In café Granata hangen twee grote flatscreens, één aan elke zijde van de toog, en het is die avond een ijshockeywedstrijd die de aanwezigen in luidruchtige vervoering brengt. Dat is iets waar de om de hoek gelegen plaatselijke voetbalclub AC Bellinzona al lang niet meer in slaagt, vernemen we, omdat die is weggezakt in de lagere afdelingen. Danijel Milicevic speelde in de jaren negentig bij de jeugd van de Associazione Calcio uit de hoofdstad van Ticino, het grotendeels Italiaanstalige Zwitserse kanton aan de zuidkant van de Alpen. Hij kwam toen van het nabije Biasca. Zijn ouders, Bosnische Serviërs uit de buurt van Tusla, gingen zich daar in de jaren zeventig om economische redenen vestigen. Vader Milicevic, een fan van Zeljeznicar Sarajevo, stichtte in 1980 in Iragna mee FK Drina, een amateurvoetbalploeg voor de Servische gemeenschap in Zuid-Zwitserland. Hij was van opleiding automecanicien en nam in Osogna een garage met tankstation over. Daar hangen nu shirts en kranten- en magazineknipsels van zijn intussen bekende zoon uit. In het tuintje staat nog altijd de houten goal die hij destijds voor hem maakte. Het was de tijd dat ze vaak samen gingen kijken naar AC Milan. Onder meer naar de halve finale van de Champions League tegen PSG in 1995, toen hun idool Dejan Savicevic met twee doelpunten het verschil maakte. Twintig jaar later blinkt Danijel Milicevic zelf uit op dat niveau. Maar de weg naar de top was ellenlang, getuigde iedereen die we in Bellinzona ontmoetten: zijn vader Vladó, zijn moeder Dragica, zijn boezemvrienden Branko, Zdravko en Bojan, zijn nicht Daniela en zijn ex-jeugdtrainer Martino - zijn zus July was er niet, zij studeerde voor modeontwerpster in Firenze en werkt en woont in Toscane.
...

In café Granata hangen twee grote flatscreens, één aan elke zijde van de toog, en het is die avond een ijshockeywedstrijd die de aanwezigen in luidruchtige vervoering brengt. Dat is iets waar de om de hoek gelegen plaatselijke voetbalclub AC Bellinzona al lang niet meer in slaagt, vernemen we, omdat die is weggezakt in de lagere afdelingen. Danijel Milicevic speelde in de jaren negentig bij de jeugd van de Associazione Calcio uit de hoofdstad van Ticino, het grotendeels Italiaanstalige Zwitserse kanton aan de zuidkant van de Alpen. Hij kwam toen van het nabije Biasca. Zijn ouders, Bosnische Serviërs uit de buurt van Tusla, gingen zich daar in de jaren zeventig om economische redenen vestigen. Vader Milicevic, een fan van Zeljeznicar Sarajevo, stichtte in 1980 in Iragna mee FK Drina, een amateurvoetbalploeg voor de Servische gemeenschap in Zuid-Zwitserland. Hij was van opleiding automecanicien en nam in Osogna een garage met tankstation over. Daar hangen nu shirts en kranten- en magazineknipsels van zijn intussen bekende zoon uit. In het tuintje staat nog altijd de houten goal die hij destijds voor hem maakte. Het was de tijd dat ze vaak samen gingen kijken naar AC Milan. Onder meer naar de halve finale van de Champions League tegen PSG in 1995, toen hun idool Dejan Savicevic met twee doelpunten het verschil maakte. Twintig jaar later blinkt Danijel Milicevic zelf uit op dat niveau. Maar de weg naar de top was ellenlang, getuigde iedereen die we in Bellinzona ontmoetten: zijn vader Vladó, zijn moeder Dragica, zijn boezemvrienden Branko, Zdravko en Bojan, zijn nicht Daniela en zijn ex-jeugdtrainer Martino - zijn zus July was er niet, zij studeerde voor modeontwerpster in Firenze en werkt en woont in Toscane. VLADÓ: 'Als AC Milan verloor, dan weende hij. Voetbal was eigenlijk het enige dat hem echt interesseerde. Speelgoed moest hij niet. Maar hij wilde wel altijd de nieuwste voetbalschoenen. En als die hier niet verkrijgbaar waren, reed zijn moeder met hem naar Milaan om ze daar te kopen. Dat is uiteindelijk maar een kilometer of tachtig