PSG is een nog jonge club: dit seizoen viert het zijn 40e verjaardag. In de Franse voetbalwereld lijkt de Parijse club wel een puber tegenover de 111 jaar van Marseille of de 91 jaar van de Girondins uit Bordeaux. Daarnaast telt de club ook minder titels dan bijvoorbeeld Nantes, dat tegenwoordig in de Ligue 2 speelt (acht keer Frans landskampioen tegenover twee titels voor PSG), of kan hij evenmin bogen op de legende van les Verts uit Saint-Etienne. En toch: op Marseille na is er geen enkele Franse club die zo vaak de voorpagina haalt in de media. De recentste melodramatische seizoenen hebben deze situatie zelfs nog versterkt. Behalve in 2008/09 flirtte de club de voorbije vier jaar geregeld met de degradatie.
...

PSG is een nog jonge club: dit seizoen viert het zijn 40e verjaardag. In de Franse voetbalwereld lijkt de Parijse club wel een puber tegenover de 111 jaar van Marseille of de 91 jaar van de Girondins uit Bordeaux. Daarnaast telt de club ook minder titels dan bijvoorbeeld Nantes, dat tegenwoordig in de Ligue 2 speelt (acht keer Frans landskampioen tegenover twee titels voor PSG), of kan hij evenmin bogen op de legende van les Verts uit Saint-Etienne. En toch: op Marseille na is er geen enkele Franse club die zo vaak de voorpagina haalt in de media. De recentste melodramatische seizoenen hebben deze situatie zelfs nog versterkt. Behalve in 2008/09 flirtte de club de voorbije vier jaar geregeld met de degradatie. Dat was vijftien jaar voordien ondenkbaar, want toen dicteerde PSG de wet in Frankrijk en stapelde het de grootse prestaties tegen de Europese tenoren op. Het was de tijd van George Weah, David Ginola, Valdo en Rai. Spelers met het Parijse stempel, die het prachtige Parc des Princes herhaaldelijk in vervoering brachten. Het was de tijd van Canal+, van het voorzitterschap van Michel Denisot (presentator op de betaalzender), toen Paris Saint-Germain in 1996 in Brussel de beker voor bekerwinnaars won, de tweede en laatste Europese trofee die door een Franse club in de wacht werd gesleept. De laatste jaren passeerden daarentegen Rothen, Kezman, Sammy Traoré en anderen de revue, spelers die erg ver van het voetbal staan als er over hun roemrijke voorgangers wordt gepraat, maar die desondanks hun volkomen ongepaste sterallures behouden. Parijs, de lichtstad, is nog steeds een stad die blijft schitteren in de verbeelding van veel spelers. Een verbeelding die het mogelijk heeft gemaakt zwaargewichten aan te trekken zoals Marco Simone, Miguel Pauleta of recent nog Nené (het voorbije kampioenschap goed voor veertien goals bij Monaco) terwijl de resultaten jaar na jaar in dalende lijn gaan. Mocht PSG slechts een glittertjesclub zijn, een onstabiele club waar de voorzitters elkaar sinds 2003 aan de lopende band opvolgen, een club van B-acteurs, een zielloze club, dan zou men er niet zo veel tamtam rond verkopen. Alleen is het zo dat PSG in de loop der jaren - vooral vanaf halfverwege de jaren tachtig - een ziel heeft verworven, een almaar groeiende trouwe basis. Een passie die de indrukwekkende spandoeken in het Parc vaak kleur heeft gegeven, maar die bij sommigen helaas een uiterst gewelddadige kant heeft gekregen. Indien PSG het voorbije seizoen naar de bliksem heeft geholpen, dan komt dat in veel mindere mate door de erg middelmatige sportieve resultaten van de club dan wel door de knokpartijen die de Parijse wedstrijden regelmatig ontsierden, incidenten die over het algemeen tussen supporters van hetzelfde kamp plaatsvonden. Dat geweld bereikte zijn hoogtepunt op 28 februari 2010 tijdens PSG-Marseille (waar de supporters van OM niet naartoe waren gegaan), want er viel een slachtoffer: Yann Lorence overleed na vechtpartijen tussen supporters van de tribune Boulogne en van de tribune Auteuil. Enkele maanden voordien waren tientallen Parijse heethoofden al naar het centrum van Marseille getrokken om er op de vuist te gaan. Gevolg: scènes van een stadsguerrilla als opener van de tv-journaals en talloze gewonden. Dit geweld dateert niet van gisteren. PSG heeft lange tijd een reputatie meegesleurd van club met een aanzienlijk aantal hooligans. In november 2006, kort na de wedstrijd van PSG tegen Hapoel Tel-Aviv, stierf de jonge Julien Quemener als gevolg van politiekogels. De politieman in kwestie zou zijn daad rechtvaardigen door de "redding" van een Israëlische supporter die op het punt