Een training bijwonen? Nee, had hij gelachen aan de telefoon, onmogelijk in Engeland. "Heel anders dan in België: hier is geen enkele training open."
...

Een training bijwonen? Nee, had hij gelachen aan de telefoon, onmogelijk in Engeland. "Heel anders dan in België: hier is geen enkele training open." Een flinterdunne sneeuwlaag flikkert in de felle winterzon, ijzige wind snijdt in de gezichten. Met dichtgeknepen ogen turen we naar de trainende selectie van Middlesbrough FC. Jelle Vossen blijft onherkenbaar. Wanneer we elkaar twee uur later de hoek van het hotel omdraaiend zowat tegen het lijf lopen, zal hij zich hooglijk verbazen over onze aanwezigheid op Rockliffe Park, het in 1998 door toenmalig premier Tony Blair ingehuldigde trainingscomplex. Acht voetbalvelden telt het en een indoorhal. Rockliffe Hall ligt op stapafstand, een achttiende-eeuws vijfsterrenhotel dat door en door Britse chic ademt. Het opende in 2009 na een stevige renovatie en uitbreiding. Wandelend naar zijn wagen legt Vossen uit dat het allemaal eigendom is van Steve Gibson, de steenrijke voorzitter en eigenaar van Middlesbrough FC. Niet alleen het voetbalcomplex en het hotel, maar ook de golfbaan die zich over het vier km² grote glooiende domein uitstrekt. De langste baan van Europa, heeft Vossen van horen zeggen. "Hij wil de Ryder Cup hier nu organiseren", geeft hij nog een grootse ambitie van zijn voorzitter mee en stapt dan in zijn wagen. Links rijden kost hem geen enkele moeite meer na ruim vier maanden Engeland. Tijdens de rit naar het Riverside Stadium informeert Vossen al snel naar de voorbije winterstage van RC Genk. Maar begrijp hem niet verkeerd: nog geen seconde heeft hij zich zijn overstap naar Middlesbrough FC beklaagd. Of toch, bedenkt hij na een korte aarzeling: "Die ene wedstrijd dat ik niet van de bank afkwam. Ik kwam bijzonder slecht gezind thuis. Dan vraag je je wel even af: was dit wel de juiste keuze? Maar de dag nadien kwam de trainer me feliciteren voor mijn inzet op training. En twee weken later maakte ik een hattrick tegen Milwall. Zo kort ligt het bij elkaar. Ik ben heel blij dat ik de moed toen niet heb opgegeven. Die hattrick was een beloning." Sinterklaasdag was het. Toevallig met net die dag een ruime Genkse supportersdelegatie in de tribunes. Het werd de prelude voor een uitstekende maand december voor Vossen. Vijf doelpunten, de ene na de andere basisplaats. "Het heeft misschien wat lang geduurd voor ik mezelf als basisspeler kon beschouwen, maar ik ben blij dat het nu zover is, ook al blijft de coach doorlopend roteren. Dat ik de weg naar de netten heb teruggevonden ook. De coach had gezegd dat hij me pas zou zetten als ik er honderd procent klaar voor was. Mijn eerste wedstrijd viel ik na een uur in, de tweede startte ik. Dat ging vrij goed. Ik dacht: een aanpassingsperiode zal niet nodig zijn. Maar mijn lichaam bleek toch te moeten wennen aan de opeenvolging van matchen, aan het hogere tempo dan in België, aan de vele duels. Je wil dat eerst niet onder ogen zien, maar achteraf beschouwd heb ik die tijd wel nodig gehad. Zeker toen ik ook nog geblesseerd raakte. Scheurtje in de hamstrings en drie weken rust. Dat zet je ook weer even achteruit." Daar doemt het Riverside Stadium op. Genoemd naar de plek waar het ligt: aan de rivier de Tees, die dwars door Middlesbrough naar de Noordzee stroomt. Geen landmark, maar een kleurloze betonconstructie. Fotograaf Yorick laat Vossen poseren bij het functieloze gietijzeren hek voor de hoofdingang, een mee verhuisd restant van het oude, afgebroken Ayresome Park. Aan weerszijden een versteende voetballer, oude helden van de club. Hun namen zeggen Vossen niets. Volgens hem is Juninho hier de meest geliefde oud-speler. Niet die van Lyon geweest, maar wel Braziliaans wereldkampioen geworden in 2002. "Laatst was hij nog hier om de aftrap te geven." Ongeveer 35.000 toeschouwers kunnen er binnen. Meestal is het stadion voor iets meer dan de helft gevuld. Boro is populair: op verplaatsing vuren vaak enkele duizenden meegereisde fans de ploeg aan. Gewillig poseert Vossen op de grasmat, dapper de kou