Wat hij geleerd heeft in vier jaar eerste klasse, daar moet Francky Dury (51) niet lang over nadenken: "Dat het niet gemakkelijk is om voor Zulte Waregem blijvend respect af te dwingen. Wij winnen in de heenronde met 4-0 van Anderlecht. Waar wordt heel de volgende week over gepraat en geschreven? Over de zwakte van Anderlecht, maar niet over ons."
...

Wat hij geleerd heeft in vier jaar eerste klasse, daar moet Francky Dury (51) niet lang over nadenken: "Dat het niet gemakkelijk is om voor Zulte Waregem blijvend respect af te dwingen. Wij winnen in de heenronde met 4-0 van Anderlecht. Waar wordt heel de volgende week over gepraat en geschreven? Over de zwakte van Anderlecht, maar niet over ons." Van de trainers die vier jaar geleden in eerste actief waren, is hij de enige die nog bij dezelfde club zit. Vier jaar geleden kwam hij vaak nog om halfdrie aan op de club, net voor de training, vandaag heeft hij alles onder controle. "Er wordt nu heel anders over ons gepraat dan vier jaar geleden", zegt Dury. "We zijn in de eerste klasse gestapt als amateurs. Dat eerste jaar waren we het knuffelbeest van iedereen. Ik werd als amateur verkozen tot coach van het jaar: dat zal niemand met dat statuut me ooit nog nadoen. Ik stel wel vast dat alle ploegen die de laatste vier jaar promoveerden in de rechterkolom staan. Op één na. "In die drieënhalf jaar eerste klasse hadden we kwalitatief nooit een betere groep dan nu. De spelers die na het eerste en tweede jaar vertrokken, braken niet echt door aan de top. Vandaag hebben we veel meer profielen die het kunnen maken op een hoger niveau. Bossut heeft alles om te slagen, net als Berrier, Buysse en Matton." Francky Dury: "Dat is toch mijn job? Spelers die hier nu zitten, staan daar ook voor open. Die willen beter worden, al is het maar één procent." "Hij zit nu in Denemarken. Vorig jaar, toen ik vragen had over de progressiemarge van Jelavic, bedacht ik: Salou zit toch maar in Brugge te verkommeren. Ik heb hem nog eens gesproken, maar financieel was dat niet meer haalbaar voor ons." "Ik denk dat er bij Brugge met Salou onvoldoende gewerkt is, qua spelsysteem en in de diepte. Daarmee bedoel ik: mentaal. Vandaag moet je heel veel energie steken in je communicatie met je team en je spelers. Dan kun je als coach heel veel terugkrijgen, van een speler én van een groep. Salou heeft volgens mij geen echte kans gekregen. Bij Club wilde men dat hij scoorde, de bal bijhield, iedereen wegduwde en assists gaf. Bij ons liep hij in één seizoen een kaakbeenbreuk, een polsbreuk en een neusbreuk op, men trapte hem onder de grond en toch bleef hij overeind. Het jaar nadien kan hij dat toch niet allemaal kwijt geweest zijn?" "Ik zou niet weten waarom hij dat niet zou aankunnen. Waarom zou een koppel Sonck-Salou niet goed werken? Vorig jaar speelt hij hier met Club bij ons een berematch. Club wint, maar vervolgens verdwijnt hij weer uit beeld. Maar hij kon het dus nog. "Wat wij nu proberen, is een speler honderd procent te detecteren, via fysieke tests, gesprekken met de psycholoog en een onderzoek van het kaakbeen. Ik ga niet discussiëren met een speler die maar aan zeventig procent van zijn mogelijkheden zit. Ik ga uit van honderd procent. We gaan spelers volgen: hoe gedragen ze zich, wat eten ze, hoe trainen ze? Zakt iemand naar negentig procent, proberen we te corrigeren. Daarvoor hebben we een uitgebreide staf. Twee voltijdse trainers, de podoloog, psycholoog, scout, noem maar op: in totaal tien tot vijftien mensen die voltijds, halftijds of op regelmatige basis de spelers volgen. We proberen heel veel uit een individu te halen. Laat je een speler vallen tot zeventig procent, dan krijg je dat gat niet meer dicht. "Wat verwachtte Club van Salou? Hij was niet de afwerker, wel de man die buiten de zestien enorm hard