Het is vrijdag 25 november en op de Luikse Place Saint-Lambert is net de jaarlijkse kerstmarkt geopend. Het is druk aan de kraampjes, een paar dagen voor de Rouches tegen Hannover winnen en Europees overwinteren. Er hangt een fijne sfeer over de stad, die los is gekomen van het etiket 'lelijkste stad van Europa' dat de Nederlandse Volkskrant vijf jaar geleden kleefde op Luik (en op Charleroi). Een beeld dat was blijven hangen uit de tijd dat het centrum van Luik één grote bouwput was. De laatste vijf jaar is Luik opgekalefaterd en straks wordt het centrum nog mooier, wanneer in het najaar van 2012 de Luikse opera heropend wordt, aan de zijkant van de Place Saint-Lambert. De toekomst lijkt Luik weer toe te lachen, niemand is zich bewust van het drama dat zich hier een paar weken nadien zal voltrekken.

Twee weken later kan Luik weer van nul herbeginnen.

Wie vandaag 'Place Saint-Lambert' intypt op internet, krijgt vooral verwijzingen naar de bloedige aanslag van vorige week, die Luik verweesd en gekwetst achterliet. Een week eerder haalden andere grimmige beelden de actualiteit, toen ruim 20.000 metaalarbeiders en sympathisanten betoogden tegen de aangekondigde sluiting van de warmelijnproductie van ArcelorMittal, waarbij in eerste instantie 581 van de overgebleven 10.000 werknemers ontslagen zullen worden.

Drie dagen voor de betoging wordt een delegatie van vakbondslieden op Sclessin voor Standard-Gent onthaald op een warm applaus. "De toekomst van de staalindustrie bepalen wij niet", zei Standarddirecteur Pierre François. "Wat wij wel bepalen, is de graad van solidariteit. We kunnen als club niet blind zijn voor de wereld waarin we leven."

Cockerill

De wereld waarin Standard de meeste tijd van zijn 113-jarige bestaan geleefd heeft, is er een van water, vuur en rook. In 1817 richtte industrieel John Cockerill op vraag van koning Willem I van de Verenigde Nederlanden in het kasteel van de bisschoppen van Seraing een eerste hoogoven op die werkte op steenkool. Zijn standbeeld staat nog altijd op het plein voor het stadhuis van Seraing.

Zodra Standard in 1909 verhuisde uit Grivegnée en een veld op Sclessin huurde, lag het in de schaduw van de vlammen van Hoogoven B aan de overkant van de Maas. Van toen dateert de benaming 'Hel van Sclessin'. De band tussen club en industrie was lang heel hecht. Vroegere vedetten van Standard als Jean Mathonet (eind jaren vijftig) werkten bij Cockerill of in de mijnen. De samenwerking tussen club en staalindustrie kreeg 33 jaar lang zelfs een offi-cieel karakter, toen secretaris-generaal Roger Petit in 1952 Paul Henrard het voorzitterschap aanbood. De directeur van Espérance-Longdoz, een van de toenmalige zwaargewichten van wat in die tijd nog Cockerill heette (en die met 106 jaar en 43 dagen een van de oudste dertig Belgische mannen ooit zou worden), zette mee zijn schouders onder een project dat Standard naar de top zou brengen. In 1976 volgde Charles Huriaux, ingenieur bij Cockerill, hem op. Na het omkoopschandaal in 1985 verdween de tandem Petit-Huriaux en kwam er na 33 jaar een einde aan de offi- ciële band tussen club en metaalnijverheid.

Sindsdien is de band tussen voetbal en staal doorgeknipt. ArcelorMittal heeft op Sclessin geen beheerder of geen loge meer, maar een paar honderd werknemers van ArcelorMittal zijn nog steeds Standardabonnee, zegt Louis Smal. Smal is niet alleen voorzitter van de overkoepelende supportersfederatie Famille des Rouches en sinds dit jaar ook beheerder van Standard, in een vorig leven was hij decennialang vakbondsafgevaardigde bij metaalbedrijf Cockerill (nu ArcelorMittal) voor CSC, de Waalse tak van de christelijke vakbond ACV. In 2000 belandde hij als CdH-politicus in het parlement.

