Dartel draaft Mehmet het binnenplein op, zoals een kind in de basisschool dat bij het begin van de middagpauze als eerste naar het midden van de speelplaats rent. Hij grabbelt een witte bal vast en keilt die met zijn rechtervoet de vrije lucht in, zo hard hij kan. Het leer zoeft enkele tientallen meters hoog. Als de bal weer naar beneden valt, landt die in een van de rollen prikkeldraad die de omheiningen omzomen. Psssscht. Een halve minuut ver, één bal minder.
...

Dartel draaft Mehmet het binnenplein op, zoals een kind in de basisschool dat bij het begin van de middagpauze als eerste naar het midden van de speelplaats rent. Hij grabbelt een witte bal vast en keilt die met zijn rechtervoet de vrije lucht in, zo hard hij kan. Het leer zoeft enkele tientallen meters hoog. Als de bal weer naar beneden valt, landt die in een van de rollen prikkeldraad die de omheiningen omzomen. Psssscht. Een halve minuut ver, één bal minder. Met een grappige grimas drentelt Mehmet naar de andere gedetineerden, die in sportoutfit buitenkomen. Hij wiebelt met zijn schouders, waardoor de goudkleurige ketting rond zijn hals geen seconde stil hangt. Hij loopt voorovergebogen, wat hem nog kleiner maakt dan hij al is. Hij heeft zwart, kortgeschoren haar, ogen die zich diep in hun kassen verschuilen en een neus die al minstens één keer moet gebroken zijn. Uit zijn mond puilt een zelfgerolde sigaret, nog niet aangestoken. Mehmet maakt veel drukte. "Geen denken aan!", had hij daarnet geantwoord toen een gevangenismedewerker hem vroeg of hij niet een van de shorts zou aandoen die voor het toernooi voorzien zijn. Zelfs nu de thermometer het kwik voorbij de dertig graden pompt, houdt hij vast aan de lichtgrijze, lange broek die bij zijn dagelijkse plunje hoort. "Ik ga hier niet als een onnozelaar in mijn blote benen lopen!" Alsof niemand zich daarbij iets kon voorstellen, had hij vervolgens zijn broek even laten zakken. "En dan die lange, warme kousen. Nee! Mijn broek is mijn bank." Rijk blijkt die niet. Bij alleman bedelt hij om een aansteker. Tot hij plots veel te hard in zijn handen klapt. "We beginnen!" Henk Van Nieuwenhove glimlacht als hij de uitgelatenheid van Mehmet ziet. De voormalige voetbaljournalist is mede-initiatiefnemer van dit toernooi. Hij werkt als community manager bij de vzw Mechelse Hattrick, die KV en RC Mechelen overkoepelt en met dit project het voetbal in de Dijlestad een sociaal accent wil geven. "De Vlaamse overheid lanceerde een oproep", legt hij uit. "Die was gericht naar onze en alle andere vzw's die in contact staan met de centrale vzw Open Stadion, waar werk gemaakt wordt van het maatschappelijke engagement van voetbalclubs. Er werd gevraagd acties te richten naar twee specifieke doelgroepen: mindervaliden en gedetineerden. Zo kwamen we bij dit idee, dat we uitwerkten met vzw De Rode Antraciet, die ervaring heeft met gedetineerden." Van Nieuwenhove stapt naar de zijkant van De Wandeling, een kleine, betonnen koer met enkele perkjes gras. Centraal is er een uitkijkpost achter glas. Links is er een plat afdak, met onder de schaduw ervan een paar aftandse voetbaltafels en enkele banken. Rechts staat er een laag gebouwtje met bruine, houten deuren die naar de piscines en de berging leiden. Iets verderop is een rood, metalen fitnesstoestel geplant. In het midden van de koer, net voor twee hoge pilaren die vol halogeenlampen hangen, vormen op het asfalt witte lijnen de contouren van een minivoetbalveld en staan twee bleke, nettenloze goaltjes. De binnenplaats is eerst omgeven door een omheining van zo'n tweeënhalve meter hoog. Verderop staat een tweede omheining, meer