Op een foto van 26 mei 1978 waden spelers in trainingspak van PSV Eindhoven ongelovig kijkend door de plassen op een voetbalveld. Achter hen een overvolle, niet overdekte tribune, waar zowat elke aanwezige met een vlag zwaait.

Het is een foto die genomen is iets meer dan een uur voor de aftrap van de heenwedstrijd van de finale van de UEFA Cup in Bastia. Het zijn ook beelden die te zien zijn bij de aanvang van de rechtstreekse tv-reportage van toen: mannen die druk in de weer zijn met zandzakken en verwoed met schoppen het water in emmers gooien.

Zo'n mix van vendelzwaaien en Bengaals vuur zit ook in Forza Bastia '78, de 26 minuten durende documentaire die de Franse filmmaker Jacques Tati maakte naar aanleiding van de Europese finale, maar die pas in 2002 zou uitgebracht worden door zijn dochter.

De film maakt Tati op verzoek van zijn vriend, clubvoorzitter Gilbert Trigano. In Frankrijk staat Trigano bekend als de man die de Club Méditerranée heeft uitgevonden, maar het idee komt van Trigano's partner, de Antwerpse diamantair Gérard Blitz, die op de Olympische Spelen van 1936 in nazi-Berlijn met België brons won in het waterpolo. Het eerste vakantiekamp met tenten voor alle lagen van de bevolking op Mallorca in 1950 wordt zo'n succes dat Blitz een samenwerking aangaat met zijn Franse tentenleverancier Gilbert Trigano. Hij zou de zaak wereldwijd uitbouwen én en passant voorzitter worden van de Corsicaanse voetbalclub uit de noordelijke havenstad van het eiland.

SEC Bastia, sinds 1968 eersteklasser, heeft in 1972 al een Franse bekerfinale gespeeld én verloren, van Olympique Marseille, wat een kortstondig Europees debuut oplevert (Atlético Madrid was te sterk). In 1978 staat de trots van Corsica als derde Franse club ooit in een finale van een Europabeker, na Stade Reims in de jaren vijftig en Saint-Etienne, dat in 1976 de finale van de Europabaker voor Landskampioenen verloor van Bayern München.

Vijf uur voor de aftrap van de eerste finalematch zijn de gammele tribunes in het Stade Armand-Cesari op Furiani al volgelopen wanneer een verschrikkelijke wolkbreuk losbarst en van de grasmat één grote vijver maakt. Wanneer de Joegoslavische scheidsrechter Dusan Maksimovic om kwart over zeven het veld inspecteert, is iedereen ervan overtuigd dat de wedstrijd niet doorgaat. Maksimovic laat de bal op het veld neervallen. In plaats van te botsen, blijft die in de modder liggen. Tot eenieders verbijstering zegt de scheidsrechter: 'We spelen.'

Bastia doet wat het kan, maar PSV-doelman Jan van Beveren ranselt die avond alles uit zijn doel. De heenwedstrijd van de finale is voor de Corsicanen al de 63e wedstrijd dat seizoen, terwijl de Nederlandse competitie al een paar weken afgelopen is met het oog op het nakende WK in Argentinië. Liefst acht PSV-spelers uit deze finale zullen daar aantreden, tegenover twee van Bastia: de Corsicaan Claude Papi en de Nederlandse buitenspeler Johnny Rep.

Elvis Presley

Hoe Johnny Rep op Corsica belandde, is een verhaal op zich. Rep zat op een zijspoor bij Valencia en kocht zich na het seizoen 1976/77 vrij voor 350.000 euro. Zes weken lang duurde de zoektocht naar een nieuwe club. Voor AZ was Rep te duur. Bij FC Köln wilde de trainer, Hennes Weisweiler, niets meer te maken hebben met Reps zaakwaarnemer Cor Coster, tevens schoonvader van Johan Cruijff, nadat de heren bij Barcelona een flinke ruzie hadden gekregen.

Toen kwam een andere zaakwaarnemer met een andere club op de proppen. Michel Georges Basilevitsj, een Fransman van Russische origine, die zich uitstekend wist te verkopen, noemde Bastia. Die club was in Frankrijk onverwacht derde geëindigd, met de beste aanvalslinie en de meeste goals, en zou daardoor Europees voetballen.

