Vorige week tekende Tony Watt een contract van vijf jaar bij Standard, dat aan Celtic Glasgow volgens Britse media 1,2 miljoen pond (ongeveer 1,5 miljoen euro) voor hem betaalde. De twintigjarige Schot voetbalde vorig seizoen op uitleenbasis voor Lierse. Daar scoorde hij acht keer in zeventien wedstrijden, maar hij botste er vooral ook geregeld met hoofdcoach Stanley Menzo, die hem uiteindelijk na onaanvaardbare uitspraken in een interview in de Gazet van Antwerpen definitief wegstuurde. Wat staat er Standard met de komst van het enfant terrible te wachten? Is Watt een spits met de voetbalkwaliteiten én de persoonlijkheid voor een topclub? Hoe rendeert hij het best? Zal hij in Luik uitgroeien tot een topspeler of komt er ook daar heibel van?
...

Vorige week tekende Tony Watt een contract van vijf jaar bij Standard, dat aan Celtic Glasgow volgens Britse media 1,2 miljoen pond (ongeveer 1,5 miljoen euro) voor hem betaalde. De twintigjarige Schot voetbalde vorig seizoen op uitleenbasis voor Lierse. Daar scoorde hij acht keer in zeventien wedstrijden, maar hij botste er vooral ook geregeld met hoofdcoach Stanley Menzo, die hem uiteindelijk na onaanvaardbare uitspraken in een interview in de Gazet van Antwerpen definitief wegstuurde. Wat staat er Standard met de komst van het enfant terrible te wachten? Is Watt een spits met de voetbalkwaliteiten én de persoonlijkheid voor een topclub? Hoe rendeert hij het best? Zal hij in Luik uitgroeien tot een topspeler of komt er ook daar heibel van? "Tony is een fenomeen", zegt Eric Van Meir, gewezen centrale verdediger van onder meer Standard en vorig seizoen bij Lierse tot aan de winterstop assistent van Stanley Menzo. "Op die leeftijd zag ik nog maar weinig spelers met die kwaliteiten. Zijn talent is dat hij van elke bal een doelkans probeert te maken en heel trefzeker is. Hij is snel met de bal aan de voet, probeert altijd de kortste weg naar doel te nemen en beschikt over een heel flexibele beweging waarbij hij ín de dribbel al trapt. Als verdediger kom je dan te laat. Vooral zijn trap met rechts is uitstekend. Omdat Standard toch iets hoger speelt dan Lierse, denk ik dat Tony daar vaker in een cruciale positie in de laatste dertig meter zal komen, daar nog meer kansen zal creëren en nog meer zal scoren. "Hij is iemand die je het volste vertrouwen moet geven, maar je moet er ook voor zorgen dat hij meeverdedigt. Zodra hij dat ten volle beseft, zal hij in Luik snel de publiekslieveling zijn. Bij Lierse stond hij altijd alleen in de spits, in de 4-4-2 van Standard zal hij moeten samenwerken met de andere spits. Als hij zich aanpast, kan het een voordeel zijn dat hij niet alleen in de spits staat. Want dan zal hij in principe gemakkelijker uit de dekking kunnen komen. Omdat een centrale verdediger tegen twee spitsen niet zo snel door dekt. Maar: als die andere spits diep loopt, zal hij zelf wel meer verdedigend werk moeten doen en dat is bij hem een heikel punt. Wij toonden hem vorig seizoen beelden van hoe Tom De Sutter en Igor De Camargo meeverdedigen, om hem te laten inzien dat tegenwoordig iederéén moet meeverdedigen. Tony kun je een beetje vergelijken met Aleksandar Mitrovic van Anderlecht: die is ook dodelijk in de zestien meter en die heeft ook moeten leren meeverdedigen bij balverlies. Dat is voor Tony de grootste uitdaging. De vraag is ook: zal hij fysiek sterk genoeg zijn om dan ook nog in de laatste dertig meter het verschil te kunnen maken? "Een andere vraag is: wie wordt de spits naast hem? De Camargo is iemand met veel werkkracht én met een