Met alle gebruikte afkortingen en een minuscuul geschrift lijkt het of het de bedoeling is dat het blad nooit helemaal vol geraakt. Elke regel is gewijd aan één van de 22 acteurs op het veld en sommige raken sneller gevuld dan andere. Eentje is er uiteindelijk niet breed genoeg om al het talent van de betrokkene te bevatten. De acties van Victor Osimhen springen duidelijk in het oog bij de scout van Stuttgart, die op de tribunes van Mambourg enkele notities neerkrabbelt in zijn ruitjesschrift. De Duitse club maakt enkele weken later evenwel geen kans om de buit binnen te halen, want er zijn veel concurrenten die al actie ondernomen hebben in het dossier rond de Nigeriaanse spits. Eén seizoen in België is al voldoende om niet onopgemerkt te blijven bij de scouts van de grootste Europese clubs.
...

Met alle gebruikte afkortingen en een minuscuul geschrift lijkt het of het de bedoeling is dat het blad nooit helemaal vol geraakt. Elke regel is gewijd aan één van de 22 acteurs op het veld en sommige raken sneller gevuld dan andere. Eentje is er uiteindelijk niet breed genoeg om al het talent van de betrokkene te bevatten. De acties van Victor Osimhen springen duidelijk in het oog bij de scout van Stuttgart, die op de tribunes van Mambourg enkele notities neerkrabbelt in zijn ruitjesschrift. De Duitse club maakt enkele weken later evenwel geen kans om de buit binnen te halen, want er zijn veel concurrenten die al actie ondernomen hebben in het dossier rond de Nigeriaanse spits. Eén seizoen in België is al voldoende om niet onopgemerkt te blijven bij de scouts van de grootste Europese clubs. De Belgische competitie is opnieuw aantrekkelijk geworden, na een aantal magere jaren in het begin van het millennium, die slechts gered werden door de ontbolstering van enkele talenten als Vincent Kompany. De ommekeer komt er aan het einde van het eerste decennium, wanneer Standard de centimeters van Marouane Fellaini koppelt aan de elegantie van Axel Witsel. De twee steken de grenzen over en schitteren daar, net zoals Christian Benteke of Kevin De Bruyne die wat later hetzelfde zullen doen vanuit Limburg, en Romelu Lukaku vanuit Brussel. Hun successen zetten de grote Europese competities ertoe aan om zaken te gaan doen op de Belgische markt. Er zijn er immers maar weinigen die niet slagen in hun grote sprong van de Jupiler Pro League naar de hogere sferen van het voetbal. Het succes van de Rode Duivels valt op, in die mate dat scouts van Leeds zich op dit ogenblik documenteren over de geheimen van de Belgische talentenfabriek. In de slipstream van onze internationals heeft ook de vaderlandse competitie een plek verworven in de Europese subtop, naast die van Portugal, Rusland, Nederland, Oekraïne en Turkije. Momenteel is ze misschien wel degene die door de buitenlandse scouts met de meeste aandacht wordt bekeken. Die zoeken soms zelfs naar een zeldzame parel in tweederangsclubs, nog voor die de kans heeft gekregen om te schitteren bij een club van de G5. Neem bijvoorbeeld Osimhen, die bij Lille OSC tekende voor hij zijn paspoort verzilverd had bij een van de vlaggenschepen van de Belgische vloot. We contacteerden enkele specialisten van de scouting, die vaak wel anoniem wilden blijven - hun werk speelt zich doorgaans in de schaduw af. Zij vertellen over de heropstanding van het Belgisch voetbal in twee stappen. De eerste vond plaats rond het jaar 2010, toen op Belgische bodem enkele talenten tot ontwikkeling kwamen die nadien de fameuze gouden generatie van de nationale ploeg zouden vormen. Voor de tweede stap was het dan nog enkele jaren wachten. Na vele jaren zonder overwintering in de Europese bekers - een occasionele kwartfinale in de Europa League niet te na gesproken - klopt het Belgisch voetbal twee keer stevig op de deur van Europa. De eerste keer door het Gent van Hein Vanhaezebrouck, dat in 2016 onverwacht doorstoot naar de