15 SEPTEMBER 1976 Red Boys Differdange - Lokeren (0-3)

De allereerste Europese verplaatsing ooit in de geschiedenis van de club en die werd meteen met een halfuur vertraging afgetrapt. Reden? De meegereisde Lokerenfans - de meesten per trein - raakten niet tijdig in het stadion, waarna de scheidsrechter instemde met het voorstel van de Lokerse delegatie om nog even te wachten.
...

De allereerste Europese verplaatsing ooit in de geschiedenis van de club en die werd meteen met een halfuur vertraging afgetrapt. Reden? De meegereisde Lokerenfans - de meesten per trein - raakten niet tijdig in het stadion, waarna de scheidsrechter instemde met het voorstel van de Lokerse delegatie om nog even te wachten. Het werd een simpele overwinning, met twee goals van René Verheyen en eentje van verdediger Bob Dalving. Dat die eerste doelpunten van Verheyens voet kwamen, was symbolisch. De fysiek sterke middenvelder (later ook actief bij Club Brugge) speelde van 1974 tot 1982 bij Sporting Lokeren. Voor de terugwedstrijd op Daknam daagden slechts 3500 toeschouwers op. Die partij won Lokeren met 3-1, dankzij goals van Mommens, Hansen en Lubanski. Of het toeval was dat de Waaslanders telkens drie keer scoorden? René Verheyen grijnst: "Als aanvoerder moest ik met het bestuur over de premies spreken. Omdat wij daar weinig ervaring mee hadden, stak ik mijn licht op bij collega's die al meer dergelijke onderhandelingen hadden gevoerd. De premies konden afhangen van de ronde waarin je raakte. Of van het aantal goals. Vanaf drie treffers bijvoorbeeld een paar duizend frank meer. Zodus..." (lacht) Na Differdange deed de Droomfabriek haar werk: het grote FC Barcelona van Johan Cruijff kwam uit de trommel als volgende tegenstander. Barça naar Daknam! In allerijl werd het stadion vernieuwd en werd er nog een tribune achter het doel opgetrokken. Tot een uur voor de aftrap waren sympathisanten en arbeiders in de weer met de verbouwingen. Achttienduizend toeschouwers daagden op om het totaalvoetbal van de Nederlandse trainer Rinus Michels te aanschouwen. Liefst 120 journalisten, uit alle uithoeken van Europa, vroegen een accreditatie aan en werden bijna getuige van een mirakel. De heenwedstrijd twee weken eerder was op 2-0 geëindigd, maar echt groots had Barça niet gespeeld. In een halfgevuld Camp Nou bleef de pandoering uit die Verheyen en co gevreesd hadden. Meer zelfs: Barcelona toonde respect door Johan Neeskens op te offeren als mandekker voor Lokerenspits Wlodek Lubanski. Sporting geloofde nog in een stunt voor eigen volk. "Aan de rust stonden wij 2-0 voor. (goals van Verheyen en Dalving, nvdr) Barcelona balanceerde op de rand van de uitschakeling", herinnert Verheyen zich. "Het beeld van toenmalig Barçavoorzitter AgustíMontal, die zich verslikte in zijn sigaar toen onze voorzitter Adhemar Goeters bijna op zijn schoot sprong, blijft mij voor altijd bij." Vlak na rust scoorde Barcelona de belangrijke 2-1 nadat de Schotse scheidsrechter Ian Foote een overtreding op Maurits De Schrijver onbestraft liet en Cruijff daarvan profiteerde. Hoewel hij verbaal heel aanwezig was ("Hij zweeg geen seconde", aldus Verheyen) maakte het orakel geen onuitwisbare indruk, aan banden gelegd door Roland Ingels. Gevraagd of hij niet bang was van zo'n gereputeerde opponent, antwoordde de verdediger: "Ik ben klein, ik heb dus het voordeel dat ik niet in de ogen van die mannen kan kijken." Voor de spelers van Lokeren een meer dan geslaagde eerste kennismaking met het Europees voetbal, maar het bestuur had er