Kijken kost niets, dacht Rep, die op de luchthaven hartelijk opgevangen werd door Bastia's sportief directeur Jules Filippi. Rep wilde meteen naar het stadion, maar de sportief directeur troonde hem mee naar het toprestaurant Chez Walter. Na een uitgebreide maaltijd werd er nog een lekkere cognac gedronken en toonde Filippi de Nederlandse international de prachtige natuur, waarna Rep, helemaal onder de indruk, zijn woord gaf.

De volgende ochtend wilde hij toch nog even het stadion van zijn nieuwe club zien. Toen hij voet zette op het krakkemikkige Furiani, schrok hij zich te pletter, maar besliste er toch maar het beste van te maken.

Omdat de voorzitter van de club maar niet met het beloofde geld over de brug kwam, miste Rep de eerste match, die verloren werd. Twee uur voor de tweede wedstrijd, thuis tegen Bordeaux, meldde Basilevitsj de voorzitter dat Rep niet zou spelen als de beloofde geldsom niet betaald was. Anderhalf uur voor de aftrap stapte Rep de kleedkamer binnen. 'Ik herkende niemand, gaf iedereen een hand en ging voetballen', omschrijft hij die episode in zijn eerste biografie.

Ook die eerste match met Rep verloor Bastia, net als de derde match, één dag na het overlijden van Elvis Presley. Plots staat de revelatie van het vorige seizoen met nul op negen stijf onderin.

Maffiabaas

De verwachtingen zijn dan ook niet hooggespannen wanneer Bastia aan zijn Europese campagne begint tegen Sporting Lissabon. De thuismatch wint het moeizaam met 3-2 en wanneer Lissabon in de terugmatch achttien minuten voor tijd scoort, is iedereen overtuigd dat Bastia er al in de eerste ronde uit ligt. Tot Rep vier minuten voor affluiten de verlossende gelijkmaker aantekent. Bastia wint in de slotminuut zelfs nog met 1-2.

Vanaf dan verrassen de blauw-witten eerst Frankrijk en vervolgens heel Europa. Winst tegen Newcastle geeft de ploeg vleugels. In de derde ronde wint Bastia na de thuismatch begin december ook verrassend de uitmatch bij Torino (2-3), dankzij de inbreng van debutant Merry Krimau, een Marokkaanse belofteninternational. Hij vervangt aanvaller Fanfan Felix die gewond geraakte toen hij na de heenmatch iets te uitbundig had gefeest en dronken met zijn auto een ongeluk veroorzaakte.

Dé ster van het team is Claude Papi, een van de drie Corsicanen in de ploeg (samen met Charles Orlanducci en Paul Marchioni). Papi, die twee pakjes Stuyvesantsigaretten per dag rookt, tevreden is met een loon van 3000 euro per maand en later aanbiedingen van Saint-Etienne, Nantes en Los Angeles zal weigeren, nodigt elk seizoen de nieuwe spelers bij hem thuis uit. Tijdens de trainingen speelt zijn dochter Marie-Jeanne met de kinderen van Rep in de tribunes van Furiani.

Ook dankzij Papi's gastvrijheid gedijt Rep goed op het eiland, zoals de vroegere hoofdredacteur van Voetbal InternationalJohan Derksen schrijft: 'Rep hield van het leven, zag er goed uit, en de vrouwen hielden van hem.' Het kost hem wel twee huwelijken. Op een dag moet hij in paniek manager Filippi opbellen wanneer hij op een kamer zit met een vriendin die toevallig de ex is van een plaatselijke maffiabaas, die woest voor de deur staat. Filippi moet inderhaast een paar zware jongens sturen om de maffiabaas weg te krijgen.

Exodus

Ondanks het scoreloos gelijkspel in de heenmatch van de finale zijn voor de beslissende wedstrijd 5000 Corsicanen naar het Philips Stadion afgereisd. In slechts vier competitie-thuismatchen trok Bastia meer volk. Drie keer blijft de teller zelfs onder de 3000.

Europees komt er met elke stunt meer volk. Van de 6000 tegen Sporting Lissabon gaat het naar 8400 tegen Newcastle, 9700 tegen Torino, 12.000 tegen Carl Zeiss Jena en Grasshopper Zürich en meer dan 14.000 tegen PSV.

