Jeugd

Boven de deur van het kleine kantoor dat Sir Alex Ferguson op het trainingscomplex van Manchester United ter beschikking staat, hangt een niet te missen plakkaat. Ah cum fi Govan valt erop te lezen. Met die ogenschijnlijk onbegrijpelijke lettercombinatie wijst de Schot trots op zijn afkomst.
...

Boven de deur van het kleine kantoor dat Sir Alex Ferguson op het trainingscomplex van Manchester United ter beschikking staat, hangt een niet te missen plakkaat. Ah cum fi Govan valt erop te lezen. Met die ogenschijnlijk onbegrijpelijke lettercombinatie wijst de Schot trots op zijn afkomst. De beste Britse clubmanager aller tijden werd geboren op 31 december 1941 in Govan, een grauw voorstadje van de miljoenenstad Glasgow. Het vormde tot ver in de vorige eeuw het hart van de Britse scheepsbouw en voor de mannelijke nazaten van de familie Ferguson was het vanzelfsprekend dat ze op een van de drie grote werven terechtkwamen. "In de oorlog werd er dag en nacht gewerkt", zou Ferguson later verklaren. "Je kon 's nachts niet in slaap komen door het galmen van metaal en het gehamer van de nachtploeg. Het zorgde ervoor dat in Govan de geest van hard werken heerste, die overging van vader op zoon."Als nazaat van Alex Ferguson sr. en Elizabeth Hardie groeide hij samen met zijn enige broer Martin op in armoede. Al beweerde Ferguson later anders. "Het was zwaar, maar we waren niet straatarm. Een televisie of auto was er bij ons thuis niet, maar ik had het gevoel dat ik tóch alles had. En dat was ook zo. Ik had voetbal." Arsène Wenger traint bij Arsenal voetballers uit alle windstreken en staat bekend als man van de wereld. Het is wellicht geen toeval. De Fransman beleefde zijn jeugd immers op een stuk niemandsland, terwijl de dichtstbijzijnde stad in de buurt van zijn geboortedorp tegenwoordig hoofdstad van Europa is. Straatsburg hoorde direct na de Tweede Wereldoorlog nergens bij. Formeel was de Elzas na de bezettingsjaren weer Frans, maar de Duitstalige plaatsnamen en het Duitse verleden suggereerden anders. Hier stond de wieg van Arsène Wenger, nadat hij op 22 oktober 1949 geboren was in Duttlenheim. In het dorpje even buiten Straatsburg beheerde zijn vader Alphonse een klein café en een handeltje in auto-onderdelen. Zoonlief was vaak in de goedlopende kroeg te vinden, waar moeder Louise hem het best in de gaten kon houden. De jonge Arsène was een pienter ventje, dat zich hogelijk verbaasde over het gedrag van dronken cafébezoekers, omdat hij zelf zo serieus was. Het onafhankelijkheidsgevoel van de plaatselijke bevolking had zich ook in zijn bewustzijn genesteld. Hij groeide op school daarom uit tot een voorbeeldige leerling, die wist dat hij extra zijn best moest doen om iets te bereiken. Juist omdat de streek weinig perspectief bood. Voetbal was in Glasgow een soort derde religie, allesbepalend voor de katholieke en protestantse inwoners. De clubliefde hing daarbij af van het geloof. Alex Ferguson was ook in dat opzicht al vroeg een geval apart. Zijn katholieke vader was voorzitter van de Celticfans, maar de jonge Ferguson ontwikkelde een voorkeur voor Rangers. Op zaterdagmiddagen glipte hij als kind vaak via een opening in een hek naar binnen, om zonder kaartje tóch zijn favorieten te zien. "Mijn vader vond mijn clubkeuze niet echt bezwaarlijk, zolang ik de derby's maar meed."In Duttlenheim bestond weinig vertier, maar misschien was voetbal er juist daarom zo populair. Het dorp telde één speelveld voor de jeugd en wekelijks verzamelde een vaste groep zich daar op een vast tijdstip. Het vormen van de teams was niet eenvoudig, want soms waren er niet genoeg jongetjes. Arsène Wenger ontpopte zich als de grote regelaar, altijd druk met het rekruteren van spelertjes. Na afloop van hun partijtjes keken ze aandachtig naar de amateurs van FC Duttlenheim, de lokale trots. Alex Ferguson droomde hardop van een profcarrière, uiteraard in dienst van Rangers. Zijn vader en opa hadden dat niveau nooit gehaald, voor de jonge Ferguson een stimulans het beter te doen. Op zijn negende sloot hij zich aan bij The Life Boys, een soort