meer van verwacht. Met name de koele ontvangst in Barcelona - niet eens een diner - viel zwaar tegen. Als compensatie gaf het Lokerenbestuur een uitgebreid banket voor tachtig personen in het Park Hotel. "De gierige Catalanen keken vreemd op", was de conclusie van bestuurslid Fiel Laureys in zijn overzichtsboek Jongens, hier is de bal. Vier jaar later begon het Europese avontuur pas echt. Met de komst van Preben Larsen, Grzegorz Lato, Wlodek Lubanski en ArnorGudjohnsen, gehaald dankzij de contacten en de centen van voorzitter/mecenas Etienne Rogiers, behoorde de Wase club plots bij de Belgische top. In de eerste ronde van de UEFA Cup van 1980/81 wachtte Dinamo Moskou. De heenmatch eindigde op 1-1. De terugwedstrijd in Moskou werd een thriller. In de 85e minuut stond het nog 0-0 en was Lokeren virtueel uitgeschakeld. Doelman Bob Hoogenboom stormde mee naar voren en nam plaats in het muurtje dat de Russen opstelden om een vrije trap van Verheyen onschadelijk te maken. Die schoot richting winkelhaak, Hoogenboom dook net op tijd weg waardoor de bal in doel verdween en Lokeren plots in de tweede ronde zat. In Moskou ging begin oktober de thermometer al richting vriespunt. Communicatie met het thuisfront was ook niet vanzelfsprekend. Voor de meegereisde journalisten een probleem. In ruil voor warme kousen konden ze plaatselijke medewerkers toch overtuigen om een telefoonverbinding met België te maken. Omdat het vluchtschema niet helemaal klopte, bleef de ploeg drie dagen ter plaatse. Ruim de tijd voor de spelers en hun vrouwen om het Kremlin te bezoeken. Dat de echtgenotes doorgaans meereisden, betekende ook dat de nachtelijke escapades beperkt bleven. Na de onverwachte kwalificatie werd de hotelbar het decor voor de festiviteiten. Wat het bestuur gedurende die drie dagen uitstak, was voor de spelers een raadsel. Al kregen ze een glimp van die 'activiteiten' toen clubmanager Aloïs Derycker in de vroege uurtjes de hotellobby binnen sukkelde. Derycker, een flamboyante Antwerpenaar én bourgondiër, kon dan cynisch of provocerend uit de hoek komen tegen een speler: "Hopelijk ben je volgende week beter in vorm. Want vandaag was je zeer matig. Je hebt toch meegespeeld, hé? Of vergis ik mij nu?" 's Anderendaags waren zulke discussies al vergeten. De terugvlucht vanuit Moskou verliep in een opperbeste sfeer. Allemaal rijkelijk gedocumenteerd door Jef De Wilde, een fervente supporter die overal met de club meereisde. Hij had in Lokeren een elektronicazaak en verkocht videocamera's waardoor hij prompt tot gelegenheidsjournalist gebombardeerd werd. De Wilde maakte opnames van de wedstrijden en nam op het vliegtuig interviews met spelers en bestuursleden af. "Op zijn geheel eigen, volkse wijze", grijnst Verheyen. "Stel u er vooral geen Jan Wauters bij voor." "Het stadion van Sociedad ademde voetbal", herinnert René Verheyen zich, bijgetreden door verdedigende middenvelder Eddy Snelders. "Afgeladen vol, supporters die bijna letterlijk in je nek hijgden. En dan die typische Baskische kledij, met van die kunstenaarspetjes. Indrukwekkend." Ook het voetbal was intimiderend, met liefst negen gele kaarten. Toch beleefde Lokeren een droomstart in het aftandse Atochastadion (28.000 toeschouwers). Woelwater Preben Larsen werd de held met twee goals na 49 minuten. Snelders: "Het was tijd dat hij nog eens in actie schoot, want dat was typisch Larsen: die kon soms weken verdwijnen. En als hij slecht was, was hij écht slecht. Om dan plots te ontploffen, net wanneer de trainer hem op de bank