"De jongeren van de harde kern in Tribune III en IV zijn gevoelig aan de sociale en culturele problemen in Luik", zegt Smal. "Het zijn tribunes die solidariteit prediken, die tegen racisme opkomen en links zijn. Niet voor niets hangt er elke thuismatch de beeltenis van Che Guevara. Standard is misschien kapitalistisch boven in zijn structuur, maar aan de basis is het een echte volksclub. Er zijn mensen die bloeden om toch maar hun ticket of hun abonnement te kunnen betalen, die zich andere dingen moeten ontzeggen. Ik ken mensen die naar de Cosa, het lokaal van de Ultra's komen, maar zich geen ticket kunnen permitteren. Via Fan Coaching proberen we mensen aan een job te helpen. Toen ik als volksvertegenwoordiger een chauffeur en een secretaris in dienst mocht nemen, heb ik twee mensen van de Ultra's aangesteld."

Luik en Vlaanderen

Het nieuws van de aangekondigde ontslagen bij ArcelorMittal verrast Smal niet: "Al in 2003 voorspelde Usinor de sluiting van de warme lijn. Die was voorzien voor uiterlijk 2009. Omdat plots de conjunctuur omsloeg, en om niet de flinke som te moeten betalen die met de sluiting gepaard zou gaan (22 miljoen euro of 900 miljoen Belgische frank), besliste Mittal om dat geld te investeren in de heropening van de warme lijn in Seraing en de productie te verhogen. Sindsdien heeft het bedrijf meer dan het dubbele van die investering terugverdiend. Het probleem is dat ze op die manier de mensen hebben laten geloven dat de staalindustrie weer vertrokken was voor twintig jaar terwijl ze enkel profiteerde van een kleine conjuncturele opleving. Men heeft de mensen niet de volledige waarheid verteld...

"Nog altijd is Standard de barometer voor hoe het met Luik gaat. Als het goed gaat met Standard, gaat het goed met Luik. Standard is evenwel meer dan Luik: we hebben 64 supportersclubs, waarvan 13 Nederlandstalige. Via de Famille des Rouches hebben we 16.500 abonnees, maar de meeste Luikse abonnees kopen hun seizoenkaart bij de club zelf en niet via een supportersclub. Net zoals de meeste van de 2000 tickets die voor elke thuismatch nog te koop zijn naar Luikenaars gaan."

In Vlaanderen voelt Smal de meeste verwantschap met KV Mechelen. "Een club die door haar supporters is gered. Ook Leuven verraste me aangenaam. Op Lierse en Waregem is de sfeer op de hoofdtribune meer gespannen. Alsof men ons wil duidelijk maken: wat komen jullie hier nog doen?"

Dat doet pijn bij Smal: "Ik heb Vlaanderen zien groeien. Ik heb de vergaderingen van het ACV meegemaakt waarbij voorzitter Gust Cool zei: we moeten Vlaanderen industrialiseren. Op dat moment, begin jaren zestig, had Wallonië alles: de mijnen, de staalindustrie. Ik heb gezien hoe 25.000 Vlamingen naar Luik kwamen werken, bij FN of Cockerill. Die stonden om vier uur op en gingen om zes uur in de ochtendploeg aan de slag. Wallonië heeft toen afgezien van de autoassemblage, we hebben gezegd: laten we drie autofabrieken in Vlaanderen bouwen en twee in Brussel: Volkswagen en Renault. Later zijn jullie in Vlaanderen eerder op de nieuwe technologische industrieën gesprongen, terwijl wij te lang op het verleden teerden. Vroeger betaalden wij voor Vlaanderen, nu is het omgekeerd. Wij zijn blijven stagneren, maar nu beweegt het. Luik heeft ook voldoende troeven, met de haven, de luchthaven, de nabijheid van Vlaanderen, Nederland, Duitsland en Frankrijk. Ç a bouge. We moeten durven een andere weg te bewandelen dan degene die we tot nu gevolgd hebben. Dat gebeurt ook, hoor. Ik weet wat wij indertijd voor Vlaanderen betaald hebben en ik weet ook wat Vlaanderen achteraf voor ons betaald heeft en nog steeds betaalt. Ik kan er alleen niet tegen als iemand als Bart De Wever het ene benadrukt en de rest vergeet."