trotserend. Straks viert het Riverside Stadium zijn twintigste verjaardag, het nieuwe is er een beetje af. Maar het Belgische nummer 21, het nummer waarmee hij destijds bij Cercle Brugge zijn carrière redde, geniet. Prima grasmat ook, zegt hij. "Ook vóór die hattrick had ik goede wedstrijden gespeeld. Ik zeg het niet snel van mezelf, maar met wat meer geluk stond ik toen al met vijf, zes doelpunten. Miraculeuze reddingen van de keepers beslisten er anders over. Ze praten er nog over hier. Maar dat geraakt dan niet tot in België. Daar was het een item dat ik nog niet had gescoord en zogezegd niet gelukkig was. Onzin natuurlijk." Het niveau is ongeveer wat hij ervan had verwacht. "Ik denk dat iedereen in België het Championship onderschat. Het is fysiek veel zwaarder dan de Premier League. Niet voor niets wordt het als de hardste competitie van Europa beschouwd. Veel mannelijker dan in België. Ik heb al tackles gezien op training die ik in België nog niet in een wedstrijd zag. Je krijgt ook minder tijd. Allemaal goed voor mijn ontwikkelingsproces: het helpt me om daar nog stappen in te zetten. Maar Bob Peeters zei het onlangs nog: dat iemand als Vossen het veel makkelijker zou hebben in de Premier League dan in het Championship." Terug in de wagen verwijderen we ons opnieuw van de stad. Zo ver de blik reikt oude pakhuizen en wasteland. "Je ziet hier veel vervallen gebouwen", zegt Vossen. "Ik moest eens in het centrum zijn voor een handtekeningsessie. Een vrouw reed me ernaartoe. Ik vroeg haar wat de mensen hier doen. Niet veel, zo blijkt. Er is hier veel armoede, zei ze. Dat zie je. Het voetbal is waar ze de hele week naartoe leven." Vossen woont in Yarm, een idyllisch dorp op een kwartiertje rijden van zowel het stadion als het oefencomplex. Waarom Middlesbrough niet dat typische kick-and-rush speelt, maar naar zijn zeggen bij momenten uitstekend voetbalt, heeft een simpel antwoord: Aitor Karanka, de41-jarige Spaanse coachmet eenspelersverleden als verdediger bij Real Madrid. Met de Koninklijke won hij drie keer de Champions League. Zijn trainerscarrière begon hij er als assistent van José Mourinho. In zijn staf bij Middlesbrough zitten verder een Engelsman, een Portugees, een Spanjaard en een Uruguayaan. "Hij is iemand die heel serieus met zijn vak bezig is", aldus Vossen. "Hij houdt van een voetballende ploeg die er wél 200 procent voor gaat. Defensief staan we goed, we pakken weinig doelpunten. Verder gaan we altijd voor de voetballende oplossing. Ik had een gesprek met hem voor ik tekende. Hij was op zoek naar iemand die makkelijk scoort en hard werkt voor de ploeg in steun van een diepe spits. Dat klonk me als muziek in de oren." Lee Tomlin, zijn concurrent, is meer een middenvelder dan een aanvaller, zegt hij. "Ik kan hier op mijn favoriete positie spelen, maar heb ook al wedstrijden als diepe spits gespeeld. Dan kwamen de links- en de rechtsbuiten achter mij spelen. De flanken bleven vrij. Zo kreeg ik veel steun centraal en mogelijkheden om te kaatsen. Heel anders dan bij Genk. Daar klopte het systeem niet meer. Ik stond te vaak op een eiland." Dat hij daar stond, had alles te maken met het mislukken vanachtereenvolgens Kim Ojo, AlbianMuzaqi en in zijn eerste seizoen ook IlombeMboyo. "Er is mij altijd beloofd dat ze een goede diepe spits zouden halen die complementair was met mij. Dat is nooit gelukt, waardoor ik nooit op mijn ideale positie kon spelen. De ruimte tussen ons middenveld en de aanval was meestal zo groot dat ik er weinig kon uitrichten. Ik kreeg de ballen niet om doelpunten te maken." Dat laatste lukt hem nu weer wel. Grant Leadbitter is Boro's topschutter met tien doelpunten, waarvan zeven strafschoppen. Kike en de van Chelsea gehuurde Patrick Bamford staan op zeven, Vossen op vijf. Niet kwaad voor iemand die er pas na acht speeldagen bij kwam. "In één op de twee wedstrijden waarin ik startte, scoorde ik." Thuisgekomen vleit Vossen zich in een fauteuil. Verloofde Audry zet koffie voor het bezoek, warme chocomelk voor haar spits. Was Middlesbrough een bewuste keuze, of wilde hij toch vooral weg bij Genk? "Een mix