achtste finales van de Champions League. Hoewel die kern niet overloopt van buitengewone talenten, noteren sommige Italiaanse en Spaanse clubs toch de naam van Sven Kums, die allicht naar Sevilla of Napels was verkast als er ten tijde van de historische campagne met de Buffalo's enkele jaren minder op zijn identiteitskaart hadden gestaan. Twaalf maanden later zijn de Belgische clubs met drieën bij de laatste zestien in de Europa League en twee van hen staan vervolgens in de kwartfinales, waarin ze het Manchester United (Anderlecht) en Celta de Vigo (Racing Genk) lastig maken. De Galiciërs zijn onder de indruk van Leandro Trossard. 'We wilden hem graag halen, maar hij was al te duur voor ons', zegt Felipe Miñambres, de sportief directeur van Celta, die wel een andere Racinger, Joseph Aidoo, naar het noordwesten van Spanje weet te halen. 'In de Belgische competitie zien we interessante profielen voor de Spaanse clubs. Vooral flankspelers, die sterk zijn in één-tegen-éénstituaties, maar ook centrale verdedigers of verdedigende middenvelders.' Dankzij die prestaties in de Europa League ging de UEFA-coëfficiënt van België er flink op vooruit. Het seizoen 2016/17 werd, ondanks een ontgoochelend Club Brugge in de Champions League, afgesloten op een zesde plaats, achter de grote vijf kampioenschappen, maar voor Portugal, dat meestal postvat in het kielzog van de Big Five. 'Ik wilde weten hoe België dé springplank naar de vijf grote competities geworden was en de laatste jaren daarin zelfs Nederland voorbijgestoken was', legt Jess Thorup uit, die met veel nieuwsgierigheid naar onze competitie trok. De Deen ontdekte bij ons 'een moeilijke competitie, met wedstrijden die veel meer in evenwicht zijn dan bijvoorbeeld in de Nederlandse Eredivisie, waar bepaalde clubs altijd domineren.' De competitiviteit van de Belgische competitie is een van de sleutelelementen waarom men in de grote landen naar ons kijkt. De wedstrijden die makkelijk in een beslissende plooi gelegd worden, zijn zeldzaam, opnieuw in groot contrast met onze noorderburen. In Nederland eindigen 20 procent van de matchen met een verschil van drie goals of meer (cijfers uit 2018, verzameld door het statistiekenbureau CIES). In België geldt dat voor slechts 15 procent van de matchen. Dat scenario wordt bevestigd door het gemiddelde verschil in doelpunten. Wanneer twee ploegen elkaar in de Belgische competitie bekampen, maakt de winnaar gemiddeld 1,25 goals meer dan de verliezer. In Nederland (1,46) of in Portugal (1,55) is het verschil in sterkte meer uitgesproken. Daardoor kunnen spelers gemakkelijk overschat worden door de scouts. Het evenwicht in de Belgische competitie weerspiegelt zich ook in het klassement van de Europese clubs volgens hun UEFA-coëfficiënt, die het gemiddelde neemt van hun resultaten in de voorbije vijf jaren. België heeft weliswaar geen enkele vertegenwoordiger in de Europese top 30, waarin er wel drie Portugese, twee Oekraïense, een Nederlandse, een Russische en een Turkse ploeg staan, maar het is daarentegen het eerste land uit die Europese subtop dat vijf clubs in het klassement heeft. Standard, de vijfde vertegenwoordiger van België, staat op de 74e plaats. Dat is beter dan de 82e plaats van Spartak Moskou, de vijfde Russische ploeg in het klassement. Portugal, Nederland, Oekraïne en Turkije hebben slechts vier vertegenwoordigers in de top 100. 'Het Belgische voetbal heeft naar mijn aanvoelen twee opvallende kenmerken', legde Beñat San José uit toen hij onder een loden zon in Duitsland het seizoen van Eupen voorbereidde. 'Het individuele talent en de offensieve omschakeling.' Die analyse wordt over het algemeen gedeeld door buitenlanders die in de Jupiler Pro League terechtkomen. 