'Ik win liever met 4-3 dan met 1-0. Voetbal is spektakel, naar voren gaan. Ik wil geen gesloten spel waarbij we de tegenstander opwachten. Ik wil de zaken in handen nemen, de tegenstander uit verband spelen, hem verrassen.'
...

'Ik win liever met 4-3 dan met 1-0. Voetbal is spektakel, naar voren gaan. Ik wil geen gesloten spel waarbij we de tegenstander opwachten. Ik wil de zaken in handen nemen, de tegenstander uit verband spelen, hem verrassen.' Een fragment uit een zeer goed gesprek met Arnauld Mercier, de jonge Franse coach die met het kleine Roeselare ei zo na gepromoveerd was naar 1A in het seizoen 2016/17. Slechts de barragematchen tegen Antwerp gooiden roet in het eten. Mercier begon zijn Belgisch avontuur bij Francs Borains. Via Seraing kwam hij bij Roeselare terecht. Hij ging terug naarSeraing als sportief directeur en daar kwam Waasland-Beveren hem halen voor zijn debuut als trainer in 1A. Tijdens je eerste match als trainer van Waasland-Beveren nam je plaats in de tribune. Waarom? ARNAULD MERCIER: 'Eigenlijk omdat ik officieel nog geen trainer was. Ik ben pas de maandag erna in functie getreden. Ik had mijn contract vrijdagochtend getekend en de wedstrijd was op zaterdagavond. Vijf dagen ervoor wist ik nog helemaal niks over deze ploeg. De staf had heel de week gewerkt om die match voor te bereiden, dus moest ik hen het werk laten afmaken. Ik heb hen gewoon aangemoedigd en tijdens de rust ben ik ook in de kleedkamer gaan kijken en luisteren.' Vind jij ook dat je vanuit de hoogte het spel beter ziet? 'Zeker weten.' Waarom zetten de trainers zich dan niet systematisch in de tribune? Ze kunnen ook van daaruit hun richtlijnen doorgeven naar de bank. 'Een interessante opmerking! In Engeland hebben ze de zitjes voor de trainers wat hoger gezet, dat heeft een reden. In het stadion van Antwerp staan ze dan weer lager, dat is nogal stom... Maar toch valt niks te vergelijken met het coachen langs de lijn. Ik roep niet om te roepen. Ik stuur de positie van mijn spelers bij, ik motiveer hen, ik wijs hen op mogelijk gevaar, ik anticipeer. Dat gaat allemaal niet vanuit de tribune. Een coach moet vanaf de eerste tot de laatste minuut actief zijn. 'Bovendien is er de invloed op de arbiters... Ik heb veel respect voor hen, maar als een assistent telkens drie, vier seconden te laat zijn vlag omhoog steekt, zoals in onze match tegen STVV, dan reageer ik. Ik zei hem: 'U bent altijd te laat. Het voetbal gaat snel, u zou beter wat voorsprong nemen.' Bij de volgende buitenspelfase stak hij meteen zijn vlag omhoog. Die invloed kan ik niet hebben vanuit de tribune. Zolang het contact met de scheidsrechters getuigt van respect en fair play, moet zoiets kunnen.'Je bent 47 jaar bij je debuut als trainer in eerste klasse. Is dat jong of oud? 'Dat is prima zo. Heel mijn leven draait rond voetbal: na mijn spelerscarrière zit ik nu al vijftien jaar in het vak. Ik moet wel zeggen dat ik het bizar vond dat Frank Defays bij Mouscron tekende na het ontslag van Mircea Rednic. Ik kende de intenties van Mouscron namelijk, want Rednic had me al twee keer gecontacteerd en ontmoet. Ik leek de ideale kandidaat, maar in het voetbal hebben sommige mensen meer invloed dan andere.' Je werd eerder al twee keer genoemd bij Waasland-Beveren. Je hebt geduld moeten oefenen... 'Ik denk echt dat als ik een Belg zou zijn, ik na Roeselare al in 1A was beland. De mensen vergeten snel, maar wat we daar gepresteerd hebben is ongelooflijk. Toen ik er aankwam, lag er één speler onder contract. Uiteindelijk speelden we de promotiefinale. Dat stond niet in de plannen van de club toen ik tekende. Nadien, in het begin van het volgende seizoen, hebben ze een grote vergissing begaan door mij te ontslaan. We begonnen met 7 op 9, leden dan twee zware nederlagen en meteen zetten ze me aan de deur. Maar die nederlagen hadden vele oorzaken. Er was geen project meer en er waren vijftien nieuwkomers, van wie ik er maar drie of vier had goedgekeurd. Velen hadden het niveau niet, maar ik moest toch met hen werken. We speelden een heel seizoen om te promoveren en het seizoen erop speelden ze tegen de degradatie. Ze hadden me nooit mogen ontslaan, maar goed, voor mij telt alleen het heden.' Maar waarom waren er dan drie pogingen nodig om je naar Waasland-Beveren te halen? 