Groots kunnen zijn in tijden van een (halve) nederlaag, Stijn Stijnen kon het zaterdag. De keeper van de nationale ploeg belandde in vier dagen van de hemel in de hel. Na het gelijkspel van de Rode Duivels verscheen hij nog goedgezind voor de meegereisde media. Onverhoopt, maar lang niet onverdiend had de nationale ploeg een puntje meegenomen uit Istanboel en zijn defensie had amper een krimp gegeven. Alleen op een strafschop moest Stijnen zich gewonnen geven.
...

Groots kunnen zijn in tijden van een (halve) nederlaag, Stijn Stijnen kon het zaterdag. De keeper van de nationale ploeg belandde in vier dagen van de hemel in de hel. Na het gelijkspel van de Rode Duivels verscheen hij nog goedgezind voor de meegereisde media. Onverhoopt, maar lang niet onverdiend had de nationale ploeg een puntje meegenomen uit Istanboel en zijn defensie had amper een krimp gegeven. Alleen op een strafschop moest Stijnen zich gewonnen geven. Zaterdag zag hij de andere kant van de medaille. Een kwartier na affluiten meldde Stijnen zich met een schuldbewust gezicht in de catacomben van het Jan Breydelstadion, waar de nonchalante bezoeker moet opletten het hoofd niet te stoten tegen de buizen van de verwarming en de geur van wasmiddel die de grasgeur verdrijft. Stijnen meldde zich als eerste van alle Bruggelingen, niet om allerlei excuses te zoeken voor het gedeeltelijke falen van blauw-zwart, wél om schuld te bekennen. Hij ging ervoor, maar sloeg ernaast. Eentje voor mij, klonk het eerlijk. Wij kunnen zoiets appreciëren. Club Brugge begon zijn thuisseizoen met een valse noot. Eigenlijk zat het een hele avond niet echt helemaal goed. Wat we voor de verlate start van het seizoen, in de aanloop naar het duel in Tubeke, nog voorspelden, kwam zaterdag al direct uit. In de nieuwe veldbezetting, met offensief het kwartet Akpala- Sonck- Dirar- Vargas en daarachter een bij het publiek weinig krediet hebbende spelmaker als IvanLeko is de omschakeling van offensief naar defensief denken een heikel punt, zeker als de secondant van de Kroaat PhilippeClement heet. Niet direct de meest wendbare, hij moet het vooral hebben van een goeie plaatsing. Opvallend: de twee flankmiddenvelders van Club speelden heel hoog en heel dicht bij de lijn, zodat de ruimte op het middenveld bij tijd en wijle ontzettend groot was. Ruimte waar een ploeg die snel is in de omschakeling makkelijk van kan profiteren. Dender, een team met een aantal spelers ( Smajic, Destorme, Kharroubi) die vorig seizoen lang niet voetbalden, deed dat zelden omdat ze net daar in dat steunvlak allemaal nog veel beter kunnen, maar tegen andere teams dreigt dat gevaar wel. Aanvallend heeft Club Brugge vergeleken bij vorig seizoen aan scherpte en inventiviteit gewonnen, ook al viel zaterdag de gelijkmaker pas in de slotfase. Uit een corner nog wel, hét handelsmerk vorig seizoen. Maar Club Brugge dreigde wel meer dan vorig seizoen. En er was wat onkans in de afwerking, met diverse ballen op het kader. Met een verre verplaatsing in de benen was Ronald Vargas misschien niet de meest frisse op het veld, maar zijn spel was bijwijlen verfrissend. Anders dan in Tubeke kreeg Nabil Dirar geen ruimte om zijn snelheid te demonstreren, maar de balbehandeling was soms oogstrelend en je verwacht altijd iets speciaals. Dat was vorig seizoen wel anders. En Joseph Akpala is voor Wesley Sonck een droom om mee samen te spelen. Onvermoeibaar druk zettend, fysiek sterk en agressief. Het is evenwel het wankele evenwicht in het steunvlak dat de trainer, met het oog op de moeilijke uitwedstrijden tegen Bern, Genk en Mechelen, zorgen moet baren. Hij kan dat herstellen, door er een derde pion ( Jonathan Blondel) te plaatsen, maar die kende een moeilijke zomer op het privévlak. En dan moet je ook weer raken aan een van de offensieve vier. Een bijkomend probleem is het voetballen van achteruit, daar gaven de nieuwkomers veel minder een goeie indruk. Laurent Ciman presenteerde zich als nieuwe rechtsachter aan het thuispubliek. Defensief speelde hij uitstekend, maar offensief deed hij weinig tot niks met de ruimte. Publiek en staf waren de voorbije jaren niet onder de indruk van de inbreng van Brian Priske, maar offensief kon Ciman evenmin overtuigen. Nu kan je zeggen: met zoveel aanvallende spelers voor zich moet Club het ook zonder zijn inbreng kunnen rooien, en allicht zal op zijn tactisch bord meer defensief dan offensief vreten liggen, maar bij een topclub verwacht je meer. Helemaal dramatisch was het evenwel aan de linkerkant. Bernt Evens heeft veel kwaliteiten. Een joviaal karakter, werkbereidheid, polyvalent en met de kop gevaarlijk in het strafschopgebied, maar flankverdediger in een topclub? Neen. Kortom, het is niet met de grootste zekerheid over eigen kunnen dat Club morgen in Bern aan zijn eerste Europese opdracht begint. Net zoals Standard zaterdag ook de sportieve twijfels na de verkoop van Marouane Fellaini niet van zich afspeelde. Evenwicht, het is soms wankel. S door peter t'kint