padvinderij. Het protestantisme stond daarbij centraal, maar Ferguson was voornamelijk geïnteresseerd in de voetbalwedstrijden die de club speelde. Onder toezicht van zijn vader ontwikkelde Ferguson zich als een strijdlustig en fel aanvallertje. Nadat hij ooit vier keer had gescoord met Govan High, het schoolteam, zei zijn vader over hem : "Wat een vreselijk slechte speler, hij geeft de bal nooit af." Die Spartaanse opvoeding zou Ferguson zijn latere hardheid aanleren, hij wist niet beter. De jongens in Duttlenheim koesterden niet de wens voetballer te worden, dat was toch zinloos. Arsène Wenger verklaarde later waarom : "In die tijd bestond er nauwelijks professionele scouting bij de clubs, zodat de kans ontdekt te worden in een dorpje uiteraard nihil was." Max Hild, zijn eerste goede trainer en feitelijke ontdekker : "Hij was niet voorbestemd om voetballer te worden, hij zou de handel in auto-onderdelen overnemen van zijn vader." Wenger voetbalde vanaf zijn tienerjaren voor FC Duttlenheim, waar hij door zijn intellect boven zijn teamgenoten uitstak. Als strateeg op het middenveld dicteerde hij het spel. Wenger was al twintig jaar toen Hild hem naar AS Mutzig haalde. Van een onbeduidend provincieploegje ging Wenger naar een derdeklasser, zodat hij niet eens aan een carrière in voetbal durfde te denken. Nadat hij het schoolteam van Govan High was ontgroeid, belandde Alex Ferguson op zijn zestiende bij Queens Park uit Glasgow, een traditierijke club die uit principe niet betaalde. Prof was hij wél bij achtereenvolgens Saint Johnstone, Dunfermline Athletic, zijn Glasgow Rangers, Falkirk en Ayr United. De jaren met Dunfermline (1964-1967) waren de beste voor Ferguson. Met 31 goals in evenzoveel competitieduels in het seizoen 1965/66 heeft hij nog altijd het clubrecord in handen. Zijn tijd in dienst van Rangers, het uitkomen van de droom, was daarentegen niet plezierig. Het niveau bleek voor Ferguson toch te hoog gegrepen. Hij moest het hebben van vechtlust en verwierf zich dan ook de weinig vleiende bijnaam Razor Elbows (scheermes-ellebogen). In totaal speelde Ferguson 432 duels in de Schotse competitie, waarin hij 222 keer scoorde. Hoewel de ambitie altijd had ontbroken, zou Arsène Wenger toch elf duels voor een profclub spelen : namens Racing Club de Strasbourg in het seizoen 1978/79. Hij had er wel geluk voor nodig. Nadat trainer Max Hild hem vanaf 1969 begeleidde bij de amateurs van AS Mutzig, groeide hij uit tot de beste voetballer. "Als hij eerder was ontdekt, had hij zeker een succesvolle prof kunnen worden", vertelde Hild in 2002. "Ik zou hem willen vergelijken met Ray Parlour, maar hij had het tactische inzicht van Roy Keane. Een degelijke middenvelder." In 1973 stapte Wenger over naar FC Mulhouse, twee jaar later naar het even bescheiden AS Vauban. In het najaar van 1978 belandde hij via Hild bij Strasbourg, als assistent-coach van de reserves. Een reeks blessures van anderen zorgde ervoor dat Wenger dat seizoen toch speeltijd kreeg, hoewel hij eigenlijk al was gestopt als voetballer. Doordat voetbal hem méér aantrok, was Alex Ferguson geen goede student. Maar hij wilde desondanks een vak leren en kwam op zijn zestiende terecht hij Remington Rand, een schrijfmachinefabriek. Het was een deelopleiding : werk én school. Zes jaar lang zou Ferguson er werken, een zware periode met het voetbal erbij. Opvallend was dat hij tevens twee stakingen in het bedrijf leidde, om te strijden voor betere werkomstandigheden. Zo beperkt als Arsène Wenger was als voetballer, zo goed was zijn verstand. Hij kon snel problemen doorzien en zag oplossingen die voor anderen verborgen bleven. Ook las hij als kind al boeken voor volwassenen. Logischerwijs ging Wenger studeren, hoewel zijn trainerskwaliteiten zo vroeg aan het licht kwamen dat hij nooit een echt beroep buiten het voetbal zou uitoefenen. Aan de universiteit van Straatsburg studeerde Wenger af in economie, sociologie, Engels en Duits. Buiten het voetbal schermt Alex Ferguson, een gepassioneerd paardenliefhebber en wijnverzamelaar, zich volledig af voor de journalisten, aan