werkte om het team te laten aansluiten of te laten spelen op de afvallende bal. Salou is geen zuivere afwerker zoals Akpala er een is. Ik stel alleen vast: vandaag is Salou weg bij Club, maar het gaat er niet beter." "Ik vind het belangrijk dat je een speler kunt knuffelen, met hem praten. Spelers moeten er ook voor openstaan. Neem nu Mutombo, die we onlangs terugstuurden naar Portsmouth: technisch en fysiek was die oké, maar in het hoofd klopte het niet helemaal. Dan ga je een aantal zaken onderzoeken: hoe functioneert hij in groep, hoe ligt hij in de kleedkamer, hoe eet hij? Zijn voedingsgewoonten waren slecht, we stelden vast dat het ploegje waarin hij meespeelde op training vaak verloor ondanks zijn immense talent. Het punt is dat hij met weinig speelminuten veel scoorde, indruk maakte en zich al gauw door makelaars het hoofd op hol liet brengen. Salou kreeg óók makelaars rond zich, maar bij hem begon dat maar op het eind van het seizoen, terwijl hij ook tien jaar ouder was. Vanuit Portsmouth waarschuwde men ons al dat Mutombo moeilijk te sturen was. Ik wilde hem erbij: een Belg, min achttien, kwaliteit te koop. Ik vond dat de rest van mijn kern sterk genoeg was om die jongens te helpen sturen. Het is ook niet makkelijk om hier in de ploeg te komen, met negen regiospelers die zo goed als titularis zijn: Bossut, Minne, D'Haene, Meert, Roelandts, Col-paert, Buysse, Van Nieuwenhuyze, Matton. Mutombo was een type dat veel te veel aandacht naar zichzelf trok." "Voilà! Net zoals Barrios, die in plaats van na de 4-0 tegen Anderlecht alle spelers te feliciteren naar de club komt met een nieuw rastakapsel. Hij trok alle aandacht weg van die fantastische prestatie. Dat zijn signalen die ook de andere spelers oppikken." "Het is onze visie. Met zes miljoen euro budget, het twaalfde in de eerste klasse, moet je geen gekke dingen doen of je verdwijnt zelfs van onder die kerktoren. In de toekomst moeten we de jeugdspelers tijdens de laatste fase van hun opleiding in een professionele structuur klaarstomen om de stap naar het eerste team te zetten. Wij gaan nooit iemand kunnen halen met een groot salaris of een transfersom. Wij wilden ook Tim Smolders, Stef Wils, Benjamin Nicaise, twee jaar geleden Custovic, maar we kunnen hen niet betalen. Dus zijn we verplicht goed te zoeken en als we er één vinden, moeten we daar alles proberen uit te halen." "Ik heb hem bij mij geroepen: zijn tests waren slecht, hij was fysiek niet in orde en won geen duels. Hij zei: 'Ik ken mijn probleem, ik ga er niet langer voor vluchten, maar ertegen vechten.' Ik vond dat een goeie ingesteldheid, maar ik wilde wel resultaat zien tegen december. Als hij dan niet in de basis stond, was het afgelopen. Ik ben geen sociale instelling, hé. In december zijn we wel al zes maanden bezig." "Een vierde tot een derde van het seizoen. Franck Berrier had ook twee maanden nodig, kijk waar hij nu staat. Hyland trainde amper een maand met ons toen hij op Genk debuteerde. Neumayr presenteerde zich als iemand die geen vuist kon maken, maar wel aanspraak maakte op een positie die Berrier, Roelandts, Van Nieuwenhuyze of Matton claimen. De groep voelt ook als iemand geen meerwaarde brengt en geen vooruitgang maakt. Al in oktober heb ik tegen de manager gezegd: doe ze weg, Neumayr, Barrios en Chapi. Ook al bespaar je maar vier keer vijf maanden salaris, dat maakt nog altijd twintig maanden loon die je niet meer moet betalen. Hier konden maar nieuwe spelers gehaald worden nadat anderen vertrokken. Een club als de onze moet besparen waar het kan. Wat levert het ons of die spelers op om hier langer te blijven? Bij de reserven wil ik jongens tussen zestien en achttien zien uit onze opleiding, plus af en toe een kernspeler die wat ritme opdoet na blessure, maar geen goedbetaalde A-kernspeler die daar