dan dubbel zo hoog, met de prikkeldraad erbovenop. Daarachter is er een rode muur. De zowat twintig gedetineerden die vandaag spelen, reppen zich naar de berging. Daar staan tientallen dozen met voetbalschoenen gestapeld. De Schrijver, een van de gedetineerden, stopt elke deelnemer een paar toe. Zijn blonde haar staat keurig in piekjes. De getatoeëerde Chinese tekens in zijn nek zijn wat afschrikkend, maar zijn blik is aimabel. De Schrijver is de leider onder de gedetineerden. Hun praatpaal, hoort hij liever. Zelf neemt hij niet deel aan het toernooi. Hij heeft nochtans een sportief verleden. "Ik was vroeger wielrenner. Zat als junior bij de top vijf van de wereld. Won 103 koersen. Was vier keer Nederlands kampioen. Zat samen met Karsten Kroon in de nationale selectie. Koerste met Björn Leukemans en Leif Hoste. En nu sta ik hier." Tonny De Wit komt naar het voetbalveldje gewandeld. Hij is coördinator onderbouw bij RC Mechelen en heeft vandaag op zijn werk vrijaf genomen om hier scheidsrechter te zijn, op vrijwillige basis. In de warme schaduw passen enkele gedetineerden hun schoenen. "Zeg collega, ik heb hier een 42,5. Wat heb jij vast?" Er hangt een rustige sfeer. Tot Gökan verschijnt. Zijn rechterarm ligt in de plaaster. "Ga jij zo spelen?", vraagt Tonny. De struise kerel van 25 knikt. "Kun je die pleister niet bedekken met iets, zodat het geheel niet meer zo hard is?" Na wat tegensputteren trekt Gökan mokkend naar binnen op zoek naar een vlugge oplossing. Bij het eind van de vorige match, enkele dagen geleden, is hij drie minuten van het veld gestuurd, de sanctie voor wangedrag. Toen zijn team dan ook nog eens verloor, wekte dat veel frustratie. 's Avonds sloeg hij zijn hand kapot op een muur. Na twee minuten is Gökan terug. Haastig heeft hij enkele witte en blauwe plastic zakken rond zijn pleister gewikkeld. Ze zijn halvelings vastgemaakt met een lelijke, bruine tape. Probleem opgelost, denkt hij. Maar er wordt beslist dat hij niet mag meedoen. "Wat voor zever is dat hier?!" Zijn gemekker gaat niet over. "En dat allemaal door een en dezelfde persoon", geeft hij de scheidsrechter die hem de vorige keer van het veld stuurde de schuld, een jeugdtrainer van KV Mechelen. Tot enkele dagen geleden was hij fan van geel-rood. Nu niet meer. "Nu zijn het échte Kakkers! Ik hoop dat ze weer failliet gaan!" De match Vatos Locos - De Kampioenen begint. Drie tegen drie. Langs de lijn staan reservespelers. Die kunnen inspringen als iemand bezoek krijgt van zijn advocaat. Zo'n veertig van de ongeveer 110 gedetineerden nemen deel aan het toernooi. Zes ploegjes spelen in een gewone competitie elk vijf matchen. De beste twee mogen naar de finale. Er wordt goed gevoetbald. Met overgave, maar sportief. Dat blijkt als de frêle Sami tegen het asfalt schuurt. Zijn linkerbil is geschaafd, de palm van zijn rechterhand bloedt. Maar hij laat zich rechttrekken door de tegenspeler die hem omver liep. Buiten was Sami tot voor kort spits in eerste provinciale. Wat verderop warmt Mehmet zich op. Met een wilde trap stuurt de ploeggenoot met wie hij een balletje trapt, het leer op het afdak. " Eej, ge staat hier niet op de KV, hé!" Ook die bal zijn ze kwijt. Een wit blad aan de cabine van de cipier is duidelijk: 'Wanneer men op het dak klimt of over de draad springt om een bal te nemen, heeft men TUCHT! Betreden op eigen risico.' "Is er geen chef ( cipier, nvdr) om de ballen te pakken die over de eerste draad liggen", vraagt iemand. "Er zijn bijna geen ballen meer op het plein." Een andere gedetineerde waagt het om, terwijl geen bewaker kijkt, vlug zelf de ballen achter de eerste omheining te