Maandag 08/05

Jos Vaessen, voorzitter van Racing Genk : 'Laat Vandenbergh een heel seizoen spelen en hij maakt minstens 20 doelpunten.' Waarna wij, als leek, de volgende vraag menen te mogen opwerpen : waarom speelt hij dan geen heel seizoen ?
...

Jos Vaessen, voorzitter van Racing Genk : 'Laat Vandenbergh een heel seizoen spelen en hij maakt minstens 20 doelpunten.' Waarna wij, als leek, de volgende vraag menen te mogen opwerpen : waarom speelt hij dan geen heel seizoen ? Nu Marc Coucke, baas van Davitamon-Lotto : 'Voor ons is de Giro al geslaagd.' Dit nadat Robbie McEwen de eerste rit had gewonnen. De Giro geslaagd, na één schrale ritzege ? Hoe is het mogelijk ? Gelukkig dacht McEwen zelf er anders over. Er is een tijd geweest dat Freddy Maertens en Roger De Vlaeminck onder hun tweeën álle ritten in de Giro wonnen. Behalve die over de Stelvio, die was voor Johan De Muynck of Michel Pollentier. Mochten de Flandria's indertijd een klassiek voorjaar hebben gereden zoals de Lotto's nu, Polle Claeys had ze persoonlijk het land uitgejaagd. De Ronde van Romandië zeg, die reed Marc Demeyer achterstevoren. Omdat het anders te gemakkelijk was. Tot slot Philippe Gilbert : 'Misschien had ik beter niet geaarzeld om aan te vallen, maar kom, vijfde worden in een Girorit is een prachtig resultaat.' Hierbij schieten woorden tekort. Een gesloten instelling, maar welke ? Mbark Boussoufa, door zijn collega's onderscheiden als de beste profvoetballer van het jaar, kreeg in de tweede stemronde van de Gouden Schoen, over het eerste deel van de afgelopen competitie dus, vijftien punten. En in de eerste stemronde geen enkel. Medegenomineerde Pär Zetterberg, de beste speler bij kampioen Anderlecht, moest het in de Gouden Schoen stellen met zes punten, waarvan twee (2 !) in de tweede stemronde. Voor die Gouden Schoen stemmen vooral sportjournalisten. In het overzicht van 75 jaar sportverslaggeving op de radio zijn ze één hoogtepunt vergeten : het fluïdum van KV Kortrijk. Wij zullen het u vertellen. Jan Wauters maakte op zondagnamiddag graag ruzie tussen halfdrie en twee over drie, het moment na het korte nieuws waarop hij voor de eerste keer op antenne ging. Met wie of wat maakte niet uit, en waarover nog veel minder, Jan putte uit dat gekift vooraf de nodige adrenaline om er van bij de aftrap voluit tegenaan te gaan. Op de tribune van KV Kortrijk zaten vóór het radioplatform telkens vier gezond blozende middenstanders, die 's middags samen een vorkje gingen steken en dan naar het stadion trokken om daar onder het genot van een geurig sigaartje hun eten te verteren. En hoewel Jan zelf graag een sigaartje opstak, kon hij de dampen ervan niet verdragen als hij reportage deed. De vier supporters vonden dan weer dat zij voor hun plaats betaald hadden en Jan niet, voor mensen van Kortrijk niet enkel een redelijk maar ook een doorslaggevend argument. Uw Scout verzorgde in die tijd de coördinatie in de studio, of was daar althans toe aangesteld, en kon via de open lijn alles horen wat er door of bij Jan werd gezegd. De discussie met die vier Kortrijkzanen was een vast ritueel geworden, telkens Jan naar het Guldensporenstadion afzakte. Op een dag besloot hij een laatste poging te doen : 'Ik moet hier werken, en het is misschien moeilijk te begrijpen voor jullie, maar ik heb als ik spreek graag een vacuüm rondom mij. Zeg maar een fluïdum, waar mijn gedachten vrijuit kunnen vlieden en vloeien.'De vier Kortrijkzanen keken elkaar verbijsterd aan. Waarop één van de vier zijn sigaar uit de mond nam en de historische woorden sprak : 'Wadesdadde, een fluïdum ? Waar verkopen ze dat, dan breng ik er volgende keer één mee.'Wij hadden met dat verhaal een hele week succes op de VRT, en twee zondagen later moest Jan weer naar Kortrijk. Voor de televisie ging Carl Huybrechts. Die zocht vóór de match die vier supporters op en stopte hen elk een werkelijk kolossale sigaar toe, op voorwaarde dat ze die stipt om één over drie zouden aansteken. Mensen die op de steenweg naar Menen passeerden en de dikke zwarte rookpluimen uit de tribune zagen opstijgen, belden in paniek de pompiers. Jan, die tot één over drie geloofde dat hij zijn slag had thuisgehaald, had nog net de tijd voor één verontrustend zware hoest en moest toen de ether in. Terwijl een grijnzende Carl Huybrechts zat toe te kijken. koen meulenaere