Het is iets over negen als het vliegtuig vanuit Barranquilla landt op het tarmac van de luchthaven van Medellín in Colombia. Niet op de strip in het centrum van de stad, waar in 1935 tangozanger Carlos Gardel verongelukte na een concert, maar zo'n 40 minuutjes buiten de stad. Antioquia heet deze regio, het kloppend hart van het wielrennen in Colombia.
...

Het is iets over negen als het vliegtuig vanuit Barranquilla landt op het tarmac van de luchthaven van Medellín in Colombia. Niet op de strip in het centrum van de stad, waar in 1935 tangozanger Carlos Gardel verongelukte na een concert, maar zo'n 40 minuutjes buiten de stad. Antioquia heet deze regio, het kloppend hart van het wielrennen in Colombia. Op weg naar het Zuid-Amerikaanse land hebben we ons wat verdiept in het leven van Medellíns bekendste capo: Pablo Escobar. Volgens de makers van een Colombiaanse podcast, die we op het internet vonden en op de binnenlandse vlucht beluisterden, een moderne Robin Hood, die met het geld dat hij aan de cocaïnehandel verdiende, de armen hielp. Voor makers van een Britse documentaire een ordinaire gangster, die inderdaad wat van zijn gigantische rijkdommen uitdeelde, maar hoofdzakelijk terreur zaaide en een pak doden op zijn geweten heeft. Niet alleen de armen voeren er in de tijd van Escobar wel bij, ook de sporters. De op het einde van de jaren tachtig hevig woedende strijd tussen de drugskartels van Calí, Medellín en Bogotá, leidde op voetbalvlak tot een sportieve hoogconjunctuur, waarbij de verschillende ploegen die ze steunden nationaal en internationaal triomfen vierden. Het talent dat nu uitwaaiert, bleef toen in eigen land en werd ook wel vaak geholpen via corruptie en afpersing, nog zo'n uitwas van het regime. Ook in het wielrennen stopte Escobar geld. Niet direct, eerst verdiende hij eraan. Onder meer door het aannemen van sportweddenschappen. En door een fietsenzaak hier in de stad, al dan niet een dekmantel voor andere zaken, of een witwasbedrijfje. Pablo's broer Roberto was zelf geen onaardig wielrenner. Osito (Beertje)was zijn bijnaam. Toen Pablo een internationaal zakenman in coke werd - Forbes rangschikte hem op een gegeven moment als 7e rijkste man ter wereld - en hij naast respect ook juridische immuniteit zocht, ambieerde hij een carrière als politicus. Het sponsoren van een wielerploeg naast zijn voetbalteam moest hem populair maken. Hij liet ook wielerbanen bouwen, waar hij met vrienden ging wedden, en gebruikte wielrenners, als helden graag gezien op luchthavens, als ordinaire drugstrafikanten. De vermaardheid van Escobar reikte tot in het Europese peloton. Toen Martín Ramírez in 1984 de Dauphiné Libéré won, maakte Bernard Hinault het bekende snuifgebaar met de vinger op de neus, wees naar Ramírez en riep: "Cocaïne, cocaïne!" De echte top bereikte Ramírez nooit. Dat deden wel Luis 'Lucho' Herrera en Fabio Parra. Herrera won een jaar later de bolletjestrui in de Tour en werd in 1987 eindwinnaar van de Ronde van Spanje. Café de Colombia werd een klinkende naam als ploeg in het internationale wielrennen. De renners - stuk voor stuk klimmers - staken de boel in bergetappes in brand, maar kwamen op het vlakke nooit ver. Ze waren gewoon niet compleet genoeg (zie kader). Na het afhaken van die generatie was er een zwart gat, met nu en dan de opflakkering van een individu. Tot nu. Nu staan ze er weer, en masse. Sla er maar de recentste Rondes van de Toekomst op na. De voorbije drie edities werden twee keer gewonnen door een Colombiaan. En bij de derde editie was een Colombiaan tweede, op één seconde van de winnaar. Ook de voorbije Ronde van het Baskenland en de Waalse Pijl werden gedomineerd door Colombianen. Voor het waarom van die terugkeer moeten we in Medellín zijn. Bij een amateurploeg die al die namen opleidde. Straf werk. Liliana Echeverri vangt ons op aan de luchthaven. Zij voert de communicatie voor de amateurploeg die, ook al is het een jonge ploeg, al onder verscheidene namen de wereld afreisde. Vandaag heet ze 472-Colombia, voorheen Café de Colombia-Colombia es Pasión. Zeven jaar geleden werd ze opgestart, hier in Medellín. Ze had twee doelen: het Colombiaanse wielrennen nieuwe zuurstof geven en, vooral, een positief beeld van Colombia schetsen. Gesteund door overheidsgeld van allerlei instanties en door de nationale koepel van de koffie-industrie moest Colombia af van dat imago van drugs, cocaïne, geweld, ontvoeringen. Ook van doping, want van het geïnstitutionaliseerde gebruik van verboden middelen, ook in Colombia, wilde de ploeg niks weten. Nog voor het biologisch paspoort verplicht werd, gebruikte de ploeg het al. Om er haar wetenschappelijke trainingen op te baseren. Ze noemen zichzelf "de luis in de pels van het establishment". Op de middag lunchen we met Ignacio Vélez, ex-voorzitter van de club/ploeg, maar nog steeds actief binnen het team. De dag voordien zijn de traditionele wielerprijzen in het land uitgedeeld, maar Vélez is niet naar Bogotá overgevlogen om dat gala bij te wonen. Hij hangt een