Onlangs kwam ik Michel De Groote tegen op een thuismatch van Anderlecht. We raakten aan de praat, maar we waren beiden vergezeld door enkele ongedurige kleinkinderen. Het leek ons dan ook een goed idee om later eens af te spreken. We voegden de daad bij het woord en ik ging op bezoek bij een van de meest onderschatte spelers van paars-wit. Michel was meer dan tien jaar de vaste linksachter van Anderlecht. Hij werd vier keer landskampioen met de Brusselaars en won in 1983 de UEFA Cup tegen Benfica.
...

Onlangs kwam ik Michel De Groote tegen op een thuismatch van Anderlecht. We raakten aan de praat, maar we waren beiden vergezeld door enkele ongedurige kleinkinderen. Het leek ons dan ook een goed idee om later eens af te spreken. We voegden de daad bij het woord en ik ging op bezoek bij een van de meest onderschatte spelers van paars-wit. Michel was meer dan tien jaar de vaste linksachter van Anderlecht. Hij werd vier keer landskampioen met de Brusselaars en won in 1983 de UEFA Cup tegen Benfica. MICHEL DE GROOTE: 'Ik ben nu met pensioen, maar ik ben ook voor 35 procent invalide. Enkele jaren geleden heb ik problemen gehad met mijn hart, de kroonslagader van mijn linkerkamer was voor 95 procent dichtgeslibd. Men heeft mij dan geopereerd. Het was op het nippertje, anders had ik zeker een hartinfarct gehad.' DE GROOTE: 'Ik woonde in Lot, maar ik ging naar school in Ruisbroek. Mijn moeder en mijn vader moesten allebei vroeg op hun werk zijn. In Ruisbroek was de enige school die al opvang had om zeven uur 's morgens. Mijn ouders hadden maar veertien dagen vakantie, de rest van het verlof moest ik weer in die school opgevangen worden. We gingen veel voetballen op het veld van FC Ruisbroek. Daar heeft een afgevaardigde van die ploeg mij zien spelen en die vroeg of ik geen aansluitingskaart wou tekenen. Maar ik wilde wielrenner worden. Mijn nonkel was coureur bij de amateurs en dat interesseerde mij ook. In die tijd reed ik meer met de fiets dan dat ik voetbalde.' DE GROOTE: 'Ja, maar de eerste ploeg die mij contacteerde, was Union. Met Anderlecht moest ik een paastoernooi gaan spelen in Bree. Daar heb ik het niet slecht gedaan want een tijdje later heeft paars-wit mij gekocht voor omgerekend 4400 euro.' DE GROOTE: 'Dat denk ik niet. Mijn vader kende Jurion nochtans goed, hij kreeg altijd vrijkaarten van Jef.' DE GROOTE: 'Jullie waren op oefenkamp in Nederland, maar er waren een paar geblesseerden. Hans Croon was toen trainer en die heeft mij en Frankie Vercauteren laten overkomen naar sportcentrum Papendal. Van toen mocht ik meetrainen met de A-kern. Ik speelde zelfs de eerste match van het seizoen, op Waregem. Croon zette mij in de spits tussen Robbie Rensenbrink en Peter Ressel. Wat daar de bedoeling van was, weet ik niet, maar we verloren met 4-0.' (lacht) DE GROOTE: 'Ja, een beetje te veel als jong manneke, ik was amper twintig jaar. Op het einde van het seizoen was ik totaal leeg, dat had Croon natuurlijk ook gezien. In de finale van Europacup II tegen West Ham, in 1976, heeft hij dan ook Frankie Vercauteren ingebracht na de blessure van Ludo Coeck. Frankie was een tijdje out geweest met een knieblessure, die was veel frisser dan ik.' DE GROOTE: 'Jazeker, hij praatte veel tegen mij, hij gaf mij vertrouwen. Hij zei altijd: 'Ik heb Jan Ceulemans op een hoger niveau gebracht, dat ga ik ook met jou doen.'' DE GROOTE: 'Ik heb respect voor zijn voetbalkwaliteiten, maar niet als mens! Jaren heb ik met hem samen gespeeld, maar toen hij hulptrainer was van Jean Dockx, negeerde hij mij compleet toen ik hem tegenkwam, samen met mijn