wie hij in het algemeen een hartsgrondige hekel heeft. In 1964 trouwde hij met de drie jaar jongere Cathy Holding. De twee zijn nog steeds bij elkaar. Ze kregen drie kinderen, allemaal jongens : Mark kwam in september 1968 ter wereld, vier jaar later de tweeling Jason en Darren. Alleen Darren slaagde erin profvoetballer te worden. Tegenwoordig staat hij onder contract bij Wrexham uit Wales, dat uitkomt in de Engelse Second Division. Jason is echter meer in het nieuws, vanwege zijn werk als spelersmakelaar. Net als Alex' broer Martin - óók makelaar - was hij al enkele keren de inzet van een relletje. Zijn vader zou de jonge spelers van United min of meer dwingen met zoon Jason in zee te gaan. Arsène Wenger heeft zich met zijn vriendin en dochtertje teruggetrokken in Totteridge, een voorstadje van Londen. Hij woont vanaf 1995 samen met de Franse voormalige basketbalinternational Annie Brosterhous, maar dat is een van de weinige persoonlijke zaken die over hem bekend zijn. Wenger heeft een bloedhekel aan de spotlights buiten het voetbal. De vraag is of hij wel een leven buiten het voetbal hééft. In mei 1998 kreeg hij na zijn eerste landstitel met Arsenal de vraag wat hij na bijna twee jaar van Londen vond. "Dat zou ik niet kunnen zeggen," bekende hij, "want ik ben nog nooit echt in Londen geweest. Ik ken de weg van Totteridge naar het stadion en weet het trainingscomplex te vinden, meer niet." Als 25-jarige had Alex Ferguson al de ambitie na zijn spelersloopbaan in de voetballerij te blijven. Alex Totten, met wie hij samenspeelde bij Dunfermline, verklaarde in 2002 : "Hij was bij ons eigenlijk al een trainer. Ferguson wees spelers op hun taken, vertelde waar ze moesten lopen en was de baas in de kleedkamer, op de manager na." Ferguson haalde zijn trainersdiploma's en begon in 1974 als manager bij het onbeduidende East Stirlingshire, maar daar zou hij slechts 117 dagen in dienst zijn wegens direct te goed voor dat niveau. Van oktober 1974 tot augustus 1978 werkte Fergie voor Saint Mirren. Hij beleefde er zijn enige ontslag, omdat hij absoluut niet overweg kon met voorzitter Willie Todd. Zijn dienstverband in Aberdeen groeide vanaf 1978 uit tot een modern sprookje en vestigde zijn naam. Hij bouwde de subtopper in korte tijd uit tot een topclub, die in 1980, '84 en '85 de Schotse titel won en in 1983 zelfs de Europa Cup II ten koste van Real Madrid. Na het plotselinge overlijden van de legendarische Jock Stein was Ferguson tijdens het WK van 1986 in Mexico interim-bondscoach van Schotland. Ook hij kon niet voorkomen dat de Schotten in de eerste ronde werden uitgeschakeld. Op 6 november 1986 tekende hij voor Manchester United. Als assistent-trainer van RC Strasbourg maakte Arsène Wenger vanaf 1978 direct indruk, vooral door zijn theoretische kennis van het voetbal en zijn didactische gaven. In 1981 stelde de club hem aan als jeugdcoach, omdat hij vooral goed met de junioren kon werken. Het was Aldo Platini, de vader van de Franse voetballegende Michel Platini, die in 1985 de carrière van Wenger als hoofdtrainer liet starten bij AS Nancy. Onder voorzitter Platini sr imponeerde hij meteen, door zijn professionaliteit, trainingsmethoden en gave een hecht team te smeden. Zo kwam het dat Wenger ondanks de degradatie met Nancy in 1987 toch naar een topclub verhuisde. In het mondaine Monaco had hij de plaatselijke voetbaltrots ruim zeven jaar onder zijn hoede. In 1988 werd hij direct landskampioen en vier jaar later leidde hij de ploeg naar de EC II-finale, waarin Werder Bremen te sterk bleek. Nadat Wenger met Monaco zes jaar lang was geëindigd in de Franse topdrie, volgde in het seizoen 1993/94 een teleurstellende negende plaats. In oktober 1994 kreeg hij zijn ontslag. Zijn daaropvolgende periode in Japan, met Nagoya Grampus Eight, beschouwt Wenger nog steeds als de beste tijd in zijn leven. Hij werkte er van januari 1995 tot september 1996 en tekende vervolgens voor Arsenal. door Martijn Horn''s Nachts kon je niet slapen door het galmen van metaal.' (Alex Ferguson)'Ik ben nog nooit echt in Londen geweest.' (Arsène Wenger)