eindelijk gelukt was. Omdat ze het verdienden, na een jaar dat zo dramatisch was dat je het je niet kan voorstellen."Vrijdag 5 oktober trad Ariël Jacobs in dienst van La Louvière. Nog dezelfde dag dat Daniel Leclerq er opstapte, hing voorzitter Filippo Gaone bij zijn opvolger aan de lijn. Twee dagen later zaten ze met z'n drieën aan tafel - ook de nieuwe manager Roland Louf was erbij. Nog voor de week om was, zette Jacobs zijn handtekening onder een contract tot het einde van het seizoen, met een optie op nog twee jaar. In weerwil van de berichten waren het zijn eerste contacten met de club uit Le Centre, zegt Jacobs. Dat hij op de vierde speeldag La Louvière-Lierse bijwoonde, had een andere, onschuldige reden. "Een gemeenschappelijke vriend van Herman Van Holsbeeck ( ex-manager van RWDM, nu Lierse, nvdr) en mij, een vaste klant op La Louvière, had enkele maanden geleden beloofd dat hij ons zou uitnodigen voor de thuiswedstrijd tegen Lierse. Het toeval wilde dat op dat moment de positie van Leclercq ter discussie stond. Dat wist ik niet, maar het gevolg was wel dat ik er plots niet meer anoniem was. Daar zat ik achteraf enorm mee verveeld." La Louvière was de derde club die naar zijn diensten hengelde sinds zijn ontslag. "Ik was ik beeld bij Antwerp, maar ook Yozgatspor in Turkije deed me een voorstel. Daar ben ik niet op ingegaan, omdat Antwerp mijn prioriteit was. Dat heeft lang aangesleept. Ik heb één keer met Eddy Wauters gepraat, drie uur lang op een zondagmiddag. Hij las me de lijst met 27 kandidaten voor, waarvan Wim De Coninck en ik als enigen overbleven, zei hij. Drie dagen later belde hij me op met het verdict. De keuze was op Wim gevallen. Waarom ? Tja, waarom kiest een trainer voor een bepaalde speler en niet voor een andere ? Ik was ontgoocheld, maar heb er alle begrip voor. In het andere geval was Wim ontgoocheld geweest, zo gaat dat. Er zijn meer trainers dan jobs, hé." Hij is nu opnieuw een trainer mét een job. Of hij daarom te benijden valt, is weer wat anders. Van Molenbeek naar La Louvière, is dat niet van de regen in de drop terechtkomen ? "Mij hoor je niet zeggen dat ik er al spijt van heb," houdt Jacobs er de moed in, "maar qua structuur is er hier op alle vlakken nog veel werk te verrichten. De voorzitter ziet dat nu ook in, mede dankzij de nieuwe manager die hem de ogen heeft geopend. In mijn spelerskern, bijvoorbeeld, heb ik vier rechtsachters, maar geen enkele linksback. Van vier centrale verdedigers is er geen enkele linksvoetig. En de buitenste middenvelders, zowel links als rechts, zijn valse buitenspelers en komen dus verdedigend te kort." Het veteranenkerkhof wordt La Louvière al genoemd. "Maar dat zegden ze ook van Germinal Ekeren en Westerlo," herinnert Jacobs zich, "en zo slecht deden de oudere spelers het daar toch niet. Goed, hier voel je dat de club van geen hout meer pijlen wist maken. Daar hebben makelaars handig misbruik van gemaakt. Zo gaat dat blijkbaar. Maar, zeg mij : waar in België is het beter ?" Hij zou niet meer gemotiveerd geweest zijn, niet met jeugd kunnen werken, geen langetermijnvisie hebben. Nu eens heette hij te professioneel te zijn, dan weer te negatief. Ook gehoord : dat hij elders al getekend had. Of : dat hij niet de juiste spelers opstelde, lees : zij die in de etalage geplaatst moesten worden. Ooit maakte Ariël Jacobs het mee dat een spelersmakelaar in het RWDM-stadion een wedstrijd tussen twee elftallen testers mocht organiseren. Allemaal kleurlingen. Intussen heeft Molenbeek zogenaamde samenwerkingsverbanden met clubs in Kameroen, Senegal en Guinee, maar geen meer met Feyenoord. De Rotterdamse club zegde de deal met RWDM op. "Een lang verhaal", zucht