Schuldenvrij

Op een steenworp van het drama van vorige week huist op het stadhuis sinds 1999 burgemeester Willy Demeyer (PS), voorheen advocaat van beroep. Tot het drama van vorige week bezorgde Standard de stad Luik de meeste publiciteit. De club is Luik helemaal niet tot last, vindt hij: "Als ik het geld dat we in Standard stoppen vergelijk met het aantal keer dat de naam van de stad in de pers verschijnt, dan valt de prijs heel erg mee."

Jaarlijks betaalt de stad 1,38 miljoen euro aan veiligheidskosten, terwijl Standard 280.000 euro taks betaalt. Blijft iets meer dan een miljoen euro per jaar, plus 125.000 euro per jaar die de stad aan de jeugdacademie Robert-Louis Dreyfus schenkt. Voor de rest dopt Standard zijn eigen boontjes, het speelt op zijn eigen terrein en heeft intussen bijna de nieuwe tribune afbetaald die opgetrokken werd ter gelegenheid van Euro 2000.

In het stadhuis staat een bord met de verkiezingsslogan waarmee Luik in 2017 Europa's Expostad wil worden: Une ville, un esprit. "Luikenaar zijn", zegt de burgemeester, "is in de eerste plaats openstaan voor anderen. Op dik 200.000 inwoners hebben we 160 nationaliteiten. Wij zijn eerst Luikenaar, dan Waal. Luikenaars gaan met iedereen om: wij liggen aan de grens. We houden van uitdagingen, maar niet van routine. Een Luikenaar is patriot naar Luik toe, maar geen nationalist. Daarmee bedoel ik: hij sluit zich niet af voor anderen. Om Luikenaar te worden moet je niet in Luik geboren zijn, maar je gedragen als een Luikenaar. Je kunt dus een Luikenaar wórden. Dan zeggen ze hier: ' Il se comporte comme nous, donc il est un de nous.' In die zin is Standard très liégeois."

Demeyer heeft zijn stad flink zien veranderen. Hij was elf jaar toen hij het centrum zag opengegooid worden. "Heel mijn jeugd bracht ik door in een stad zonder hart. Het centrum was decennialang één bouwwerf, terwijl Luik geen frank had. Het torste een schuldenlast van vijf miljoen euro. Er was geen politieke consensus, eind jaren tachtig en begin jaren negentig ontsloeg de stad 5000 werknemers, er waren politieke schandalen. Een vreselijke tijd. Vandaag staat Luik niet meer onder curatele, de meeste schulden zijn weg, terwijl het patrimonium flink is opgeknapt. We hebben snelwegen, de haven van Luik, het nieuwe stadion Luik-Guillemins, de uitbouw van de luchthaven van Bierset."

Ook de leegloop is gestopt. "We winnen weer duizend inwoners per jaar. Wérkende inwoners, terwijl onze belastinginkomsten niet dalen."

Om Luiks gunstige ligging, vlak bij Nederland en Duitsland, te benutten wordt een nieuwe taalpolitiek gevoerd in het stedelijk onderwijs. "Mijn generatie, wij zijn nog sociaal gehandicapt omdat we geen Nederlands geleerd hebben. Onterecht, want bijna alle Nederlandstaligen in de wereld leven in onze achtertuin. Met immersiescholen leren onze kinderen nu vanaf drie jaar eerst Nederlands, Engels of Duits, en pas daarna Frans."

Over de toekomst van de staalindustrie wil hij zich pas uitspreken als de resultaten van een studie bekend worden. "Binnen de staalindustrie heb je - bij het koudwalsen - hoogtechnologische industrieën die we niet mogen afstoten. Rond de Luikse universiteit heb je al veel moderne technologieën, maar dat oogt niet zo spectaculair als brandende hoogovens en metaalarbeiders die op straat betogen. Dat de opera zorgt voor 350 arbeidsplaatsen of dat in de haven duizenden mensen werken, valt niet zo op. Luik, dat is elke dag 108.000 arbeidsplaatsen, ook al bedraagt de werkloosheidsgraad in de agglomeratie nog steeds ongeveer 25 procent.

"Ons imago is nog voor veel verbetering vatbaar. Je kunt naar buiten geen goeie politiek voeren als je geen solide basis hebt. Een goeie basis krijg je maar als je financiën op orde zijn. Dat is nu twee jaar geleden gebeurd. We zijn niet rijk, maar we zijn ook niet langer arm. Er is maar één geheim om hier vooruit te geraken: werken, werken en nog eens werken. Dat doen we, hoor."