'De eerste keer was in december in mijn eerste jaar bij Roeselare. Toen heb ik vlakaf geweigerd om te praten, want we waren iets moois aan het neerzetten en hadden al zicht op de promotiefinale. De tweede keer hebben we wel gepraat, maar toen dachten zij misschien dat ik er niet helemaal klaar voor was. Ondertussen heb ik mijn Pro License behaald en ik kan je zeggen dat ik dat fantastisch vond. Ik volgde cursus met Karim Belhocine, Nicolás Frutos, Thierry Verjans, Wim De Decker, Jonas De Roeck en anderen. Een verrijkende ervaring, door contacten met mensen als Ariël Jacobs, Jef Brouwers en Kris Van Der Haegen. Ik had spijt toen het gedaan was.' Naar verluidt was er destijds bij je onderhandelingen met Waasland-Beveren een taalprobleem dat de balans deed doorslaan. 'Het klopt dat ik toen alleen maar Frans en Italiaans sprak, en een paar woordjes Engels. Tijdens de trainerscursus zei Jef Brouwers me: 'Jij zou allang in eerste klasse moeten zitten. Doe iets aan je Engels.' Hij had gelijk. Dus ben ik lessen gaan nemen, gedurende anderhalf jaar. Maar dat leverde weinig op, ik was precies geblokkeerd. Ik had een déclic nodig en die heb ik geforceerd door twee weken naar Engeland te trekken. Ik verbleef bij een gastgezin, zoals een Eramusstudent. De vrouw was lerares Frans, de man gaf geschiedenis. Bij het ontbijt praatte ik anderhalf uur met hen. Ik las de krant en vervolgens bespraken we een artikel. Dat was zodanig intensief dat die déclic er meteen kwam.' Je nam een ploeg over die ziek is, maar je mag niet mislukken. Heb je soms een vergiftigd geschenk aangenomen? 'Daar heb ik nooit op die manier over gedacht, omdat ik ervan uitga dat we het zullen redden. Ik ben altijd uitdagingen aangegaan, niks schrikt me af in het leven. De hoge inzet bezorgt me geen stress. Al wat me interesseert is het werk, de vooruitgang. Er is hier veel werk, maar ik ben daar geenszins bang voor. Ik kom momenteel slaap tekort, maar ik vind het allemaal opwindend.' Je zegt tegen je spelers dat ze niet naar het klassement moeten kijken. Makkelijker gezegd dan gedaan... 'In onze situatie is naar het klassement kijken tijdverlies. Ik heb hen uitgelegd dat dat geen zin heeft. We moeten focussen op onszelf, niet op de anderen. Als we als ploeg samenwerken, dan komen de resultaten wel en op dat moment kunnen ze naar het klassement kijken. Dat nu doen zou alleen maar negatieve effecten hebben. Ze werken hard en ze staan onderaan, waarom hen dan extra doen lijden? De analyse van de rangschikking is iets voor mensen die willen gokken of voor journalisten die graag schrijven dat Waasland-Beveren gaat zakken... Maar hoe kun je zoiets zeggen wanneer we nog geen tien matchen ver zijn? We werken hard en we boeken nu al vooruitgang. In Sint-Truiden liepen mijn spelers gemiddeld 500 meter meer dan tegen Charleroi. Dat is een indicatie, dat toont al een verbetering. Ik heb hun ogen geopend met de individuele prestaties van de spelers van Salzburg tegen Genk. Wanneer je ziet met welke hoge intensiteit die liepen, dan zeg je: wauw! Je moet met dat tempo proberen te trainen om het tijdens een wedstrijd te kunnen herhalen. Tegenover mijn eerste week hier lopen ze nu al dubbel zolang met een hoge intensiteit. Iedereen is moe, maar het is een goeie vermoeidheid, want ze weten dat ze alles gegeven hebben. Wat lopen betreft, is de Champions League trouwens een goed voorbeeld en ik stimuleer mijn spelers om naar die wedstrijden te kijken, ze te analyseren en erover na te denken. Ik zeg hen dat ze moeten letten op de prestatie van de gast die op hun plaats speelt, kijken naar wat die doet en zij niet.' Toen je bij Roeselare werkte, vertelde je me: 'Als bepaalde spelers van de rechte weg afwijken, dan is het mijn taak om hen weer bij de les te halen. Dan grijp ik hen bij de oren, bij de haren of bij het nekvel, maar ze moeten weer het juiste pad op.' Ben jij een harde trainer? 'Wanneer ze me naast het veld zien, zeggen ze: hij is cool. Maar wanneer ze me aan het werk zien, begrijpen ze snel dat ze maar beter kunnen bewegen en lopen. Er zijn mensen die zich afbeulen voor 1300 euro per maand, dus een profvoetballer mag de kans die hij krijgt niet verkwanselen. Je mag niet op je lauweren rusten, je moet alles geven, op het veld en daarbuiten. Als je daarbuiten een makkelijk leventje leidt, dan krijg je problemen. Ik wil dat ze elke dag het maximum uit hun leven halen. Het probleem is dat ze niet beseffen dat een carrière zo snel voorbij is. Ik zou er alles voor over hebben om weer 20 jaar te zijn!' Blijf je het jammer vinden dat je moest stoppen wegens fysieke problemen? 'Natuurlijk! Ik was nog maar 31. Op mijn levenshygiëne was niks aan te merken. Ik trok me op aan het voorbeeld van een 40-jarige tegen wie ik in Italië speelde. Die bleef maar zijn goaltjes maken. Ik keek naar hem en dacht: dat ga ik ook doen. Maar mijn knieën wilden helaas niet mee.'