Ik leef nu zoals Cadel Evans", zei Heinrich Haussler (27) vorig jaar in de voorjaarsspecial van Sport/Wielermagazine. De flierefluiter, die in zijn jonge jaren bij Gerolsteiner soms dronken op training verscheen, was getransformeerd in een pater en vertelde met veel trots over een winter waarin hij zich een Spartaans trainingsregime opgelegd had. Zijn doel: wraak nemen voor zijn sprintnederlaag in Milaan-Sanremo in 2009, maar vooral de Ronde van Vlaanderen winnen, Heini's droomkoers.
...

Ik leef nu zoals Cadel Evans", zei Heinrich Haussler (27) vorig jaar in de voorjaarsspecial van Sport/Wielermagazine. De flierefluiter, die in zijn jonge jaren bij Gerolsteiner soms dronken op training verscheen, was getransformeerd in een pater en vertelde met veel trots over een winter waarin hij zich een Spartaans trainingsregime opgelegd had. Zijn doel: wraak nemen voor zijn sprintnederlaag in Milaan-Sanremo in 2009, maar vooral de Ronde van Vlaanderen winnen, Heini's droomkoers. Hausslers ambities kregen een eerste knauw toen hij in de Ronde van de Algarve op zijn knie viel, maar met een tweede plaats in de Omloop Het Nieuwsblad leek hij weer op schema te zitten. Een nieuwe crash in Parijs-Nice maakte een einde aan zijn voorjaarsdromen. De Racing Kangaroo, zoals hij zichzelf noemt, focuste dan maar op de Tour, maar ging wéér tegen de vlakte: tweemaal in de Ronde van Californië en in de Ronde van Zwitserland, waar hij over de roekeloze Mark Cavendish tuimelde. Tot grote woede van de Duitse Australiër, die in juli een knieoperatie moest ondergaan en de Tour mocht vergeten. Acht maanden later lijkt Haussler nog altijd niet afgekoeld. "Het meest frustrerende aan die valpartijen was dat mij geen schuld trof", vertelt hij. "Altijd ging er voor mij iemand tegen het asfalt. Zoals Cavendish, ja. Je kunt vallen, maar niet op die manier. Mijn respect voor hem als renner én als persoon is verdwenen. In Qatar heeft hij zich verontschuldigd, maar ik had niets te zeggen. Ik kijk alleen nog vooruit en zal er niet meer depressief door worden, dat ben ik vorig jaar genoeg geweest. Zeker toen ik ook forfait moest geven voor de Tour. Die tweede klap, na het missen van de klassiekers, was het zwaarst om te incasseren. Geen verdriet, neen, vooral een mix van boosheid, ontgoocheling en frustratie." De slapeloze nachten zijn niet te tellen, zegt Haussler. "Ik moest voortdurend aan mijn knie denken. Waarom doe ik dit nog? Het eerste wat ik 's morgens deed, was die knie controleren. Is de pijn weg? Neen... Iedere keer kreeg ik een mentale dreun, vooral omdat het blééf aanslepen. Ik liep de muren op. Vrienden en familie probeerden me wel gerust te stellen - 'het zal in orde komen, geef het tijd' - maar na enkele maanden was ik dat kotsbeu gehoord en dacht ik: laat me met rust, zeg niets meer! "Die knieproblemen hebben lang door mijn hoofd gespookt. Zelfs afgelopen winter nog. Als je vijf uur traint, heb je veel tijd om na te denken. Bij iedere pedaalslag vreesde ik: het zal toch niet...? Heel moeilijk om die knop om te draaien, ook omdat ik in januari problemen had met littekenweefsel en last kreeg van mijn achillespees. Ook de kracht in mijn linkerbeen is nog altijd niet dezelfde als in mijn rechterbeen. Door kilometers te malen en veel oefeningen te doen wordt het wel steeds beter." Heinrich Haussler: "Tijdens de Ronde van Vlaanderen en het WK heb ik erg afgezien, in mijn zetel... De Ronde heb ik met bloedend hart thuis in Freiburg bekeken. De drie weken