De Europese verplaatsingen lokken van heinde en ver uitgeweken Corsicanen. In Lissabon zijn ze nog maar met 100, op Torino zijn het er al bijna 15.000. Voor de finalematch in Eindhoven worden tien chartervliegtuigen ingezet. Voor de 5000 plaatsen waren er 25.000 aanvragen, terwijl slechts 250 PSV-fans de heenmatch op Bastia bijwoonden.

Wanneer René van de Kerkhof de Nederlanders na 24 minuten op voorsprong brengt, is de wedstrijd gespeeld. Bastia valt ineen als een pudding en na de 2-0 gaat René van de Kerkhof hautain jonglerend het veld over. PSV wint met 3-0, maar plots kent heel Europa Bastia.

Na affluiten steken de PSV-spelers de beker omhoog, gehuld in de shirts van Bastia die ze met de bezoekers gewisseld hebben. Een onbedoeld eerbetoon aan de verliezers, die na een slopend seizoen nipt naast een nieuw Europees ticket grijpen. In 1981 wint Bastia dan zijn enige hoofdprijs, de Franse beker, met de Kameroense spits Roger Milla. Aan de overkant staat Rep, die dan voor Saint-Etienne voetbalt, opnieuw in het verliezende kamp. Zonder de plensbui op Corsica in 1978 had dat heel anders kunnen zijn.

De heenwedstrijd Bastia-PSV werd op een compleet doorweekt veld afgewerkt., belgaimage
De heenwedstrijd Bastia-PSV werd op een compleet doorweekt veld afgewerkt. © belgaimage

De Corsicaanse finalisten

Op woensdag 26 april 1978 speelde Bastia in de heenmatch van de UEFA Cupfinale tegen PSV (0-0) met:

Pierrick Hiard, André Burkhardt, André Guesdon, Charles Orlanducci, Jean-Louis Cazes, Félix Lacuesta, Jean-François Larios, Claude Papi, JohnnyRep, Abdelkrim Krimau, Yves Mariot.

François 'Fanfan' Félix viel in, trainer was Pierre Cahuzac.

De terugwedstrijd in Eindhoven op dinsdag 9 mei verloor Bastia met 3-0. In vergelijking met de thuismatch verving Paul Marchioni André Burckhardt. Jean-Marie De Zerbi en Marc Weller vielen in.

Van eerste naar vijfde afdeling

Hoe zak je in één jaar van eerste naar vijfde? Doe zoals Bastia. Vandaag speelt Sporting Club Bastia, zoals de club na de doorstart heet, in National 3, de Franse vijfde klasse. Het staat er tweede in een reeks met onder meer de reserven van aartsrivaal Ajaccio, nog twee kleine clubs uit Bastia zelf en een andere vergane grootheid, AS Cannes. Vorig jaar speelde Bastia nog zijn 33e seizoen in de hoogste klasse, de Franse Ligue 1, waar het laatste eindigde. Wegens financiële problemen zou het niet zakken naar tweede, maar naar derde klasse, het Championnat National. Maar de overname door de amateurafdeling van Bastia ging niet door, waardoor de club helemaal van de bondslijsten dreigde te verdwijnen. Uiteindelijk kon op 17 augustus een doorstart gemaakt worden onder een nieuwe naam, in de Franse vijfde afdeling.

