Het eerste wat opvalt bij de nieuwe Vic Hermans, is de snor. Die is weg. "Een jaar of twee geleden", vertelt de in België wonende Nederlander, op weg naar zijn stamkroegje in het centrum van Bree, "raakte ik op één van mijn zaalvoetbalmissies in opdracht van de Fifa verzeild in Koerdistan. Daar heeft elke man een snor, wel twee keer zo groot als de mijne. Plus dat ik het plots ook nogal onhygiënisch begon te vinden. Dus is hij er gelijk afgegaan. Intussen is iedereen eraan gewend, ook thuis."
...

Het eerste wat opvalt bij de nieuwe Vic Hermans, is de snor. Die is weg. "Een jaar of twee geleden", vertelt de in België wonende Nederlander, op weg naar zijn stamkroegje in het centrum van Bree, "raakte ik op één van mijn zaalvoetbalmissies in opdracht van de Fifa verzeild in Koerdistan. Daar heeft elke man een snor, wel twee keer zo groot als de mijne. Plus dat ik het plots ook nogal onhygiënisch begon te vinden. Dus is hij er gelijk afgegaan. Intussen is iedereen eraan gewend, ook thuis." Koerdistan is maar één van de talrijke bestemmingen die Hermans als Fifa-zendeling bezocht, hetzij als bondscoach, hetzij als lesgever. Andere waren Australië, Maleisië, Hongkong, Iran en Nigeria. "Heel opwindende en leerrijke bestemmingen," zegt Hermans, "maar ook soms vreselijk afschuwelijke. Sommige beelden staan voor eeuwig op mijn netvlies gebrand. In Nigeria werd een assistent-trainer uit Ivoorkust, die even wat geld uit de muur was gaan halen, in koelen bloede doodgeschoten voor het hotel. In dat land heerst de totale chaos. Ik bestierf het er van de angst. Op zeven dagen tijd verloor ik er maar liefst zes kilo. In Iran zag ik met eigen ogen hoe een vrouw tot de dood werd gestenigd. Daarmee vergeleken was de inval van de veiligheidsdienst in een cafeetje waar we na het winnen van de Asia Cup nog wat aan het drinken waren, klein bier. Mijn uitgelaten spelersgroep was beginnen zingen, maar doordat muziek maken er in het openbaar verboden is, werd het feestje op een meer brutale manier in de kiem gesmoord. Geef mij dan maar Hongkong. Daar stelde ik de spelers voor dat ik de ene dag hun eetgewoonten zou aannemen en zij de andere dag de Europese. Daar gingen de jongens aanvankelijk mee akkoord, maar nog dezelfde avond dacht ik bij mezelf : 'Vic, dit doe je niet. Jij bent diegene die je moet aanpassen, niet zij.' Ik heb me de dag nadien verontschuldigd. 's Avonds at ik geregeld een hapje met hen mee op straat, zoals daar de gewoonte is. Dat is de grootste les die ik uit al mijn buitenlandse ervaringen heb getrokken : pas je aan, want jij bent de vreemde."Sinds 2000 is Hermans voltijds Nederlands bondscoach Futsal, zoals dat tegenwoordig heet, maar de wereldvoetbalbond Fifa betrekt hem nog geregeld bij allerhande projecten om de sport internationaal aanzien te geven. "Binnenkort vlieg ik snel over en weer naar Zürich voor een dagje brainstormen", vervolgt Hermans enthousiast. "We moeten ertoe komen dat zaalvoetbal en veldvoetbal twee aparte sporten worden. Daar hebben we echter nog niet de financiële mogelijkheden voor. In België en Nederland zijn de meeste zaalvoetballers ook nog op een lager niveau in het veld actief, waardoor ze aardig het beleg op hun brood verdienen. In Europa kunnen enkel Spanje en Italië de zaalvoetballers fatsoenlijke contracten aanbieden."Ook Hermans zelf komt uit het veldvoetbal. Als speler scheerde hij geen hoge toppen, maar als (assistent-)trainer kende hij wel enkele mooie jaren. Daaronder een Europese campagne met Roda JC, die strandde in Monaco. En dan was er uiteraard Lommel, of all places, waar hij, na zich een tijdje ontfermd te hebben over de jeugd, plots de leiding over het eerste elftal kreeg. "Ik nam over van Jos Heyligen en won tien wedstrijden op rij. We strandden op een zucht van Europees voetbal. Maar na drie nederlagen in het volgende seizoen kreeg ik wel de rekening van de slechte resultaten gepresenteerd." "Met Fadiga op links en Cannaerts op rechts beschikte ik over twee goeie vleugelspelers, maar centraal had ik geen afwerker", herinnert Hermans zich nog. "Ik wilde heel graag de Australiër Graham Arnold erbij, die bij NAC Breda speelde en voor twee miljoen Belgische frank transferabel was. Peanuts. Arnold had na slechte ervaringen bij Charleroi niet veel trek meer in een nieuw Belgisch avontuur, maar hij kende me nog uit mijn Roda-tijd en ik wist hem uiteindelijk te overhalen. Met wijlen voorzitter Jean Vreijs reed ik naar Breda om hem nog eens te bekijken. Achter de schermen bleek er bij Lommel echter een strijd aan de gang en toenmalig ondervoorzitter Dirk Vandenboer stak stokken in de wielen." Er werd bijzonder amateuristisch te werk gegaan toen bij Lommel, aldus Hermans. "Toen ik voor een heel belangrijke wedstrijd op Cercle Brugge een voorstel tot afzondering indiende, kreeg ik ook dat niet klaar. Er werd me ook verweten dat ik zelfs na een overwinning al om twaalf uur naar huis ging en niet langer in de business-seats bleef hangen. Achteraf bekeken, denk ik dat het beter was geweest wel eens te blijven ouwehoeren, hoewel ik vind dat er na middernacht vooral veel wordt gezeverd. Ik liet die dingen toen allemaal nogal gemakkelijk over me heen gaan, nu zou me dat niet meer overkomen. Op het moment van je ontslag, wil je in de pers je hele verhaal wel kwijt, maar dan mag of durf je het niet. Er zijn toen enkele beloftes niet nagekomen en bovendien was ik ook met veel andere zaken bezig, zoals de uitbouw van het stadion. Dat heeft me blijkbaar ook mijn kop gekost." Na zijn Lommelse periode verdween Hermans haast geruisloos uit het Belgische voetbal, al volgt hij alles nog van zeer nabij. Onder meer ook als scout voor de Nederlandse voetbalbond en als begeleider van de jeugdploegen. "Ik leer heel veel uit de contacten met Dick Advocaat en zijn staf. Er is nog werk aan de winkel daar. Maar laat ons toch maar hopen dat het in november niet tot barragematchen tussen België en Nederland komt." 'In Iran zag ik met eigen ogen hoe een vrouw tot de dood werd gestenigd.'