wilde zetten. In matchen zoals tegen Sociedad was hij van goudwaarde. Je gaf Larsen de bal aan de middenlijn en hij wroette zich dan voorbij de verdediging. Preben besliste die match haast in zijn eentje." De wedstrijd die zo goed begon, liep wel bijna in mineur af. Omdat trainer Urbain Haesaert dacht dat hij zijn schaapjes op het droge had, bracht hij na de rust Lubanski in. Maar nog voor die een bal geraakt had, stond het 1-2, enkele minuten later zelfs 2-2. Haesaert panikeerde en haalde Lubanski vlak voor tijd weer naar de kant voor de veel jongere en conditioneel sterkere Gudjohnsen. Het bleef 2-2, waardoor Lokeren na de 1-0 thuis een plaatsje veroverde in de kwartfinales van de UEFA Cup. Toch stond vlak na de wedstrijd een briesende voorzitter Etienne Rogiers in de kleedkamer. Dat Haesaert een clubmonument als Lubanski na amper achttien minuten weer naar de kant gehaald had, dat kon er bij de voorzitter niet in. Haesaert kreeg voor de ogen van spelers en journalisten een bolwassing. Het begin van het einde voor de coach, die na dat seizoen vervangen zou worden door Robert Waseige. "Lubanski heeft zich in die affaire afzijdig gehouden. Met eender welke speler kon zo'n situatie escaleren, niet bij Wlodek. Een gentleman, altijd geweest", vertelt Snelders. In de kwartfinales raakten de Lokerenaars niet voorbij het AZ '67 van Metgod, Kist, Nygaard en coach George Kessler. "We toonden te veel respect en lieten daar een kans liggen", vindt Snelders. "Want de ambitie van Rogiers was wel degelijk om de Europabeker te winnen." Toch werd het seizoen 1980/81 er eentje voor de annalen, met ook een bekerfinale (verloren tegen Standard) en een tweede plaats in het kampioenschap. Tot vandaag heet dat team de beste ploeg die Lokeren ooit had. Verheyen nuanceert: "Wij hadden schitterende spelers en brachten altijd attractief voetbal, maar we wonnen geen prijs. Terwijl de huidige ploeg wél al twee bekers won. Kan je dan spreken van de beste generatie?" Het seizoen 1981/82 begon met een nieuwe coach: Waseige verving Haesaert. Ook onder de Waal kon Lokeren in Europa opnieuw van zich doen spreken. Achtereenvolgens Nantes (4-2 en 1-1) en Aris Saloniki (4-0 en 1-1) werden uitgeschakeld. "Nantes zal mij altijd bijblijven wegens het koffie-incident", lacht Snelders. "We kwamen thuis snel 4-0 voor en ik zag vanop het veld dat er op de bank koffie aangerukt werd. Mét een druppelke erbij, om de kwalificatie al te vieren. Maar dan kwamen die Fransen plots opzetten en werd het nog 4-2. Achteraf was er een hele hetze rond die 'koffie', want natuurlijk had iedereen dat gezien." Ook de trip naar Thessaloniki zal Snelders zich altijd herinneren. "Aris had een zwakke ploeg, we reisden dus relaxed af naar Griekenland. Er was tijd voor een uitstapje met de vrouwen, onder meer naar een kerkje. Maar daar werden we met onze klikken en klakken buiten gegooid. Sonja, de echtgenote van Ronald Somers, had volgens de lokale bevolking een veel te diep decolleté..." De Europese verplaatsingen werden ook duchtig aangegrepen om in de taxfreeshops van de luchthavens sloffen sigaretten in te slaan. Snelders: "Verheyen, Hoogenboom en Larsen rookten, maar dat woog niet op hun prestaties. Verheyen liep er ons zelfs allemaal af." Soms werd er voor de match of tijdens de rust zelfs in het toilet gerookt. Een trucje om de geur te verdrijven was wc-papier in brand steken, zo dachten sommigen althans. In de achtste finales wachtte Kaiserslautern. Dat bleek al snel een maatje te groot, stelde Verheyen vast. "Echte