stond te worden gelyncht. In zulke weerzinwekkende omstandigheden valt het niet mee het blazoen op te poetsen. Dat vormt nochtans de grote doelstelling van 2010/11 voor Robin Leproux, die sinds september 2009 voorzitter is van PSG: "Wij moeten het geweld definitief uit het Parc des Princes bannen", verkondigt hij met veel toeters en bellen. Op 18 mei 2010 ontvouwde hij daarvoor een reorganisatieplan voor de tribunes, met onder meer de afschaffing van abonnementen in de bochten Auteuil en Boulogne (met andere woorden de traditionele tribunes vanwaar het gezang kwam), een nieuw prijsbeleid met gratis plaatsen voor vrouwen, plaatsen tegen 6 euro voor kinderen en 12 euro voor volwassenen, of het invoeren van gezinsruimtes en uitnodigingen. Om alles goed in de verf te zetten wordt dit nieuwe plan voorafgegaan door een commerciële campagne onder de noemer Tous PSG (www.touspsg.fr), een soort van manifest naar de slogan "Nous voulons de l'amour autour du club" (wij willen liefde rond de club). Als ondertekenaars mobiliseert men enkele blikvangers zoals rapper Sinik, journalist Thomas Hugues of voetballer Nicolas Anelka. De overheid is blij. "Dit plan steunt op gezonde principes en bevat de intelligentie en de moed om de tribunes Auteuil en Boulogne terug te geven aan al wie van het voetbal houdt", verklaarde zelfs de burgemeester van Parijs, Bertrand Delanoé. Het plan- Leproux maakt natuurlijk niet iedereen gelukkig, zeker niet bij de Parijse ultra's. Heel wat van hen hekelen deze buitensporige commercialisering van de club. Als antwoord wordt met een petitie gestart waarin de "echte supporters" wordt gevraagd de truitjes en het Parc des Princes te boycotten. Liefst 13.000 ondertekenaars scharen zich achter deze oproep. "Het huidige bestuur van PSG wil veeleer een concept uitbouwen dan een club", vertelt Paul Bemer die al enkele jaren een abonnement heeft voor de tribune Auteuil. "Ze doen dat naar het voorbeeld van de Verenigde Staten, waar clubs 'concessies' worden genoemd, waar het spektakel te zien valt vóór de wedstrijd." Vandaar ook de introductie van een mascotte (de sfinx Germain ), van een officieel clublied op de tonen van 'Go West' van de Pet Shop Boys en de komst van schminkstands, tafelvoetbalstands en penaltystands in de galerijen van het Parc des Princes. Doel van dit alles: de aard van de vaste supporters in de populaire tribunes veranderen en de kinderen weer naar het stadion krijgen. "Dat de club af wil van gewelddadige personen en wil breken met de gebeurtenissen van vorig jaar is natuurlijk toe te juichen", vervolgt Bemer. "Alleen zijn deze veranderingen op iets anders gericht. Het bestuur wil PSG duidelijk tot een merknaam omvormen. Ter rechtvaardiging verschuilt het bestuur zich achter het succes van het Stade Français in het rugby. Maar wees nu eens eerlijk: als we de belachelijke roze truitjes en de naaktkalenders van de spelers buiten beschouwing laten, dan heeft deze club bijgedragen tot de snelle groei van het rugby in Frankrijk. Het verschil is dat PSG wel degelijk een geschiedenis heeft, een publiek dat nooit heeft gehouden van de schone schijn en de glitter rondom het voetbal. En dan is er nog die Germain! Heb jij ooit al een sfinx gezien in Parijs? En dat is niet het enige: ik zie niet in hoe Parijs nog grote sfeervolle avonden zal beleven met die toetertjes en vuvuzela's die ze tegenwoordig aan de kinderen uitdelen." Als we het strikt genomen op de cijfers houden, dan kent de campagne van Leproux geen overdonderend succes: PSG rekent op iets meer dan 6000 abonnees, terwijl het er vorig jaar nog 19.000 waren. Maar wat doet het ertoe, het bestuur is voorbereid op een moeilijke start, op een nagenoeg leeg stadion. Voor hen heeft de rust in en rond het Parc geen prijs meer. "Des te beter, maar ik vrees dat het omgekeerde effect zich zal voordoen, dat het hek van de dam zal zijn met deze nieuwe "toevallige plaatsing". Diegenen die vorig jaar met elkaar op de vuist gingen, kwamen van tegenoverliggende bochten. Nu bestaat het risico dat zij gewoon naast elkaar zullen staan ..." Niet iedereen is onder de indruk van de uiteenlopende protestacties, de oproepen tot een boycot. Daniel Riolo, talkshowpresentator en auteur van ver-scheidene boeken over PSG ( L'Histoire du PSG of Les 50 plus belles histoires du PSG) is daarover zeer duidelijk: "Robin Leproux kon gewoon niet anders