P atrick Teppers zal zijn leven lang geassocieerd worden met zijn gouden linker, goed voor tal van vrijschopdoelpunten en panklare assists. Alsof hij niks anders kon. "Ik was vooral een werker", zegt hij. "Ik kon wel een man of twee drie voorbij, maar het is vooral mijn linkervoet die mij de meeste erkenning heeft opgeleverd. Vaak voelde ik op voorhand dat de bal erin zou gaan. Als ik goed in de match zat en we speelden met Selectballen, kon je er zelfs donder op zeggen dat het gebeurde."
...

P atrick Teppers zal zijn leven lang geassocieerd worden met zijn gouden linker, goed voor tal van vrijschopdoelpunten en panklare assists. Alsof hij niks anders kon. "Ik was vooral een werker", zegt hij. "Ik kon wel een man of twee drie voorbij, maar het is vooral mijn linkervoet die mij de meeste erkenning heeft opgeleverd. Vaak voelde ik op voorhand dat de bal erin zou gaan. Als ik goed in de match zat en we speelden met Selectballen, kon je er zelfs donder op zeggen dat het gebeurde." Teppers vult zijn dagen tegenwoordig als huisman. "Met het befaamde zwarte gat heb ik nog geen kennis gemaakt. Gelukkig maar. Ik hoef niet meteen een job naast het voetbal, wel graag één in het voetbal. Mentaal ben ik met mijn toekomst bezig, maar ik voetbal nog veel te graag om nu al uitsluitend aan de zijlijn te gaan staan." Ook nu hij prof af is en als speler-trainer bevorderingsploeg Verbroedering Maasmechelen onder zijn hoede heeft, beheerst het spel om de bal nog altijd zijn leven. "Maar de weekends zien er wel helemaal anders uit. Als speler hoefde ik me enkel om mijn wedstrijd te bekommeren. Nu geef ik op zaterdagochtend nog training, 's namiddags ga ik naar de invallers kijken en 's avonds een tegenstander scouten. Zondagochtend speelt mijn zoontje en 's namiddags is het mijn beurt. Veel ruimte voor iets anders is er niet. Maar voorlopig krijgen ze me niet van het veld. Gelukkig heb ik een goede hulptrainer op wie ik altijd kan terugvallen. Ook al speel ik nu drie afdelingen lager dan in mijn glorieperiode, het is er zeker niet makkelijker op geworden, want als ex-eersteklasser word je overal geviseerd. Onlangs wilde ik bij een 2-0 of 3-0 voorsprong ook mijn goaltje meepikken, maar het kereltje van de tegenpartij loste me van geen vin."Veertien jaar geleden tekende Patrick Teppers zijn eerste profcontract toen hij, als tijdelijk werknemer bij een meubelfabrikant in Bocholt, naar Waregem kon. "Mijn grote voordeel was dat ik geen vaste job moest laten staan voor het voetbal, zodat ik de stap makkelijk kon wagen. Ik speelde bij Winterslag als niet-amateur. De stap naar het professionele Waregem was groot. 'Jij moet dringend uit dat stof van die meubelen weg', zei penningmeester Germain Landsheere. Het was een wereld van verschil, plots leid je een heel ander leven. Het enige wat tegenviel tijdens onze eerste weken in Waregem, waren de telefoonrekeningen. In het begin misten we onze familie wel erg, maar doordat de sfeer in Waregem opperbest was, verdween de heimwee snel. En na de geboorte van onze zoon maakten we via de kinderoppas wel vrienden." De grote periode van Waregem lag net achter de rug. Teppers : "Maar met Vital Borkelmans, Hans Christiaens, Manu Karagiannis, Marc Millecamps en Richard Niederbacher beschikten we nog altijd over een sterke ploeg. We waren met acht profs die overdag onder Urbain Haesaert trainden, de overige spelers hadden nog een dagtaak. Ik beleefde echt een fantastische periode aan de Gaverbeek. Vooral het laatste seizoen was onvergetelijk met uitzeges bij Club Brugge, Standard en Anderlecht, waar we met maar liefst 2-5 gingen winnen. Ik denk dat de meeste spelers de volgende ochtend recht van de kroeg op de training verschenen. We eindigden als derde en dwongen Europees voetbal af, maar die campagne maakte ik niet meer mee. "Ik was einde contract en trok naar het pas gepromoveerde Seraing. Dat bood me een onweerstaanbaar contract aan. Bovendien konden we op die manier weer in Limburg gaan wonen en kreeg ik ook de kans om mijn gebrekkige Frans bij te schaven : ik sprak immers geen woord Frans. Ook in Seraing belandde ik een uitstekende ploeg, met de Deense international Lars Olsen, Edmilson, Wamberto en Lukaku. Axel Lawarée zat toen als broekventje op de bank. Ik blijf erbij dat als we dat seizoen geen korte inzinking hadden gekend, we tot het einde zouden hebben meegestreden voor de titel. Helaas bleef de hoogconjunctuur niet duren, maar voorzitter Blaton deed er alles aan om ons in leven te houden. Zo liet hij voor een belangrijk degradatieduel tegen Beveren de toeschouwers gratis binnen. Maar de club in leven houden was vrijwel onmogelijk. We speelden voor amper drieduizend toeschouwers, terwijl Standard aan de overkant van de Maas er vijf keer zoveel lokte." Na zijn periode op le Pairay, was Teppers even in beeld bij Germinal Ekeren. "Een club waarvoor ik altijd veel sympathie heb gehad", zegt hij. Voorzitter Jos Verhaegen wilde me er heel graag bij, maar trainer Stany Gzil zag meer in Cvijan Milosevic van Club Luik. Verhaegen hield daar blijkbaar een slecht gevoel aan over en omdat hij wist dat we aan het bouwen waren, mocht ik in zijn zaak tegen zeer gunstige voorwaarden een badkamer en een keuken kiezen." Lang heeft Teppers over die gemiste transfer niet zitten kniezen. "Ik kon eindelijk naar Sint-Truiden, de ploeg waar ik als tegenstander vaak onder de indruk was gekomen van de sfeer. Je kan maar beter als thuisspeler op Staaien voetballen. De fans stuwen je werkelijk naar voren. Qua sfeer rond het veld was Sint Truiden veruit de mooiste periode."door Stefan Van Loock'Qua sfeer rond het veld was Sint-Truiden veruit de mooiste periode.'