ervoor logeerde ik nochtans in een hotel in Ninove, omdat ik revalideerde bij een kinesist in Liedekerke. Net op het moment dat de Vlaamse semiklassiekers gereden werden. Alle kranten stonden er vol van, op tv werd úren koers uitgezonden. Alsof iedere keer een mes in de wonde gestoken werd. Ik kon zelfs mijn neus niet buiten steken of ik werd aangeklampt over mijn blessure. Twee dagen voor de Ronde besliste ik om naar huis te gaan. Logeren in Ninove, de aankomststad, en zelf niet kunnen rijden, het zou te pijnlijk geweest zijn. "Naar het WK heb ik alleen de laatste twintig minuten gekeken. Om vijf uur opstaan en nog drie uur kijken, dat wilde ik mezelf niet aandoen. Achteraf had ik ook gemengde gevoelens: ik was blij voor Thor Hushovd, maar ik besefte dat ik op die hellende aankomst óók had kunnen winnen." "Ik wilde alle miserie vergeten en ging naar een feestje, waar ik te veel dronk. Als je gefrustreerd bent, doet een mens vlugger domme dingen... Ik ben er niet trots op, heb me ook meteen openlijk geëxcuseerd. Het zal niet meer gebeuren. Dat is niet het beeld dat mensen voor ogen mogen hebben wanneer ze aan mij denken." "Na zes weken rusten kun je niet meteen weer 200 kilometer trainen, hé. Je moet stapje per stapje zetten, maar ik maakte de fout om al na goed twee weken deel te nemen aan de Ronde van Groot-Brittannië. In de tweede rit ging ik in de aanval en werd ik zelfs derde. Drie etappes later zat ik opnieuw in een ontsnapping, maar ik voelde mijn krachten wegvloeien. Ik had me geforceerd. Bovendien was ik de slechte wegen, de regen en de lange verplaatsingen kotsbeu. Na honderd kilometer, terwijl ik nog in de kopgroep zat, ben ik afgestapt. Vreemd ja, maar ik had er genoeg van. Het idee om nog klaar te raken voor het WK in Geelong bleek een utopie." "In november verbleef ik twee weken bij mijn ouders in Australië. Vroeger ging ik dan alleen vrienden opzoeken, maar nu trok ik vooral op met mijn vader en moeder. Naarmate ik ouder word, apprecieer ik steeds meer de tijd die ik met hen kan doorbrengen. Een ideale vakantie om de klik naar dit seizoen te maken. "Misschien was dat het enige positieve aan mijn pechjaar. Ik kon dingen doen waar ik normaal gezien geen tijd voor heb. Een koffie drinken bij vrienden en familie of gewoon op mijn gemak thuis zitten. Daar kan ik enorm van genieten, want een renner leeft voortdurend op hotel. Sinds december heb ik misschien vijf dagen in mijn eigen bed geslapen. Anderzijds mag ik de hele wereld afreizen, ontdek ik andere culturen, mag ik in mooi weer trainen en koersen... Ik zou het voor niets anders willen ruilen. Die lange revalidatie heeft me dat nog meer doen inzien." "Zeker niet. En zakt die wat, dan kijk ik in mijn dagboek dat ik al enkele jaren bijhoud. Daar schrijf ik niet alleen mijn afgelegde kilometers op, maar ook hoe ik me voel, naar welke muziek ik tijdens de training luister, of de zon scheen of het regende... In 2009, mijn topjaar, heb ik dikwijls deze zin genoteerd: 'Herinner het fantastische gevoel van deze dag als je ooit in de put zit.' De voorbije maanden heb ik dat héél vaak gelezen. ( lacht) Ik kijk ook af en toe terug naar beelden van de Ronde van Vlaanderen, mijn Tourritzege in Colmar of zelfs van mijn sprintnederlaag in Milaan-Sanremo tegen Cavendish. Die gevoelens weer beleven geeft me de motivatie om hard te trainen. Ik zal er alles aan doen om mijn droom - minstens één klassieker winnen - waar te maken." "Neen, misschien rij ik nog zeven jaar - tot