Op een foto van 26 mei 1978 waden spelers in trainingspak van PSV Eindhoven ongelovig kijkend door de plassen op een voetbalveld. Achter hen een overvolle, niet overdekte tribune, waar zowat elke aanwezige met een vlag zwaait. Het is een foto die genomen is iets meer dan een uur voor de aftrap van de heenwedstrijd van de finale van de UEFA Cup in Bastia. Het zijn ook beelden die te zien zijn bij de aanvang van de rechtstreekse tv-reportage van toen: mannen die druk in de weer zijn met zandzakken en verwoed met schoppen het water in emmers gooien. Zo'n mix van vendelzwaaien en Bengaals vuur zit ook in Forza Bastia '78, de 26 minuten durende documentaire die de Franse filmmaker Jacques Tati maakte naar aanleiding van de Europese finale, maar die pas in 2002 zou uitgebracht worden door zijn dochter. De film maakt Tati op verzoek van zijn vriend, clubvoorzitter Gilbert Trigano. In Frankrijk staat Trigano bekend als de man die de Club Méditerranée heeft uitgevonden, maar het idee komt van Trigano's partner, de Antwerpse diamantair Gérard Blitz, die op de Olympische Spelen van 1936 in nazi-Berlijn met België brons won in het waterpolo. Het eerste vakantiekamp met tenten voor alle lagen van de bevolking op Mallorca in 1950 wordt zo'n succes dat Blitz een samenwerking aangaat met zijn Franse tentenleverancier Gilbert Trigano. Hij zou de zaak wereldwijd uitbouwen én en passant voorzitter worden van de Corsicaanse voetbalclub uit de noordelijke havenstad van het eiland. SEC Bastia, sinds 1968 eersteklasser, heeft in 1972 al een Franse bekerfinale gespeeld én verloren, van Olympique Marseille, wat een kortstondig Europees debuut oplevert (Atlético Madrid was te sterk). In 1978 staat de trots van Corsica als derde Franse club ooit in een finale van een Europabeker, na Stade Reims in de jaren vijftig en Saint-Etienne, dat in 1976 de finale van de Europabaker voor Landskampioenen verloor van Bayern München. Vijf uur voor de aftrap van de eerste finalematch zijn de gammele tribunes in het Stade Armand-Cesari op Furiani al volgelopen wanneer een verschrikkelijke wolkbreuk losbarst en van de grasmat één grote vijver maakt. Wanneer de Joegoslavische scheidsrechter Dusan Maksimovic om kwart over zeven het veld inspecteert, is iedereen ervan overtuigd dat de wedstrijd niet doorgaat. Maksimovic laat de bal op het veld neervallen. In plaats van te botsen, blijft die in de modder liggen. Tot eenieders verbijstering zegt de scheidsrechter: 'We spelen.' Bastia doet wat het kan, maar PSV-doelman Jan van Beveren ranselt die avond alles uit zijn doel. De heenwedstrijd van de finale is voor de Corsicanen al de 63e wedstrijd dat seizoen, terwijl de Nederlandse competitie al een paar weken afgelopen is met het oog op het nakende WK in Argentinië. Liefst acht PSV-spelers uit deze finale zullen daar aantreden, tegenover twee van Bastia: de Corsicaan Claude Papi en de Nederlandse buitenspeler Johnny Rep. Hoe Johnny Rep op Corsica belandde, is een verhaal op zich. Rep zat op een zijspoor bij Valencia en kocht zich na het seizoen 1976/77 vrij voor 350.000 euro. Zes weken lang duurde de zoektocht naar een nieuwe club. Voor AZ was Rep te duur. Bij FC Köln wilde de trainer, Hennes Weisweiler, niets meer te maken hebben met Reps zaakwaarnemer Cor Coster, tevens schoonvader van Johan Cruijff, nadat de heren bij Barcelona een flinke ruzie hadden gekregen. Toen kwam een andere zaakwaarnemer met een andere club op de proppen. Michel Georges Basilevitsj, een Fransman van Russische origine, die zich uitstekend wist te verkopen, noemde Bastia. Die club was in Frankrijk onverwacht derde geëindigd, met de beste aanvalslinie en de meeste goals, en zou daardoor Europees voetballen. Kijken kost niets, dacht Rep, die op de luchthaven hartelijk opgevangen werd door Bastia's sportief directeur Jules Filippi. Rep wilde meteen naar het stadion, maar de sportief directeur troonde hem mee naar het toprestaurant Chez Walter. Na een uitgebreide maaltijd werd er nog een lekkere cognac gedronken en toonde Filippi de Nederlandse international de prachtige natuur, waarna Rep, helemaal onder de indruk, zijn woord gaf. De volgende ochtend wilde hij toch nog even het stadion van zijn nieuwe club zien. Toen hij voet zette op het krakkemikkige Furiani, schrok hij zich te pletter, maar besliste er toch maar het beste van te maken. Omdat de voorzitter van de club maar niet met het beloofde geld over de brug kwam, miste Rep de eerste match, die verloren werd. Twee uur voor de tweede wedstrijd, thuis tegen Bordeaux, meldde Basilevitsj de voorzitter dat Rep niet zou spelen als de beloofde geldsom niet betaald was. Anderhalf uur voor de aftrap stapte Rep de kleedkamer binnen. 