Die maandagochtend, de zestiende juni, gonst het Constant Vanden Stockstadion van de bedrijvigheid. Herman Van Holsbeeck vat zijn eerste werkdag aan bij Anderlecht en dat gegeven laat de media vanzelfsprekend niet onverschillig. Massaal tekent de pers present. "De nieuwe manager is onze voorlaatste transfer die deze week binnenkomt", zegt Roger Vanden Stock vanachter zijn voorzittersbureau. "Met de komst van een derde doelman, toegevoegd aan de komst van Pär Zetterberg en Christian Wilhelmsson, geloof ik dat we zowel sportief als extrasportief gewapend zijn om op koers te blijven."
...

Die maandagochtend, de zestiende juni, gonst het Constant Vanden Stockstadion van de bedrijvigheid. Herman Van Holsbeeck vat zijn eerste werkdag aan bij Anderlecht en dat gegeven laat de media vanzelfsprekend niet onverschillig. Massaal tekent de pers present. "De nieuwe manager is onze voorlaatste transfer die deze week binnenkomt", zegt Roger Vanden Stock vanachter zijn voorzittersbureau. "Met de komst van een derde doelman, toegevoegd aan de komst van Pär Zetterberg en Christian Wilhelmsson, geloof ik dat we zowel sportief als extrasportief gewapend zijn om op koers te blijven." Roger Vanden Stock : De ploeg heeft onmiskenbaar een seizoen met twee snelheden achter de rug. De eerste periode werd gekenmerkt door vele experimenten, zowel op het niveau van het tactisch systeem als op dat van de spelers die werden opgesteld. Na de winterstop draaide de machine gesmeerd. In onze laatste wedstrijd, in Beveren, liepen we nog op een counter. Maar uit de tien matchen daarvoor haalden we het maximum van de punten. Het is waar dat we sinds ik zeven jaar geleden voorzitter werd, geregeld op achtervolgen waren aangewezen. Een nieuwe spelerskern, een verandering van trainer, dat laat zich altijd het meest gevoelen tijdens het begin van het seizoen. Soms kunnen de spelers nadien het geweer nog van schouder veranderen. Dat is bijvoorbeeld gebeurd in het seizoen 2000/2001 toen Anderlecht onder Aimé Anthuenis een achterstand van zes punten op Club Brugge nog kon ombuigen naar een landstitel. Alles goed en wel beschouwd hebben die vele veranderingen ons tijdens het tussenseizoen meer dan eens parten gespeeld. Ik durf te hopen dat het deze keer anders zal uitdraaien. Want voor het eerst sedert lang sloten we deze keer onze toptransfers al in april af. Dat geldt zowel voor Zetterberg als voor Wilhelmsson. Voeg daaraan toe dat Hugo Broos zijn opdracht bij ons mag verderzetten. Dat sterkt me in de overtuiging dat we er ditmaal zullen staan van bij het begin van het seizoen. Zo ver mijn geheugen strekt, heeft de club altijd spelers gekocht waarvan ze meende dat ze de ploeg iets konden bijbrengen. Maar ik geef toe dat niet alle transfers effectief een meerwaarde hebben opgeleverd. Dat Anderlecht de laatste tijd minder actief was op de transfermarkt, heeft te maken met het feit dat we ons al voordien in verschillende sectoren hebben versterkt. We hadden iets te kort op de rechterflank, maar we geloven dat we die lacune kunnen opvullen met de komst van Christian Wilhelmsson. En is het nog nodig dat ik de waarde van Pär Zetterberg onderstreep ? Het Anderlecht van vorig seizoen plus Zetterberg had het Club Brugge tot op de laatste speeldag lastig gemaakt. Mijn houding zou precies dezelfde geweest zijn. Ik blijf overtuigd dat Zetterberg ons enorme diensten kan bewijzen. Eigenlijk was het louter toeval dat we zijn transfer hebben afgerond toen Anderlecht net die moeilijke periode doorworstelde. Als het alleen van mij had afgehangen, had Zetterberg al na zes maanden, één jaar of twee jaar mogen terugkeren naar Anderlecht. Maar toen bleek Olympiakos simpelweg niet bereid om Zetterberg voor een fatsoenlijk bedrag af te staan. Je noemt nu inderdaad drie spelers van wie hun tweede verblijf bij Anderlecht niet gaf wat ervan werd verwacht. Maar er zijn andere voorbeelden. Ik denk onder meer aan Filip De Wilde en Bertrand Crasson. In het geval van Zetterberg zal de toekomst wel uitwijzen of het een goede ingeving was om hem terug te halen. Ik bewaar in ieder geval het volste vertrouwen in hem. Ik kan moeilijk uitleggen waarom, maar ik heb altijd een bijzonder zwak gehad voor Zetterberg. Elke voetballiefhebber, op welk niveau hij zich ook bevindt, heeft nu eenmaal een favoriete speler. Mijn vader, bijvoorbeeld, was helemaal weg van Robby Rensenbrink. En ik heb altijd gedweept met Zetterberg. En nóg, het is sterker dan mezelf. In mijn ogen haalt Zetterberg als voetballer en als mens een buitengewone dimensie. Ik begrijp dat er op basis van zijn leeftijd (33 jaar) en van de fysieke problemen