Rob Baan, directeur technische zaken. "Samengevat komt het erop neer dat wij probeerden een structuur en een organisatie op te zetten. Wij zegden : zorg voor een goeie jeugdopleiding, een goeie manager, zet daar iemand neer en geef hem bevoegdheden. Maar dan bleek er weer een speler gekocht te zijn waar de trainer niets van afwist. Afspraken werden niet nagekomen, Ariël zomaar ontslagen. Nou, zo werken wij niet. RWDM voerde een hap-en-snapbeleid en nam beslissingen die haaks stonden op de afspraken. Beslissingen die vaak niet eens met de beperkte financiën te maken hadden." Niet alleen Jacobs werd aan de deur gezet, ongeveer de hele medische en technische staf onderging zijn lot. Omdat, zo vond iemand in Molenbeek, het een clique à merde was en het gevolg le désordre complet. De eerste die het (zelf) voor bekeken hield, was Herman Van Holsbeeck, uitgerekend "de grote animator" van de samenwerking, aldus Rob Baan. De clubdokter bleef ook al weg omdat hij niet betaald werd, zoals op een mooie zondag de bakker geen broodjes meer smeerde voor hij de vele rekeningen vereffend zag. Op een ochtend daagde de kinesist niet op, maar die had zich gewoon overslapen nadat hij 's nachts was gaan bijklussen om toch iets te verdienen. Spelers weigerden te trainen omdat de tape op was - leveranciers kwamen niet meer langs wegens onbetaalde facturen. Alexandre Kolotilko keerde na de winterstop te laat uit Rusland terug, omdat zijn ex-club naar verluidt nog geld te goed had van Molenbeek. Fabio Giuntini koos eieren voor zijn geld en voetbalt weer in Brazilië - nog wekelijks e-mailt Jacobs met hem. Ook smaakmaker Paul Kpaka, door Feyenoord aan de Belgische tweedeklasser uitgeleend, vertrok. Nu mist Molenbeek hem, maar, zegt Baan : "Ze wilden hem gewoon niet meer". Bovendien had de speler zijn buik vol van de club, weet Jacobs' toenmalige assistent, de van Feyenoord overgekomen Albert Stuivenberg : "Samen met Ariël heb ik nog Paul zijn koelkast in de draaitrap van zijn appartement naar boven helpen dragen. Dat behoort natuurlijk niet tot je takenpakket als trainer, maar anders gebeurde het gewoon niet." Voor de Nederlanders was het een uitgemaakte zaak. "Ik werk niet langer samen met hobbyisten en amateurs", zei Rob Baan bij een van zijn laatste bezoeken aan Brussel. "Zo mag je 't inderdaad zeggen", herhaalt hij vandaag. Ook voor Albert Stuivenberg was het over. "Ariël is een vakkundig en zeer loyaal man", zegt hij. "Toen hij werd ontslagen, had ik daar veel problemen mee." Want als iemand ook een toonbeeld was van motivatie, dan wel Ariël Jacobs. Zo diep waren de putten op het oefenveld dat je er moeiteloos een bal in kon wegstoppen. Voor meer dan één training hebben beide trainers met kruiwagen en schop de putten staan vullen, terwijl de spelers zich opwarmden. "Dat zou ik nooit meer doen", maakt Jacobs zich zoveel maanden later de bedenking. "Het volstaat dat een fotograaf dat in de gaten krijgt en welk een mal figuur sla je dan niet ?"Bij La Louvière is de uitdaging opnieuw groot. Hij begon aan zijn mission (almost) impossible met een bescheiden succesje. Tegen Lommel verdubbelde de ploeg haar puntentotaal, maar het had hem pijn aan de ogen gedaan. Vorige week op een supportersavond kwam een fan zich namens de harde kern verontschuldigen dat ze de naam van Daniel Leclerq hadden gescandeerd. In Charleroi gebeurde dat al niet meer, ondanks de pijnlijke nederlaag. Iets meer enthousiasme bij de spelers had de meesten weer met het elftal verzoend. Zodat Ariël Jacobs woensdag na een lange dag alleen maar kon besluiten : "Het spel was nog niet goed, maar zaterdag tegen Standard zien ze het wel alweer zitten". door Jan Hauspie