kopspel, wat Tony niet heeft. Tony is iemand die meer de bal in de voet vraagt dan dat hij elke keer diep zal lopen. Maar een van de twee zal toch diepte moeten maken en dat is niet de stijl van De Camargo. Dus zal Tony bij Standard veel meer diep moeten lopen zonder bal. "Ook een grote uitdaging wordt: luisteren naar de trainer, niet constant in discussie met hem gaan. Bij Stanley is dat geëscaleerd en op het einde probeerde hij zich zelfs met hem te meten - dan ben je in principe altijd verloren. Belangrijk daarbij is dat zoals bij de opvoeding van een kind er eensgezindheid is en dat iedereen tegen hem dezelfde taal spreekt. Maar ik denk dat we ook in Lier vooral positieve zaken van hem zagen. In januari en februari maakte hij in de strijd om het behoud toch belangrijke goals. Alleen waren er momenten dat hij er op training met de pet naar gooide. Volgens mij zal ook Guy Luzon dat niet appreciëren." "Tony is een toffe jonge gast met een goed hart", zegt Frédéric Frans, centrale verdediger en vorig seizoen bij Lierse ploegmaat van Tony Watt. "Eigenlijk is hij heel gemakkelijk in de omgang, maar hij is wel iemand die een beetje begeleiding nodig heeft. Tony is gewoon een lieve jongen die zich geliefd wil voelen. Dan is niets voor hem te veel. "Er waren weleens dagen dat hij in de opwarming heel nonchalant was en met een trainer die heel veel belang hecht aan discipline botste dat dan heel hard. Tony was ook nog maar negentien jaar en het probleem was dan soms dat als je op hem begon te roepen hij helemaal blokkeerde en het dan niet meer wist. Hij moet nog leren kritiek van zich af te zetten. Maar uiteindelijk creëer je zo'n probleem samen. Ik vond dat hij in vergelijking met anderen dikwijls veel te hard werd aangepakt. Als coach moet je met zo'n jongen, die ver van huis is, bezig zijn en hem niet voor het minste afschieten. Je bent toch veel ouder en moet soms iets meer begripvol zijn. Je mag ook niet vergeten dat hij jou uiteindelijk met acht belangrijke goals toch veel gaf. Nu werd er helemaal niets opgelost. Maar ik denk wel dat Luzoneen coach is met de kwaliteit om met speciale gevallen om te gaan. Ik hoor dat de kern van Standard vorig seizoen ook niet de simpelste was, met onder meer mannen als Michy Batshuayi, en dat hij dat toch op een evenwichtige manier aanpakte. "Op training stond ik vaak tegen Tony en sommige dagen was er weinig stoppen aan. Dat is gewoon een oermens en hij weet die kracht ook nog eens goed te gebruiken: zodra hij met de bal aan de voet wegdraait, zet hij zijn lichaam en dan geraak je hem niet meer voorbij. Hij zal geen uren in een bos gaan lopen en op training zal hij weleens zijn man laten lopen, maar in de matchen zet hij zich echt wel in. En: hij heeft een neus voor doelpunten. Het waren ook geen intikkers die hij maakte, maar altijd: goed zijn man afhouden en in de hoek binnenschieten. Tony is een echte Brit: hij wil matchen spelen, dan gaat hij er 200 procent voor. Hij voetbalt op instinct. In het begin deed hij ook moeite om zijn conditionele achterstand weg te werken, maar na een week heeft zo iemand als hij matchen nodig. Anders begint hij te veel na te denken. Hij is een echte voetballer, hé, hij wil sjotten. Tony snapt niet altijd het nut van trainen, maar ik denk dat ze dat er bij Standard wel in zullen krijgen. Bovendien spelen ze er 'zijn' voetbal: het is geen ploeg die honderd keer tikt, maar redelijk straight omschakelt. Dat is Tony op het lijf geschreven." ?DOOR CHRISTIAN VANDENABEELE"Tony is gewoon een lieve jongen die zich geliefd wil voelen."