Sclessin

Langs de Rue Ernest Solvay, de hoofdstraat van de wijk Sclessin, schuiven de autobussen met Standardsupporters uit gans België aan voor de wedstrijd tegen Hannover. Aan de overkant van de bussen zit, tegen de muur van de vipparking, een man op de grond, met een hond en een bordje: ' S'il vous plaît, aidez-nous!'

De supporters die uit de bussen stappen, kijken verbaasd, maar één op vijf stopt de gehandicapte man iets toe. Een man biedt de helft van zijn braadworst aan. Solidair zijn de Luikse fans wel.

Een paar honderd meter voorbij het stadion begint de wijk Sclessin, een plek waar de bezoekers van Standard hooguit een parkeerplaats voor hun auto zoeken, een hapje eten of een pint drinken.

De oudere bewoners hebben Sclessin de voorbije kwarteeuw flink zien veranderen, en niet ten goede, zegt een inwoner die er al decennialang woont, maar enkel anoniem wil praten, uit angst voor represailles in een buurt waar verbaal en fysiek geweld er gewoon bij hoort. Tot 1976 vormde Sclessin met Ougrée aan de overkant van de Maas een aparte gemeente. Sindsdien hoort Sclessin bij Luik en Ougrée bij Seraing.

Voor de dik 6000 inwoners had de wijk tot begin jaren tachtig alles te bieden. "Voor bijna geen enkel product moest je naar de stad. Alles kon je hier kopen." Sindsdien gingen zowat 25 kmo's en 50 kleine handelszaken dicht. Er zijn nog drie handelszaken met Belgische uitbaters: een krantenwinkel, een schoenmaker en een restaurant waar al 32 jaar Luikse specialiteiten worden geserveerd, maar dat sinds kort enkel nog 's middags open is, behalve wanneer Standard 's avonds thuis speelt.

"Met het wegtrekken van de handelaars begin jaren negentig kwamen er steeds meer huizen leeg te staan, of bewoond door huurders, steeds vaker werklozen. Die hebben geen geld om hun huurwoning te kopen en hun inkomen is te laag om de huren op te trekken, dus worden de huizen niet meer opgeknapt. Een gewoon huis met twee verdiepingen kost hier 150.000 euro."

Van Euro 2000 werd veel verwacht, maar de beloofde economische return kwam er voor Sclessin niet: "De hele wijk werd op wedstrijddagen voor alle verkeer afgesloten. De handelaars maakten helemaal geen omzet."

Alleen Standard houdt de wijk een beetje levendig - en ook proper. "Omdat de stad Luik contactueel verplicht is om na elke thuismatch de straten rond het stadion schoon te vegen."

Ook de sfeer in Sclessin is de laatste dertig jaar veranderd: "Je buren kennen, goeiedag zeggen, de stoep proper houden, dat is er hier niet meer bij. Andere culturen en hun gewoonten domineren nu, de mentaliteit is vrank egoïsme. Als Standard thuis speelt, gaan de jongeren eens kijken of er niets interessants in de geparkeerde auto's ligt. Als je daar een opmerking over maakt, ben je een racist. Een verkeerde blik kan meteen tot verbale en andere vormen van agressie leiden. Een ruit kapot slaan, de rolluiken of de muren beschadigen: het hoort er allemaal bij. Veel mensen hier leven onder de armoedegrens, maar overleven toch via uitkeringen, kinderbijslag en wat kleine criminaliteit. Dat wordt gedoogd, anders verplaatst het probleem zich naar een andere buurt. Hier is veel profitariaat. En als je een opmerking maakt, is het antwoord altijd hetzelfde: ' Sale belge! Pas op of we komen uw kot kort en klein slaan!'

"Of we ons aan ons lot overgelaten voelen? Tout à fait, monsieur."