die hij gekend heeft, vraagtekens achter zijn naam worden gezet. Maar ik steek mijn hand voor hem in het vuur. Die mensen gaan dan toch wel vlug voorbij aan de verdiensten die Vanderhaeghe op andere momenten had. Hij zal nooit in de annalen van Anderlecht worden opgetekend als de meest prestigieuze voetballer. Maar hij is beslist één van de kostbaarste spelers die we ooit hebben gehad. Net als Zetterberg wordt Yves constant gedreven door de wil om zich te overtreffen. Ik geef me er meer dan wie ook rekenschap van dat hun leeftijd niet in het voordeel van dit duo pleit. En ik zeg ook niet dat ze in alle omstandigheden onbetwistbaar hun stamplaats in het elftal zullen hebben. Maar zij hebben een steengoede mentaliteit, ze zullen altijd de eerste supporters van de ploeg zijn. Uiteraard vertolkte Zetterberg destijds een heel specifieke rol bij Anderlecht. Maar de drie jaar in Griekenland hebben een andere voetballer van hem gemaakt. Een speler met een veel breder register. Hij krijgt ook een heel nieuw nummer : 21. We wilden hem eerst nummer 7 geven, het nummer dat hij hier vroeger droeg. Dat was zijn nummer, vonden we. Maar hij heeft dat geweigerd. Met dat nummer heeft hij bij ons ook zijn eerste teleurstellingen opgelopen. En aangezien alle voetballers bijgelovig zijn ( lacht). En Yves Vanderhaeghe zal effectief te maken krijgen met een messcherpe concurrentie als gevolg van de markante doorbraak van Junior. Maar van een jongen van 21 jaar kan je moeilijk verwachten dat hij de ploeg draagt van de eerste wedstrijd van het seizoen tot de laatste. Dat heeft hij ten andere tot zijn eigen schade ondervonden. Precies als gevolg van de enorme inspanningen die hij de laatste weken van vorig seizoen geleverd heeft, liep hij een zware knieblessure op. Ik wed dat we in de komende maanden nog dikwijls de diensten van Vanderhaeghe zullen kunnen gebruiken. Zeker in de momenten waarin er nadrukkelijk fysiek gevoetbald wordt. Het is altijd moeilijk om perioden met elkaar te vergelijken. De context is drastisch veranderd. In die tijd waren het allemaal Belgische jongeren die doorbraken. Nu heb je als jonge Belgen alleen Deschacht en Mark Deman die gelanceerd raken, al maak ik me sterk dat het publiek van Anderlecht volgend seizoen ook jongens als Vincent Kompany en Maarten Martens zal ontdekken. Maar de meeste jonge spelers die doorbreken, zijn buitenlandse beloften die we op jonge leeftijd naar Anderlecht hebben gehaald. Eén zaak is zeker : we zullen nooit meer zeven jaar moeten wachten op een Belgisch talent dat doorbreekt bij Anderlecht. Want zoveel tijd is er voorbijgegaan tussen de doorbraak van Baseggio - die ontbolsterde toen ik voorzitter van Anderlecht werd - en die van Deschacht. Voor de eerste keer sinds ik voorzitter ben, heb ik het gevoel dat we ook in de diepte rijk zijn. Het is nu aan ons om die bron aan te boren. Dat moet mogelijk zijn dankzij ons opleidingscentrum, dat de komende maanden nog versterkt zal worden. Toch loert er een nieuwe bedreiging, en dat maakt ons ongerust. Vroeger kwam men vanuit het buitenland alleen spelers uit ons eerste elftal weghalen. Tegenwoordig echter lopen onze jongeren meer en meer in de belangstelling. Twee van die jongeren hebben trouwens al beslist om te vertrekken. Floribert Ngalula Mbyi, de broer van Junior, verhuist naar Manchester United. En Christophe Lepoint wil zijn geluk bij München 1860 gaan beproeven. In Engeland en Duitsland zitten ze echt naar onze jongeren te lonken. Dat is een gevaar dat we het koste wat het kost moeten afweren. Anders zijn we met onze jeugd gewoon voor anderen aan het werken. Het is mijn wens en voornemen om op dat vlak gewoon het model van Ajax Amsterdam te imiteren. En ervoor te zorgen dat de beste jonge elementen hun eerste profcontract bij Anderlecht tekenen en nergens anders. Ik hoop dat Anderlecht in die zin uitgroeit tot een referentiepunt. Als we, wat ik uiteraard hoop, kunnen doorgaan op het elan van de tweede helft van vorig seizoen, geloof ik dat we de 27ste landstitel uit de geschiedenis van de club kunnen pakken. We zijn er klaar voor. Kunnen we daar nog een deelname aan de Champions League aan vastkoppelen, dan zal ik een tevreden voorzitter zijn. Voor mezelf heb ik de ambitie om gemiddeld om de drie jaar in de Champions League te raken. Willen we dat gemiddelde halen, dan moet het dus dit of volgend jaar prijs zijn. Maar het zou mijn plezier niet vergallen mocht het twee jaar opeenvolgend gebeuren ( lacht). door Bruno Govers'Ik heb een zwak voor Zetterberg. Het is sterker dan mezelf.''Ditmaal zal Anderlecht er staan van bij het begin van het seizoen.'