kleinzoon, op de fandag van Anderlecht. Een woordje of een handdruk kon er niet af. Neen, voor mij hoeft het niet meer.' DE GROOTE: 'Toen heb ik weinig gespeeld. Raymond was meer voor de gevestigde waarden, de jongeren kregen bij hem weinig kansen. Ik wou dan ook weg. Dat was gemakkelijk want Goethals had er niets op tegen dat ik vertrok, die had mij niet meer nodig. Er was interesse van twee ploegen, Lierse en Club Liégeois. Bij Lierse bleef men maar rond de pot draaien. Ik was dat gezever beu en heb dan maar voor Liège getekend. Ik ben wel verkocht, niet uitgeleend zoals velen dachten. Liège heeft voor mij 62.500 euro betaald in 1977.' DE GROOTE: 'FC Liège, dat was een zootje. Als je Anderlecht hebt meegemaakt, waar er toen al professioneel werd gewerkt, dan schrok je wel een beetje als je geconfronteerd werd met de Luikse mentaliteit. Het begon al na onze eerste oefenwedstrijd in Metz. De bus stopte op de terugreis om het uur, dan was er telkens een rookpauze van tien minuten. Bijna iedereen pafte. Cajou (bijnaam van Casimir Jurkiewicz, nvdr), een van onze betere spelers, was een kettingroker. Ik heb hem nooit zonder sigaret in zijn mond gezien, ook niet tijdens de rust van een match. De grote baas was Jules Georges, die man kende absoluut niets van voetbal. Hij vond bijvoorbeeld dat doelmannen ook goals moesten maken! Yves Baré was onze trainer, maar die werd opgevolgd door Victor Wegria. Die was volkomen gek: hij liet ons oefeningen doen die misschien pasten bij het rugby, maar die absoluut niets te maken hadden met voetbal! 'In de kern van het eerste elftal waren er maar vijf of zes profs. De rest van de spelers werkte nog, die trainden alleen om vier uur 's middags. Wij moesten ook om tien 's morgens aan de bak. Je moet niet denken dat er 's middags eten werd voorzien. Wij moesten onszelf behelpen. Gewoonlijk gingen we naar de Carrefour snel iets halen. Op en af naar Luik, dat was ook dodelijk, ik reed 90.000 kilometer per jaar. Ondanks het feit dat ik een sterk seizoen speelde - we eindigden in de middenmoot - wilde ik zo vlug mogelijk daar weg. Georges Heylens, die KV Kortrijk trainde, wilde mij absoluut hebben en nam contact op met monsieur Paul, de man die de transfers regelde bij de Luikenaars. Hij had mij beloofd om hetzelfde bedrag te vragen dat ze aan Anderlecht hadden betaald, maar hij vroeg het dubbele, 125.000 euro. Dat wilde Kortrijk niet betalen. 'Het kwam erop neer dat ze mij niet wilden laten gaan, ik moest nog een tweede jaar blijven. Het is nog redelijk goed gegaan dat seizoen. Dan heb ik geluk gehad. FC Liège wilde absoluut Matty van Toorn, die in Anderlecht bij de invallers speelde. Constant Vanden Stock himself wilde mij graag terug en ruilde mij met Van Toorn. Zo kon ik terugkomen naar Anderlecht toen ik 24 jaar was.' DE GROOTE: 'Toen ik terugkeerde naar Anderlecht, was Urbain Braems er trainer. Ze hadden Tony Rombouts van Winterslag gekocht als linksachter. Zijn rendement was blijkbaar niet wat ze verwacht hadden, want ik nam zijn plaats in. Het was het begin van een lange, tweede carrière bij paars-wit.' DE GROOTE: 'Tomislav Ivic, dat was de top. Hij leerde ons met pressing op de bal te spelen. Niemand wist toen wat dat was. De eerste match van de competitie was op THOR Waterschei. Die mannen wisten niet meer waar ze stonden. Na twintig minuten was het 0-4, het was vrij indrukwekkend wat we deden. 