ver.' DRAGICA: 'Danijel zat vol energie en kon niet stilzitten. En het liefste wat hij deed, was naar doel trappen. Hij probeerde zelfs ballen vanop het platform van de benzinepompen binnen te draaien.' VLADÓ: 'Zo trapte hij ook ooit eens een raam van een zogoed als nieuwe Audi 80 kapot. En dat was niet de enige keer dat er hier een ruit sneuvelde door een balcontact.' DRAGICA: 'Maar net als zijn zus was Danijel een kind zoals elke ouder er één wil. Alleen aan tafel was hij een beetje moeilijk.' VLADÓ: 'Hij sloop de shop van ons tankstation binnen, nam de snoep die hij wou en kon dan niet meer opeten wat zijn moeder voor hem bereidde.' DANIELA: 'Danijel is altijd mager geweest. The Skinny One. Hij is een maand ouder, maar ik was altijd groter. We noemden hem 'Mini'. Mijn zus brak tijdens het voetballen ooit per ongeluk zijn been, toen hij nog maar anderhalf jaar oud was, maar hij bleef voetballen... in het gips. In mijn verste herinneringen zie ik Danijel altijd met een bal. En van klein af gingen we met heel de familie naar zijn wedstrijden kijken.' VLADÓ: 'Zijn handicap was dat hij klein was.' DRAGICA: 'Hij was iemand die je moest behandelen als een kleine teddybeer.' DANIELA: 'The Loved One. Hij is ook de enige jongen in de familie en in de Servische cultuur betekent dat: diegene die de naam van de familie voortzet. Sowieso komt bij ons de familie op de eerste plaats. Er is tussen ons een heel sterke band. Danijel is als een broer voor mij. In Biasca woonden we in dezelfde building en zaten we in dezelfde kleuterklas.' DRAGICA: 'Op school was Danijel een artiest: hij hield van schilderen.' VLADÓ: 'Hij hielp ooit eens mee in de garage een wagen 'schilderen' toen ik op een toernooi mijn been had gebroken, maar dat is de eerste en de laatste keer geweest dat ik hem in de garage om hulp vroeg.' (lacht) DANIELA: 'Nochtans houdt hij van wagens. Zijn eerste was een opvallende blauwe Peugeot. Je zag meteen: daar is Danijel. Nu rijdt hij met een Maserati, daarvoor was het een Porsche. Maar in de garage werken, dat doet hij niet graag.' (lacht) DRAGICA: 'Danijel koos voor voetbal en miste nooit een training.' MARTINO: 'Hij was twaalf of dertien toen ik hier zijn trainer werd. Aan de bal was hij zoals Messi, op zijn niveau natuurlijk. De eerste wedstrijd scoorde hij vier keer. Bijna elke week maakte hij twee of drie goals. Ik herinner er mij één van halverwege het veld. Veel moest je hem niet zeggen. Zijn positie, 10, dat volstond. Mijn broer trainde een leeftijdscategorie hoger en er is toen snel beslist om Danijel door te schuiven. Een jaar later is hij naar Lugano vertrokken.' Wanneer Danijel vijftien is, gaat hij in Tenero naar school - op het domein van het nationale jeugdsportcentrum, waar de Duitse nationale ploeg kwam oefenen ter voorbereiding van het WK 2014. Zijn boezemvriend Branko, Zwitsers openluchtzwemkampioen, gaat met hem mee. BRANKO: 'Dat waren heel intense jaren.' DRAGICA: 'Danijel stond om zes uur op en was maar om halftien thuis.' BRANKO: ''s Ochtends eerst van Osogna naar Bellinzona, dan met de trein naar Tenero en daar van het station te voet naar school. Na school weer de trein op naar Bellinzona en van daar naar Lugano om te gaan trainen. Danijel was 120 kilometer onderweg. Maar we wisten waarom we het deden. Ik trainde zelfs twéé keer per dag, zeven dagen op zeven. Danijel lachte weleens: 'Waarom speel je geen voetbal, dan hoef je niet zo hard te trainen.' Dan repliceerde ik: 'Jij voetbalt voor het geld.' En dan zei hij: 'Jij zal nooit geld verdienen met zwemmen.' Dat was ook zo. Terwijl hij door het voetbal zakgeld had, moest ik betalen om het zwembad te gebruiken en aan competities deel te nemen. En toen ik in de voorbereiding op de Olympische Spelen in Beijing in de VS ernstig geblesseerd geraakte aan de schouder moest ik stoppen en