Nieuwkomer Bergen lijkt aardig op weg om de revelatie van het seizoen te worden. Ontbrak het de rood-witten aanvankelijk nog wat aan vuurkracht in de aanvalslinie, met de terugkeer van Wamberto lijkt nu ook dat euvel verholpen. Op zijn jacht naar doelpunten kan de kleine, Braziliaanse dribbelvirtuoos rekenen op de steun van de Kameroener WansiDaniel. "Ik prik er ook wel regelmatig een tegen de netten, maar toch is scoren niet mijn belangrijkste kwaliteit. Wat ik wel kan, is een balletje aanpakken en vasthouden tot een ploegmaat zich in een goede positie bevindt. Ik probeer te wegen op de verdediging van de tegenstander. Wamberto, daarentegen, is wel een doelgerichte afwerker. Of ik nu speel met Bernard Zoko of Wamberto maakt me overigens niet veel uit. Ik pas me aan iedereen aan", zegt Wansi. Daniel is eigenlijk zijn familienaam, maar iedereen kent de stormram als Wansi.
...

Nieuwkomer Bergen lijkt aardig op weg om de revelatie van het seizoen te worden. Ontbrak het de rood-witten aanvankelijk nog wat aan vuurkracht in de aanvalslinie, met de terugkeer van Wamberto lijkt nu ook dat euvel verholpen. Op zijn jacht naar doelpunten kan de kleine, Braziliaanse dribbelvirtuoos rekenen op de steun van de Kameroener WansiDaniel. "Ik prik er ook wel regelmatig een tegen de netten, maar toch is scoren niet mijn belangrijkste kwaliteit. Wat ik wel kan, is een balletje aanpakken en vasthouden tot een ploegmaat zich in een goede positie bevindt. Ik probeer te wegen op de verdediging van de tegenstander. Wamberto, daarentegen, is wel een doelgerichte afwerker. Of ik nu speel met Bernard Zoko of Wamberto maakt me overigens niet veel uit. Ik pas me aan iedereen aan", zegt Wansi. Daniel is eigenlijk zijn familienaam, maar iedereen kent de stormram als Wansi. Met zijn diepliggende ogen en zijn 88 kilogram voor 1.85 meter ziet Wansi er vervaarlijk uit, maar eigenlijk is het een zachte jongen die heel stilletjes praat. Hij groeide op in de straten van Yaoundé, de hoofdstad van Kameroen, waar hij ook leerde voetballen. Al op jonge leeftijd verloor hij zijn ouders, die beiden stierven aan een ziekte. Ook een jongere broer is al overleden, maar dat is niet echt uitzonderlijk in een land waar de gemiddelde levensverwachting niet hoger is dan 48 jaar. "Gelukkig heeft God mij een sterke, grote zus gegeven die mij en mijn broers heeft opgevoed. Marie-Françoise is mijn vader én mijn moeder", spreekt hij vol eerbied over zijn zus die hij dagelijks opbelt. Ook zijn broers zijn door de voetbalmicrobe gebeten. Eentje speelt er in de Cypriotische competitie en Wansi hoopt dat hij zijn jongste broertje binnenkort kan binnenloodsen bij een Belgische club. Als achttienjarige brak Wansi door bij Cintra de Yaoundé. Hij speelde een voortreffelijk seizoen, wat hem in eigen land de Gouden Bal opleverde. Het duurde dan ook niet lang vooraleer buitenlandse clubs aan zijn mouw kwamen trekken. "Ik heb gepraat met een Italiaanse club, maar daar moest ik eerst een tijdje op proef spelen zonder enige zekerheid. Bij Étoile du Sahel kreeg ik wel een concreet en aantrekkelijk voorstel en dus verhuisde ik naar Tunesië. Toch bleef ik stilletjes dromen van ooit in Europa te kunnen spelen. Na twee seizoenen, waarin ik telkens meer dan tien doelpunten maakte, kreeg ik een aanbieding van het Kroatische Inter Zapresic. Een bescheiden ploeg waar ik maar een paar maanden voetbalde, want ik werd opgeroepen voor de Coupe d'Afrique."Dat toernooi staat bekend als het internationale uitstalraam voor Afrikaans talent en nadat Kameroen de finale won, kreeg Wansi een lucratief aanbod uit Dubai. "Ik tekende voor twee seizoenen, maar halverwege ben ik al vertrokken. Er is heel veel geld in Dubai, maar de druk