'Voor het seizoen probeerde Ivic enkele systemen uit. Na het toernooi van Brussel besliste hij om voortaan pressing te spelen. Ik moet wel zeggen dat er keihard werd getraind, want als je conditioneel niet in orde was dan kon je die speelwijze geen negentig minuten volhouden. Iedere dag opnieuw dezelfde tactische oefeningen, zo werden er automatismen gekweekt. Het hing na een tijdje de spelers hun kloten uit! We hadden een goede ploeg met enkele intelligente spelers zoals Juan Lozano, Arie Haan, Ludo Coeck, Frankie Vercauteren en Morten Olsen. Dat is wat anders dan wat er nu op Anderlecht rondloopt! Ivic heeft volgens mij maar één foutje gemaakt op tactisch gebied. Tegen Aston Villa, in de halve finale van de Europacup, stelde hij mij op als rechtsachter. Dat is faliekant afgelopen. Coeck heeft in die match meer linksback gespeeld dan wat anders, en onze gevaarlijke linkerflank lag lam. 'Maar afgezien daarvan heb ik drie fantastische jaren gehad met Ivic. Zijn eerste seizoen werden we kampioen met tien punten voorsprong. Ivic was bezeten van voetbal en hij verwachtte dat ook van zijn spelers. Hij liet je nooit met rust. Hij liep constant met zijn papiertjes en zijn blauwe en rode balpen rond. Als hij je tegenkwam, begon hij tactische plannen uit te tekenen. In de kleedkamer, in de bus, wanneer je aan het eten was, overal klampte hij je aan, je stond permanent onder druk. Sommige spelers liepen een blokje om als ze hem zagen afkomen. De resultaten werden ook minder. Er was meer en meer kritiek op hem, er was gemor in de groep. Toen maakte hij een fatale fout. Op nieuwjaarsdag moesten we voor de beker van België naar Waterschei. Wij moesten van hem op afzondering in Genval met oudejaarsavond, dat is bij velen in het verkeerde keelgat geschoten. Michel Verschueren heeft nog geprobeerd hem te overtuigen het niet te doen, maar tevergeefs. We verloren die match met 3-0. Een tijdje later werd hij ontslagen. Verschueren huilde toen hij het vertrek van Ivic kwam meedelen aan de spelersgroep.' DE GROOTE: 'Ja, dat was een verrassing. Polle trainde de UEFA-junioren van Anderlecht. Ik moet eerlijk zijn: hij heeft wel geprofiteerd van het werk van Ivic. Bij zijn eerste tactische bespreking had hij zo veel pijlen op het bord getekend dat niemand nog wist waarover het ging. Dat was niet erg: als er iets niet klopte, dan corrigeerden wij dat zelf wel op het veld. Van Himst moest er alleen voor zorgen dat de sfeer goed was in de ploeg. De meeste spelers waren opgelucht dat ze van de druk van Ivic verlost waren en Polle zorgde ervoor dat er weer vrij gevoetbald kon worden. We wonnen in 1983 toch de UEFA Cup met hem in Lissabon.' DE GROOTE: 'Dirk De Vriese heeft een tv van de vierde verdieping naar beneden geflikkerd en daarna met enkele kompanen de kamer gesloopt. Dat herinner ik me nog, maar voor de rest weet ik er niks van. Er werd minder gelachen toen hen later de rekening werd gepresenteerd.' (lacht) DE GROOTE: 'Inderdaad, voor Aad de Mos was ik overbodig. Hij had zelf zijn spelers meegebracht van KV Mechelen, de gebroeders Versavel, Emmers, Albert... Dan ben ik naar AA Gent gegaan, in 1989, op 34-jarige leeftijd. 'Gent was net naar eerste klasse gepromoveerd. René Vandereycken had de ploeg overgenomen en die vroeg mij of ik naar de Buffalo's wilde komen. Ik kon in Gent hetzelfde verdienen als bij Anderlecht. Daar heb ik mij het best gevoeld in heel mijn carrière, het was een vriendenclub. Na de training speelden we nog een uurtje met de kaarten, we gingen met een tiental spelers verkleed naar het carnaval van mijn geboortestad Halle, om nog maar te zwijgen van de Gentse Feesten. Het eerste jaar zijn we met onder meer Danny Veyt en Eric Viscaal zesde geworden. 