gaan werken om aan de kost te komen. Ik moet wel zeggen: Danijel wilde echt slagen in het voetbal, geloofde erin en deed alles om zijn droom realiteit te laten worden. Maar er was ook een plan B. Zo werkte hij na het middelbaar onderwijs een jaar op kantoor.' VLADÓ: 'Op zijn zeventiende won hij met Lugano in San Remo een toernooi en kon hij naar Genua, maar ik zei: 'Neen, eerst de school afwerken, dan kan je gaan waar je wilt.' Het is beter stap per stap te evolueren en een diploma te halen om te kunnen werken.' Bij FC Lugano raakt Danijel in het eerste elftal, in de tweede klasse, maar zijn eerste echte profcontract krijgt hij bij zijn overgang naar de toenmalige eersteklasser Yverdon-Sport FC. Het is een tijd waarin zijn boezemvrienden Branko, Bojan en Zdravko heel belangrijk zijn. BOJAN: 'Danijel noemt ons sindsdien 'the Fantastic Four'. Hij maakte zelfs T-shirts en koffiekoppen met onze afbeeldingen op. Het is ook ons gemeenschappelijk gevoel voor humor dat ons bindt. Toen we destijds samen uitgingen, waren Danijel en Branko elitesporters en Zdravko en ik niet. Ik weet nog dat Danijel in een discotheek ooit zei dat ik een hockeyspeler van Zürich was om mij bij een meisje te introduceren, maar dat werkte helaas niet. Ze zei: 'Dat is onmogelijk, want ik weet alles over ijshockey.' (lacht) We maakten heel veel lol samen. Maar toen Danijel naar Yverdon verhuisde, op 340 kilometer van hier, vergde dat een grote aanpassing en maakte hij een zware periode door. Hij is een gevoelig iemand en het was voor hem in het begin heel moeilijk om in een nieuwe club en een nieuwe stad alles te moeten opbouwen zonder de liefde en de hulp van familie en vrienden. We bezochten hem constant, zodat hij zich niet alleen zou voelen. Vooral de eerste maand, toen hij in een kleine hotelkamer verbleef, was het moeilijk om de sereniteit en de kracht te vinden om te spelen en geconcentreerd te blijven. Het beterde toen hij een flat kreeg en we bij hem konden blijven.' BRANKO: 'In het weekend waren we daar altijd allemaal en gingen we er samen uit. Na enkele maanden kenden we meer mensen in Yverdon dan in Bellinzona.' BOJAN: 'Ook zijn eerste coach in Yverdon, de intussen aan kanker overleden Roberto Morinini, is heel belangrijk geweest. Hij was van Ticino afkomstig, sprak Italiaans en was een gevoelige persoon die emoties begreep en een soort vaderfiguur was. Danijel werd onder zijn leiding belofte- international, maar de club degradeerde. Danijel wou weg, maar de voorzitter vroeg geld voor hem en uiteindelijk besliste Danijel om zijn contract te verbreken. Toen heeft hij zes maanden zonder ploeg gezeten.' BRANKO: 'Makelaars beloofden hem in die tijd van alles, zelfs dat hij in Engeland en Duitsland kon tekenen, maar ze maakten hun beloftes niet waar. Danijel is toen onder meer een week in Blackpool geweest, maar tevergeefs.' DANIELA: 'Dat was de moeilijkste periode uit zijn leven, want je bent 22 en denkt: vind ik binnen een half jaar geen club, dan is mijn carrière misschien voorbij. Maar hij wist wat hij wou en trainde op zichzelf in Osogna, midden in de bergen, alleen of met vrienden. En van zijn ex-club FC Lugano kreeg hij toen ook de kans om daar met de U21 mee te trainen.' Via de Italiaanse makelaar Alessandro Beltrami komt hij in 2008 uiteindelijk bij de Belgische tweedeklasser KAS Eupen terecht. Daar is op dat moment Antonio Imborgia, een andere Italiaanse makelaar, baas. BRANKO: 'Het was een gok. Voor heel weinig geld liet Danijel toen in Ticino alles en iedereen achter. Hij deed het omdat hij in zijn droom geloofde.' BOJAN: 'Mijat Maric, die zelf ook opgroeide in Ticino, is in Eupen een grote hulp voor hem geweest. Hij was iemand die toen al buiten de training in fitnesscentra erg aan zijn lichaam werkte en met voeding bezig was, en ik herinner mij dat hij Danijel