'Hoewel het niveau lager is, doen de fysieke kenmerk en van het Belgische voetbal erg aan de Premier League denken', bevestigt Nicolas Penneteau, wanneer hij het heeft over omschakeling en duels. Wat het individuele talent betreft, daarover horen we de mooiste woorden bij Marcus Ingvartsen, die uit het strak georganiseerde Scandinavische voetbal komt: 'Hier draagt elke speler de verantwoordelijkheid voor zijn zone en zijn rechtstreekse tegenstander. Je speelt je eigen wedstrijd in de wedstrijd.' Het Belgisch voetbal is er een van duels. De cijfers tonen aan dat elke ploeg hier gemiddeld 67 verdedigende duels per wedstrijd uitvecht, dat is meer dan alle concurrerende competities. Met uitzondering van Nederland is de Jupiler Pro League ook de competitie waarin het meest gedribbeld wordt, met 26,8 pogingen per ploeg per wedstrijd. Die elementen maken dat de individuele kwaliteiten van een speler sneller in het oog springen en dus ook de meerwaarde die hij kan bieden voor een goed geoliede ploeg uit een topcompetitie. 'Om te weten hoe sterk een speler is in zijn hoofd en met zijn voeten, vormt de Belgische competitie een uitstekende barometer', vertelt de sportief directeur van een club die momenteel Champions League speelt. 'Je duelleert voortdurend met een rechtstreekse tegenstander en wanneer je die kunt uitschakelen heb je veel ruimte voor je. Dan hoor je opeens ook het stadion opveren', zegt Sander Berge wanneer hij de bijzondere Belgische omstandigheden schetst. 'Toen ik in België arriveerde, heb ik de codes van het voetbal hier moeten leren. Er wordt hier veel belang gehecht aan snelheid, aan de tegenaanval en aan fysiek voetbal.' 'Het klopt dat het een erg fysiek voetbal is, dat dicht bij het Engelse spel ligt en dat het dus voor spelers makkelijker maakt om zich vervolgens aan te passen aan de Premier League bijvoorbeeld', bevestigt Luis Rodríguez del Teso. De voormalige scout van Atlético Madrid haalde Toby Alderweireld en Yannick Carrasco naar de Colchoneros (en probeerde dat ook met Kevin De Bruyne en Dries Mertens, evenwel zonder succes). De Spanjaard is geregeld te zien in de Belgische tribunes en werkt vandaag als spelersbemiddelaar of consultant voor clubs. 'Maar binnen deze stijl, die inderdaad enigszins Brits is, zie je ook een grote diversiteit aan profielen, waardoor ook Spaanse clubs interesse tonen. Je hebt Afrikaanse voetballers met erg verticaal spel en veel kracht. Je hebt spelers uit de Balkan, die eerder technisch zijn, en Belgische spelers, soms afstammelingen van migranten, met indrukwekkende atletische mogelijkheden. Het is een veelkleurige competitie en dat is interessant voor een scout.' Als veel clubs de Belgische competitie van nabij blijven volgen, dan komt dat ook omdat de prijzen hier nog niet door het dak zijn gegaan zoals dat het geval is voor de grootste talenten uit de Portugese en Nederlandse competities. Die vragen - en krijgen - meer dan 50 miljoen euro voor hun beste spelers, terwijl de Belgische clubs niet voorbij de kaap van de 30 miljoen geraken. 'Het is een transitcompetitie waar je nog goeie spelers vindt voor schappelijke prijzen, niet zo duur als in andere landen, waar de prijzen de pan uit swingen', bevestigt Felipe Miñambres. Maar Luis Rodríguez del Teso nuanceert dat: 'Het klopt wel dat prijs-kwaliteitverhouding vaak interessant is, maar de grootste talenten worden hier toch ook steeds duurder. Ze liggen momenteel al buiten het bereik van de meeste Spaanse clubs. Buiten de top vijf van La Liga is het quasi onmogelijk om de beste spelers van de Belgische competitie te kopen.' De voortdurende prijsstijging is een van de redenen dat de grootste beloften van de Jupiler Pro League bijna allemaal naar Engeland vertrekken. Van de spelstijl, via de dikke portefeuille van de gegadigden tot de taalvaardigheid die spelers in de Belgische competitie verwerven: het lijkt de vedetten van hier allemaal het Kanaal over te sturen. De bankrekeningen van onze clubs varen er wel bij als die hofleveranciers worden van het rijkste kampioenschap ter wereld.