speelt omdat hij onvoldoende rendement haalt voor de eerste ploeg." "Toen ik vorig jaar Matton bezig zag bij OHL, heb ik mijn vingers gekruist opdat een andere club hem niet voor onze neus zou wegpikken. Natuurlijk is er talent in België. Ik heb ook gebeld naar Genk voor Jelle Vossen, maar hij mocht niet weg. Wij spelen met vier jongens die bij Club Brugge zijn opgeleid: Matton, Buysse - die op weg is om een van de betere linksachters van het land te worden -, Minne en Roelandts. We hebben tegen Racing Mechelen gespeeld: ik heb daar enkele goeie spelers gezien. Maar als je uit lagere reeksen naar boven komt, is het heel belangrijk die jongens te begeleiden naar topprestaties. Niet alleen voor Salou die van Waregem naar Brugge gaat, dat geldt ook voor ons. Denk je nu echt dat Berrier en Matton hier vanaf de eerste dag de beste mannen op het veld waren? Maar vandaag staan ze er." "Omdat ik het allemaal zelf moet en wil zien. Wat je zelf hebt gezien, is beter. Afgelopen zomer presenteerde een gewezen topvoetballer hier een tas vol dvd's met Zuid-Amerikaanse voetballers. Toen ik hem van één speler vroeg of hij links- dan wel rechtsvoetig was, wist hij het niet. Dat verraste me. Wij proberen spelers te vinden door ze zelf op te leiden of doelgericht te scouten. Twee jaar geleden vertrokken hier zes spelers van vijftien jaar, naar Club, Willem II en Genk. Dat betekent dat we niet slecht werken, maar die spelers zagen elders nog betere perspectieven. Dus moeten we de B-kern beter omkaderen. Dat kost geld, maar als we het niet doen, gaan onze betere jeugdspelers blijven vertrekken. Vijf jaar geleden waren we in onze regio qua opleiding de nummer vijf, na Ingelmunster, Moeskroen, Kortrijk en Roeselare." "Ik stel vast dat de beste buitenlanders nooit naar België komen, ook niet naar onze topclubs, dus zeker niet naar Zulte Waregem. De kunst voor ons is om uit spelers met een laag profiel een zo goed mogelijk rendement te halen. Daarom steken we ook zo veel tijd en geld in de begeleiding van die spelers. Als we drie keer na elkaar verkeerd kopen, hangen we." "Als je je cultuur verliest. Als ik zie hoe Stijn Meert, Karel D'Haene, Ludwin Van Nieuwenhuyze en Stijn Minne op een natuurlijke manier de kleedkamergedachte overeind houden, vind ik dat knap. Ik merk hoe makkelijk de nieuwkomers zich daarin integreren, ongeacht van waar ze komen. Als ik na een training vraag om het materiaal te verzamelen en ik kijk één minuut later achter mij, is alles opgeruimd. Denk je nu echt dat ze dat doen omdat ze sidderen voor mij? Zulte Waregem heeft altijd een goeie kleedkamer gehad. Matthieu Verschuere was een Fransman, niet iemand van grote woorden, maar hij had controle over de kleedkamer." "Neen. Ik kende Leye niet toen ons vorige scoutingteam hem op een middag bracht, eind vorig seizoen, samen met Barrios en Ferrera. Wij zochten toen een spits, hij speelde bij de tweede ploeg van Amiens. Ik heb na die training gezegd: hij mag komen. Hij had een goed niveau, was slim, had een winnaarsmentaliteit. Het was iemand die ervoor ging, die veel appreciatie kreeg van de spelers die de kleedkamer beheersen. Ik denk trouwens dat we een unieke kleedkamer hebben. Van Ernest Nfor hoorde ik al dat hij apprecieert hoe hij hier opgevangen werd. Dat was hij duidelijk niet gewend." "Dat is een moeilijke vraag. Ik ben een stukje verrast. Ik had nooit eerder meegemaakt dat een speler weigerde om te spelen. Het is niet onze fout dat Club financieel niet hoger wilde bieden voor hem, evenmin dat Kazan niet concreet werd of dat hij niet is kunnen vertrekken in augustus. Mbaye Leye had dat dreigement om niet te spelen niet nodig. Het is een fantastische jongen, een superprof met wie ik goed kon werken. Maar geld maakt veel kapot. Als je hier 100 euro verdient en je komt bij de nationale