DOOR GEERT FOUTRÉ - BEELDEN IMAGEGLOBE

"Vandaag staat Luik niet meer onder curatele, de meeste schulden zijn weg, terwijl het patrimonium flink is opgeknapt." Burgemeester Willy Demeyer

"Toen ik als volksvertegenwoordiger een chauffeur en een secretaris in dienst mocht nemen, heb ik twee mensen van de Ultra's aangesteld." Louis Smal

"Nog altijd is Standard de barometer van hoe het met Luik gaat." Louis Smal

"We kunnen als club niet blind zijn voor de wereld waarin we leven." Pierre François

Het is vrijdag 25 november en op de Luikse Place Saint-Lambert is net de jaarlijkse kerstmarkt geopend. Het is druk aan de kraampjes, een paar dagen voor de Rouches tegen Hannover winnen en Europees overwinteren. Er hangt een fijne sfeer over de stad, die los is gekomen van het etiket 'lelijkste stad van Europa' dat de Nederlandse Volkskrant vijf jaar geleden kleefde op Luik (en op Charleroi). Een beeld dat was blijven hangen uit de tijd dat het centrum van Luik één grote bouwput was. De laatste vijf jaar is Luik opgekalefaterd en straks wordt het centrum nog mooier, wanneer in het najaar van 2012 de Luikse opera heropend wordt, aan de zijkant van de Place Saint-Lambert. De toekomst lijkt Luik weer toe te lachen, niemand is zich bewust van het drama dat zich hier een paar weken nadien zal voltrekken. Twee weken later kan Luik weer van nul herbeginnen. Wie vandaag 'Place Saint-Lambert' intypt op internet, krijgt vooral verwijzingen naar de bloedige aanslag van vorige week, die Luik verweesd en gekwetst achterliet. Een week eerder haalden andere grimmige beelden de actualiteit, toen ruim 20.000 metaalarbeiders en sympathisanten betoogden tegen de aangekondigde sluiting van de warmelijnproductie van ArcelorMittal, waarbij in eerste instantie 581 van de overgebleven 10.000 werknemers ontslagen zullen worden. Drie dagen voor de betoging wordt een delegatie van vakbondslieden op Sclessin voor Standard-Gent onthaald op een warm applaus. "De toekomst van de staalindustrie bepalen wij niet", zei Standarddirecteur Pierre François. "Wat wij wel bepalen, is de graad van solidariteit. We kunnen als club niet blind zijn voor de wereld waarin we leven." De wereld waarin Standard de meeste tijd van zijn 113-jarige bestaan geleefd heeft, is er een van water, vuur en rook. In 1817 richtte industrieel John Cockerill op vraag van koning Willem I van de Verenigde Nederlanden in het kasteel van de bisschoppen van Seraing een eerste hoogoven op die werkte op steenkool. Zijn standbeeld staat nog altijd op het plein voor het stadhuis van Seraing. Zodra Standard in 1909 verhuisde uit Grivegnée en een veld op Sclessin huurde, lag het in de schaduw van de vlammen van Hoogoven B aan de overkant van de Maas. Van toen dateert de benaming 'Hel van Sclessin'. De band tussen club en industrie was lang heel hecht. Vroegere vedetten van Standard als Jean Mathonet (eind jaren vijftig) werkten bij Cockerill of in de mijnen. De samenwerking tussen club en staalindustrie kreeg 33 jaar lang zelfs een offi-cieel karakter, toen secretaris-generaal Roger Petit in 1952 Paul Henrard het voorzitterschap aanbood. De directeur van Espérance-Longdoz, een van de toenmalige zwaargewichten van wat in die tijd nog Cockerill heette (en die met 106 jaar en 43 dagen een van de oudste dertig Belgische mannen ooit zou worden), zette mee zijn schouders onder een project dat Standard naar de top zou brengen. In 1976 volgde Charles Huriaux, ingenieur bij Cockerill, hem op. Na het omkoopschandaal in 1985 verdween de tandem Petit-Huriaux en kwam er na 33 jaar een einde aan de offi- ciële band tussen club en metaalnijverheid. Sindsdien is de band tussen voetbal en staal doorgeknipt. ArcelorMittal heeft op Sclessin geen beheerder of geen loge meer, maar een paar honderd werknemers van ArcelorMittal zijn nog steeds Standardabonnee, zegt Louis Smal. Smal is niet alleen voorzitter van de overkoepelende supportersfederatie