'Het jaar daarna is Erwin Vandenbergh van Lille naar Gent gekomen en die kwam niet om uit te bollen, want hij is dat seizoen opnieuw topschutter geworden. We werden derde en haalden de kwartfinales van de UEFA Cup. Daar zijn we gesneuveld tegen Ajax. Thuis speelden we 0-0 gelijk, maar we verloren met 3-0 in Amsterdam. Vandereycken bracht het professionalisme binnen bij Gent.' DE GROOTE: 'Een speciale man, een raar karakter. Hij was een uitdager, hij lachte graag met iemand, maar hij kon er absoluut niet tegen dat men met hem lachte. Ik heb een hoge dunk van René als trainer, minder als mens. Je moest hem een beetje kennen... Het is wel een intelligente gast. Wat hij zegt, is dikwijls juist. Gent heeft hem in de mate van het mogelijke gevolgd. In mijn periode waren al zijn transfers goed, wij hadden een zeer sterke ploeg.' DE GROOTE: 'Arie Haan was geen correcte mens. Toen hij trainer was bij Anderlecht, heeft Constant Vanden Stock hem eens verplicht om mij op te stellen op Beveren. Toen we nog allebei voetbalden, had ik hem op training eens uitgemaakt voor vuile kees en nog ander fraais, nadat hij mij zwaar had getackeld. Hij was dat schijnbaar niet vergeten, want later als trainer heeft hij niet anders gedaan dan mij gekloot! Haan is een schijnheiligaard. Als voetballer deed hij niets anders dan op stap gaan. Als trainer ging hij overal controleren om iemand te kunnen pakken na de match. Ik zat dan ook in de clan van Rensenbrink, want Robbie vond hem ook een arrogant ventje.' DE GROOTE: 'Robbie heeft ons twee Europabekers laten winnen tegen West Ham en Austria Wien, Juan deed hetzelfde tegen Benfica. Het waren alle twee kanjers, maar ik heb toch een lichte voorkeur voor Rensenbrink. Links in de spits spelen is volgens mij toch iets moeilijker dan een vrije rol te hebben op het middenveld. Maar het verschil was minimaal, niet met het blote oog waar te nemen.' (lacht) DE GROOTE: 'Ja, maar Lozano had de Spaanse nationaliteit en was schijnbaar niet zo enthousiast om Belg te worden. Om hem over de streep te halen kocht Denil hem dan maar een Porsche 928. Lozano zei eens al lachend tegen een journalist: 'Met dat Porscheke van Georgeke ben ik altijd op tijd.' De aanvraag tot naturalisatie werd later geweigerd. Of Juan de Porsche heeft teruggegeven aan Denil, durf ik te betwijfelen.' (lacht) DE GROOTE: 'Dat is juist, maar ik blijf mijn twijfels hebben over die wedstrijd. In de thuismatch hadden we Real Madrid van de mat geveegd met 3-0. Juan zat toen op de bank bij Real. In Madrid was hij wel van de partij en was hij de beste man op het veld. Daar zijn rare dingen gebeurd, daar blijf ik bij. Wij zijn daar afgeslacht, we liepen daar als lammetjes over het plein. We hebben daar bijna geen fout gemaakt in negentig minuten. Het was precies of we het plezant vonden dat we een doelpunt binnenkregen. Volgens mij waren sommige spelers verdoofd. Het werd 6-1. Later is Juan Lozano teruggekomen naar Anderlecht en die bevestigde dat het tot de mogelijkheden behoorde dat er iets was gebeurd in ons hotel, het zou niet de eerste keer geweest zijn. Tijdens het vieruurtje werden er enkele kannen koffie op tafel gezet. In sommige zou een kalmeringsmiddel gezeten hebben. Vanaf toen is Anderlecht nooit meer zonder zijn eigen kok naar het buitenland vertrokken. In jouw tijd, Gille, was dat niet nodig geweest, want dan dronken de spelers geen koffie.' (lacht) DOOR GILLE VAN BINST - FOTO'S BELGAIMAGE'Michel Verschueren huilde toen hij het vertrek van Ivic kwam meedelen aan de spelersgroep.' - MICHEL DE GROOTE 'Volgens Lozano kon het best dat ze in Madrid een kalmeringsmiddel in onze koffie hadden gedaan.' - MICHEL DE GROOTE