Alleen Elvis blijft bestaan, met telkens weer voetbal op de achtergrond. Of Elvis daadwerkelijk een covid-19-besmetting zou overleven, betwijfel ik sterk. Het vergrote - doch muzikale - hart van hem is namelijk geassocieerd met een ernstiger ziekteverloop en groter risico op sterfte. Maar over het profvoetbal bestaat die twijfel niet: de bal blijft rollen. Het proper wassen van de handen sinds 2018 blijkt dan toch een goede investering te zijn.
...

Alleen Elvis blijft bestaan, met telkens weer voetbal op de achtergrond. Of Elvis daadwerkelijk een covid-19-besmetting zou overleven, betwijfel ik sterk. Het vergrote - doch muzikale - hart van hem is namelijk geassocieerd met een ernstiger ziekteverloop en groter risico op sterfte. Maar over het profvoetbal bestaat die twijfel niet: de bal blijft rollen. Het proper wassen van de handen sinds 2018 blijkt dan toch een goede investering te zijn. De bal blijft rollen en ik blijf kijken. Supporters worden uit het stadion weggesneden en verbannen naar het thuisfront, terwijl de man achter de schuif weer plaatsneemt. Voor zich een knop of vijf: gangbaar gejoel, aanzwellende geluid voor dreiging en doelkansen, het gefluit voor een fout of discussie met de scheidsrechter, ambiance dat een weergaloos doelpunt begeleid en een matig applaus voor de wisselspelers. Het gesimuleerde stadiongeluid probeert de akelige stilte rond het voetbalveld op te vangen. De verhoogde beleving lijkt een noodzakelijk gegeven. Maar is voetbal an sich een noodzakelijk gegeven tijdens een ontspoorde pandemie? Is het testen van voetballers ethisch verantwoord, ook al gaat het slecht om 0,3 procent van de totale testcapaciteit? De 'luxetesten', het wringt bij microbioloog Herman Goossens, minister Frank Vandenbroucke en ook bij mijn verplegende moeder. Iedereen haalt zijn moreel kompas boven, al lijkt ons 'lokaal aangeleerd magnetisme' ons verschillende richtingen uit te sturen. Weet u het noorden nog? Het coronavirus en bijhorende aanpassingen in onze levensstijl - zoals thuisblijven, enkel essentiële verplaatsingen en een avondklok - worden wel eens vergeleken met tijden van oorlog. Terwijl de wapens meer dan honderd jaar geleden om vijf uur 's nachts werden neergelegd, vecht vandaag de infanterist met mondkapje en schort tegen de onzichtbare vijand, die tot op de dag van vandaag even verborgen blijft als de identiteit van de stoffelijke resten van de onbekende soldaat. Het slagveld verplaatst zich van de loopgraven naar het ziekenhuis en de collaborateurs slenteren nog een laatste maal door de winkelstraten, maar de bal blijft rollen. Ook in 1914, tijdens de korte 'kerstbestanden'. Soldaten vormde niet langer gevechtstroepen maar voetbalploegen, het voetbalveld werd uitgetekend in niemandsland en de krijgsvoering bestond uit het hoogst aantal doelpunten maken. Een uitgebreide competitie liet het bewind niet toe, maar rond Kerstmis werd er gevoetbald. Zo werd er in Saint-Yvon, een gehucht nabij Ploegsteert, een topaffiche afgewerkt tussen de Britten en de Duitsers. Eindstand: een 2-3-overwinning voor de Duitsers. Tijdens de tweede golf van het Duitse machtsvirus bleef de bal ook rollen op officiële velden. De voetballende Britten die thuis waren gebleven, namen het deze keer op tegen Schotland in een interland. Aantal toeschouwers: meer dan 60.000 Terwijl oorlogsvliegtuigen over het voetbalveld vlogen, maakte Ferenc Puskás zijn debuut in de hoogste klasse voor Kispes. De Hongaarse majoor krikte al dribbelend het moreel van de angstige toeschouwers op en ontsnapte zo aan het front. Voetbal was voor sommige leiders hét propagandamiddel en voor lijders een afleiding, een troost. Geen enkel tijdperk is in staat om een gevoel over te brengen op een volgende generatie. Enkel het intellectuele begrip, de kennis en feiten. Dus daar stopt de vergelijking. Toegegeven, de vraag naar waar mijn kompasnaald wijst, blijft onbeantwoord. Voelt het altijd even eerlijk dat een financiële grootmacht elke maand duizenden euro's kan investeren in coronatests? Neen. Ben ik blij dat er nog gevoetbald wordt? Ja. Want het is soms werkelijk het énige herkenbare uit een precoronatijdperk. Het vult avonden in woonkamers en laat mensen praten over de banaliteiten van de sport. Vind ik het eerlijk tegenover een hardwerkende gezondheidszorg? De horeca die na al die inspanningen moet sluiten? De cultuursector die verdrinkt? Neen. U voelt het wellicht al, mogelijk gepolariseerde lezer: ik weet het niet. Voor één keer probeer ik gewoon te volgen, mijn wapens neer te leggen en vooral geen collaborateur te zijn.