Famille des Rouches en sinds dit jaar ook beheerder van Standard, in een vorig leven was hij decennialang vakbondsafgevaardigde bij metaalbedrijf Cockerill (nu ArcelorMittal) voor CSC, de Waalse tak van de christelijke vakbond ACV. In 2000 belandde hij als CdH-politicus in het parlement. "De jongeren van de harde kern in Tribune III en IV zijn gevoelig aan de sociale en culturele problemen in Luik", zegt Smal. "Het zijn tribunes die solidariteit prediken, die tegen racisme opkomen en links zijn. Niet voor niets hangt er elke thuismatch de beeltenis van Che Guevara. Standard is misschien kapitalistisch boven in zijn structuur, maar aan de basis is het een echte volksclub. Er zijn mensen die bloeden om toch maar hun ticket of hun abonnement te kunnen betalen, die zich andere dingen moeten ontzeggen. Ik ken mensen die naar de Cosa, het lokaal van de Ultra's komen, maar zich geen ticket kunnen permitteren. Via Fan Coaching proberen we mensen aan een job te helpen. Toen ik als volksvertegenwoordiger een chauffeur en een secretaris in dienst mocht nemen, heb ik twee mensen van de Ultra's aangesteld." Het nieuws van de aangekondigde ontslagen bij ArcelorMittal verrast Smal niet: "Al in 2003 voorspelde Usinor de sluiting van de warme lijn. Die was voorzien voor uiterlijk 2009. Omdat plots de conjunctuur omsloeg, en om niet de flinke som te moeten betalen die met de sluiting gepaard zou gaan (22 miljoen euro of 900 miljoen Belgische frank), besliste Mittal om dat geld te investeren in de heropening van de warme lijn in Seraing en de productie te verhogen. Sindsdien heeft het bedrijf meer dan het dubbele van die investering terugverdiend. Het probleem is dat ze op die manier de mensen hebben laten geloven dat de staalindustrie weer vertrokken was voor twintig jaar terwijl ze enkel profiteerde van een kleine conjuncturele opleving. Men heeft de mensen niet de volledige waarheid verteld... "Nog altijd is Standard de barometer voor hoe het met Luik gaat. Als het goed gaat met Standard, gaat het goed met Luik. Standard is evenwel meer dan Luik: we hebben 64 supportersclubs, waarvan 13 Nederlandstalige. Via de Famille des Rouches hebben we 16.500 abonnees, maar de meeste Luikse abonnees kopen hun seizoenkaart bij de club zelf en niet via een supportersclub. Net zoals de meeste van de 2000 tickets die voor elke thuismatch nog te koop zijn naar Luikenaars gaan." In Vlaanderen voelt Smal de meeste verwantschap met KV Mechelen. "Een club die door haar supporters is gered. Ook Leuven verraste me aangenaam. Op Lierse en Waregem is de sfeer op de hoofdtribune meer gespannen. Alsof men ons wil duidelijk maken: wat komen jullie hier nog doen?" Dat doet pijn bij Smal: "Ik heb Vlaanderen zien groeien. Ik heb de vergaderingen van het ACV meegemaakt waarbij voorzitter Gust Cool zei: we moeten Vlaanderen industrialiseren. Op dat moment, begin jaren zestig, had Wallonië alles: de mijnen, de staalindustrie. Ik heb gezien hoe 25.000 Vlamingen naar Luik kwamen werken, bij FN of Cockerill. Die stonden om vier uur op en gingen om zes uur in de ochtendploeg aan de slag. Wallonië heeft toen afgezien van de autoassemblage, we hebben gezegd: laten we drie autofabrieken in Vlaanderen bouwen en twee in Brussel: Volkswagen en Renault. Later zijn jullie in Vlaanderen eerder op de nieuwe technologische industrieën gesprongen, terwijl wij te lang op het verleden teerden. Vroeger betaalden wij voor Vlaanderen, nu is het omgekeerd. Wij zijn blijven stagneren, maar nu beweegt het. Luik heeft ook voldoende troeven, met de haven, de luchthaven, de nabijheid van Vlaanderen, Nederland, Duitsland en Frankrijk. Ç a bouge. We moeten durven een andere weg te bewandelen dan degene die we tot nu gevolgd hebben. Dat gebeurt ook, hoor. Ik weet wat wij indertijd voor Vlaanderen betaald hebben en ik weet ook wat Vlaanderen achteraf voor ons betaald heeft en nog steeds betaalt. Ik kan er alleen niet