'Ik herkende niemand, gaf iedereen een hand en ging voetballen', omschrijft hij die episode in zijn eerste biografie. Ook die eerste match met Rep verloor Bastia, net als de derde match, één dag na het overlijden van Elvis Presley. Plots staat de revelatie van het vorige seizoen met nul op negen stijf onderin. De verwachtingen zijn dan ook niet hooggespannen wanneer Bastia aan zijn Europese campagne begint tegen Sporting Lissabon. De thuismatch wint het moeizaam met 3-2 en wanneer Lissabon in de terugmatch achttien minuten voor tijd scoort, is iedereen overtuigd dat Bastia er al in de eerste ronde uit ligt. Tot Rep vier minuten voor affluiten de verlossende gelijkmaker aantekent. Bastia wint in de slotminuut zelfs nog met 1-2. Vanaf dan verrassen de blauw-witten eerst Frankrijk en vervolgens heel Europa. Winst tegen Newcastle geeft de ploeg vleugels. In de derde ronde wint Bastia na de thuismatch begin december ook verrassend de uitmatch bij Torino (2-3), dankzij de inbreng van debutant Merry Krimau, een Marokkaanse belofteninternational. Hij vervangt aanvaller Fanfan Felix die gewond geraakte toen hij na de heenmatch iets te uitbundig had gefeest en dronken met zijn auto een ongeluk veroorzaakte. Dé ster van het team is Claude Papi, een van de drie Corsicanen in de ploeg (samen met Charles Orlanducci en Paul Marchioni). Papi, die twee pakjes Stuyvesantsigaretten per dag rookt, tevreden is met een loon van 3000 euro per maand en later aanbiedingen van Saint-Etienne, Nantes en Los Angeles zal weigeren, nodigt elk seizoen de nieuwe spelers bij hem thuis uit. Tijdens de trainingen speelt zijn dochter Marie-Jeanne met de kinderen van Rep in de tribunes van Furiani. Ook dankzij Papi's gastvrijheid gedijt Rep goed op het eiland, zoals de vroegere hoofdredacteur van Voetbal InternationalJohan Derksen schrijft: 'Rep hield van het leven, zag er goed uit, en de vrouwen hielden van hem.' Het kost hem wel twee huwelijken. Op een dag moet hij in paniek manager Filippi opbellen wanneer hij op een kamer zit met een vriendin die toevallig de ex is van een plaatselijke maffiabaas, die woest voor de deur staat. Filippi moet inderhaast een paar zware jongens sturen om de maffiabaas weg te krijgen. Ondanks het scoreloos gelijkspel in de heenmatch van de finale zijn voor de beslissende wedstrijd 5000 Corsicanen naar het Philips Stadion afgereisd. In slechts vier competitie-thuismatchen trok Bastia meer volk. Drie keer blijft de teller zelfs onder de 3000. Europees komt er met elke stunt meer volk. Van de 6000 tegen Sporting Lissabon gaat het naar 8400 tegen Newcastle, 9700 tegen Torino, 12.000 tegen Carl Zeiss Jena en Grasshopper Zürich en meer dan 14.000 tegen PSV. De Europese verplaatsingen lokken van heinde en ver uitgeweken Corsicanen. In Lissabon zijn ze nog maar met 100, op Torino zijn het er al bijna 15.000. Voor de finalematch in Eindhoven worden tien chartervliegtuigen ingezet. Voor de 5000 plaatsen waren er 25.000 aanvragen, terwijl slechts 250 PSV-fans de heenmatch op Bastia bijwoonden. Wanneer René van de Kerkhof de Nederlanders na 24 minuten op voorsprong brengt, is de wedstrijd gespeeld. Bastia valt ineen als een pudding en na de 2-0 gaat René van de Kerkhof hautain jonglerend het veld over. PSV wint met 3-0, maar plots kent heel Europa Bastia. Na affluiten steken de PSV-spelers de beker omhoog, gehuld in de shirts van Bastia die ze met de bezoekers gewisseld hebben. Een onbedoeld eerbetoon aan de verliezers, die na een slopend seizoen nipt naast een nieuw Europees ticket grijpen. In 1981 wint Bastia dan zijn enige hoofdprijs, de Franse beker, met de Kameroense spits Roger Milla. Aan de overkant staat Rep, die dan voor Saint-Etienne voetbalt, opnieuw in het verliezende kamp. Zonder de plensbui op Corsica in 1978 had dat heel anders kunnen zijn.