mijn 34e - maar niet langer. Dan zal ik zonder problemen kunnen stoppen, al zal ik op dat moment misschien een andere mening hebben. Als familieman wil ik binnen een paar jaar kinderen. Voor het geld zal ik alleszins niet koersen tot mijn 38e. Ik wíl geen multimiljonair zijn of de grootste sportwagen hebben. Ik koers omdat ik het graag doe en ik train hard omdat ik races wil winnen." "Neen. Ik besef alleen nog meer dat ik mijn tijd niet mag verspillen. Ik heb ook niet méér getraind, wel een beetje anders. Ik ben langer op hoogte gebleven - die stage in Sankt Moritz - en zat tot midden januari amper drie keer op de fiets. Vorig jaar had ik al veel gelanglauft, maar afgelopen winter heb ik - door de vele sneeuw in Duitsland - bijna niets anders gedaan. Vier à vijf uur per dag. Andere renners lachen daarmee, maar ik vind dat een prima voorbereiding. Je werkt met je héle lichaam - niet enkel je benen - aan je conditie en je wapent je tegen de koude. En vooral: het werkt. Ik voelde me in Qatar al verrassend sterk. Ik had niet verwacht dat ik al twee sprints zou winnen, want daar had ik nauwelijks op getraind." "Daarom heb ik gepast voor het Belgische openingsweekend en ben ik na de Ronde van Oman weer op hoogte gaan trainen in Sierra Nevada. Lange duurtrainingen zonder veel intensiteit, om dan via Parijs-Nice te pieken naar Milaan-Sanremo - ik heb daar nog een rekening te vereffenen - en mijn droomkoers: de Ronde van Vlaanderen. Een ideale opbouw." "Ik werd wel tweede, maar had niet meer de conditie van in Milaan-Sanremo of Dwars door Vlaanderen. Het probleem was dat ik me toen in mijn nieuwe ploeg Cervélo al direct wilde tonen. In februari dacht ik nog niet aan de Ronde van Vlaanderen. Dat is nu anders, omdat ik wéét dat ik die wedstrijd kan winnen." "In zijn conditie van vorig jaar kan niemand hem verslaan, ook ik niet. Maar ik mag me niet blindstaren op Fabian. Boonen, Gilbert en Flecha zullen óók goed zijn. En dan vergeet ik nog tien namen. Het het niveau stijgt ieder jaar en het wordt steeds moeilijker om een voorjaarsklassieker te winnen. Een sterk team is dus heel belangrijk." "Een dreamteam zelfs, want met Farrar, Hammond, Hushovd, Klier, Maaskant, Millar, Vansummeren en ikzelf hebben we minstens acht renners die een toptienplaats in de Ronde en Parijs-Roubaix kunnen behalen. Van die kwaliteit én kwantiteit moeten we gebruikmaken als we Cancellara en co willen verslaan. Renners voorop sturen en andere ploegen afmatten." "Ik heb dat nooit overwogen. Als er een ploeg mij het dubbele had geboden, had ik misschien vijf seconden nagedacht. En dan nog. Zonder goede fietsen, professionele omkadering en ploegmaats die weten hoe je een klassieker moet rijden, maak je geen kans om er een te winnen en dan sta je daar met je x-duizend euro meer." "Net daarom is het belangrijk dat wij zo goed overeenkomen. Als iemand niet honderd procent is, zal die zich zonder problemen opofferen voor een ander. Het wordt alleen zaak om goed te communiceren en in te spelen op de koersomstandigheden. Mijn ploegmaats zien bovendien rap of ik top ben of niet. Indien wel, dan zal ik in de Ronde van Vlaanderen mijn kans krijgen om te doen wat ik wil. Mét steun van Hushovd, ja. Hij mikt vooral op Parijs-Roubaix, zijn droomkoers. Het belangrijkste is dat we als een blok rijden. Zonder pech kunnen we een ware slachting aanrichten. Ik ben benieuwd..." DOOR JONAS CRETEUR"Als de motivatie wat zakt, dan kijk ik in mijn dagboek dat ik al enkele jaren bijhoud."