tegen als iemand als Bart De Wever het ene benadrukt en de rest vergeet." Op een steenworp van het drama van vorige week huist op het stadhuis sinds 1999 burgemeester Willy Demeyer (PS), voorheen advocaat van beroep. Tot het drama van vorige week bezorgde Standard de stad Luik de meeste publiciteit. De club is Luik helemaal niet tot last, vindt hij: "Als ik het geld dat we in Standard stoppen vergelijk met het aantal keer dat de naam van de stad in de pers verschijnt, dan valt de prijs heel erg mee." Jaarlijks betaalt de stad 1,38 miljoen euro aan veiligheidskosten, terwijl Standard 280.000 euro taks betaalt. Blijft iets meer dan een miljoen euro per jaar, plus 125.000 euro per jaar die de stad aan de jeugdacademie Robert-Louis Dreyfus schenkt. Voor de rest dopt Standard zijn eigen boontjes, het speelt op zijn eigen terrein en heeft intussen bijna de nieuwe tribune afbetaald die opgetrokken werd ter gelegenheid van Euro 2000. In het stadhuis staat een bord met de verkiezingsslogan waarmee Luik in 2017 Europa's Expostad wil worden: Une ville, un esprit. "Luikenaar zijn", zegt de burgemeester, "is in de eerste plaats openstaan voor anderen. Op dik 200.000 inwoners hebben we 160 nationaliteiten. Wij zijn eerst Luikenaar, dan Waal. Luikenaars gaan met iedereen om: wij liggen aan de grens. We houden van uitdagingen, maar niet van routine. Een Luikenaar is patriot naar Luik toe, maar geen nationalist. Daarmee bedoel ik: hij sluit zich niet af voor anderen. Om Luikenaar te worden moet je niet in Luik geboren zijn, maar je gedragen als een Luikenaar. Je kunt dus een Luikenaar wórden. Dan zeggen ze hier: ' Il se comporte comme nous, donc il est un de nous.' In die zin is Standard très liégeois." Demeyer heeft zijn stad flink zien veranderen. Hij was elf jaar toen hij het centrum zag opengegooid worden. "Heel mijn jeugd bracht ik door in een stad zonder hart. Het centrum was decennialang één bouwwerf, terwijl Luik geen frank had. Het torste een schuldenlast van vijf miljoen euro. Er was geen politieke consensus, eind jaren tachtig en begin jaren negentig ontsloeg de stad 5000 werknemers, er waren politieke schandalen. Een vreselijke tijd. Vandaag staat Luik niet meer onder curatele, de meeste schulden zijn weg, terwijl het patrimonium flink is opgeknapt. We hebben snelwegen, de haven van Luik, het nieuwe stadion Luik-Guillemins, de uitbouw van de luchthaven van Bierset." Ook de leegloop is gestopt. "We winnen weer duizend inwoners per jaar. Wérkende inwoners, terwijl onze belastinginkomsten niet dalen." Om Luiks gunstige ligging, vlak bij Nederland en Duitsland, te benutten wordt een nieuwe taalpolitiek gevoerd in het stedelijk onderwijs. "Mijn generatie, wij zijn nog sociaal gehandicapt omdat we geen Nederlands geleerd hebben. Onterecht, want bijna alle Nederlandstaligen in de wereld leven in onze achtertuin. Met immersiescholen leren onze kinderen nu vanaf drie jaar eerst Nederlands, Engels of Duits, en pas daarna Frans." Over de toekomst van de staalindustrie wil hij zich pas uitspreken als de resultaten van een studie bekend worden. "Binnen de staalindustrie heb je - bij het koudwalsen - hoogtechnologische industrieën die we niet mogen afstoten. Rond de Luikse universiteit heb je al veel moderne technologieën, maar dat oogt niet zo spectaculair als brandende hoogovens en metaalarbeiders die op straat betogen. Dat de opera zorgt voor 350 arbeidsplaatsen of dat in de haven duizenden mensen werken, valt niet zo op. Luik, dat is elke dag 108.000 arbeidsplaatsen, ook al bedraagt de werkloosheidsgraad in de agglomeratie nog steeds ongeveer 25 procent. "Ons imago is nog voor veel verbetering vatbaar. Je kunt naar buiten geen goeie politiek voeren als je geen solide basis hebt. Een goeie basis krijg je maar als je financiën op orde zijn. Dat is nu twee jaar geleden gebeurd. We zijn niet rijk, maar we zijn ook niet langer arm. Er is maar één geheim om hier