van de twee", zegt hij. "Er was zo veel gebeurd bij Genk dat ik had uitgemaakt: ik moet weg. Ik was helemaal toe aan een nieuwe ervaring. Weer van nul af aan beginnen. In Genk stond ik altijd in de ploeg, of ik nu goed trainde of niet. Zolang ik maar fit was. Hier moet ik weer vechten en top zijn op training om een basisplaats te krijgen. Die uitdaging had ik nodig. Middlesbrough was een bewuste keuze: ik wist dat het mij al anderhalf jaar intensief volgde. En de club wil promoveren. Ik ben een spits: dan speel je liever in tweede klasse aan de top dan in eerste tegen de degradatie." Het eerste bod van Middlesbrough in juni werd geweigerd door Genk. "Dat sterkte mij nog meer in mijn overtuiging dat ik weg moest." Marc Coucke probeerde hem naar KV Oostende te halen. "Mijn ouders zijn gaan luisteren. Een heel serieus voorstel, maar mijn prioriteit lag elders. Als je de keuze hebt tussen Middlesbrough en Oostende, moet je niet naar Oostende gaan. Ik heb altijd naar het buitenland gewild, dan moet ik ook eerlijk zijn met mezelf." Middlesbrough veranderde het geweer van schouder en contracteerde Kike, een landgenoot van coach Karanka, bij de Spaanse tweedeklasser Murcia. "Ze betaalden twee of drie miljoen. Hij was hun grote aankoop. Ik ben maar geleend en dus niet met grote trom binnengehaald." De mogelijkheid van een verhuur kwam als een verrassing. "Mijn papa en ik hadden in een gesprek met Herbert Houben gezegd dat het zo niet verder kon. Dat er echt iets moest gebeuren. Hij heeft zich toen laten ontvallen: 'Desnoods verhuren we hem voor een jaar.' Dat Genk daar plots voor openstond, was een verrassing aangezien het altijd zo'n hoge transfersom op mijn hoofd had gezet. We zijn ermee naar Middlesbrough gegaan en op de laatste dag is het in orde gekomen. Zij hebben een miljoen betaald. Veel geld voor een gehuurde speler, wat aangeeft dat ze echt in mij geloven. Als ze promoveren, stelt dat miljoen weinig voor. Anders is het duur gehuurd. Dat risico wilden zij nemen." Bij Middlesbrough is Vossen de enige speler die al Champions League speelde. Naar hij vermoedt, stond zelfs geen enkele van zijn ploegmaats ooit in de Europa League. Ook al zat hij afgelopen weekend in de met 2-0 gewonnen partij tegen Huddersfield op de bank, met pas een late invalbeurt in de 84e minuut, stilaan groeit de 25-jarige aanvaller in een rol die spoort met zijn status. "Ze respecteren me wel om wat ik toch al heb bewezen in Europa." Europees voetbal zit er voor hem, net als voor RC Genk, niet in dit seizoen. Maar hij speelde toch maar mooi op Liverpool voor de League Cup. En aanstaande zondag maakt hij in de vierde ronde van de FA Cup zijn opwachting in het Etihad Stadium van Manchester City. Naar alle waarschijnlijkheid treft hij er Vincent Kompany, als die fit is tenminste of geen rust wordt gegund. Een duel de Champions League waard. "Natuurlijk kijk ik daar enorm naar uit. Maar dat het tegen Kompany is, zie ik niet als een extra motivatie." De confrontatie met de aanvoerder van de Rode Duivels zal zijn gedachten niet laten afdwalen naar zijn niet-selectie voor het WK in Brazilië. "Maar ik ben wel nog altijd ontgoocheld dat ik er niet bij was", bekent hij. "De reden is simpel: ik speelde niet goed omdat ik niet op mijn beste positie speelde en er in Genk fouten zijn gemaakt. Dat zit me nog altijd hoog. Het had allemaal vermeden kunnen worden en dan had ik wel meer kans op een WK-selectie gemaakt. Maar Origi heeft het uitstekend gedaan. Dan moet ik nederig zijn en zeggen dat hij zijn selectie heeft verdiend." Maar toch: het blijft knagen. "Ik herinner me een interview met Wilmots en Borkelmans waarin hen werd gevraagd wie de beste afwerker is bij de Rode Duivels. 