motiveerde om dat ook te doen. Dat hielp hem om de stap naar een buitenlandse competitie te zetten, boven op zijn ervaring bij Yverdon. En wij zijn hem uiteraard ook in Eupen geregeld gaan opzoeken.' BRANKO: 'We zijn zelfs ooit eens met IvanRakitic uit geweest in een discotheek in Düsseldorf. Daar trad die avond een bekende Servische zanger op en Danijel en Rakitic, die toen bij Schalke speelde, kenden elkaar van bij de Zwitserse belofteploeg.' In België groeit Danijel via Eupen en Charleroi uit tot een sleutelspeler van AA Gent, dat vorig seizoen kampioen werd en nu in de Champions League verrassend in de achtste finales staat. VLADÓ: 'Toen Danijel tegen Zenit de winning goal maakte, zag ik in een flits de hele film van zijn carrière passeren.' BOJAN: 'Wie Danijel echt kent, zag toen in zijn ogen dat hij wist dat hij zou scoren. Hij was zeker. Danijel heeft la testa dura. La tête dure. Als hij iets wil...' DANIELA: 'Als kind en grote fan van AC Milan zei hij: op een dag zal ik zelf ook op dat niveau spelen. Dat is nu realiteit geworden. Maar vijftig procent is het werk van zijn familie. In Ticino kon hij in een rustige, gezonde en stabiele omgeving opgroeien, zichzelf zijn en focussen op wat hij wou doen. In Servië was dat in de tijd dat wij jong waren moeilijker geweest dan hier in Zwitserland. Maar via onze ouders, die in Joegoslavië opgroeiden, kregen wij ook de Servische cultuur mee: het belang van de familie, van hard werken, van onafhankelijk zijn en van je eigen gezin creëren.' BRANKO: 'Het is een voordeel geweest de twee culturen te ervaren: thuis de Servische en op school en met vrienden de Zwitserse. De Balkanmentaliteit is ook: de passie om te doen wat je wilt doen, om ook als het niet lukt te blijven geloven in wat je doet en te blijven proberen tot het wel lukt. En: net als de Italianen leven ze er voor het voetbal, voor het moment en de emotie.' DANIELA: 'Danijel houdt dan ook van Italië. Van Italiaanse muziek, van pizza, van uit te gaan en tijd door te brengen met vrienden. Maar ook van thuis te blijven, hoor, van te relaxen na een training, van een bad te nemen met muziek en kaarslicht. Hij gaat ook graag shoppen om te ontspannen en heeft een zwak voor schoenen. Danijel wil graag perfect zijn, hij is bijvoorbeeld altijd de laatste uit de badkamer. (lacht) En: hij droomt ook van een gezin en van een kind, maar hij is niet gehaast.' BRANKO: 'Hij was gedurende vier à vijf jaar bij iemand, maar sinds zijn laatste seizoen in Charleroi is hij single. Ik denk dat die relatie hem op het einde energie kostte. Nu leeft hij meer met de goeie dingen en minder met problemen. Hij geniet meer van het leven. Intussen verdient hij ook veel meer, maar hij is dezelfde gebleven.' DANIELA: 'Telkens als hij in de zomer naar hier terugkeert, organiseren we in de tuin een barbecue voor meer dan twintig mensen, eten, drinken en praten we en wordt er gevoetbald in het doel waar hij als kind zo vaak naar trapte. Familie en vrienden maken hem nog altijd gelukkig.' BRANKO: 'En hij maakt ons gelukkig. We zijn trots op hem. Toen hij tegen Zenit scoorde, moest ik... wenen zou ik niet zeggen, maar het was toch een heel speciaal gevoel. Wij zijn als broers. Zdravko moest die dag werken en is na zijn werk acht uur aan een stuk naar Gent gereden om de wedstrijd te zien en is daarna acht uur aan een stuk terug naar Bellinzona gereden om weer tijdig op zijn werk te zijn.' De finale van de Champions League is dit jaar trouwens in Milaan, in het stadion waar Danijel als kind zo vaak ging kijken en droomde om er ooit zelf te spelen. BRANKO: 'See you in Milan. Dromen is niet duur, hé.' (lacht) Salute! Ziveli! Cheers! In huize Milicevic wordt het glas Amaro Montenegro geheven, op wat is geweest en wat nog moet komen. DOOR CHRISTIAN VANDENABEELE IN ZWITSERLAND - FOTO'S GF