vooruit te geraken: werken, werken en nog eens werken. Dat doen we, hoor." Sclessin Langs de Rue Ernest Solvay, de hoofdstraat van de wijk Sclessin, schuiven de autobussen met Standardsupporters uit gans België aan voor de wedstrijd tegen Hannover. Aan de overkant van de bussen zit, tegen de muur van de vipparking, een man op de grond, met een hond en een bordje: ' S'il vous plaît, aidez-nous!' De supporters die uit de bussen stappen, kijken verbaasd, maar één op vijf stopt de gehandicapte man iets toe. Een man biedt de helft van zijn braadworst aan. Solidair zijn de Luikse fans wel. Een paar honderd meter voorbij het stadion begint de wijk Sclessin, een plek waar de bezoekers van Standard hooguit een parkeerplaats voor hun auto zoeken, een hapje eten of een pint drinken. De oudere bewoners hebben Sclessin de voorbije kwarteeuw flink zien veranderen, en niet ten goede, zegt een inwoner die er al decennialang woont, maar enkel anoniem wil praten, uit angst voor represailles in een buurt waar verbaal en fysiek geweld er gewoon bij hoort. Tot 1976 vormde Sclessin met Ougrée aan de overkant van de Maas een aparte gemeente. Sindsdien hoort Sclessin bij Luik en Ougrée bij Seraing. Voor de dik 6000 inwoners had de wijk tot begin jaren tachtig alles te bieden. "Voor bijna geen enkel product moest je naar de stad. Alles kon je hier kopen." Sindsdien gingen zowat 25 kmo's en 50 kleine handelszaken dicht. Er zijn nog drie handelszaken met Belgische uitbaters: een krantenwinkel, een schoenmaker en een restaurant waar al 32 jaar Luikse specialiteiten worden geserveerd, maar dat sinds kort enkel nog 's middags open is, behalve wanneer Standard 's avonds thuis speelt. "Met het wegtrekken van de handelaars begin jaren negentig kwamen er steeds meer huizen leeg te staan, of bewoond door huurders, steeds vaker werklozen. Die hebben geen geld om hun huurwoning te kopen en hun inkomen is te laag om de huren op te trekken, dus worden de huizen niet meer opgeknapt. Een gewoon huis met twee verdiepingen kost hier 150.000 euro." Van Euro 2000 werd veel verwacht, maar de beloofde economische return kwam er voor Sclessin niet: "De hele wijk werd op wedstrijddagen voor alle verkeer afgesloten. De handelaars maakten helemaal geen omzet." Alleen Standard houdt de wijk een beetje levendig - en ook proper. "Omdat de stad Luik contactueel verplicht is om na elke thuismatch de straten rond het stadion schoon te vegen." Ook de sfeer in Sclessin is de laatste dertig jaar veranderd: "Je buren kennen, goeiedag zeggen, de stoep proper houden, dat is er hier niet meer bij. Andere culturen en hun gewoonten domineren nu, de mentaliteit is vrank egoïsme. Als Standard thuis speelt, gaan de jongeren eens kijken of er niets interessants in de geparkeerde auto's ligt. Als je daar een opmerking over maakt, ben je een racist. Een verkeerde blik kan meteen tot verbale en andere vormen van agressie leiden. Een ruit kapot slaan, de rolluiken of de muren beschadigen: het hoort er allemaal bij. Veel mensen hier leven onder de armoedegrens, maar overleven toch via uitkeringen, kinderbijslag en wat kleine criminaliteit. Dat wordt gedoogd, anders verplaatst het probleem zich naar een andere buurt. Hier is veel profitariaat. En als je een opmerking maakt, is het antwoord altijd hetzelfde: ' Sale belge! Pas op of we komen uw kot kort en klein slaan!' "Of we ons aan ons lot overgelaten voelen? Tout à fait, monsieur." DOOR GEERT FOUTRÉ - BEELDEN IMAGEGLOBE"Vandaag staat Luik niet meer onder curatele, de meeste schulden zijn weg, terwijl het patrimonium flink is opgeknapt." Burgemeester Willy Demeyer "Toen ik als volksvertegenwoordiger een chauffeur en een secretaris in dienst mocht nemen, heb ik twee mensen van de Ultra's aangesteld." Louis Smal "Nog altijd is Standard de barometer van hoe het met Luik gaat." Louis Smal "We kunnen als club niet blind zijn voor de wereld waarin we leven." Pierre François