halen. Het hekje langs waar je daar normaal raakt is op slot, maar die hindernis van tweeenhalve meter met pinnetjes aan de bovenkant houdt hem niet tegen. In een mum staat hij weer op de koer alsof er niets gebeurd is. "Ik heb whisky nodig", brabbelt Mehmet. Naast hem zit Nassim. Die vertelt dat hij dit toernooi een prima initiatief vindt: "Velen zitten twintig uur per dag in hun cel. Dan krijg je opgekropte energie. Hier raken we die kwijt. De ene zet het om in iets positiefs en voetbalt mee, of werkt in de gevangenis. Bij de andere mondt dat uit in iets negatiefs. Gisteren sneed hier nog een zijn polsen over. Vorige maand verhing iemand zich. Niet nadenken, dát is het voornaamste. Als je sport, heb je geen tijd voor gepieker. Zit je constant in je cel, wat heb je dan anders te doen dan plannen smeden?" Drie keer per dag mogen de gedetineerden anderhalf uur buiten. Veel gelegenheid om te sporten hebben ze dan niet. Er is enkel een versleten fitnesszaal die binnenkort vernieuwd wordt en soms een bal. Gevangenisdirecteur Wim Adriaenssen: "We hebben maar één luchtplaats, de ruimte is beperkt. Dit is een negentiende-eeuwse gevangenis, gebouwd naar de norm uit die tijd: eenzame opsluiting." Sami zegt: "Door een toernooi als dit ervaren velen opnieuw dat ze leven, en dat ze waarde hebben. Als je hier een goal maakt, voel je je weer een deel van de wereld." Ward vult aan: "En je vergeet even dat je opgesloten zit. Het is alsof je buiten op een pleintje met vrienden sjot." Sami: "Projecten als deze zijn ideaal om ontsnappingen te voorkomen. Als je met de bal bezig bent, denk je niet aan zulke dingen. Maar als je daar in een hoekje zit... Ze moeten hier niet discussiëren over extra netten tegen ontsnappingen, maar over extra doelen. Ik hoop dat de gevangenis voortaan meer zulke activiteiten organiseert. Tot nog toe is er weinig." De gevangenisdirecteur zegt: "Het is ook een kwestie van personeel en middelen. Deze shirts en schoenen komen van de vzw Mechelse Hattrick. Wij hebben daar geen budget voor." Op het veld is er weer een botsing. Mehdi bloedt hevig aan zijn hoofd. Hij trekkebeent richting de toiletten, waar hij wat water in zijn gezicht kletst. Nog geen vijf minuten later staat hij weer op het veld. Terwijl hij voetbalt, duwt Mehdi met zijn hand de wonde op zijn voorhoofd toe, zodat het bloed er niet verder uitgutst. Zo werkt hij de wedstrijd af. De Schrijver zit naast het veld. Hij eert zijn bijnaam. Die kreeg hij omdat hij weleens jongens bijstaat die niet kunnen schrijven en toch een brief willen versturen. Nu houdt hij nauwkeurig de stand bij. Na afloop van de match tussen The Lonely Drivers en Internationale zegt hij: "Doorgaans sijpelt er uit de gevangenissen enkel negatief nieuws naar buiten. Nu is dat eens iets positiefs. Dat vind ik goed. En zie die drie jongens daar nu staan napraten. Dit creëert ook een band." Carla Michiels is in de gevangenis beleidsmedewerker voor de Vlaamse Gemeenschap. Ook zij hielp dit toernooi op poten zetten. "Het doel van zo'n project is altijd meervoudig", legt zij uit. "Alles is gericht op de re-integratie in de maatschappij. We weten dat die pas slaagt als mensen werk hebben, maar ook een vrijetijdsinvulling. Door deze jongens hier te laten voetballen, beseffen ze mogelijk dat het een hobby is die ze buiten ook kunnen uitoefenen. "Dit spel omvat daarnaast dat ze moeten luisteren naar de scheidsrechter en dat ze zich aan regels moeten houden, zaken waarmee ze het niet altijd gemakkelijk hebben. Ook heel belangrijk is dat hier gezegd wordt dat ze goed kunnen voetballen." De gevangenisdirecteur vult aan: "Bovendien beïnvloedt