'Jelle Vossen', is hun antwoord. Dan kan ik alleen maar bedenken dat de omstandigheden bij Genk me het WK hebben gekost. Anders neem je mij gewoon mee, want afwerken verleer je niet. Maar goed, ik had er rekening mee gehouden. Ik heb van Wilmots nooit een degelijke kans gekregen in een kwalificatiewedstrijd. Dat zegt ook iets." Marc Wilmots liet zich denigrerend uit over het niveau van de Belgische Jupiler Pro League, waarin Vossen op dat moment speelde. Anderen zullen opmerken dat de Limburger net tekortschiet voor het internationale topniveau. "Dat ga ik nooit zeggen. Anderen mogen dat en doen dat misschien ook. Maar de duels die ik met Genk speelde tegen Chelsea, Leverkusen en Valencia, waren van een meer dan degelijk niveau. En de keren dat ik mocht spelen in de nationale ploeg, heb ik nooit teleurgesteld. Benteke, Origi en Lukaku zijn schitterende spelers, maar ik heb altijd het gevoel gehad dat ik op mijn manier ook belangrijk kan zijn." Hij verwacht niet dat zijn prestaties bij Middlesbrough hem weer in beeld zullen brengen bij de Rode Duivels. "Ik ben hier in de eerste plaats voor mezelf naartoe gekomen. Om weer optimaal plezier te hebben in het spelletje. Om mezelf weer voetballer te voelen. Niet om me weer in de kijker te spelen bij de nationale ploeg." Het is een opmerkelijke bekentenis van een liefhebber pur sang. "Ik heb heel diep gezeten, ik hoef dat niet onder stoelen of banken te steken. De laatste maanden bij Genk waren bijzonder moeilijk. Ik was mezelf niet meer, had zelfs geen zin meer om te gaan trainen. Als je dat voelt, weet je dat je aan nieuwe lucht toe bent." En of die nieuwe lucht hem bevalt! "Een halfuur na de training is de kleedkamer leeg in België. Hier trekt de een nog naar de fitness, de ander neemt verzorging en nog anderen gaan pingpongen. Er wordt ook samen gegeten. Soms zitten we wel een uur samen aan tafel in plaats van dat iedereen zijn eten naar binnen schrokt om zo snel mogelijk naar huis te kunnen. Dat verschil in mentaliteit met België is echt groot. Spelers hier zijn veel professioneler." Over wat de toekomst brengt, tast Vossen in het duister. Middlesbrough heeft een aankoopoptie tot eind april. Maar, merkt de aanvaller op, terwijl hij zijn andere been over de leuning gooit: de laatste kampioenschapswedstrijd heeft pas plaats op 2 mei. "Veel zal ervan afhangen of we promoveren naar de Premier League of niet. De kans is reëel dat we daar eind april nog niets over kunnen zeggen." Middlesbrough parkeert al maandenlang op de vierde plaats, maar alleen de eerste twee promoveren rechtstreeks. De nummers drie tot zes spelen play-offs. De finale daarvan wordt gespeeld op 25 mei op Wembley, volgens Vossen "wereldwijd de wedstrijd waarvan het meeste geld afhangt". De winnaar mag mee in de vetpotten van de Premier League graaien. Vossen beseft dat hij voor belangrijke weken staat. "Ik wilde de stap zetten naar het buitenland. Dat is bijzonder goed meegevallen. Het is niet de bedoeling dat ik terugkeer naar Genk, ook al lig ik er wel nog onder contract. Maar als Middlesbrough de optie niet licht, moet ik sowieso wel luisteren naar wat zij van plan zijn." Een meevaller is alvast dat algemeen directeur Dirk Degraen ondertussen van het Genkse toneel verdween. "Natuurlijk was hij het die ervoor heeft gezorgd dat Genk me niet liet gaan. Maar ik neem nog altijd aan dat hij niet de enige is die daarover beslist. Het heeft dus geen zin om alleen hem daarvoor verantwoordelijk te houden. Er zijn ook mensen in het bestuur die me hebben ontgoocheld." Zorgen zijn het die nog even in de koelkast mogen. Audry is er ondertussen bij komen zitten. Advocate van opleiding, maar nu pendelend tussen België en Engeland terwijl ze onderzoek verricht aan de KU Leuven. Na dit seizoen trouwt ze met haar spits. "Ik denk dat we hier dichter naar elkaar zijn toegegroeid", strooit die laatste met een compliment, waarna de finaledag van de play-offs voor lichte hilariteit zorgt. "We trouwen op 30 mei. Ik wil graag nog een weekje vakantie daarvoor. Maar hoe moet dat als we die finale spelen? Een nieuwe datum zoeken?" Waarna hij er lachend nog achteraan gooit, alvorens het portier van de wagen dicht te trekken en ons terug naar Rockliffe Hall te brengen: "En ik moet nog op vrijgezellenavond!" DOOR JAN HAUSPIE IN MIDDLESBROUGH - FOTO'S BELGAIMAGE / YORICK JANSEN"Middlesbrough was een bewuste keuze: ik wist dat het mij al anderhalf jaar intensief volgde." "De keren dat ik mocht spelen in de nationale ploeg, heb ik nooit teleurgesteld."