1) HANG DE BAL AAN EEN TAK

Leer jezelf koppen. Stop de bal in een netje waar een koord aan vastzit. Maak het touw vast aan een hoge tak. Zorg ervoor dat de bal in stilstand zo hoog hangt dat je ernaar moet springen om hem met je hoofd te raken. Doe dat. De bal vliegt op, maar blijft in de buurt. Je kan er telkens weer naartoe springen. Als je de bal goed opgehangen hebt, kun je er enkel aan op zijn laagste punt. Spring je te vroeg of te laat, dan is hij te hoog. Hiermee kweek je de juiste timing. ( Philippe Clement, middenvelder)
...

Leer jezelf koppen. Stop de bal in een netje waar een koord aan vastzit. Maak het touw vast aan een hoge tak. Zorg ervoor dat de bal in stilstand zo hoog hangt dat je ernaar moet springen om hem met je hoofd te raken. Doe dat. De bal vliegt op, maar blijft in de buurt. Je kan er telkens weer naartoe springen. Als je de bal goed opgehangen hebt, kun je er enkel aan op zijn laagste punt. Spring je te vroeg of te laat, dan is hij te hoog. Hiermee kweek je de juiste timing. ( Philippe Clement, middenvelder) Drinken is belangrijk. Neem drank mee naar trainingen en matchen. Een van onze trainers verklapte me hoe je een toverdrank maakt. Vul een lege plastic fles van 1,5 of 2 liter met één liter mineraalwater. Doe er 60 gram rietsuiker bij. Pers een citroen of appelsien. Giet het sap (naar smaak) in de fles en schud. Vul eventueel aan met een paar gram zout. Drink met kleine slokjes, voor, tijdens en na de training of match. De fles moet leeg zijn als je naar huis gaat. ( Henk Mariman, hoofd opleidingen Club Brugge) Ik groeide op in een café. Vaak nam ik een stapel bierkaartjes en gooide ik die in een zaaltje op de grond. Ik sleurde er stoelen en tafels bij en bouwde zo een parcours. Als ik het aflegde, mocht de bal geen kaartje raken. Sommige tafels legde ik op hun zij, dan kon ik er een één-twee mee doen. Andere legde ik omgekeerd op de grond. Met een lobje omzeilde ik die. Bij stoelen moest de bal mooi tussen de poten. Ik chronometreerde en verbeterde telkens mijn record. ( Davy De Beule, middenvelder) Ik trapte als kind de bal vaak keihard tegen een muur, zodat hij op een moeilijke manier naar mij terugkwam. Dan probeerde ik hem snel en goed onder controle te krijgen. Ook in matchen krijg je weleens rotballen. Ook dan moet je vlug zijn. Kom met je lichaam rap en goed achter de bal, zodat je het spel direct weer voor je ziet en kan passen. Wie vlot controleert, kan even rondkijken en zo de juiste keuze te maken. Later moet je al vóór je de bal krijgt weten wat je gaat doen. ( Steven Jacobs, middenvelder) Jongleren is een prima manier om aan je techniek te werken. Om het goed te kunnen moet je wel iedere dag oefenen. Hou een schriftje bij waarin je elke keer je record noteert. Toon het aan je trainer en aan vrienden. Als die denken dat ze het beter kunnen, daag hen dan uit voor een kampioenschap. Word zo de jongleerkoning. Oefen niet enkel met een gewone bal. Gebruik ook eens een ballon, een strandbal, opgerolde sokken, een leeg blikje, een badmintonshuttle, een tennisbal, ... ( Kristof Mortier, oprichter balbalschool) Als je een voorzet trapt, bedenk dan vooraf waar de bal hoort te landen, welk effect erop moet zitten en hoe hoog en snel hij moet vliegen. Dan stelt je lichaam zich daarop in. Als ik dat niet doe en zomaar trap, geef ik vaak een slechte bal. Het is een trucje uit het golfen. Als je daar het balletje eerst al eens ziet vliegen in je hoofd, sla je gemakkelijker goed. En achteraf weet je soms niet hoe je het technisch deed. Dit trucje alleen volstaat niet, maar het helpt. ( Frederik Boi, rechtsback) Een leuke oefening. Deze kan je met vriendjes spelen. Elk zet een fles vol water naast zich. Om de beurt probeer je de fles van een ander omver te stoten door er met de bal naar te passen. Trapt iemand de jouwe omver, dan moet jij achter de bal aan om die met de voet terug te brengen naast jouw fles. Haast je, want intussen loopt je water weg. Pas als de bal stilligt naast je fles, mag je die met je handen weer rechtzetten. Is de jouwe eerst leeg, dan heb je verloren. ( Killian Overmeire, middenvelder) Wees bezig met wat belangrijk is. Je kan met je papa langs de lijn praten vóór de aftrap, maar niet terwijl de match aan de gang is. Het moeilijke is dat je tijdens een wedstrijd je concentratie voortdurend moet verleggen. Iets wat nu belangrijk is, kan straks een bijzaak zijn. Zo moet je bij een verre pass letten op de posities van je ploegmaats en tegenspelers, maar die doen er niet meer toe als je op doel trapt. Steeds weer je aandacht kunnen verleggen is heel belangrijk. ( Bart Blondeel, mental coach jeugdsport) Als kind al hoopte ik een leuke voetbalcarrière te kunnen maken. Of het eerste provinciale of eerste nationale zou worden, dat zouden we wel zien. Maar ik wou graag beter worden en werkte bijvoorbeeld hard aan mijn snelheid. 's Avonds ging ik trainen op de trappen van de kerk. Niet als er mis was natuurlijk. Ik heb niet de klasse van Stijn De Smet en moet er veel meer voor doen. Trapjes op en af lopen, daar ga je sneller van spurten. ( Tom De Sutter, spits) Geef inspeelpasses strak en over de grond. Zorg dat de bal aankomt bij de verste voet van je ploegmaat. Pass je als centrale verdediger naar de linksback, dan moet de bal bij zijn linkervoet belanden. Bij de rechtsback mik je naar zijn rechtervoet. Zo hebben zij de bal direct voor zich. Middenvelders horen 'ingedraaid' te staan als ze de bal vragen; hun lichaam moet gedraaid staan naar de kant die ze uit willen, het doel van de tegenstander. Ook bij hen zoek je de verste voet. ( Jeroen Simaeys, verdediger) opgetekend door kristof de ryck