ploeg van Senegal waar sommigen 1000 euro verdienen, heb je een probleem. Dan begint zo'n jongen die vanuit het niets komt plots te dromen. Maar wij kunnen niet betalen wat Club of Kazan betaalt. Het punt was dat de topploegen niet stonden te springen om hem te halen, het verhaal-Salou indachtig wilden afwachten of hij na een goeie prestatie kon bevestigen. Pas op: Leye zal het maken bij Gent, daar ben ik van overtuigd." "Sorry, maar in een kern van 24 kan je er geen vier hebben die geen rendement halen. Wie niet meer openstaat voor prikkels, moet vertrekken. Maar na KV Mechelen was ik niet op mijn gemak. Gelukkig hadden we toen al Nfor. Het was een geschenk uit de hemel toen ik de voorlaatste dag van de transferperiode opgebeld werd door de vader van Chris Makiese die me zegde dat zijn zoon graag wilde komen en weg wou bij Charleroi. Met Makiese hadden we afgelopen zomer al even gepraat. Onze Est en Fin stonden in ons schaduwelftal: die wilden we eerst pas komende zomer halen." "Geert had nog een jaar kunnen blijven, maar we hadden al twee jaar gezien welk potentieel Bossut had, op Newcastle en op training. In het begin nam ik een berekend risico. Voor de uitmatch bij Mechelen vertelde ik hem een verhaal, van iemand die over een rivier moet met krokodillen, naar het beloofde land. Hij slaagde er maar niet in die laatste stap te zetten. Ik zei hem: als je dat niet doet, bijten ze je voet eraf. Op Mechelen stopte hij een penalty en hij was vertrokken. Dat hij uitgefloten werd, deed me niet twijfelen. Integendeel. Vorig jaar werd Kevin Roelandts uitgefloten door ons eigen publiek, dat zong: 'Roelandts kan niet mee, olé, olé.' Dat raakte me diep. Op zo'n moment laat ik zo'n speler staan. Je moet spelers soms een extra duwtje geven. Bossut nog een jaar op de bank houden, had ik niet correct gevonden. Ik heb toen mijn nek uitgestoken. Vandaag is Bossut top drie in België." "Neen. Ik zeg al weken dat dit de beste groep is die Zulte Waregem ooit had qua talent. Vandaag is Kevin Roelandts een grote mijnheer, maar die jongens moeten gestuurd worden. Een profiel Kevin Roelandts hééft Club Brugge op dit moment niet. Dagelijks motiveer ik hem door te zeggen dat niet Karel Ge-raerts maar hij bij Club moest zitten. Ik vind Bart Buysse minstens de evenknie van Klukowski. Club heeft geen rechtsback: de beste die ze de laatste jaren zelf hebben opgeleid, speelt bij ons. Een type als Matton - die ze zelf hebben opgeleid - hebben ze vandaag niet. Ik kan alleen maar 100 procent tevreden zijn over mijn spelers. Je voelt dat die mannen openstaan voor nieuwe ideeën. Die gaan zonder morren bij de psycholoog die 32 van de 34 matchen ziet. Spelers worden bij ons kort opgevolgd." "Geen idee. Onze voorbereiding voor Anderlecht in de heenronde was identiek aan die van de match tegen Tubeke één week eerder. We hebben een concept, maar ik zie nu ook veel spelers die flexibel genoeg zijn om bij te sturen als ze op het veld in bepaalde situaties komen. Vroeger konden we niet met 4-0 van Anderlecht winnen, omdat we de 1-0 met hand en tand moesten verdedigen. Nu kunnen wij er met onze sterke organisatie wel nog geregeld uitkomen." "Onzin vind ik dat. Wat telt, zijn de kansen die je afdwingt, het aantal spelers waarmee je in de zestien van de tegenstander komt, de goals die je maakt. Een counterploeg komt maar met één of twee man voor de goal, bij ons zijn dat er veel meer. We schakelen wel snel om, maar op Euro 2008 werd door alle ploegen laag verdedigd. Hoge pressing spelen is voor iedereen te moeilijk geworden, ook voor ons." "Voor het seizoen waren mijn doelen: plaats negen of tien, plus de halve finale van de beker. Nu de beker weggevallen is, kan een zesde tot achtste plaats dat compenseren, maar vraag me niet meer." Sdoor geert foutré - beelden: jelle vermeersch