dit de sfeer in de gevangenis. Een regime dat mensen perspectief biedt, kan voorkomen dat gedetineerden hier gefrustreerd rondlopen." Op de voorlaatste speeldag zijn er de drie laatste reguliere matchen. "Heb je een goede ploeg?", vraagt iemand aan een kerel die zich klaarmaakt. "We hádden een goede, maar onze beste speler is vrijgelaten." Zowat de helft van de gedetineerden in Mechelen is veroordeeld, de rest wacht op zijn rechtszaak. Daardoor is het verloop groot, wat de organisatie van het toernooi bemoeilijkt. De sfeer is nu gespannen. Geroep en discussie. Tijdens de wedstrijdjes komt scheidsrechter Tonny ogen te kort. Mario krijgt een bal op zijn elleboog, maar doet alsof het leer zijn borst raakte. Als een speler tijd wint, roept een ander: "Bijtellen, hé, ref!" Is de bal buiten, dan wordt het spel razendsnel hervat. " Juega! Noparla!" Spelen, niet kletsen! Tijdens de tweede match koken de potjes even over. Bij FC Tanger valt wéér een speler geblesseerd uit, waardoor die ploeg maar met twee overblijft. Ze transfereren snel een jongen uit een ander team, de beste. Hevig verzet bij Vatos Locos. Carla Michiels komt de gemoederen bedaren. De organisatie is niet zo uitgekiend dat er regels bestaan voor zulke situaties. Maar tijd voor discussie is er niet, want om vijf uur moet iedereen weer in zijn cel zitten. De transfer blijft behouden, zeer tegen de zin van Vatos Locos, waar ze doorgestoken kaart vermoeden, zeker als ze dan ook nog eens verliezen met 10-11. Na de derde match maakt De Schrijver de eindstand op. De gedetineerden hangen rond het tafeltje waaraan hij zit. Als de finalisten bekend zijn, juicht een forse kerel die wat op Nizar Trabelsi lijkt. Hij lacht zijn kapotte tanden bloot en balt zijn imposante vuisten. The Lonely Drivers en Internationale zullen strijden voor de Hattrick Cup. Op de finaledag komen zo'n vijftig genodigden de koer op, onder wie bondsvoorzitter François De Keersmaecker, Vlaams minister van Sport Philippe Muyters, KV Mechelenlegende Piet den Boer en RC Mechelenboegbeeld Luc Leys. Tijd om hen te begroeten hebben de finalisten niet. Hun match is al bezig. Tijdens de rust, bij een 6-4-voorsprong voor Internationale, geeft Gino een interview aan Radio 1. De innemende Latino met pikzwart, opgestoken haar staat de jonge journaliste zo goed te woord dat ze hem de tweede helft laat becommentariëren. Hij ratelt in de micro. "En wat gebeurt er? Pass naar links. Die trapt op doel! En hij scoort! Jawel!" Gino lacht. Zijn ogen glinsteren. Drie schelle fluitsignalen sluiten het toernooi af. 10-16. De spelers van Internationale vallen elkaar in de armen. Het zweet parelt op het eivormig hoofd van de Trabelsi-lookalike. Apetrots zwaait die met de blinkende beker. Voor alle deelnemers is er een medaille. "Die steek ik bij mijn verjaardagskaartjes", zegt Gino. Morgen zal het hier weer stil zijn, weet hij nu al. "Het is alsof we even op vakantie waren. Mooi aan vandaag, met het bezoek van al dat belangrijk volk, vind ik dat we ons weer eens als mensen behandeld voelen. We zijn bestempeld met menswaardigheid. Mij toucheert dat. En we bewezen dat we mensen zijn. Er is niet gevochten, we voetbalden in een sportieve sfeer." Mehmet neemt afscheid, pronkend met zijn medaille. Hij behoort tot het winnende team. Of hij trots is? "Ja en neen. Echt fier zal ik pas weer kunnen zijn als ik vrij ben." Alle namen van gedetineerden in dit verhaal zijn op vraag van de gevangenis gefingeerd.door kristof de ryck - beelden: jelle vermeersch"Als je hier een goal maakt, voel je je weer een deel van de wereld." Sami "Het is alsof we even op vakantie geweest zijn." Gino