dan dit plan in te voeren. Het liep zodanig de spuigaten uit dat wij vorig jaar rondom het Parc een ware burgeroorlog beleefden. Dat de ultra's zich ertegen verzetten dat men de club omvormt tot Walt Disney doet mij stilletjes lachen. Toen ik in het begin van de jaren negentig naar de tribune Boulogne ging in het Parc, overkwam het mij tijdens bepaalde Europese matchen ook dat ik op de tribune Auteuil belandde. Daarom wilde ik nog niet op het gezicht van mijn buur kloppen. Tegenwoordig mogen beide kampen elkaar niet tegenkomen of er komen vechtpartijen van. Betreurenswaardig! En dat brengt een verontrustend maatschappelijk probleem in Frankrijk naar boven, dat de gewezen veiligheidsdirecteur van PSG, Jean-Pierre Larrue, perfect heeft samengevat: de fascisten tegen het uitschot." "De tribune Boulogne heeft zich altijd verzet tegen de voorstedelijke cultuur", weet Bemer. "Toen bepaalde supporters van de tribune Auteuil, die als uitschot of voorstadbewoners belachelijk werden gemaakt, er genoeg van hadden op hun kop te krijgen, lieten zij zich in mei 2003 opmerken met een spandoek L'avenir c'est nous! (wij zijn de toekomst). Toen is het geweld tussen de supporters van PSG pas echt geëscaleerd." De resultaten van de voorbije jaren hebben de spanningen vanzelfsprekend niet verminderd. In de jaren negentig haalden de Parijse supporters ook herhaaldelijk de krantenkoppen wegens geweld. Zoals in de zomer van 1993, toen tijdens PSG-Caen een politieman midden op de tribune Boulogne werd gelyncht. Tegelijkertijd schitterde PSG evenwel op sportief vlak en de drie letters PSG stonden veeleer in de verbeelding van de mensen gegrift omwille van het voetbal dan omwille van de gewelduitbarstingen. Twintig jaar later is het omgekeerd. Hoe is het zover gekomen? Hoe kan zo'n financieel machtige club in een reusachtige stad over een ploeg beschikken die zulke middelmatige resultaten haalt als de voorbije seizoenen? "Dat komt eenvoudig door een slechte keuze van mensen", zegt Riolo. "De komst van Charles Biétry in mei 1998 heeft een dynamiek gebroken. Biétry, journalist bij Canal+, had commentaar geleverd bij het WK en had vanop de transfermarkt spelers meegebracht die hem waren opgevallen, zoals Jay-Jay Okocha. De Nigeriaan kostte 100 miljoen francs (15 miljoen euro), destijds een recordbedrag. Biétry was een kenner, maar hij wou le jeu à la nantaise (de spelstijl van FC Nantes) in Parijs doorvoeren, meer bepaald door verschillende spelers van de Kanaries te transfereren. Omgekeerd had hij nogal onhandig enkele kaderleden zoals AlainRoche of Vincent Guérin opzijgeschoven. Zijn bewind duurde slechts enkele maanden, maar het kwaad was geschied, de wanorde was begonnen. Nadien komt Laurent Perpère aan het hoofd van de club, iemand die niks van voetbal kent. PSG behoort nog toe aan Canal+, maar begint zomaar lukraak van alles te doen. Het toppunt volgt wanneer AlainCayzac, lid van het directiecomité van PSG, in 2000 " PSG banlieue" (voorstad PSG) lanceert. Op dat ogenblik zien wij Nicolas Anelka van Real, Stéphane Dalmat en Peter Luccin met veel pracht en praal neerstrijken in het Parc. De club vraagt een bende kwajongens om het team te leiden. Een zware vergissing! De spelers hebben talent maar ook een enorm grote bek ... zoals we nu tien jaar later met Anelka hebben gezien. De kleedkamer is uniek en de lonen liggen waanzinnig hoog. De club zal dit nooit echt te boven komen, ondanks de komst van Ronaldinho en anderen. PSG wordt de danseuse van Canal+. Men verandert van voorzitter, van outfit, maar even snel gaat alles stuk." In 2006 koopt Colony Capital, een Amerikaanse investeringsmaatschappij, de club over voor een appel en een ei ("Men spreekt van minder dan 26 miljoen euro", aldus Riolo) en stelt SébastienBazin aan als hoofdaandeelhouder van de club. "De bestuurders hebben nooit onder stoelen of banken gestoken dat zij de club over twee jaar willen doorverkopen, met winst. Dat zal zeker het geval zijn, gezien de zeer lage prijs van de terugkoop", vervolgt Riolo. Kan PSG tegen dan het hoofd weer opheffen? Velen hebben er hun twijfels over. Mocht er echter toch een mirakel gebeuren, dan zal men uiteindelijk alle ongelukkige gebeurtenissen van de voorbije jaren toeschrijven aan een lange en moeilijke puberteitscrisis ... door thomas bricmontVorig jaar beleefden wij rond het Parc een ware burgeroorlog. Daniel Riolo