Kampfgeist. Dat lag ons niet. Wij waren misschien een iets te technische ploeg. Ook in de Belgische competitie hadden wij het altijd moeilijk tegen karakterteams als Winterslag of Beringen." De aanvoerder van Lokeren houdt zelf ook geen goede herinneringen over aan de wedstrijden tegen Kaiserslautern. "Vooral niet aan de uitmatch: volledig weggespeeld! Ik kreeg bovendien de Duitse international Hans-Peter Briegel op mij geplakt. Een hele eer, maar geen bal geraakt... Kaiserslautern was de beste tegenstander die ik met Lokeren Europees ooit trof." De campagne 1982/83 bracht Lokeren naar Polen en Portugal. Eerst werd Stal Mielec uitgeschakeld dankzij een zoutloze 0-0 thuis en een 1-1 op verplaatsing. In de tweede ronde mocht Lokeren het veld in tegen het machtige Benfica, getraind door de toen pas 34-jarige Sven-Göran Eriksson en met toppers als Nene en Alves. Ondanks de royale ontvangst van Benficavoorzitter Martins keerde de Lokerse delegatie met ruzie terug naar België. Voorzitter Rogiers had voor zijn spelers een bonus voorzien in geval van kwalificatie, maar wilde dat geheimhouden tot vlak voor de terugwedstrijd. Manager Derycker lekte toch aan de spelersgroep en deed alsof het zijn voorstel was. Gevolg: manager en voorzitter vochten een oorlogje uit in de pers. Derycker dreigde met ontslag, waarop Rogiers reageerde dat die zich vooral niet moest inhouden. Na een 2-0-nederlaag uit de heenwedstrijd wist Waseige wat zijn ploeg te doen stond: aanvallen! Voor vijftienduizend fans zorgde René van der Gijp op Daknam al snel voor de 1-0, een stunt leek in de maak. Maar met twee goals ontnam Zoran Filipovic, ex-Club Brugge, de Lokerse aanhang alle hoop. Het Europese avontuur eindigde in de tweede ronde. Meteen ook het einde van een gouden generatie. Na de magere jaren negentig (met onder meer een degradatie in 1993) herpakte Lokeren zich begin jaren 2000. Onder Paul Put dwongen de Waaslanders opnieuw Europees voetbal af. Steunend op IJslandse (Gretarsson, Kristinsson, Vidarsson), Afrikaanse (Coulibaly, Doba, Muzinga...) en Belgische inbreng, waaronder flink wat eigen jeugd. Davy De Beule, Michael Van Hoey, Karim El Bodmossi en de nog piepjonge Killian Overmeire konden Europese ervaring opdoen in de Intertoto. Die bracht de Lokerenaars onder meer naar Tbilisi, Toftir, Newcastle, Metz en Akranes. Na een derde plaats in het seizoen 2003/04 kwam de beloning met een klepper in de eerste ronde van de UEFA Cup: Manchester City, met ronkende namen als David Seaman, Steve McManaman, Robbie Fowler en Nicolas Anelka. "De Afrikanen in onze ploeg waren volledig in de ban van Anelka, zijn truitje was al lang voor de wedstrijd gereserveerd. Ikzelf ben met dat van AntoineSibierski teruggekeerd", vertelt Davy De Beule. "Ginder werd het 3-2, nadat we aan de rust nog 1-2 voorstonden met goals van Zoundi en Kristinsson. Na de rust scoorden Fowler en Anelka, op penalty, echter nog tegen. Dat was al in het nieuwe stadion van Man City, er zat ongeveer dertigduizend man. Voor de terugwedstrijd op Daknam werd een tribune bijgezet achter de goal. De partij eindigde op 0-1, weer een strafschop van Anelka." Twee weken later werd Paul Put ontslagen bij de toenmalige hekkensluiter in de Belgische eerste klasse, en vervangen door Franky Van der Elst. DOOR MATTHIAS STOCKMANS"Kaiserslautern plakte Duits international Hans-Peter Briegel op mij. Een hele eer, maar ik raakte geen bal." René Verheyen "In Thessaloniki werden we met onze klikken en klakken een kerkje buiten gegooid." Eddy Snelders