op de buitenlanders is navenant groot", verklaart hij zijn vroegtijdige vertrek uit het oliestaatje. Wansi kon terecht bij de voormalige Europese grootheid Dynamo Dresden, die intussen al een tijdje in lagere klassen verzeild is geraakt. Een transfer die hij zich achteraf beklaagt, want Wansi kende er niets anders dan problemen. "Voor zwarten is het echt onmogelijk om daar te voetballen. Het doet je toch wat als zelfs je medespelers je verwijten als sale nègre naar het hoofd slingeren. Met de supporters was het nog erger, want het gebeurde meer dan eens dat mijn vriendelijke groet beantwoord werd met spuwen. Maar je bent prof en je weet dat je daar niet mag op reageren. Op een bepaald moment werd het me toch allemaal te veel en heb ik mijn ongenoegen in de groep gegooid. De week nadien zat ik op de bank. Het was een heel moeilijke periode, maar ik ben er wel sterker uit gekomen", bekijkt Wansi het van de positieve kant. Eind vorig jaar ontvluchtte hij het racistische geweld door in te gaan op een voorstel van Shenzhen Kingway Jianlibao, een club uit China. Daar ontdekte hij dat voetballen in het land van Ye toch iets speciaals is. "Ik heb de omkoopaffaire destijds op televisie gevolgd. In China wordt er heel veel op voetbalwedstrijden gegokt, maar ik doe daar niet aan mee, hoor", haast hij zich. Behalve op het financiële vlak was ook zijn verblijf in China geen echt succesverhaal, want Wansi werd er op alle mogelijke posities uitgespeeld. "Op het technische en fysieke vlak halen ze in China een degelijk niveau, maar van tactiek hebben ze absoluut geen kaas gegeten." Na zijn wereldreis hoopt Wansi in Bergen de rust te vinden om verder te bouwen aan zijn projet de carrière, zoals hij het zelf noemt. Hier in België heeft hij alvast heel wat vrienden rondlopen, zoals zijn landgenoten Patrice Noukeu (AA Gent) en Eric Matoukou (RC Genk). "We hebben nog samen bij de jeugd gespeeld. We bellen elkaar dagelijks en dan proberen we elkaar te motiveren", zegt hij. Maar zijn vriendenkring beperkt zich niet enkel tot landgenoten, want Wansi gaat ook regelmatig op bezoek bij de Ivoriaan Abdelkader Keita van OSC Lille, een van de tegenstanders van Anderlecht in de Champions League. Vooraleer hij naar China vertrok, onderhandelde Wansi overigens een tijdje met de Noord-Franse club over een transfer, maar dat is uiteindelijk niet doorgegaan. Wansi droomt ervan om het allerhoogste te bereiken en voor hem is dat spelen in de Champions League en een stek veroveren bij de nationale ploeg van Kameroen. Met de match tegen Ivoorkust was het al bijna zover, want hij zat in de ruime selectie van 22, al haalde hij uiteindelijk het scheidsrechtersblad niet. Wansi heeft het grootste respect voor Roger Milla, die op 38-jarige leeftijd uitgroeide tot de absolute ster van het WK in Italië in 1990 en die samen met de 'Ontembare leeuwen' doorstootte naar de kwartfinales. "Roger Milla heeft Kameroen op de wereldkaart gezet en we moeten hem daar heel erg dankbaar voor zijn. Ik hoor hem nog regelmatig." Verre toekomstplannen maakt Wansi niet. Net zoals de clubleiders bij ' les Dragons' kijkt hij niet verder dan de eerstvolgende wedstrijd. De Kameroener leeft voor het voetbal. Na de training trekt hij zich terug op zijn appartement in het centrum van Bergen, waar hij de televisie aanzet om zoveel mogelijk voetbalmatchen te volgen. Buiten de bal interesseert hij zich voor niets. Van Waals minister-president, burgemeester van Bergen en de eerste supporter van RAEC Mons Elio di Rupo heeft Wansi bijvoorbeeld nog nooit gehoord. "Ik ben hier om te werken aan mijn carrière, niet om de toerist uit te hangen. Anders was ik beter in Dubai gebleven", verontschuldigt hij zich. DIRK VAN THUYNE