heel dopingverhaal op als reden. "Mensen bekijken me hier als de vijand van het Colombiaanse wielrennen, omdat ik de zaken zeg zoals ze zijn en omdat ik kritiek geef. Het probleem is dat doping zo geïnstitutionaliseerd is. Zelfs jongens van zestien worden benaderd." Zo lang ze bij de bond niet strenger en consequenter optreden, boycot hij alles. Zij willen "schone handen". Vélez: "De minister van Economische Zaken belde me. Of we niet met een kleine ploeg, maar een duidelijke lijn wilden starten? Colombia had in de wereld een zeer negatief imago, terwijl we economisch en sociaal toch vooruitgang boekten. Daarom besliste de overheid om geld te investeren in sport, in een poging dat imago bij te draaien. Er werd een hele campagne opgestart onder de naam Colombia es Pasión. Met een beperkt budget, vijf miljoen dollar. Dat is niks." Nadat in 2009 de crisis toesloeg, ook in de koffie-export, besliste Café de Colombia zich vorig jaar terug te trekken uit de ploeg. Dat financieel gat is nog steeds niet gedicht, ook al sprongen andere overheidsinstellingen, zoals de post (vandaar die 472) bij. Het budget ging naar beneden, de ambities ook, ondanks de goeie resultaten. De continentale profploeg met grote ambities werd opnieuw een amateurploeg. Omdat, ook dat is Colombia, de overheid plots nog een ander team op de been bracht: Coldeportes. Prompt ging die ploeg... bij de collega's renners weghalen. De beste. Net zoals ook Sky en Movistar dat doen. En dus zitten Sergio Henao en Rigoberto Urán, die we op weg naar hartje Medellín tijdens een trainingsstage met de fiets kruisen, nu bij Sky, en verdient Nairo Quintana zijn euro's bij Movistar. Toen die uithaalde in Baskenland werden daar vraagtekens bij geplaatst, maar bij zijn ex-ploeg zal hij die eventuele kennis zeker niet hebben opgedaan. Vélez herhaalt nog eens zijn geloof in de zuiverheid van zijn ex-discipelen: "Met doping willen wij niks te maken hebben. Dat zou dat negatieve imago van het land alleen maar versterken. Toen we zeven jaar geleden begonnen, was het beeld van het wielrennen in Europa vuil. Maar wij geloofden in de kansen van een proper wielrennen. Op basis van trainingen en een wetenschappelijke aanpak. De bedoeling was om met een Colombiaanse ploeg in de Ronde van Frankrijk te raken. Alleen is het budget problematisch. Er is intussen veel afgebouwd, de kosten zijn groot. Te groot." Van de eigen overheid verwacht de ploeg niet langer alle heil. Er wordt de dag dat we mekaar ontmoeten vooral gekeken naar Europa. Luisa Ríos is erbij komen zitten. Net terug uit Miami, Amerika. Zij runt nu de ploeg en verwacht bezoek uit Europa. Ríos: "Verschillende ploegen zijn geïnteresseerd in een samenwerking. Na het seizoen ontmoeten we elkaar." Het zou een eerste stap kunnen zijn naar een andere structuur. Haar ploeg als opleidingsteam voor een ander. Het kan haast niet anders, want de budgetten zijn, gezien de afstanden, groter. Ríos: "De Colombiaan van het platteland is arm, dus moet je voor fietsen zorgen en voedingsadvies geven. Bovendien zijn er weinig profwedstrijden of internationale amateurwedstrijden. Dat betekent dat je voor lange periodes naar Europa moet. Hotels, vliegtuigen en verplaatsingen, dat is allemaal zeer duur." Maar de resultaten sterken hen in het idee dat ze goed bezig zijn. Dus doen ze voort, met een jong, enthousiast team. En alles op wetenschappelijke basis. Voor de lunch gingen we nog even in de heuvels op zoek naar hun renners. De altiplano buiten Medellín lijkt klein Zwitserland wel. Brede asfaltwegen, veel groen, helling op, helling af. Heel anders dan het jachtige, vlakke, vochtig-hete Caraïbische gebied waar de voetballers vandaan komen en waar koning bromfiets knettert en slalomt tussen het drukke autoverkeer. In hartje Medellín - 2,5 miljoen inwoners, gelegen in een dal en dus nagenoeg constant onder de smog - zijn de files even intens. Pico y placa - ofte nummerplaten die eindigen op een even getal mogen rijden op even kalenderdagen - is een goedbedoeld initiatief, maar het helpt geen zier. Alles zit muurvast. We zullen 's avonds maar op enkele minuten na, dankzij een historische rallyprestatie van onze chauffeur, onze terugvlucht halen. Maar eerst is er een tussenstop op de piste, waar Martín Emilio Rodríguez 'Cochise' - de Eddy Merckx van Colombia - de training van wat renners van de ploeg nauwgezet volgt. Die renners - vorige week aan de slag in de Ronde van Bretagne, want de ploeg werkt wel degelijk ook als amateurploeg een internationaal programma af - tonen zich stuk voor stuk ambitieus. Allemaal willen ze de nieuwe Herrera zijn. Of de nieuwe Bradley Wiggings. Ze sporten omdat ze het graag doen, zeggen ze, en goed kunnen, maar ook om economische redenen. Co- chise, in zijn tijd helper van FeliceGimondi, knikt goedkeurend. En passant vraagt hij de groeten te doen aan Eddy Merckx. Bij deze. DOOR PETER T'KINT IN MEDELLÍNColombia es Pasión had twee doelen: het Colombiaanse wielrennen nieuwe zuurstof geven en een positief beeld van het land schetsen.